Wederopbouw en de maartbonus

Santiago - Een rechtse president die de week na zijn aantreden praat over belastingverhoging en een ‘maartbonus’ van zestig euro uitdeelt aan vier miljoen arme landgenoten? Chili lijkt in handen gevallen van een klassieke Latijns-Amerikaanse populist. Maar bijzondere omstandigheden vereisen bijzondere maatregelen en daar deinst Sebastián Piñera niet voor terug.
De 61-jarige miljardair - hij verdiende zijn fortuin door in Chili de creditcard te introduceren - zorgde op 17 januari voor de eerste aardverschuiving van het jaar, een politieke. Voor het eerst sinds het vertrek van dictator Augusto Pinochet in 1990 kwam in Santiago een rechtse president aan de macht. Zes weken later vond de tweede aardverschuiving plaats, een geologische. Het centrum van Chili, waar tachtig procent van de bevolking woont en het gros van de economische activiteit plaatsvindt, ligt plat. De schade bedraagt 22 miljard euro.
Piñera besefte snel wat dit voor zijn presidentschap zou betekenen. De Chilenen hadden voor hem gekozen omdat ze na twintig jaar onder de linkse coalitie Concertación verandering wilden. Dat Piñera’s broer staatssecretaris was onder Pinochet woog 37 jaar na de coup minder zwaar dan altijd dezelfde gezichten voorbij zien komen.
Bovendien voerde Piñera campagne met vrijwel hetzelfde programma als de Concertación, maar veel dynamischer. Hij zou Chili definitief naar de Eerste Wereld leiden, voor zes procent economische groei per jaar zorgen plus een miljoen banen erbij. Maar toen Piñera in maart zijn eerste kabinetsvergadering voorzat, ging het daar niet meer over. In plaats van briljante economische strategieën bracht hij voor al zijn ministers een helm en een stopwatch mee. Er moest gebouwd worden, en snel. Piñera had al voor zijn inauguratie aangekondigd de 'president van de wederopbouw’ te worden.
De eerste afgehamerde stukken in het congres betroffen noodwetten en een overhoop getrokken begroting voor 2010. En de maartbonus, een door de linkse partijen afgedwongen verkiezingsbelofte waar Piñera niet onderuit kon. Daarna ging hij op zoek naar geld voor de wederopbouw en groot was de verbazing toen hij erop speculeerde de royalty’s op koper te verhogen.
Chili is ’s werelds grootste koperproducent en één of twee procent meer belasting daarop heffen betekent miljarden euro’s meer in kas. Maar zelfs linkse partijen steigerden: bestaande contracten moeten dan overhoop en het imago van Chili als betrouwbare handelspartner zou beschadigd worden.
Dat een ras-ondernemer als Piñera zoiets überhaupt ter sprake durfde te brengen, zegt veel over zijn pragmatische instelling en zijn inschatting van de schade in Chili: die is gigantisch. Dat hij ondertussen ook zijn verkiezingsbeloften zegt te kunnen inlossen, lijkt eerder politiek spel. Of, zoals een politiek analist daarover schreef: 'Voordat we snel kunnen lopen, moeten we ons eerst oprichten.’