Webnep

Irish Cream is echt een drankje om reclame voor te maken. Je drinkt het niet dagelijks, en zelfs mensen die het lekker vinden zijn geneigd te vergeten dat het bestaat. Het reclamespotje voor Baileys Irish Cream dat momenteel veel wordt uitgezonden, herinnert de televisiekijkers nog maar eens aan het likeurachtige drankje. Meer doet dat spotje niet.

Ik zou niet weten wat het filmpje laat zien. Vast iets met een stoere man en een sexy vrouw bij een haardvuur. Van die gelikte plaatjes die iedereen verwacht bij een likeurachtig drankje, en die daarom nauwelijks opvallen. Eigenlijk is het spotje niet meer dan zo'n geel memobriefje (ook gelikt) waar de merknaam Baileys op is geschreven.
Maar er staat nog iets anders op dat briefje. In de laatste beelden van het filmpje verschijnt een nummer op het scherm. Het adres van een website op Internet. Er staat verder geen uitleg bij. Niet: ‘voor meer informatie’, of: 'voor eventuele klachten’. Het nummer staat er zo vanzelfsprekend als een 06-nummer onder de foto van een uitdagend schatje. 'Bel mij’, fluistert het nummer, of in het geval van dat Baileys-adres: 'bel mij in’. Bij het schatje kan ik wel ongeveer inschatten wat zo'n telefoontje oplevert. Maar waarom zou een mens in vredesnaam de website van Baileys bezoeken? Ik kan me er niets bij voorstellen. Reden genoeg om het onmiddellijk te doen.
Een website van een reclameproduct is meestal een heldere demonstratie van de bedoelingen van de makers. Die willen ten eerste dat de site veel bezoekers trekt. (Misschien maakt dat tv-spotje van Baileys geen reclame voor het drankje, maar voor de website.) Hoeveel bezoekers zo'n site trekt, wordt heel precies geregistreerd. En met die cijfers kunnen degenen die binnen het bedrijf met het idee kwamen om het Net op te gaan, aantonen dat het een goed idee was. Wie de website van een bedrijf bezoekt, is immers een potentiële klant. Hij is enige tijd met het betreffende bedrijf bezig geweest, en dat is nog te bewijzen ook!
Het is zelfs mogelijk om te registreren hoe lang de bezoekers op de site hebben rondgehangen. Ook met die cijfers kan de voorvechter van de website dus scoren bij de baas. (Netsurfers met net zo'n langzame computer als ik moeten dus van harte welkom zijn op zo'n bedrijfssite, want die brengen de gemiddelde lengte van het bezoek lekker omhoog.)
Om ervoor te zorgen dat bezoekers vooral lang blijven 'rondlopen’, moet een website al bij de eerste entree de suggestie wekken dat er een hoop te doen is. En dan vooral met de illusie dat de bezoeker zelf alles kan ontdekken. Baileys heeft voor het creëren van die illusie de meest letterlijke metafoor gekozen: het kasteel. De nieuwsgierige Internetter wordt bij aankomst tot avonturier gebombardeerd. 'Welkom, reiziger’ staat er op een bord. Daarnaast de afbeelding van een woestijn met het Baileys-kasteel als fata morgana in de verte. Van dat kasteel krijg je een plattegrond te zien, die uitnodigt tot het bezoeken van alle 'geheime’ hoekjes. Het is regelrecht afgekeken van het adventure-spel, maar alleen de uiterlijke kenmerken zijn overgenomen. Bij een adventure-spel raak je steeds dieper in zo'n kasteel. Het Baileys-avontuur is zo plat als een verzameling memobriefjes. Bij het binnengaan van iedere ruimte stuit je binnen twee muisklikken op een gele reclamefolder vol monsterlijk geschreven reclamepraat. Punten kun je als bezoeker niet verdienen, of het moet de optelsom zijn van de ontelbare keren dat je de naam leest van het avontuurlijke drankje. Maar dat zijn eigenlijk punten die Baileys verdient.