Seth Siegelaub – portret van een tegendraadse doener en denker

Weefsels en patronen

Seth Siegelaub was onderzoeker en verzamelaar, met een speciale voorliefde voor oud textiel. Het Stedelijk Museum wijdt nu een overzichtstentoonstelling aan deze vader van de conceptuele kunst.

Medium seth original

‘Ik pak mijn bibliotheek uit. Jazeker. De boeken staan nog niet op de planken, nog niet beroerd door de verveling van een ordening (…) Dus daar hoeft u niet bang voor te zijn. In plaats daarvan moet ik u verzoeken om mij te vergezellen in de wanorde van de opengebroken kisten (…) tussen de stapels met boeken die na twee jaar duisternis weer het daglicht zien, zodat u in de sfeer komt om iets van mijn gemoed te delen – wat zeker geen treurige is, eerder een vol verwachting – die deze boeken in een ware verzamelaar oproepen.’

Het is Walter Benjamin die hier zijn lezer deelgenoot maakt van zijn opwinding over de hereniging met zijn boeken. Maar het toepasselijk getitelde essay Ich packe meine Bibliothek aus gaat niet over de verzamelde kennis in Benjamins bibliotheek; het gaat over het bevlogen ‘mentale klimaat’ van een boekenverzamelaar, misschien wel ieder type verzamelaar. Benjamin, zelf een ware verzamelaar, observeert dat iedere verzamelpassie grenst aan het chaotische, en dat een bibliotheek, in essentie een chaos van boeken, haar tegenwicht vindt in de ordening van haar catalogus. Hij concludeert: ‘Zo bevindt zich het bestaan van de verzamelaar in een dialectische spanning tussen de polen wanorde en orde.’

Ik moest aan Benjamins essay denken toen ik een aantal jaren geleden wat hand- en spandiensten verrichtte in de bibliotheek van Seth Siegelaub – de man wiens leven was verknoopt met boeken en aan wie het Stedelijk Museum in Amsterdam momenteel een overzichtstentoonstelling wijdt. Bibliotheek is eigenlijk niet het juiste woord. In dit geval betrof het een groot aantal verhuisdozen met onbekende inhoud die na Siegelaubs onverwachte overlijden opnieuw geïnventariseerd moesten worden. Iedere doos die ik onder handen nam bevatte een onverwachte en vaak merkwaardige ‘chaos’ van boeken. Zo kon een doos historische handboeken met borduurpatronen bevatten of titels over textiele ambachten in verschillende delen in de wereld. Guatemalan Textiles Today: The Art and Technique of Weaving, Dyeing, Spinning, Crocheting, Looping, and Netting in Guatamala Today (New York, 1978) bijvoorbeeld, maar ook academische studies als La Technique et l’Organisation de la Draperie a Bruges, a Gand, et a Malines au milieu de XVIe Siecle (Antwerpen, 1920).

Medium dorfman original

Met iedere doos groeide mijn nieuwsgierigheid naar de wereld van kennis die Siegelaub in kaart had gebracht. De eclectische verzameling boeken maakt deel uit van het Center for Social Research of Old Textiles (csrot), het eenpersoons onderzoeksinstituut dat Siegelaub eind jaren tachtig oprichtte om onderzoek te doen naar de sociale en economische geschiedenis van handgemaakt textiel. Naast het opbouwen van een bibliotheek en archief met ruim 7300 titels en een collectie met oud textiel werkte Siegelaub aan een zeer gedetailleerde bibliografie waarin hij ieder item uit zijn bibliotheek nauwkeurig beschreef en systematisch categoriseerde. In 1997 publiceerde hij dit magnum opus: de Bibliographica Textilia Historiae: Towards a General Bibliography on the History of Textiles Based on the Library and Archives of the Center for Social Research on Old Textiles.

In de ‘dialectische spanning tussen deze twee polen’, zoals Benjamin het noemt – tussen enerzijds de ongeordende chaos van kennis afkomstig uit verschillende periodes en delen van de wereld, en anderzijds de minutieuze inventarisatie van de bibliografie – toont zich de unieke onderzoeker-cum-verzamelaar die Seth Siegelaub was. Het is een minder bekende, maar minstens zo interessante kant van de man die de kunstgeschiedenis in is gegaan als de ‘vader van de conceptuele kunst’.

De tentoonstelling Seth Siegelaub: Beyond Conceptual Art in het Stedelijk Museum geeft een overzicht van de uiteenlopende activiteiten die Siegelaub tijdens zijn leven ontwikkelde, maar schetst vooral ook een beeld van zijn denken. De titel zegt het al, het is een serieuze poging om het levenswerk van Siegelaub postuum te redden van een eenzijdige canonisering. Marja Bloem, zijn partner, medesamensteller van de tentoonstelling en zelf van 1970 tot 2007 als conservator moderne kunst werkzaam in het museum, zegt: ‘Seth liet zich niet zo makkelijk in één hokje plaatsen, en zich een leven lang specialiseren in één ding was wel het laatste waarin hij geïnteresseerd was.’

Siegelaub (New York, 1941 - Bazel, 2013) was geen kunstenaar – wat de tentoonstelling in het Stedelijk op zich al tot een uitzondering maakt. Vanaf 1964, het jaar waarin hij zijn galerie opende op 65th Street in Manhattan, tot aan zijn dood was hij behalve experimenteel tentoonstellingsmaker ook actief als handelaar in kunst en oosterse tapijten, hield hij zich bezig met de conceptuele kunst, de rechtspositie van kunstenaars, massamedia, was hij onderzoeker, archivaris, uitgever, bibliograaf, een onderhoudende gesprekspartner, en dus een fervent verzamelaar van textiel en boeken.

Siegelaub wist de kritische geest van de kunstenaars te vertalen naar radicale, nieuwe presentatievormen

Na een intensieve periode van vijf jaar waarin hij zo’n 21 baanbrekende tentoonstellingsprojecten ontwikkelde met Amerikaanse conceptuele kunstenaars onder wie Lawrence Wiener, Robert Barry, Joseph Kosuth en de Nederlander Jan Dibbets verliet Siegelaub in 1972 New York én de kunstwereld. Hij vestigde zich achtereenvolgens in Parijs, waar hij onder meer werkte aan een ambitieuze serie bibliografieën over marxisme en massamedia, en verhuisde in 1989 naar Amsterdam. In antwoord op de vraag waarom hij in 1972 zo resoluut een streep zette onder zijn succesvolle carrière in de kunstwereld zei hij ooit: ‘Ik houd er niet van om mezelf te veel te herhalen – wat natuurlijk de essentie is van succes. (…) Ik probeer deze comfortabele, vaak onkritische posities zo veel mogelijk te vermijden door om de tien à vijftien jaar mijn interesses en werk te veranderen.’

De tentoonstelling is opgezet als drieluik. Rechts een rijk gedocumenteerd overzicht van de kunstprojecten die hij tussen 1967 en 1972 in New York ontwikkelde; in het midden de politieke publicaties die hij verzamelde en uitgaf in de jaren zeventig en tachtig in Parijs, en links een prachtige selectie uit de Seth Siegelaub Textiles (sst)-collectie en de bijbehorende bibliotheek van het csrot. In plaats van muren of schotten tussen deze drie periodes te bouwen, of anderszins ‘harde scheidslijnen’ aan te brengen, hebben de samenstellers gekozen voor een open structuur. Hierdoor zijn lange zichtlijnen mogelijk waardoor er onverwachte verbanden ontstaan. Bijvoorbeeld tussen de oosterse tapijten die Siegelaub in zijn eerste galerie in Manhattan toonde naast schilderijen van onder anderen Jackson Pollock en Willem de Kooning, en het textielstuk met geometrische patronen afkomstig van een Peruviaans tapijt uit de Chimu-periode (1000-1200 AD). Of zijn levenslange liefde voor lijstjes: van de opsommingen met namen, titels et cetera waarmee hij systematisch al zijn projecten plande, tot de gedetailleerde indexen in zijn bibliografie over oud textiel.

Maar de open structuur nodigt vooral uit tot dwalen, tussen de verschillende periodes, projecten, thema’s en interesses. Deze fluïde indeling past veel beter bij de vrije geest die Siegelaub was, en wiens eigen denken zich eerder in termen van patronen, verknopingen, weefsels en netwerken laat omschrijven dan in strakke kaders en categorieën.

Medium ashetu original

Een van de belangrijkste rode draden in dit rijke en hybride overzicht is Siegelaubs passie voor het boek. Het boek als drager van kennis en informatie, het boek als vormgegeven object, het boek als verzamelobject en het boek als alternatief voor de white cube. Het bekendste voorbeeld van zijn boek-als-tentoonstelling is het zogenaamde Xerox Book uit 1968. Siegelaub nodigde zeven kunstenaars uit om met behulp van de nieuwe xerox-techniek nieuw werk te maken dat zou worden getoond op 25 pagina’s standaardformaat papier. De ‘kunstwerken’ werden vervolgens gekopieerd en samengebracht in het Xerox Book waarvan duizend exemplaren werden gedrukt. Zo bestond het kunstwerk van Carl Andre uit 25 random composities van blokjes op het glas van het kopieerapparaat, en inventariseerde taalkunstenaar Joseph Kosuth in 25 zinnen, één per pagina, verschillende facetten van het boek als tentoonstelling.

Op zich was het gebruik van deze nieuwe (re)productiemethode niet baanbrekend. Er waren verschillende kunstenaars die low-brow-_technieken toepasten, of in series werkten. Deze verschuiving van _high-art media naar meer alledaagse materialen, zoals drukwerk of fotokopie, paste binnen de radicale artistieke ideeën die in die periode werden ontwikkeld, een periode waarin de dematerialisatie en conceptualisering van de beeldende kunst volledig tot wasdom kwam. Voor het eerst in haar geschiedenis zetten kunstenaars kritische vraagtekens bij de definitie van kunst als uniek, esthetisch object. Kunst, en kunst maken, ging niet langer over materiaal en vorm, maar over ideeën en betekenissen. Siegelaubs cruciale rol binnen deze beweging, en zijn betekenis voor de kunstgeschiedenis, ligt hierin dat hij de kritische geest van de kunstenaars wist te vertalen naar radicale, nieuwe presentatievormen.

Een andere rode draad is Siegelaubs uitgesproken links-politieke engagement. Net als de kunstenaars met wie hij samenwerkte stond hij sceptisch tegenover de geldende conventies en (economische) machtsstructuren in de (kunst)wereld. Door kunst in oplage te produceren en tentoonstellingen te maken in de vorm van een boek, in plaats van in ‘geheiligde galerie en museumruimtes’, brak Siegelaub niet alleen met het aura van het authentieke kunst_object_ maar ook met de economische waarde die het vertegenwoordigde. De catalogus-als-tentoonstelling was dus niet alleen een esthetisch experiment, maar vooral ook een vorm van institutionele kritiek. Bovendien was de catalogus-als-tentoonstelling goedkoop in productie en distributie waarmee kunst makkelijker kon circuleren en toegankelijk werd gemaakt voor een breder publiek.

Naast het Xerox Book produceerde en publiceerde Siegelaub deze periode diverse kunstenaarspublicaties, onder meer in samenwerking met kunstenaar Jan Dibbets. De oprichting van zijn eigen uitgeverij in 1970, International General genaamd, was dan ook een logische volgende stap. Voordat hij in 1972 naar Parijs verhuisde, richtte hij het Public Press + News Network op, oftewel pp+nn: een eenpersoons persbureau van waaruit hij nieuwsbrieven verspreidde met radicale, links-politieke ideeën.

Het ontsluiten van informatie, van kennis, was voor Siegelaub een politieke aangelegenheid

Het pp+nn kende ‘vanwege logistieke en financiële problemen’ maar een kort bestaan. Aangekomen in Bagnolet, de ‘communistische’ voorwijk van Parijs, continueerde Siegelaub zijn onderzoek naar de rol van massamedia. Hier zette hij in 1973 het International Mass Media Research Center (immrc) op, dat net als het pp+nn en het latere csrot gerund werd door één persoon, namelijk Siegelaub zelf. Vanuit het immrc verzamelde hij informatie vanuit de hele wereld; boeken, brochures, conferentieverslagen, krantenknipsels et cetera die de ‘realiteit van de communicatie, heden en verleden, wereldwijd’ documenteerden. Zijn doel was een bibliografie over het onderwerp samen te stellen.

De tentoonstelling geeft een goed beeld van Siegelaubs onderzoeksmethodiek, of beter gezegd, onderzoeksmentaliteit. Want ook hierin was hij geen onderzoeker in de traditionele zin van het woord. De plechtstatige namen en afkortingen van de onderzoeksinstituten en het feit dat achter deze formele façades slechts één persoon schuilging, moeten zeker gezien worden als een tongue in cheek kritiek op het conventionele academische systeem.

Net als de vele lijstjes waarmee hij zijn tentoonstellingsprojecten plande, lijkt catalogiseren Siegelaubs methode om orde te scheppen in de ogenschijnlijke chaos van informatie in zijn zich almaar uitbreidende onderzoeksarchieven. Toch is het maken van een bibliografie – iets wat hij in zijn leven het liefst deed – geen doel op zich, laat staan een persoonlijke liefhebberij. Het ontsluiten van informatie, van kennis, was voor Siegelaub een politieke aangelegenheid. Dit gold expliciet voor de serie bibliografieën over marxisme en massamedia die hij tussen 1972 en 1986 samenstelde en publiceerde. De bibliografie maakt het complexe weefsel van informatie, kennis en actoren overzichtelijk en toegankelijk voor iedereen die daarin geïnteresseerd is.

Medium 006.sm siegelaub 202015 20 ph.gj.vanrooij original

Deze spanning tussen de organische chaos van de verzameling en de methodische ordening van kennis in de bibliografie krijgt een extra dimensie in Siegelaubs onderzoek naar oud textiel. Een poëtische dimensie zou ik willen zeggen, waarin het ordenen van kennis – het ontdekken van patronen, verbanden, het ontrafelen van netwerken, rode draden et cetera – letterlijk en figuurlijk is verweven met de esthetische objecten die deze geschiedenis dragen.

In de tentoonstelling is een selectie te zien uit de Seth Siegelaub Textiles-_collectie. In aaneengeschakelde vitrines bevinden zich de meest uitzonderlijke en verfijnde stoffen en kledingstukken, de meeste verzameld op een van Siegelaubs reizen. Wat meteen opvalt is dat de meeste stoffen duidelijke sporen van gebruik tonen. Siegelaubs interesse in oud textiel was dan ook niet alleen een esthetische. Hij was vooral geïnteresseerd in het verhaal, de geleefde geschiedenis, de ambachtelijke kennis waarmee ieder stukje stof verbonden is. Textiel, zo schrijft Siegelaub in zijn inleiding op de _Bibliographica, neemt een unieke plaats in in onze geschiedenis: het is nauw verweven met de geschiedenis van de kunstnijverheid enerzijds, en die van handel en economische ontwikkeling anderzijds.

Naast de stoffen zijn ook boeken en andere documenten uit de bibliotheek van het csrot tentoongesteld – een aantal titels herkende ik nog uit de dozen. Sommige delen van de verzameling zijn geordend op kleur, andere op techniek, andere op hun traditionele gebruik en weer andere op herkomst. Het resultaat is een esthetische en tegelijkertijd fysieke atlas waarin textiel uit alle tijden en windstreken is verknoopt met kennis over deze objecten die op haar beurt weer afkomstig is uit allerhande disciplines en contexten. Het gebied dat Siegelaub met het csrot in kaart heeft gebracht is wijdvertakt, en vooral gefragmenteerd. En ook al kent de Bibliographica ongetwijfeld hiaten, het is zijn verdienste dat het door deze ordening mogelijk is om verbanden te zien, door verschillende tijden, culturen en contreien heen.

Siegelaubs betekenis voor de kunstgeschiedenis als ‘vader van de conceptuele kunst’ is inmiddels onbetwist; de projecten die hij in New York realiseerde zijn iconisch. Maar in een tijd waarin zichtbaarheid, succes en hoge bezoekersaantallen de norm zijn – iets wat doorgaans niet is weggelegd voor experimentele, eigenzinnige projecten – is het juist Siegelaubs onconventionele benadering, zijn _do it yourself-_houding, zijn desinteresse in succes en zijn anti-institutionele, autonome positie, kortom, zijn vrijgevochten geest die hem voor een jonge generatie kunstenaars en tentoonstellingsmakers tot voorbeeld maakt. Alleen dit al maakt het belangrijk om een overzicht van zijn doen en denken te tonen.


Seth Siegelaub: Beyond Conceptual Art, t/m 17 april in het Stedelijk Museum, Amsterdam; stedelijk.nl. Bij Roma Publications verscheen een heruitgave van het Xerox Book (Roma Publication 260)


Beeld: (1) Seth Siegelaub, organisator en uitgever van de tentoonstelling January 5-31, 1966, 1969. New York, Museum of Modern Art. Zilver gelatineprint, 20,3 x 25,4 cm (2015. the Museum of Modern Art, New York / Scala, Florence); (2) Armand Mattelart en Ariel Dorfman, How to Read Donald Duck, Imperialist Ideology in the Disney Comic, tweede editie, New York, International General, 1979 (Stedelijk Museum Amsterdam); (3) Ashetu, gebreide ceremoniële hoofdtooi met stekels van stekelvarkens, schelpen en kwasten, Kameroen (Bamiléké-volken), midden twintigste eeuw (Collectie Stichting Egress Foundation); (4) Zaalopname stedelijk Museum (Gert Jan van Rooij / Stedelijk Museum Amsterdam)