De blik van de Dog Whisperer

‘Weak energy brengt de roedel in gevaar’

‘Baasjes’ leren van de Dog Whisperer hoe ze pack leader moeten worden. Maar van zijn shows kan iedere die leiding moet geven wat opsteken. Ook Mark Rutte. En ook de leraar.‘Baasjes’ leren van de Dog Whisperer hoe ze pack leader moeten worden. Maar van zijn shows kan iedereen die leiding moet geven wat opsteken. Ook Mark Rutte. En ook de leraar.

Sinds ik bijna dagelijks naar Dog Whisperer kijk, zie ik de hondenfluisteraar overal. Zo sprak ik een paar maanden geleden een directeur van een Haagse vmbo die zei dat hij iedere ochtend bij de ingang van zijn school stond om zijn leerlingen te verwelkomen. ‘En omdat ik dat doe, kan ik ze ’s middags op hun donder geven’, zei hij. Ik dacht: dat is de Dog Whisperer, claim your territory. Ik heb de Whisperer dat vaak horen zeggen tegen ‘baasjes’ die hun hond al lang niet meer de baas zijn. Laat ’m eerst maar eens weten, zegt hij dan, dat het jouw huis is en niet ’t zijne. Die Haagse schooldirecteur deed dat door ’s ochtends bij de poort te gaan staan, waardoor zijn leerlingen voelden: dit is zíjn school, wij zijn hier te gast. Het is waar gezag begint.

Mijn eigen jaren als docent waren pre-Dog Whisperer, helaas. Ik heb door schade en schande moeten leren dat voor de deur van het klaslokaal hetzelfde geldt als voor de ingang van de school. Je leerlingen als een kudde wilde bizons het lokaal binnen laten stormen, betekent: het lokaal aan ze overdragen. Zij zijn daar dan de baas, zij bepalen er dan de regels – en draai dat maar weer eens terug. ‘Opening the door is an activity’, zegt de Dog Whisperer.

Voor wie het programma minder goed kent: Dog Whisperer Cesar Millan, dagelijks te zien op National Geographic Channel, schiet te hulp als mensen nauwelijks of geen controle meer over hun hond of honden hebben. Hij komt dan langs en laat zien hoe ze hun hond moeten aanpakken. Je krijgt overigens de indruk dat Amerikanen gek op honden zijn – ze krijgen allerlei speelgoed en het duurste voedsel, soms ook speciale kleding. De hond lijkt te worden beschouwd als een klein kind, het nakomertje dat door iedereen wordt doodgeknuffeld; honden die bij hun baasje in bed mogen slapen zijn geen uitzondering. Maar als de Dog Whisperer vraagt: ‘Hoe vaak ga je met ’m wandelen, en hoe lang?’, zeggen veel Amerikanen: ‘Nou, door de week hebben we niet zo veel tijd want dan werken we, maar in het weekend proberen we een half uur met ’m te lopen.’ Beleefd legt Millan dan uit dat-ie misschien daarom de bank en alle schoenen opvreet en zo agressief is. Dat dat beest zijn energie kwijt moet. En dat als-ie geen taak krijgt, hij zichzelf een taak stelt (het huis slopen).

Maar dat zijn de simpele gevallen, vaak liggen de zaken gecompliceerder. Er is een tamelijk spectaculaire aflevering waarin een goedmoedige golden retriever het niet meer hééft van angst telkens als de man des huizes zich terugtrekt in de garage om te klussen. Het echtpaar, mensen van in de zestig, begrijpt er niets van. Hun hond verbergt zich liefst helemaal achter in het huis, in een hoekje in de badkamer. Trillend zit het dier daar dan te wachten tot de man de garage weer uit komt. De Dog Whisperer heeft als motto: I rehabilitate dogs, I train people. Maar je zou dat ook kunnen omdraaien, want meestal zijn het de baasjes die ‘gerehabiliteerd’ moeten worden. Dat is wat het programma zo interessant maakt: het gaat over honden, zeker, maar meer nog over mensen en hún gektes, waar de hond een tik van heeft meegekregen. In dit geval wilde de Dog Whisperer van het echtpaar weten wiens hond het eigenlijk was. De vrouw zei dat het vooral haar hond was. En kwam zíj wel eens in de garage? ‘Ik kom er alleen op bezoek’, zei ze afgemeten. De wasmachine stond er, dus ze moest er af en toe zijn. Millan raadde de vrouw aan er wat vaker te komen. En inderdaad, toen de vrouw haar verzet tegen de garage liet varen, bleek haar hond daar ook niet meer zo bang voor te zijn.

Volgens de Dog Whisperer voelen honden spanning bij mensen goed aan. Dat die man zich zo vaak terugtrok in de garage irriteerde zijn vrouw, en dat pikte de hond op. De golden retriever was niet bang voor de garage, maar voor het onderhuidse conflict tussen zijn baasjes. Een conflict binnen de roedel, legde Millan het echtpaar uit, verzwakt de roedel, en voor honden, die in de roedel hun veiligheid en bescherming vinden, is zoiets alarmerend.

De Dog Whisperer laat baasjes met andere ogen naar hun hond kijken. Dat mensen daardoor ook anders naar zichzelf gaan kijken, verklaart vermoedelijk het succes van zijn show. Inmiddels heeft hij er meer dan honderd afleveringen op zitten en is Cesar Millan, die als zestien- of zeventienjarige Mexicaan ooit illegaal de grens overstak, een beroemdheid. Al in 2006 stuurde The New Yorker sterreporter Malcolm Gladwell op hem af, auteur van op iedere luchthaven verkrijgbare bestsellers als The Tipping Point en Outliers. In een lang artikel beschrijft hij de Dog Whisperer respectvol en bewonderend: ‘He is the teacher we all had in grade school who could walk into a classroom filled with rambunctious kids and get everyone to calm down and behave. But what did that teacher have?’ Het antwoord geeft hij een paar zinnen later: ‘Presence.’

Wat dat precies moge zijn weten in ieder geval de 47 honden die op dat moment in het Dog Psychology Center verblijven, een soort asiel waar de Dog Whisperer honden opvangt en ‘rehabiliteert’. Anders dan in andere asielen worden de honden er niet van elkaar gescheiden, en Malcolm Gladwell verbaast zich er dan ook over dat dat allemaal goed gaat, zoveel probleem­gevallen bij elkaar. De meeste honden zouden zijn afgemaakt als de Mexicaan ze niet had opgenomen: pitbulls die andere honden hebben doodgebeten, een bloedhond die mensen aanvalt, honden die zijn gebruikt voor hondengevechten. Gladwell schrijft: ‘Cesar stood in the midst of all the dogs, his back straight and his shoulders square. It was a prison yard. But it was the most peaceful prison yard in all of California. “The whole point is that everybody has to stay calm, submissive, no matter what”, Cesar said. “What you are witnessing right now is a group of dogs who all have the same state of mind.”’

Gladwell noemde zijn artikel What the Dog Saw, en inderdaad maakt Millan ‘baasjes’ ervan bewust hoe hun hond naar hén kijkt, wat zíj zien en voelen en wat hún behoeften zijn. Behalve een bepaalde geur, zegt Millan, is een mens voor een hond eerst en vooral ‘energie’.

Hoe vaag ook, ‘energie’ is een bruikbaar concept. Neem het voorbeeld van mensen die elkaar niet kennen en die hun hond uitlaten, elkaar van verre zien aankomen en de situatie niet vertrouwen. Misschien vinden ze dat hun eigen hond agressief is tegenover andere honden, of ze zijn bang dat juist die andere hond agressief is. Zodra dit soort gedachten er zijn is het kwaad volgens de Dog Whisperer al geschied. De baasjes trekken aan de riem en geven daarmee de spanning die ze zelf voelen – hun energie – door aan hun hond. Opgewonden roepen ze bevelen tegen het dier: ‘Hier blijven!’ Een uitstekende manier om de hond te laten voelen dat er gevaar dreigt, en trouw als honden aan hun roedel zijn, maken ze zich op voor de aanval.

Overal in de dierenwereld waar hiërarchie een rol speelt, of alleen al jachtinstinct, bestaat die gevoeligheid voor energie. Ook bij mensen. Maar we zijn ons er niet altijd van bewust hóe gevoelig we zijn voor de energie van de ander. In het Volkskrant Magazine stond onlangs een artikel over huilbaby’s waar speciale huilpoli’s voor zijn, klinieken waar ouders hun baby een week ­achter kunnen laten, ongeveer zoals Amerikanen hun hond waarmee het uit de hand is ­gelopen ­kunnen achterlaten in het Dog ­Psychology ­Center. Die hond draait dan een tijdje mee in een ‘stabiele roedel’ en daar knapt-ie van op.

Ook huilbaby’s in handen van kundige verpleegsters slapen op de poli doorgaans zonder probleem de hele nacht door. Volgens de poli-arts komen ouders vaak in een vicieuze cirkel terecht: waarom huilt onze baby zo veel, denken ze, doen wij iets fout? En ze raken steeds meer gespannen. De baby voelt die spanning, blijft daarom huilen, waarop de ouders nog meer gespannen raken. De Dog Whisperer had het kunnen zeggen.

Terug naar de Haagse vmbo waar de directeur ’s ochtends bij de ingang stond. Tijdens de lunchpauze stond hij er weer en hij stuurde een paar leerlingen het schoolplein af. Hij had ze gevraagd of ze nog les hadden, en dat hadden ze niet, en dus moesten ze naar huis, want dat was de regel: niet op het schoolplein of in de kantine blijven hangen. Toen hij die leerlingen wegstuurde, zei hij tegen mij: ‘En dan niet weglopen hè, nu net zo lang blijven staan tot ze doen wat je zegt.’ Ik dacht opnieuw: dat is de Dog Whisperer, want door de leerlingen op de regel te wijzen (assertief) en daar rustig te blijven staan (kalm, maar onverzettelijk) deed-ie precies wat Cesar Millan wanhopige baasjes aanraadt: altijd calm and assertive blijven.

Wat er gebeurt als je die energie niet uitstraalt, maakt Mark Rutte ons duidelijk in zijn confrontatie met Geert Wilders. ‘Doe ’s normaal man’, zegt Wilders. Rutte kraait opgewonden terug: ‘Doe ’s normaal? Doe zelf effe lekker normaal!’ De premier kijkt gespeeld verbijsterd om zich heen, op zoek naar bijval. Rutte projecteert weak energy en Wilders is er niet van onder de indruk. ‘Mother nature attacks weak energy’, zegt de Dog Whisperer. En inderdaad, om die slappe reactie – met enige goede wil nog assertief te noemen, maar bepaald niet kalm – kreeg Rutte er in de media behoorlijk van langs.

De voor het oog van de camera vaak wat ongemakkelijke Job Cohen is niet minder hard aangevallen. Voor PowNews-_hyena Rutger Castricum was hij telkens weer een prooi. Cohen probeerde wel assertief te zijn, maar het was niet spontaan, een toneelstukje, je voelde de onzekerheid erachter. De gebetenheid van Castricum op de bijna weerloze Cohen doet denken aan de pestkop met zijn obsessie voor het pispaaltje van de klas, en je kunt je afvragen welke van zijn eigen demonen de verslaggever eigenlijk in Cohen bestreed. Het lijkt me niet toevallig dat het Castricum zelf, die in _De wereld d_raait door_ kritiek kreeg van Felix Rottenberg en Frénk van der Linden, evenmin lukte een natuurlijke kalmte te bewaren. Net als Cohen kwam hij krampachtig over, zij het veel agressiever – een houding die de Dog Whisperer geregeld bij onzekere honden aantreft en die hij fearful dominance noemt, angstige dominantie, of dominantie-uit-angst. Matthijs van Nieuwkerk zag het ook, getuige zijn opmerking: ‘Je maakt een bange indruk, man.’

Het geeft aan hoe gevoelig we zijn voor energie. En daarmee hoe belangrijk het is voor leiders, ouders en leraren, net als voor hondeneigenaren, om in ieder geval te probéren calm and assertive te blijven. Neem het incident met de conrector in Nieuwegein. Die belandde eind vorig jaar op het politiebureau omdat hij een lastige leerling de klas uit had gezet, fysiek. Die leerling had onmiddellijk zijn vader erbij gehaald, die zo veel stampij maakte dat de politie tussenbeiden moest komen. Uiteindelijk voerde de politie de conrector maar af, wat de politie op veel kritiek is komen te staan. De kiem voor al die ellende ligt in een gebrek aan ‘kalme assertiviteit’ bij de conrector. Dit incident sprak me aan omdat het me in de tien jaar dat ik zelf heb lesgegeven ook wel eens is overkomen. Een jongen van een jaar of zestien die weigerde het lokaal te verlaten, die ik daarom bij zijn bovenarm pakte en de klas uit zette. Hij stribbelde behoorlijk tegen. Toen ik terugliep naar mijn bureau, met rode wangen en kloppend hart, zag ik aan sommige leerlingen dat ze gechoqueerd waren. Ze begrepen wel dat die jongen zelf weg had moeten gaan, maar hem dan de klas uit sleuren… Nu ze hun leraar in deze nieuwe gedaante hadden gezien, voelden ze zich niet meer veilig bij mij. Woede, frustratie, weet ik sinds de Dog Whisperer, is unstable energy, en dat wordt noch door honden noch door mensen gezien als de energie van een pack leader. Sommige leerlingen zeiden ook, op verontwaardigde toon, dat ik dat niet had mogen doen. Daar klonk ongerustheid in door.

Wat kalm is weet iedereen, maar wat betekent assertief eigenlijk, hoe vullen we dat in? Daarvoor gaan we weer terug naar Rutte, en naar het pvv-meldpunt voor klachten over Oost-Europeanen. Rutte bleef tijdens de heisa daarover helaas ál te kalm: hij weigerde zelfs te reageren. Dat kan natuurlijk niet. Bij zaken die ertoe doen, en zo’n meldpunt doet ertoe, wordt naar de leider gekeken om een reactie. Vooral de ambassadeurs van de Oost-Europese landen namen Rutte zijn ‘oorverdovende stilte’ kwalijk.

Keek onze premier ook maar naar Dog Whisperer. Dan had hij geweten dat je gezag vestigt – assertiviteit ‘invult’ – met rules, bounderies and limitations, door regels en grenzen te stellen en beperkingen op te leggen – en anders dan bij honden zijn dat bij mensen vooral morele grenzen en beperkingen. Rutte had de wereld moeten laten weten dat zo’n meldpunt te ver gaat – een grens moeten stellen. Crisissituaties, zegt de Dog Whisperer, zijn niet per definitie een teken van falend leiderschap, integendeel: ze zijn een goede gelegenheid pack leadership te vestigen. Rutte liet die kans lopen.

De Haagse vmbo-directeur zei tegen een leerling die met zijn pet op naar binnen wilde lopen: ‘Doe die pet even af, joh.’ Het lijkt iets kleins, maar door dit soort regels te stellen creëerde de directeur niet alleen een pettenloze school maar won hij in de ogen van zijn leerlingen ook aan autoriteit. Een hond heeft regels nodig, alleen al om te weten wie de baas is. Pas dan voelt hij zich veilig genoeg om zich te onderwerpen en keert de rust terug. Bij mensen werkt het niet anders.

Een roedelleider heeft de taak te voldoen aan de basisbehoeften van zijn roedelgenoten. Die zijn volgens de Dog Whisperer: exercise, discipline, affection – in die volgorde. Een hond die flink kan rennen, zijn energie kwijt kan, laat zich makkelijker disciplineren, dat wil zeggen regels en beperkingen opleggen. Gezien de gezags­problemen van de laatste decennia in het onderwijs, vooral op de vmbo’s, kan het geen kwaad erop te wijzen dat dit voor leerlingen net zo werkt. Ook voor kinderen is bewegen, sporten, een goede uitlaatklep voor overtollige energie en frustraties.

Maar exercise betekent voor de Dog Whisperer niet alleen bewegen, het betekent ook: een taak uitvoeren. Door een hond een taak te geven – van een tennisbal terugbrengen tot een blinde geleiden – vergroot je zijn zelfrespect en zelfvertrouwen, kortom zijn welbevinden. Onlangs zei de ontwikkelingspsycholoog Steven Pont, auteur van het pas verschenen Mensenkinderen!, in NRC Handelsblad dat de kinderen die het het beste doen, ondanks ernstige problemen, de kinderen zijn aan wie eisen worden gesteld.

Beeldhouwer en projectorganisator Marco Mout, in de Volkskrant onlangs ‘de puberfluisteraar’ genoemd, weet dat ook. In zijn atelier in Zutphen waar veel met hout wordt gewerkt, lopen altijd wel een paar jongens mee die op school zijn vastgelopen. Hij is streng voor ze en houdt ze bovendien een half jaar weg van het ouderlijk huis – alsof ze bij hem in een soort Dog Psychology Center zitten. Hij zegt: ‘Ik ben niet hun vriend.’ En hij gelooft vooral in dóen: ‘Zo moeilijk is het niet om jongens zinvol werk te geven’, een taak dus. Van het uwv tot de Centra voor Jeugd en Gezin, allemaal zijn ze bij hem langs geweest om de kunst af te kijken – hoe je dit soort jongens weer in het gareel krijgt.

Mout zei ook dat hij er altijd zo snel mogelijk achter probeert te komen waar de interesse van zo’n jongen ligt. Daarin lijkt hij ook weer op de Dog Whisperer, die je altijd goed naar honden ziet kijken – welke taak zou voor deze hond nou eens geschikt zijn? Docenten zouden even goed naar hun leerlingen moeten kijken. Ze doen dat vaak al, maar misschien voelen ze net niet genoeg verantwoordelijkheid om dat ene kind dat extra taakje te geven waaraan het meer zelfvertrouwen kan ontlenen.

Taken geven, regels en grenzen stellen, die ook handhaven – dus corrigeren, en nooit uit woede of frustratie – en pas affectie geven als je ‘gewenst gedrag’ ziet. Aldus de Dog Whisperer. Het moment waarop je affectie toont, je hond aanhaalt, je kind een knuffel geeft, je leerling een complimentje, is van essentieel belang. Het helpt niet, zo blijkt keer op keer uit het programma van Cesar Millan, een hond aan te halen in de hoop dat-ie zich dan beter gaat gedragen. Op die manier creëren veel Amerikanen juist het monster waarvoor ze uiteindelijk de hulp van de Dog Whisperer moeten inroepen.