Wederzijds begrip

Simone de Beauvoirs ‘herontdekte meesterwerk’ Misverstand in Moskou begint zo: ‘Ze keek op van haar boek. Wat vervelend, al die afgezaagde verhalen over miscommunicatie! Als je per se wilt communiceren, lukt dat altijd wel, zo goed en zo kwaad als het gaat.’

De roman, of eigenlijk novelle, heeft – surprise, surprise – vervolgens precies dát als onderwerp. Nicole en André, twee gepensioneerde leraren, zijn op vakantie in Moskou, om daar André’s volwassen dochter Masja te bezoeken. Ze worden allebei geconfronteerd met teleurstelling en ouderdom, zwijgen daarover, spreken de verkeerde dingen uit, begrijpen op een gegeven moment hun hele huwelijk niet meer. Tijdloze thema’s, net als het voortdurende diëten van Nicole (‘Heeft u geen honger?’ ‘Jawel. Maar ik wil niet dik worden’), en André’s neiging om steeds net te veel wodka te drinken.

Toch speelt het boek, geschreven in 1965, zich af in een wereld die in allerlei opzichten niet meer bestaat. De Sovjet-Unie is verdwenen, Leningrad heet weer Sint-Petersburg, de verschillen tussen Oost en West worden niet meer gedefinieerd door communisme versus kapitalisme. Maar ook het huwelijk van André en Nicole voelt gedateerd, de manier waarop ze vakantie vieren, bekvechten, elkaar liefhebben. Die gedateerdheid werkt, omdat ze laat zien wat wél tijdloos is, maar ook omdat ze iets blootlegt over onze eigen tijd.

Neem het einde (dit is geen spoiler, het gaat hier niet echt om de plot): na een diepe huwelijkse crisis, hervinden André en Nicole elkaar weer. Hoe? Door het uit te praten.

‘Maar waarom begrepen we elkaar zo slecht?’ vraagt Nicole aan André.

‘Onze teleurstelling bracht ons in een slecht humeur’, antwoordt hij. ‘Al helemaal omdat het onszelf niet wilden bekennen.’

En, in de laatste alinea: ‘Ze hadden elkaar teruggevonden. Hij zou vragen stellen en zij zou antwoorden.’

Ik, twintiger in de 21ste eeuw, moest hier een beetje om lachen. Was het werkelijk ooit zo simpel? Lukte het mensen eerlijk met elkaar te praten, precies hun bedoelingen aan elkaar duidelijk te maken, zich te verzoenen in wederzijds begrip?

Ik moest denken aan de Twitter-rel die eind vorige week oplaaide rondom Lena Dunham, maker van de HBO-serie Girls en feminist een aantal golven après la Beauvoir. Ze zou, volgens de rechts-conservatieve Amerikaanse website Truth Revolt, in haar autobiografische boek Not That Kind of Girl, een scène beschrijven waarin ze haar kleine zusje seksueel misbruikt. Het internet explodeerde daarna zo’n beetje. Ze was een child molestor, had stenen in haar zusjes vagina gestopt, gemasturbeerd in haar bijzijn, moest worden opgesloten. ‘Do not allow anyone defending Lena Dunham anywhere near your children or any children you care about!’

Overtrokken? Dunham had het zelf opgeschreven, het waren háár woorden, niet meer en niet minder.

Ik las de betreffende passages er nog eens op na. Een zevenjarig meisje kijkt tussen de benen van haar zusje en ontdekt dat die, voor de grap, steentjes in haar vagina heeft gestopt. Haar moeder verwijdert de steentjes. Einde scène. In een andere scène vertelt Dunham hoe ze vaak ’s nachts bij haar zusje ging checken of ze nog wel ademde.

Het is bijna lachwekkend dat half (driekwart?) Amerika hier blijkbaar van over de rooie gaat. Helaas werd ik overvallen door een te groot gevoel van moedeloosheid om er daadwerkelijk om te kunnen lachen.

Ik was opgelucht toen de populaire Amerikaanse website Slate een artikel publiceerde waarin werd uitgelegd dat dergelijk gedrag niet onder de noemer seksueel misbruik valt, maar nogal gewoon is en veelvoorkomend bij kinderen.

Een greep uit de commentaren op het artikel:

‘The bitch is a sex offender. If she were a man her career would be over.’

‘Why are we trying to reframe what she said IN HER OWN WORDS?’

‘Lena Dunham is a pig who promotes the murder of babies.’

‘Try as hard as she might, whatever she does she’ll just never be able to match Woody Allen.’

(Om dat laatste kon ik dan wel weer lachen: ik ben dol op mensen die elk excuus aangrijpen om Woody Allen erbij te halen.)

De volgende dag publiceerde Slate een artikel met de titel ‘Lena Dunham Didn’t Molest Her Sister, but Female-on-Female Sexual Abuse Is Real and Awful’. En wier foto stond erboven? Die van Dunham.

Ik verlangde terug naar de tijd van De Beauvoir, toen het nog mogelijk was een sigaret op te steken, te praten, te luisteren, een poging te doen de ander te begrijpen.