Zowel David Vanns debuut, de verhalenbundel Legende van een zelfmoord (2008), als zijn eerste roman Caribou Eiland (2011) begint met de woorden ‘Mijn moeder…’ In de bundel gaat het om een moeder die op een van de eilanden van Alaska het leven schenkt aan een zoon, wiens vader een suïcidale ex-tandarts is. De roman opent met een verhaal van een vrouw wier moeder een eind aan haar leven maakt. De tienjarige dochter ziet haar hangen. Die gebeurtenis verdringt ze, maar uiteindelijk wordt de doem van haar moeder haar eigen ondergang. David Vann overvalt de lezer vanaf de eerste bladzijde.
Om nu te zeggen dat Vanns verhalen en zijn roman een beklemmende sfeer ademen, een cliché in besprekingen, is gemakzuchtig en onjuist. Zijn vertellingen zijn pogingen in fictie om het fenomeen zelfmoord, dat Vann als puber overviel toen zijn vader zich van het leven beroofde, van meerdere kanten te bestuderen zonder te vervallen in rechtstreekse rouwverhalen. Was Vann niet zelf schuldig aan de dood van zijn vader omdat hij op een cruciaal moment niet inging op een uitnodiging van hem? Schrijven als meedogenloos onderzoek naar de pijn van het leven, naar het verlies van dierbaren. Wie Vann leest beseft dat de echte schrijver de grens van het net nog draaglijke opzoekt én die willens en wetens overschrijdt. Inderdaad: de lectuur van zijn werk is soms onverdraaglijk. Die opmerking bedoel ik als compliment.
De kernvertelling van Legende van een zelfmoord is Sukkwan Island. Roy, die bij zijn stiefmoeder in Californië woont, besluit de uitnodiging van zijn vader, ex-tandarts in Fairbanks, te accepteren en naar een afgelegen eiland in Alaska te vertrekken waar zijn vader wil overwinteren in een blokhut. De zoon merkt daar dat zijn vader niet alleen wordt geteisterd door hoofdpijn, maar ook door een bodemloos verdriet om zijn vrouw, Roy’s stiefmoeder, die hem heeft verlaten. De vader ontpopt zich als een zelfdestructieve mislukkeling. Toch is het de zoon die in een opwelling doet wat de vader niet kan of durft, waarna er een indrukwekkend beschreven fragment volgt waarin de vader zijn dode zoon door de barre natuur van Alaska vervoert en hem begraaft. Het is intens, zintuiglijk geladen proza, dat niet onderdoet voor Cormac McCarthy’s The Road en De grenstrilogie. Vann stelt Alaska voor als meedogenloze omgeving, totaal isolement en als frontier inclusief blokhut. In zijn werk fungeert deze staat als idee van complete ontreddering: de mens als homo faber die zijn eigen blokhut en zijn eigen bestaan uiteindelijk niet opbouwt maar afbreekt.
In Caribou Eiland bewegen de hoofdpersonages - de gesjeesde promovendus en professionele mislukkeling Gary en de net gepensioneerde kleuterjuf Irene - zich ook van de bewoonde wereld af: 'Bijna een nieuw soort huifkar op weg naar nieuw land en het stichten van een nieuw huis.’ Gary wil per se op een afgelegen eilandje een blokhut bouwen en opnieuw beginnen. Als mediëvist en Beowulf-liefhebber is hij op zoek naar vergane idylles en denkbeeldige dorpen. Maar de maker wordt een breker. En Irene, die voorvoelt dat haar man haar wil verlaten en gebukt gaat onder verlatingsangst, gaat in opperste wanhoop en met barstende hoofdpijn met hem mee, wetend dat het 'een krankzinnig project’ is dat de afgrond dichterbij brengt. Daartussendoor weeft Vann een verhaal over de bezorgde dochter Rhoda, die de destructieve acties van haar moeder voorspelt maar blind blijft voor de seksuele escapades van haar man, een overspelige tandarts. Het steeds verspringende perspectief tussen Gary en Irene zorgt ervoor dat de lezer de communicatiekloof tussen de echtgenoten kan peilen.
De vecht-, boete- en strafrelatie die Gary en Irene onderhouden groeit uit tot een dodelijk 'steekspel’. De gefnuikte academische ambities van Gary hebben hem gereduceerd tot botenbouwer en lasser. Spijt en verbetenheid beheersen zijn beperkte bestaan, ex-kleuterjuf Irene verslaat hem zelfs in verbetenheid en weet hem uiteindelijk voor eeuwig aan zich te binden, dankzij een effectief wapen: pijl en boog.
Waar Caribou Eiland op uitloopt wordt al voorspeld op de eerste bladzijde: de zelfmoordgeschiedenis herhaalt zich. Maar Vann zorgt ervoor dat die herhaling een variant krijgt die huiveringwekkend is. Irene en Gary helpen elkaar naar de verdommenis. Ze staan niet stil bij de vraag hoe het kan dat ze hun eigen dagdromen en visioenen niet kennen. Irene vindt dat haar man haar van alles en iedereen heeft afgesneden. Gary beseft dat er 'iets mis [is] met hem’. Opvallend is dat de suïcidale vaderfiguur in Sukkwan Island precies hetzelfde denkt: iets in hem zit niet goed en daardoor kan hij nooit het goede doen en zijn wie hij zou moeten zijn. Het besef van die weeffout - een fout die al in het paradijs is gemaakt? - zorgt ervoor dat de acties van Vanns destructieve personages onvoorspelbaar blijven, net als zijn verhalen.


DAVID VANN
CARIBOU EILAND
Vertaald door Arjaan van Nimwegen
De Bezige Bij, 287 blz.,
€ 19,90