Deze Week

Week 16

Nederland geniepige kernmacht

«Onze inzet is openheid», zegt PvdA-parlementariër Bert Koenders: «We hebben transparantie nodig. Hoe kunnen we ons anders verzetten tegen de nucleaire aspiraties van landen als Noord-Korea en Iran?» Komende maand begint in New York een belangrijke conferentie over nucleaire ontwapening en de verspreiding van kern wapens. Op die toetsingsconferentie van het non-proliferatie ver drag zal Nederland zich weer sterk ma ken voor het tegengaan van de verspreiding van kern wapens, hoewel Nederland zelf Amerikaanse atoombommen op zijn grondgebied heeft.

Sinds 1960, toen de eerste bommen werden ingevlogen, doen de ministeries van Defensie en Buitenlandse Zaken daar geen mededelingen over. De afgelopen jaren stapelden de bewijzen zich echter op: op luchtmachtbasis Volkel liggen B61’s, «vrije val»-atoombommen. Waarschijnlijk elf stuks, schatte het Brits-Amerikaanse onder zoeks bu reau Basic op basis van geheime documenten. Ook niet-geheime do cumenten geven inzicht. Uit pers berichten van de Amerikaanse luchtmacht blijkt dat op 13 september 1991 op Volkel elf speciale gepantserde bunkers (WS3-vaults) operationeel werden verklaard. Per bunker zou één atoombom zijn opgeslagen. Boven dien, ook dat is nauwelijks geheim, is op Volkel een speciale Amerikaanse eenheid ge stationeerd belast met nucleaire taken: het 752 Munition Support Squadron. Twee squadrons Nederlandse F16’s zijn geschikt om de bommen af te werpen. Als in oorlogstijd zou worden besloten tot de inzet van deze kernwapens worden ze overgedragen aan Nederland. En daarmee zou Nederland het door haar onderschreven non-proliferatieverdrag verbreken.

Ook in Groot-Brittannië, Turkije, Duitsland en België liggen Amerikaanse atoomwapens opgeslagen. In Duitsland en België groeit de weerstand. De Duitse liberale oppositiepartij FDP diende onlangs een motie in waarin werd gesteld dat er bij de Amerikanen op moest worden aangedrongen de kernwapens te verwijderen «ter versterking van de geloofwaardigheid van het non-proliferatieregime en als teken dat ook ontwapening van kernwapenstaten als integraal bestanddeel van het non-proliferatieverdrag serieus genomen moet worden». In de Belgische senaat nam de Commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en Landsverdediging een tekst aan waarin de regering wordt gesommeerd zich in te zetten voor «de graduele terugtrekking van de Amerikaanse tactische kernwapens uit Europa».

Nederland blijft echter stram in het Atlantische gelid. Bert Koenders zal wederom – hij deed het vaker – de regering vragen naar de aanwezigheid van kernwapens en wellicht dient hij een motie in waarin openheid daar over wordt geëist. Maar hij maakt zich weinig illusies: «De collega’s van CDA en VVD voelen daar niets voor. Als er een motie komt, zal die het bij stemming niet halen.»

JOERI BOOM

Een wanhopig gebaar

De bevrijding van Auschwitz kan nauwelijks aanleiding zijn voor een feestje.

OSWIECIM (Polen) – Op 27 januari 1945 werden door het Rode Leger enige duizenden merendeels dood zieke gevangenen bevrijd. Zestigduizend gevangenen waren tien dagen eerder door de SS gedwongen tot een verschrikkelijke dodenmars naar het Westen, voor het leger van de Sovjet-Unie uit, mid den in de winter, schamel gekleed, nauwelijks gevoed.

In dit jaar van de vele bevrijdingsherdenkingen is een kleine Nederlandse karavaan naar het Poolse Oswiecim getrokken om op 26 april de opening bij te wonen van het volledig vernieuwde Nederlandse paviljoen in het staatsmuseum Auschwitz.

De vorige tentoonstelling, in ge richt door Dick Elffers, was in drukwekkend, besloten, benauwend. 25 jaar later is de nieuwe opstelling licht, open maar niet minder indrukwekkend. De in richters maken geen geheim van de lugubere rol van Nederland als land waarvan procentueel de meeste joden zijn vermoord: 102.000, van wie 57.000 alleen al in Auschwitz en Auschwitz/Birkenau. De vraag hoe dat heeft kunnen gebeuren wordt op de tentoonstelling wel gesteld, maar niet expliciet beantwoord. We worden rustig, bijna speels na een vooral visueel deel over het vriendelijke leven van de joden in Nederland voor de oorlog, via de komst van vluchtelingen en de inval van Duitsland, geleid naar de eerste maatregelen om de joden te isoleren, te brandmerken, te ontrechten, uit te sluiten en ten slotte te deporteren. Ook de, relatief schaarse, protesten en verzetsdaden krijgen hun plaats en er is een plek waar de Nederlandse Sinti aan het woord komen over hun oorlogservaringen.

Er zijn beelden van de Nederlandse kampen, vooral Vught en Westerbork. Dan zien we de film die Rudolf Breslauer op 19 mei 1944 maakte van het vertrek van de trein van Westerbork naar Auschwitz, de Duitse commandanten en de mensen, joden en Sinti, die bijna argeloos afreizen naar hun dood. Ten slotte is er een lange muur met de 57.000 namen van in Auschwitz vermoorde Nederlandse joden.

Prinses Máxima, die samen met Willem-Alexander de opening verrichtte, knielde bij deze muur neer toen de voorzitter van het Auschwitz-comité haar onderaan de namen van zijn omgekomen familieleden liet zien. Want er zijn, zoals Abel Herzberg schreef, niet 102.000 mensen vermoord maar 102.000 maal 1 mens.

Op de tentoonstelling zien we namen van velen en de gezichten en levensgeschiedenissen van en kelen. Geen reden voor grote feestvreugde, maar een wanhopig ge baar van een hypocriet landje dat als het erop aankomt zijn burgers laat uitsluiten en vermoorden.

MAX ARIAN

Geloof is niet de kwestie

Heeft Nederland een «islamitisch probleem» of «een Europees probleem»?

WASHINGTON –Via overzeese correspondenten sijpelt het Europese debat over de integratie van moslims langzaam Amerika bin nen. Vooral Nederland krijgt veel aandacht. Zo stond deze week op de vierde pagina van The New York Times een vraaggesprek met burgemeester Job Cohen, afgenomen door correspondent Bruce Bawer, die eerder in de krant had opgemerkt: «Ik heb sinds 9/11 niet meer gezien hoe de media van een land zo geobsedeerd zijn door één enkel onderwerp.» Maar het Europese debat is niet besmettelijk. Sterker, er zijn in Amerika critici opgestaan die het «Arabische probleem» een «Europees probleem» noemen.

De statistiek staat aan hun kant. Bestudering van het uitgebreide bevolkingsonderzoek dat er eens in de zoveel jaren wordt verricht, leert dat islamitische inwoners van Amerika, afkomstig uit het Mid den-Oosten, het ge middeld beter doen, zowel in inkomen als in onderwijs, dan «de rest van de bevolking». Interessant. Was het niet het «achterlijke» geloof zelf dat moslims ervan zou weerhouden innovatief te zijn, actief, energiek, hardwerkend, maatschappelijk gericht en ambitieus?

Dat is zeer de vraag, blijkens de cijfers van het U.S. Census Bureau. Waar 24 procent van de Amerikanen een universiteitsdiploma heeft (BA), geldt dat voor 41 procent van de Amerikanen van Arabische afkomst. Islamitische gezinshoof den verdienen gemiddeld 52.300 dollar per jaar, bijna vijf procent meer dan Amerikaanse gezinnen.

De meeste Amerikanen – zeker in de regering – redeneren als volgt. Het is niet het geloof dat mensen ervan weerhoudt succesvol te zijn – kijk naar onze president – het zijn de culturele en politieke instituties die sociale mobiliteit voor immigranten mo ge lijk of onmogelijk maken. Amerika scoort goed, het Midden-Oosten slecht.

Door de aanhoudende berichten uit Europa komen ze steeds meer tot de conclusie dat het met die instituties in de oude wereld slecht is gesteld. Moslim-immigranten zitten er vast in de kelder, met een lagere opleiding, minder geld en een slechtere gezondheid dan de rest van de bevolking. De hoofdredacteur van Foreign Policy schrijft in het laatste nummer: «Europa zou eens aan de mogelijkheid moeten denken dat het niet zozeer een ‹Arabisch probleem› als wel een ‹Europees probleem› heeft.» In Europa, vult een functionaris van het ministerie van Buitenlandse Zaken telefonisch aan, «kunnen moslims van Arabische afkomst niet rekenen op bescherming tegen openlijke discriminatie, noch op bescherming van hun elementaire burgerrechten, waar door ze de mogelijkheid wordt ontnomen eerlijk te concurreren met de gevestigde inwoners».

PIETER VAN OS

Stemdommer.nl

Het is oorlog tussen de stemwijzers voor het Europese-grondwetreferendum.

Zij die willen weten waarom ze op 1 juni voor of tegen de Europese Grondwet moeten stemmen, kwamen er de afgelopen maand op nieuw bekaaid af. De bergen onleesbaar voorlichtingspapier voor de kattenbak daargelaten gaat het debat in media en politiek vooral over het debat. Sinds een week woedt nu een tweede afgeleide discussie: over de stemwijzer. Die zou als lichtend baken voor de dwalende burger moeten dienen, maar verkeert in plaats daarvan in een staat van oorlog met concurrerende sites.

Het Instituut voor Publiek en Politiek (IPP), dat de officiële www. referendumwijzer.nl verzorgt, voer de dinsdag een kort geding tegen de Leidse actiegroep Eurodusnie die de site www.referen dum stemwijzer.nl opzette. Eer der wijzigde het Comité Grondwet Nee na soortgelijke dreigingen zijn www.echtereferendumwijzer.nl in «stemadviseur».

De strijd tussen de stemwijzers wordt niet alleen beslecht met het wetboek in de hand, maar ook met het (digitale) zwaard. Mysterieuze aanvallen van hackers legden vorige week de stemwijzer van Grondwet Nee plat. Ook de door IPP beheerde site kampt al vanaf het begin met onverklaarbare technische problemen.

De overeenkomsten tussen de officiële stemwijzer en de ongewenste broertjes en zusjes gaan niet veel verder dan de naam. De namaaksites zijn verre van objectief, pretenderen dat ook niet te zijn. Dat ligt anders bij de officiële stemwijzer. En daar wringt de schoen.

Een stemadvies wil het IPP niet geven, enkel een percentage dat aangeeft in welke mate men de grondwet steunt. Maar na 25 multiple-choicevragen rijst de vraag hoe iemand die niet chauvinistisch, tegen democratie of voor racisme en dierenmishandeling is, een negatieve score kan krijgen.

De stemwijzer behandelt volgens Ewoud Poerink van het IPP de «meest spraakmakende discussiepunten» in de grondwet, op een zo neutraal en toegankelijk mogelijke wijze. Maar waarom ontbreekt dan ieder spoor van militaire zaken en economisch beleid? Poerink: «We wagen ons liever niet aan interpretatie.»

Een loffelijk streven, maar se lectief. De grondwet verplicht de lidstaten letterlijk «hun militaire vermogens geleidelijk te verbeteren». Daar is weinig interpretatie over mogelijk. Dat ligt anders bij de dierenrechten. Een stelling in de stemwijzer luidt: «De Europese Unie dient dierenwelzijn te bevorderen.» Maar het is niet de letterlijke tekst van de grondwet, want daarin wordt een uitzondering gemaakt voor culturele en religieuze tradities. En dat kan geïnterpreteerd worden als een carte blanche voor liefhebbers van stierenvechten, foie gras en ritueel geslacht vlees.

Zo bevat de stemwijzer nog een reeks vaag geformuleerde goede bedoelingen: «De Europese Unie dient in al haar beleid rekening te houden met het milieu.» En: «Het Europees parlement moet kunnen meebeslissen over wetten tegen discriminatie.» Leuk en aardig. Maar komt er iets van terug in wetten en hoeveel mag het kosten? Aan die essentiële kwesties gaat de referendumwijzer voorbij. Dat kan ook niet anders, want de antwoorden staan niet in de Europese grondwet. Die behandelt slechts de beleidskaders.

Een mogelijk positief gevolg van alle plaagstoten over en weer is dat het concept stemwijzer wat van zijn aura van objectiviteit verliest.

KOEN HAEGENS

Britse Verkiezingen

Nog 6 dagen

HAMBLEDON – In Hambledon staan meer verkiezingsborden van de Conservatieve Partij dan verkeersborden. Het aantal New Labour-stemmers zal de dubbele cijfers hier waarschijnlijk niet halen. Hoewel slechts 320 van de 23.000 woorden in haar manifest over het platteland gaan, heeft de regerings partij genoeg maatregelen verzonnen om het dorpsleven moeilijk tot onmogelijk te maken. Het is zelfs maar de vraag of het buurthuis alle bureaucratische hoogstandjes zal overleven.

Hambledon ligt verscholen tussen de heuvels van het graafschap Hampshire, een uurtje ten zuidwesten van Londen. Onder de ruim negenhonderd inwoners be vinden zich door de nabijheid van marinestad Portsmouth veel ad miralen en schouten bij nacht, doorgaans buiten dienst. Voor de rest is het dorpje een schoolvoorbeeld van Englishness: er zijn twee kerken, een minisupermarkt, een fabriekje, twee pubs en ongeveer veertig verenigingen, waaronder vijf cricketclubs. Dat bovenmatige aantal heeft een historische re den. Net buiten Hambledon, op de Broadhalfpenny-heuvel, werd halverwege de achttiende eeuw de eerste «moderne» cricket wedstrijd gespeeld.

Het hart van de gemeenschap is de village hall. Hier komen de Hambledonians bijeen voor bloemen shows, yoga, tafeltennis, bene fietavonden ten behoeve van een nieuw eikenhouten kerkdak, schildercursussen, Morris Dancing en andere sociale bezigheden. Soms nemen de bezoekers drank mee. Er is geen bruiloft of jubileum zonder een voorraad lager. In zulke gevallen regelt de beheerder van de village hall, Patricia Wallace, een drankvergunning. Te ongecompliceerd en ouderwets, heeft minister van Plattelandszaken Alun Michael, zelf woonachtig in de stad, geoordeeld. Bovendien zou de village hall niet «ondernemend» genoeg zijn.

In een van de twee pubs zit een wanhopige Wallace. «Het is echt rubbish! De village hall is ervoor bedoeld om mensen en verenigingen een betaalbare plek te bieden voor leuke activiteiten. We willen niet commercieel zijn, geen grote markten organiseren en winsten opstrijken ten koste van de ge bruikers.» Wanneer Wallace weigert om een prijzige licentie aan te vragen bij de Licensing Communications Strategy Team (een «uitdaging», aldus de minister) mag er slechts één keer in de maand alcohol worden geschonken in het buurthuis. Nu gebeurt dat twee of drie keer per maand.

Wallace wordt in haar strijd gesteund door de dorpelingen, het echtpaar Coates voorop. Aan de pubtafel verlangt het drietal terug naar de tijd dat Labour geen winstoogmerk had. «De minister zegt te streven naar inclusiviteit. Wel, iedereen in het dorp is al bij de village hall betrokken. Niemand wordt buitengesloten. Wat wil hij nog meer?» vraagt Tony Coates zich af. Coates is een gepensioneerde marineofficier die nu voor de Conservatieve Partij in de gemeenteraad van het nabijgelegen stadje Winchester zit. Hij meldt dat Hambledon dit jaar niet zal meedingen naar de Village of the Year Award omdat er politiek getinte vragen moeten worden beantwoord, zoals: «Hoe staat u tegenover alleenstaande moeders?» en: «Wordt er rekening gehouden met zigeuners en New Age Travellers?»

Ook Tony’s vrouw Myrna, voorzitter van de lokale Conservatieve Partij, ergert zich aan de bemoeizucht van de overheid. Als verantwoordelijke voor ruimtelijke orde ning binnen de parochieraad heeft ze vooral te maken met de grillen van John Prescott, minister voor sloop- en bouwwerkzaamheden: «Soms willen mensen hun historische boerderij uitbreiden, bijvoorbeeld om te kunnen zorgen voor een ziek familielid. Dat willen ze natuurlijk doen in de bestaande stijl. Onmogelijk. Nieuw- of aanbouw op het platteland moet van Prescott een moderne stijl hebben, hoezeer het ook vloekt.» Volgens haar hebben ambtenaren geen idee wat er buiten de hoofdstad speelt, weten ze paardebloemen niet van koolzaad te onderscheiden.

Pubeigenaar Peter Lane kent alle klachten en heeft ze zelf ook. Hoewel wat hem betreft alles bij het oude blijft, kost de nieuwe licentiewetgeving hem duizenden ponden extra aan juridische kos ten, architectenkosten en leges. «Weet je, de Fransen zouden ja zeggen en vervolgens gewoon stiekem nee doen. Maar wij, Engelsen, zijn gewend om te gehoorzamen. Hoe silly de maatregelen ook zijn.»

PATRICK VAN IJZENDOORN