Wederkerigheid

Nu de economie weer aantrekt, is er ruimte voor andere zaken die het leven waardevol maken, zoals de economie van de wederkerigheid.

Misschien was geluk ook wel een te zweverig begrip voor politici, economen en statistici. Die willen meten en hoe meet je het bruto binnenlands geluk? Niet iedereen wordt van hetzelfde gelukkig. Eerder deze eeuw leek geluk als alternatieve graadmeter voor het bruto binnenlands product bezig aan een opmars. Er was in het leven immers meer dan alleen maar de groei van de economie, of erger, door de focus op alleen die groei was er geen oog voor vervuiling, onevenwichtige verdeling van de rijkdom, honger, eenzaamheid, dierenleed en andere ellende.

Daarom was er in 2004 in Bhutan een mede door Nederland gefinancierde internationale conferentie over wat kortweg het bng, bruto nationaal geluk, wordt genoemd. Toenmalig GroenLinks-partijleider Femke Halsema schreef er vier jaar later een boek over met Geluk! als toepasselijke titel. En ook de Vlaamse, christendemocratische politicus en voormalig premier van België, Herman Van Rompuy, ging op zoek naar graadmeters voor geluk.

Misschien is het de economische crisis geweest die deze zoektocht naar andere graadmeters dan het oude, vertrouwde bruto binnenlands product (bbp) op een laag pitje zette. Eerst komt immers het eten, dan pas de moraal. Maar nu de economie weer groeit, is er ook weer de zoektocht naar andere zaken die het leven waardevol maken. Geluk wordt het echter niet meer genoemd.

Wederkerigheid heet het nu, oftewel mutuality. Vorige week was er in de oude vergaderzaal van de Tweede Kamer een internationale conferentie over the economy of mutuality, mede georganiseerd door de ChristenUnie, een partij die eveneens jaren geleden al verder wilde kijken dan puur de economische groei. Hoofdspreker op de conferentie was de Fransman Bruno Roche, als econoom werkzaam bij het bedrijf Mars Inc. Hij schreef over het thema samen met anderen het boek Completing Capitalism.

Volgens Roche zal blijken dat het huidige kapitalisme slechts een kleine periode in de geschiedenis van de mensheid beslaat. Probleem is wel dat wij er middenin zitten. En het fout zien gaan. Zijn verhaal oogt simpel: bedrijven presteren alleen maar goed als ze goed doen. Dat ‘goed presteren’ is dan niet grote winsten boeken op de korte termijn, maar goed zijn voor de mensen, de samenleving en de natuur.

Het zou zomaar kunnen ontaarden in puur ‘voor wat, hoort wat’

Voor iemand die bij een multinational als Mars Inc. werkt, klinkt dat zweverig, maar Roche gaf het voorbeeld van de cacaoboeren waar zijn multinational van afhankelijk is. Alleen als die boeren ecologisch verantwoord cacao produceren, kan Mars blijven voortbestaan. Wederkerigheid betekent in dit geval dat wat de aarde geeft ook weer aan de aarde moet worden teruggegeven, anders put je haar uit. Volgens Roche zag Mars de omzet en de winst stijgen toen het zich samen met de boeren ging richten op het grootste pijnpunt, het ecosysteem.

In de economie van de wederkerigheid is volgens Roche één hoofdregel: compenseer natuur met natuur, mensen met mensen, sociaal kapitaal met sociaal kapitaal enzovoort. Oftewel, reken af met het huidige kapitalisme waarin economische groei ten koste gaat van grote groepen mensen, van de natuur, van dieren. De Tilburgse hoogleraar Lans Bovenberg zei op de conferentie zijn studenten te leren dat economy is mutuality: samen kun je meer, diversiteit genereert waarde en delen van winst creëert vertrouwen.

Er mag dan een dip hebben gezeten in de aandacht voor andere graadmeters dan alleen het bruto binnenlands product, een werkgroep van Tweede-Kamerleden heeft niet stilgezeten en is stug blijven zoeken naar alternatieven. Als resultaat daarvan komt het Centraal Bureau voor de Statistiek binnenkort met een rapport over hoe Nederland ervoor staat aan de hand van zestig indicatoren die door de werkgroep zijn opgesteld. Er wordt gekeken naar onderwijs, wonen, biodiversiteit, waterkwaliteit, ongelijkheid, huishoudinkomen en nog veel meer.

Voorzitter van de werkgroep, Rik Grashoff van GroenLinks, zei tijdens de conferentie dat de cijfers voor de verschillende indicatoren niet mogen leiden tot één nieuw, algemeen cijfer. Dan zou iopnieuw een slecht cijfer voor inkomensgelijkheid gecompenseerd kunnen worden door een goed cijfer voor economische groei. Van een brede kijk op welvaart zou dan niks overblijven. Grashoff hoopt dat de fracties in de Kamer én het kabinet over enkele weken met een open blik naar deze eerste monitor voor die brede welvaart kijken.

Een voorproefje van wat een economie van wederkerigheid voor politiek gevoelige vragen kan oproepen kregen de aanwezigen in de Oude Zaal van cda-minister van Financiën Wopke Hoekstra. Hij opende de conferentie met de opmerking dat in zijn baan weinig ruimte is voor intellectuele twijfel en dat hij deze gelegenheid wilde aangrijpen dat wel eens te doen. Hoekstra wierp drie morele vragen op waarover hij twijfelt en graag debat wil. Moet er bij orgaandonatie sprake zijn van wederkerigheid, ontvanger alsook donor? Geldt de nationale hypotheekgarantie ook voor mensen die gaan scheiden, dat is immers eigen keuze en was die garantie niet bedoeld voor het noodlot, zoals ziekte of dood? Kunnen we van uitkeringsgerechtigden eisen dat ze verhuizen als elders wel werk is, tenslotte betaalt de middenklasse hun uitkering?

Die laatste vraag klonk me bekend in de oren. Hoekstra’s verre voorganger op Financiën, Onno Ruding, mopperde in de jaren tachtig al dat uitkeringsgerechtigden liever bij tante Truus blijven wonen. Misschien dat ik daardoor de vragen van Hoekstra als retorisch interpreteerde. Maar daarmee waarschuwde hij mij wel voor het naïef omarmen van het begrip wederkerigheid. Het zou zomaar kunnen ontaarden in puur ‘voor wat, hoort wat’.