We zoeken naar een evenwicht rondom R

In Duitsland gaat in een aantal deelstaten de landelijke versoepeling niet door omdat R, het reproductiegetal, daar weer stijgt. In Nederland moesten in het zonnige weekend parken en stranden op slot. Zolang er geen vaccin is gevonden tegen het coronavirus zoeken bestuurders wereldwijd naar een wankel evenwicht tussen de lockdown en de besmettingsgraad.

Behalve dat iedereen moet slalommen in anderhalvemeterparcours, zijn alle draaiboeken gericht op controle van R. Dat betekent meer testen en bron- en contactonderzoek. Maar de zwakke schakel is capaciteit, en de uitvoerende ggd’s zetten zich nu schrap.

‘Geen van de 25 ggd’s kan zelfs maar het meest gunstige scenario organiseren’, zegt een regionale crisismanager verderop in dit nummer naar aanleiding van de aankondiging van vergaande versoepeling in combinatie met ‘intensief contactonderzoek’. Waarop de ggd-directeur zegt: ‘Wij kunnen dit organiseren. Echt, jongens. Wij kunnen opnieuw maximaal opschalen, maar dan moeten we keuzes maken en concessies doen aan onze kwaliteit op andere taken. En we moeten externe hulp inschakelen.’

Je weet nu al dat er straks een andere epidemie uitbreekt: het grote vingerwijzen

Op tafel verschijnen vervolgens opties voor hulptroepen. De brandweer. Het leger. Gepensioneerde politiemannen. Maar, zegt iemand, ‘zelfs als zij allemaal mensen leveren, dan red je dit niet. Misschien wel op de korte termijn maar niet tot het einde van het jaar.’ Een ander zegt weer: ‘Als we dit doen, dan jagen we deze hele organisatie over de kling. Dan is de organisatie weg en doe je alleen nog maar Covid, al je andere taken laat je dan vallen. Dat is onverantwoord.’

Deze discussie op een ggd in Gelderland toont in het klein wat nu voor heel Nederland geldt. Het opschalen van het maatschappelijk leven hangt af van de mate waarin het rivm het oplaaiende virus kan volgen, bronnen kan identificeren en laten uitdoven. In alle vitale beroepen draait het daarbij om prioriteit: als alles wijkt voor de strijd tegen het coronavirus, gaat dat ten koste van andere taken. In ziekenhuizen werd in de eerste fase van de infectie-uitbraak niet-acute zorg uitgesteld en op ic’s werd geschipperd met andere doodzieke patiënten. Bij de politie is de aanpak van misdaad naar de achtergrond verdwenen en hebben agenten de handen vol aan overlast door jongeren, zwervers en ‘verwarde personen’ in de anderhalvemetersamenleving. Bij de ggd mag nu het inentingsprogramma tegen meningokokken niet sneuvelen.

Als die prioriteit afhangt van capaciteit, zou de oplossing in het nieuwe normaal voor het testen en het contactonderzoek vervolgens niet zo heel moeilijk moeten zijn: boor thuiszitters aan. Zet studenten en middelbare scholieren in bij de ggd, zoals zij ook zouden kunnen helpen bij het binnenhalen van de oogst in de land- en tuinbouw nu er geen Oost-Europese seizoensarbeiders zijn. Dat compenseert meteen de inkomsten van de weggevallen bijbaantjes in de horeca.

Maar zo eenvoudig is het niet. Zoeken naar een evenwicht tussen opschalen en afschalen is niet een flexibele trekharmonica die beleidsmakers heen en weer kunnen trekken. De zoektocht rondom R wordt gestuurd en bijgestuurd door voortschrijdend inzicht. Typerend hiervoor is een verzuchting van de ggd-crisismanager: ‘We weten dat er nog van alles gaat komen, maar niet precies in welke volgorde en wanneer. Het voelt alsof we in een interbellum zitten.’ En ook zegt iemand: ‘Je weet gewoon dat als dit allemaal voorbij is, iedereen gaat roepen: de ggd was niet voorbereid. Maar we kunnen niet alles doen.’

Als met een vaccin straks het tijdelijke abnormaal wegebt, weet je nu al dat er een andere epidemie uitbreekt: het grote vingerwijzen. Met de achteruitkijkspiegel weet iedereen hoe het wél had gemoeten. ggd’s, het rivm, artsen, virologen, directeuren van verpleeghuizen – ze hebben onvermijdelijk vast allemaal steken laten vallen.