Corona: Een week bij de GGD

‘We zitten in een spagaat’

Voor het landelijke bron- en contactonderzoek zijn bij de GGD in Warnsveld, nu regionaal crisiscentrum, honderden extra krachten nodig. De gebruikelijke taken kunnen immers niet zomaar blijven liggen. ‘Wij redden ook levens.’

In een serre-achtige vergaderzaal met hoog plafond zitten een brandweercommandant, een zorgcommandant van de regionale rampenbestrijding, een legerofficier in volledig tenue, een arts infectieziekten en een crisismanager van de ggd rondom een grote tafel. Het is maandagmorgen, een nieuwe week. Hier wordt sinds kort de toekomst besproken aan de hand van scenario’s. Op een flipboard staan kreten als ‘corona transformatie’, ‘storytelling’, ‘triage’ en ‘Achterhoek’ met daarnaast een onheilspellend kruissymbool. Op tafel ligt het vuistdikke boek Handboek Zorgcontinuïteit – derde editie, het ziet er stukgelezen uit.

De brandweercommandant die de afgelopen weken bezig was met het optuigen van zorghotels, vat de actuele scenario’s en zorgen samen. ‘Wat als nog meer kleine instellingen omvallen? Roepen we dan Defensie en het Rode Kruis erbij of hebben we genoeg capaciteit in de regio om mensen uit te wisselen? En wat doen we aan problematiek in wijken en met de mensen die hulp nodig hebben maar niet meer de zorg instromen? Wat als er hele instellingen uit beeld verdwijnen? Wat doen we met mensen die naar het ziekenhuis moeten maar thuis worden gehouden door familie?’

Als hij klaar is met zijn samenvatting kijkt iedereen naar de in uniform gestoken legerofficier die minutenlang aandachtig heeft geluisterd, aantekeningen maakte en zo nu en dan een korte vraag stelde. ‘We zijn benieuwd hoe jij dit ziet, Laurens’, besluit de brandweercommandant. ‘Zou je vanuit jouw expertise wat kunnen zeggen?’

Luitenant-kolonel Laurens van Leussen is hoofdstrateeg van de Luchtmobiele Brigade, de meest wendbare gevechtseenheid van de landmacht die in korte tijd en waar ook ter wereld operationeel moet kunnen zijn. Enkele jaren geleden stond deze brigade op het punt van vertrekken nadat vlucht mh17 was neergestort; mochten de rebellen de toegang tot lichamen en bewijsmateriaal ontzeggen, dan zouden zij alsnog de rampplek binnentrekken en beveiligen. Maar nu zit Van Leussen in de vergaderzaal van de ggd in Warnsveld, die al twee maanden functioneert als regionaal crisiscentrum. De militair schuift zijn stoel naar achteren, loopt naar het flipboard, slaat het vel om en zegt: ‘Ik hou van tekenen, mag ik?’

Met een stift in zijn hand tekent hij twee assen: zorgpersoneel op de x-as, materiaal zoals bedden en mondkapjes op de y-as. Al pratend en vragen stellend ontwikkelen zich scenario’s: wat gebeurt er als je genoeg personeel hebt maar te weinig materiaal? En wat als je te weinig personeel hebt maar genoeg materiaal? ‘Het zwartste scenario is te weinig materiaal én te weinig personeel. Dat zijn de Italiaanse toestanden – of de trucks met lichamen zoals in New York.’ Dat scenario wordt op het bord aangeduid met het label ‘triage’. ‘Hier hebben we op afgekoerst, maar het is op tijd afgewend. De grote vraag is nu: hoe blijven we daar weg?’ Van Leussen kijkt de zaal rond. ‘Als je erin slaagt om je scenario’s steeds opnieuw te herzien, kun je in plaats van reageren gaan ageren. Dan heb je controle.’

De ggd is als een adelaarsnest, schreef ik een maand geleden na mijn eerste bezoek aan dit anonieme kantorengebouw nabij Zutphen. Vanuit hier werd regionaal de curve ‘geflattened’, zorgcapaciteit bijgehouden en werden mensen via Omroep Gelderland hun huizen in gemaand. Aan de lijn hingen bezorgde burgers en boze artsen die getest wilden worden. Het pand verkeert nog altijd in opperste staat van paraatheid; wie op een namiddag binnenloopt, kan er een soldaat in de hoek aantreffen. Maar er is vooral veel veranderd.

De chaos van toen is nu georganiseerd. In het begin van de crisis werd elke positieve melding op een al volle muur geplakt, totdat een van de vele artsen het briefje pakte om terug te bellen. Nu staan er, vlak voor de deur van het kamertje waar alle cijfers worden bijgehouden, veertien plastic bakjes waar stapels papier soms in groeien om vervolgens weer te slinken. Eén papiertje in de bak staat gelijk aan één positief geteste persoon. ‘Elk bakje is een ziekenhuis of een groep zorginstellingen’, zegt een arts die zichzelf omschrijft als ‘chef bakjes’. Een van de bakken is zwart en heeft een onheilspellende sticker: ‘overleden’. Wie daarin belandt, verdwijnt uit het ggd-systeem en zal de volgende dag nog een laatste keer opduiken in het pushbericht van de nos, waarin dagelijks melding wordt gemaakt van het aantal doden – dat een gestage daling vertoont.

De schijnbare rust is verraderlijk, zegt crisismanager Ingrid Coenen, die de scenario-vergaderingen op maandagochtend voorzit. ‘Nu er heel even stilte ontstaat, zie je pas hoe moe iedereen is. Misschien is dat ook wel goed, onze mensen moeten opladen, want we zijn er nog lang niet.’ Overal in het pand starten oude taken zoals jeugdgezondheid en een grootschalig vaccinatieprogramma weer op, maar of dat allemaal kan doorgaan is onzeker: één persconferentie in Den Haag en alles is plots weer anders. ‘We weten dat er nog van alles gaat komen, maar niet precies in welke volgorde en wanneer. Het voelt alsof we in een interbellum zitten.’

Eind maart zat Coenen ‘in een pitbull-smoking’ vanuit huis te werken toen plots de telefoon ging. Het was haar directeur publieke gezondheid, de hoogste directeur van een ggd. ‘De zorg loopt over, kun jij crisismanager zorgcontinuïteit worden? Je hebt je eerste vergadering met de veiligheidsregio vanmiddag in Apeldoorn, je partner is Bruno Goddijn, hij is van de brandweer.’ Ze kleedde zich aan en stapte in de auto, onderweg belde ze Goddijn. Ze kenden elkaar niet, ‘zijn totaal verschillend’, maar zitten nu, een maand later, gebroederlijk naast elkaar. Hij in zijn brandweeruniform, zij met vuurrode lippen, een gele trui en een wilde bos haren. Goddijn slaat met zijn vuist op tafel als het nodig is, Coenen is minstens even scherp in haar formuleringen, maar ook diplomatieker.

‘Het virus kwam vanuit het zuiden uit Brabant op ons af en tegelijkertijd hadden we in het noorden van onze regio de Veluwe, dat relatief een van de zwaarst getroffen gebieden was.’ In het plaatsje Heerde greep corona om zich heen en overleed een derde van de bewoners in een verzorgingstehuis. De regio Noord- en Oost- Gelderland – die zich uitstrekt van de Achterhoek tot het Veluwemeer – kon knel komen te zitten. ‘Wij oefenen al jaren hierop. Bij de laatste oefening in september heb ik gezegd: mogen we de volgende keer alsjeblieft eens iets anders doen dan een griepepidemie?’ zegt Coenen. ‘Vijf maanden later was het oefenen klaar en begon de nieuwe realiteit. Maar nu zie je ook: zover hadden wij nog nooit geoefend.’ Goddijn vult haar aan: ‘Bij de brandweer definiëren wij de eerste drie uur van een brand meestal als “de chaotische fase”, hier duurde die twee weken.’

Samen reden ze in één weekend de regio door, op zoek naar locaties voor zorghotels. Ze tuigden er twee op waarvan de grootste nu ongebruikt weer sluit. Hetzelfde gebeurde met de teststaten, die waren er – nadat de minister erom vroeg – in minder dan een week. Inmiddels is er eentje vrijwel dagelijks dicht omdat de capaciteit niet wordt benut, al zal daar snel verandering in komen nu het einde van het interbellum in zicht is. De volgende strijd dient zich aan.

Al wekenlang gonst in het gebouw de term ‘bron- en contactonderzoek’: het nabellen van positief geteste mensen om hun netwerk in kaart te brengen. Dat gebeurt nu ongeveer 25 keer per dag, al zitten daar soms extreme gevallen tussen. Zo was er laatst een alarmerend telefoontje uit Duitsland over een groep van Roemeense en Bulgaarse arbeidsmigranten die net over de grens wonen, maar in slachterijen en vleesverwerkingsfabrieken in Groenlo en Apeldoorn werken.

Zij waren allemaal getest en bleken besmet. Ze maken deel uit van een groep van 1100 arbeidsmigranten die in wisselende samenstelling bewegen in drie Duitse regio’s, en vier Nederlandse. ‘Dit is het soort uitbraak waar geen structuur tegen is opgewassen’, vertelt arts infectieziekten Arie Kraaijeveld. ‘Ze wonen met veel man in een kleine ruimte en rijden elke dag in busjes met zes man naar een andere plek.’ Daarnaast spreken ze geen Nederlands en maken ze zich zorgen om hun inkomen. ‘Wij mogen nu deze puzzel op gaan lossen’, lacht Kraaijeveld. ‘Uitzoeken wie er in welk busje heeft gezeten en wie met wie aan welke band heeft gestaan. Dat is best lastig als het uitzendbureau niet meewerkt.’

In Arnhem zijn 28 positief geteste mensen in isolatie geplaatst op een passagiersschip dat stilligt op de Rijn, in Warnsveld heeft de ggd inmiddels ook een aantal mannen getest en afgezonderd. Maar de zoektocht naar hun relaties en wie er mogelijk nog meer besmet zijn zal, zo blijkt een week later, nog wel even doorgaan.

Wat hier in het klein gebeurt, moet dramatisch worden uitgebreid als Nederland de lockdown uit wil. Het versoepelen van maatregelen hangt af van de mate waarin het rivm het oplaaiende virus kan volgen, bronnen kan identificeren en kan laten uitdoven. ‘De realiteit is dat we het virus nu langzaam laten verspreiden’, zegt Kraaijeveld. ‘Dat wordt niet zo hard geroepen, maar daar komt het wel op neer: elke beroepsgroep die je weer de samenleving in laat gaan, betekent meer corona.’

Mocht het virus te hard om zich heen grijpen en de besmettingsgraad te hoog opklimmen, dan wordt de versoepeling teruggedraaid of komen er nieuwe maatregelen. Even was daar de track and trace-app waarvan de technische haalbaarheid ingewikkeld bleek en het draagvlak in één weekend dusdanig instortte, dat er opnieuw wordt gekeken naar de ggd. Kunnen ze daar niet handmatig verspreiding in de gaten houden?

In het weekend van de beruchte appathon waarbij zeven bedrijven hun plannen voor een app presenteerden, half april, voelden ze bij de ggd die vraag al aankomen. Kraaijeveld en zijn collega-artsen zagen hoe het misging en begonnen te rekenen. ‘Duizend mensen hebben we nodig’, bromt Kraaijeveld. ‘Ga maar na: als wij ongeveer honderd meldingen per dag hebben en wij moeten van al die mensen nagaan waar ze zijn geweest en met wie, dan kost dat ongeveer zestien uur per melding. En vergeet niet, al die mensen willen ook een praatje, die moet je geruststellen. Maar al die meldingen leiden weer tot nieuwe. Onze afdeling bestond ooit uit vier man, nu uit ongeveer veertig en nu moeten we dus een heel leger aan extra handjes vinden.’

‘Krijg je het daar niet benauwd van?’ vraagt een collega die erbij staat en meeluistert.

De crisismanager rekent even door: ‘Als we Den Haag volgen, dan zouden we 250 man nodig hebben. Dan komen we dus tweehonderd tekort’

‘Absoluut’, zegt Kraaijeveld droog. ‘Maar alles kan uiteindelijk, het betekent alleen dat je weer heel veel andere dingen niet kunt doen.’

Het bron- en contactonderzoek is misschien wel de beste illustratie van hoe bestuurlijk Nederland op dit moment functioneert. Grote besluiten als deze kunnen niet vooraf worden gecommuniceerd aan ggd-directeuren, dan zouden ze uitlekken, dus komen er ‘signalen’ uit Den Haag. ‘Eerst zoemt het rond, je weet dat er iets aankomt, maar niet precies wat’, zegt Jacqueline Baardman, directeur van de ggd in Warnsveld. Zij wees een van haar belangrijkste managers aan, stelde een nieuwe man aan voor de logistiek en betrok iemand van defensie om het opschalen van contactonderzoeken voor te bereiden. ‘Wij proberen dat zo goed mogelijk te doen, maar je weet nooit precies waarop je je voorbereidt of wat er verwacht wordt: hebben wij tientallen mensen nodig, of vele honderden? Komt er één landelijk centrum of moeten wij dit allemaal regionaal doen? Wanneer iedereen naar de persconferentie kijkt, kijken wij ook. Voor ons is dat allemaal net zo goed nieuws.’

Vorige week was zo’n moment. Premier Mark Rutte en zorgminister Hugo de Jonge kondigden vergaande versoepeling aan in combinatie met ‘intensief contactonderzoek’. ‘De ggd’s hebben nu al ruim drie keer meer mensen aangetrokken en gaan daarmee verder’, aldus De Jonge. Vlak na de persconferentie gaat er een mail naar alle ggd-directeuren met een berekening van wat ‘het testen van alle burgers met klachten’ voor ze betekent. Gezamenlijk moeten de 25 regio’s het testen van dertigduizend mensen per dag organiseren.

De volgende ochtend is de hectiek terug in Warnsveld. In de serre-achtige vergaderzaal zitten de crisismanagers bij elkaar, buiten de muren van dat overleg zijn medewerkers nieuwsgierig naar wat er binnen wordt besproken. Gaan we opnieuw taken stilleggen? Gaat de organisatie weer op z’n kop? ‘Het is belangrijk om te sparren over wat de ideeën van de minister betekenen’, opent Baardman de vergadering. ‘Hebben we die helder?’

Crisismanager Jan Willem Brethouwer, die belast is met het organiseren van bron- en contactonderzoek, heeft met zijn team deze ochtend de nieuwe protocollen en richtlijnen van het rivm gelezen. Binnen 24 uur moet hij terugkoppelen of ze de aangekondigde taken van gisteravond kunnen gaan uitvoeren.

Zijn voorlopige conclusie: onze organisatie moet uitgaan van 1200 testen en ongeveer 150 positieve coronameldingen per dag. Hij rekent nog even door en concludeert dan: ‘Als je er op een slechte dag meer hebt en iedereen heeft tien contacten, dan heb je het over tweeduizend mensen die je op één dag moet bellen. Als we dit volgen’ – Brethouwer gebaart naar de plannen uit Den Haag die op tafel liggen – ‘dan heb je 250 man nodig en komen we er dus tweehonderd tekort.’

Er ontstaat een verhitte discussie, onder meer Ingrid Coenen krijgt het even te kwaad. ‘Hoe zien zij dit voor zich? Geen van de 25 ggd’s kan zelfs maar het meest gunstige scenario organiseren. De scholen zijn net opengegaan en we hebben net weer jeugdgezondheid geopend, we moeten vaccineren tegen meningokokkenziekte. De afdeling infectieziekte is met een factor tien opgeschaald naar veertig mensen en nu moeten we dat nóg een keer doen?’

Baardman luistert naar al haar crisismanagers en neemt dan het woord. ‘Ik krijg nu net een mailtje binnen van het rivm.’ Ze leest voor: ‘Gisteravond heeft u een mail gehad die onvolledig was.’

‘Wat chaotisch!’ roept iemand.

‘Paniekvoetbal’, zegt een ander.

Los daarvan, vervolgt Baardman: ‘Wij kunnen dit organiseren. Echt, jongens. Wij kunnen opnieuw maximaal opschalen, maar dan moeten wij keuzes maken en concessies doen aan onze kwaliteit op andere taken. Vanochtend heb ik met de andere 24 ggd-directeuren geappt en ik krijg niet het beeld dat er iemand is die dit volledig kan of het gevoel heeft dat zomaar te kunnen. Wij zullen harde keuzes moeten maken intern, maar we kunnen het niet alleen met onze eigen mensen doen. Dan jagen we deze hele organisatie over de kling.’

Brethouwer zoekt al wekenlang in de regio naar extra mensen, en legt een aantal opties op tafel. ‘Ik heb bij de brandweer geïnformeerd, vanmiddag spreek ik ook met onze militaire vrienden over assistentie voor de logistiek.’ Ook belden er meerdere callcenters uit de regio die verlegen zaten om werk, en er was een groep van gepensioneerde politiemannen die aanboden zich vrijwillig op het contactonderzoek te willen storten.

Ze hebben nog 22 uur om aan Den Haag te laten weten of ze het aankunnen en op welke manier. Een onderliggende twijfel is deze: stemmen ze toe om het helemaal zelf te doen, dan tekenen ze voor een uitputtingsslag en het laten vallen van andere kritieke taken. Maar weigeren kan ook niet, het is een formele opdracht. ‘Wij krijgen steeds meer kritiek, de glans die we vijf weken hadden ligt achter ons, volgens mij’, zegt Ingrid Coenen – ze kan erom lachen. ‘Langzamerhand zie je dat daar overal barstjes in komen.’

Microbioloog en NRC-columnist Rosanne Hertzberger maakte anderhalve week geleden in haar column de ggd met de grond gelijk en stelde dat ze slecht waren voorbereid. Een geluid dat landelijk steeds vaker klinkt en binnen de muren van het gebouw in Warnsveld bij sommige medewerkers tot onrust leidt. ‘Je weet gewoon dat als dit allemaal voorbij is, iedereen gaat roepen: de ggd was niet voorbereid. Terwijl wij gewoon richtlijnen volgen. Zodra die worden aangepast, passen wij ons ook aan. Maar we kunnen niet alles doen.’

In een verlaten zwembadhal in Doetinchem, op drie kwartier rijden van de hectiek in Warnsveld, vormen zes vrouwen in roze polo’s met daarop ‘GGD Noord- en Oost Gelderland’ een merkwaardige rij. Elke paar minuten komt er een puber door de schuifdeuren binnen om een vaccinatie tegen meningokokken te halen, het is een van de kritieke taken die doorgaan. Een voor een lopen ze langs een dame bij de deur, passeren ze een registratiebalie om uit te komen bij een stip op de grond. De verpleegkundige met injectie staat op ruime afstand: ‘Draai je maar om en kijk maar naar rechts.’ Pas dan zet ze twee stappen om een klein prikje in de linkerarm te geven.

In het oude normaal zouden er meer dan duizend kinderen per dag worden ingeënt, nu zijn het er maximaal 120 per dag. Het kost de ggd al wekenlang veel personeel dat niet kan worden ingezet op andere plekken, maar het is de enige vaccinatie waarvan het rivm besloot dat die moest doorgaan omdat de bacterie ‘door de samenleving gaat’ en een reëel gevaar vormt. ‘De opkomst is tot nu toe hoog, zelfs op de Veluwe’, zegt een verpleegkundige. ‘Mensen begrijpen nu waarom dit nodig is.’

Andere afdelingen van de ggd blijven onderbezet of tijdelijk gesloten, terwijl de noodzaak niet minder is. De anders zo scherpe adelaarsblik op de 820.000 mensen over wie ze moet waken is vertroebeld geraakt. ‘Wat je maanden hebt opgebouwd, glipt ineens door je vingers’, zegt Anita Bonekamp. Zij is verpleegkundige maatschappelijke zorg en houdt met tientallen organisaties in de omgeving burgers in de gaten die zelf niet aankloppen voor hulp, maar die wel nodig hebben. Ze is alweer dagen bezig met een man die in een galerijflatje woont en waarvan de stank rond zijn woning zo heftig is geworden dat het aanpalende appartement onbewoonbaar is geworden. ‘We weten inmiddels dat er ontlasting in de woning ligt, maar verder heeft niemand meer contact met deze oudere man.’ In niet-coronatijden zouden de woningbouwcorporatie, de wijkagent, de wijkzorg en talloze andere ogen gezamenlijk een vinger aan de pols houden. Nu is dat allemaal weg.

‘We doen met videobellen en soms toch langsgaan wat we kunnen, maar in veel gevallen kun je slechts hopen dat het goed gaat’, zegt ze. ‘Bij kinderen wringt dat het meeste, al komen die weer in beeld nu de scholen weer opengaan.’

De worsteling van Bonekamp is de worsteling van de ggd: hoe verhoudt de acute corona-inzet zich tot alle andere taken die ze hier hebben en de taken die erbij blijven komen? ‘Corona treft alle inwoners van onze regio!’ staat in een memo die eind april is verspreid onder managers. ‘In de eerste plaats gaat de zorg uit naar de Covid-19-patiënten en hun naasten. Maar […] de ggd is juist de organisatie die er is voor de gehele populatie, en niet alleen voor hen die ziek zijn.’

De opsteller van de memo licht haar kopzorgen toe op de gang: ‘Wij zitten in een spagaat. Wij houden ons bezig met volksgezondheid en als wij die taken niet kunnen uitvoeren, heeft dat consequenties. Ik weet ook wel dat wij niet sexy zijn. Bij een arts aan een operatietafel hebben mensen een beeld, maar wij redden ook levens. We weten alleen nooit precies van wie.’