Janet Malcolm, Iphigenia in Fores

Wedstrijd tussen twee vertellers

Janet Malcolm, Iphigenia in Forest Hills, € 21,50

‘Iedere journalist die niet te stom is, of te vol van zichzelf om te merken wat er gaande is weet dat wat hij doet moreel onverdedigbaar is.’ Zo verwoordde de legendarische Amerikaanse journaliste Janet Malcolm (1934) het ‘morele probleem van de journalistiek’, een van de belangrijkste thema’s van haar non-fictie.

Medium 9780300167467

Haar werk toont het onvermijdelijke verraad dat gepaard gaat met het vertellen van een waar gebeurd verhaal. De totstandkoming daarvan is bij haar vaak een plot op zich. Malcolm vertelt het verhaal van het verhaal. In haar nieuwste boek Iphigenia in Forest Hills is dat verhaal een gezinstragedie.
Voor haar thuisblad The New Yorker volgde Malcolm in 2009 het strafproces van Mazoltuv Borukhova, een 35-jarige arts die als medeplichtige veroordeeld werd voor de moord op haar ex-man, kort nadat deze om vage redenen de voogdij had gekregen over hun jonge dochter Michelle. Het boek, dat een uitbreiding is van het oorspronkelijke artikel in The New Yorker, vertelt hoe de slepende rechtszaak een wig drijft in de benepen, streng joodse immigrantengemeenschap in Queens waar het gezin deel van uitmaakte: een slangenkuil van roddelende zussen, hysterische mama’s en trotse broers en vaders waar je eigen zaken nooit helemaal eigen zijn.
In de rechtszaal, die ze omschrijft als een verzuurde bruiloft met een kamp voor de bruidegom en een kamp voor de bruid, bevindt Malcolm zich niet bepaald ‘in the middle’. In tegenstelling tot de andere aanwezige journalisten koestert ze een zekere sympathie voor de stugge, ondoorgrondelijke Borukhova, die zich met haar rigide voorkomen en vreemde manier van doen steeds verder vervreemd weet van het publiek, de jury, de commentators en de rechter.
Zonder expliciet het vonnis te bediscussiëren stelt Malcolm zich de taak om de grondslagen te bevragen van de publieke consensus over Borukhova’s kwaadaardigheid. Dat doet ze op haar karakteristieke manier: een mix van reportage, biografie, literaire kritiek, psychoanalyse en negentiende-eeuwse vertelkunst. Eerder paste ze deze methode succesvol toe in de levensverhalen die ze schreef over Sylvia Plath en Gertrude Stein, en ook in haar spraakmakende boek over haar gang door de archieven van Freud. Hoe verschillend van onderwerp ook, in ieder boek reflecteerde Malcolm op even ingenieuze als meedogenloze wijze op de valkuilen van biografisch en wetenschappelijk onderzoek, en de onontkoombaar onaangename kanten van de journalistiek.
In het door haar geliefde genre van de rechtsverslaggeving komen fascinatie en techniek van Malcolm prachtig samen. Ze maakt haar metakritische positie kenbaar door op te merken dat we een strafproces kunnen zien als een wedstrijd tussen twee vertellers: 'Trial lawyers are storytellers.’ Beide kanten van de geschiedenis reconstrueert ze in onberispelijk proza, en voorziet ze van diepgaande psychologische analyses. In een van de interessantste passages staat ze zichzelf zelfs toe om tijdens een interview te concluderen dat een van de belangrijkste getuigen van de aanklager, de juridische voogd van Borukhova’s dochter Michelle, die de verdachte allesbehalve goed gezind is, aan ernstig paranoïde waanideeën lijdt.
Met meer van dit soort opmerkelijke details brengt de auteur gaandeweg complexiteit aan in het verhaal dat door de buitenwereld grotendeels in hapklare brokken wordt verteerd, ten nadele van de beklaagde. Malcolm wijst niet één schuldige aan, maar fileert het cultuurpsychologisch fenomeen van domme instemming met 'autoriteit’. Zich daartegen verzettend laat ze zien dat er tegenover elk goed verteld verhaal een even inleefbaar relaas geplaatst kan worden. Haar kritiek is soms echter wel erg expliciet: 'The press has made the prosecution’s narrative its own. Journalism is an enterprise of reassurance… we explain and we blame. We are connaisseurs of certainty.’ 'We’ is hier natuurlijk niet Janet Malcolm. Haar commentaar is duidelijk, op een enkele plek wat overduidelijk. Het ontbreekt Iphigenia in Forest Hills door die uitleggerigheid dan ook soms een beetje aan de subtiliteit van Malcolms andere werk.
Waar Malcolm over het algemeen namelijk juist in uitblinkt, is impliciete kritiek. Die past ze onder meer toe met een techniek die zich het best laat omschrijven als 'genadeloos quoten’. Gelukkig laat ze dat ook hier niet na, om bijvoorbeeld de zakkigheid van de rechter te kunnen illustreren: 'This trial is going to be over on March 17th because I’m going to be sipping piña coladas on the beach in St. Martin.’ Het is deze bravoure om mensen zonder medelijden in hun hypocriete hemd te zetten die Malcolm haar reputatie als oncompromitterend en controversieel opleverde. Het schrijven over strafzaken lijkt bij uitstek de kans te bieden om zulke journalistieke harteloosheid uit te oefenen.
De lezer van Iphigenia in Forest Hills krijgt echter niet de indruk dat het diepteonderzoek van de auteur gedreven wordt door genadeloosheid. Integendeel. Net als het personage van Henry Fonda in de klassieke rechtbankfilm Twelve Angry Men licht Malcolm iets uit in het proces, dat eng genoeg nog wel eens vergeten wordt in het Amerikaanse rechtssysteem: reasonable doubt. Die twijfel is uit haar hybride werk niet weg te slaan. Ambiguïteit is voor Malcolm een medicijn tegen de morele ziekte van de naar harde waarheid zoekende journalistiek. Met goed gehanteerde literaire middelen, zoals de mythologiserende titel, geeft ze deze door de publiekelijkheid van haar nuance beroofde familietragedie terug aan de privé-sfeer. Het resultaat is daarmee verre van harteloos.

JANET MALCOLM
IPHIGENIA IN FOREST HILLS: ANATOMY OF A MURDER TRIAL
Yale University Press, 155 blz.,
$ 25.-