Deze week

Week 18

The browning of Tony

De Britse verkiezingscampagne is uniek. Voor het eerst zijn er drie kandidaten die een kans maken op het premierschap, waarvan twee van dezelfde partij.

LONDEN – «Ik ben vandaag in m’n eentje gekomen», grapte Tony Blair zondagochtend tegen BBC’s Sir David Frost aan het begin van hun tweegesprek. Als een boer met kiespijn, want al drie weken is hij met Gordon Brown op stap, de minister van Financiën die liever vandaag dan morgen premier wordt. Anno 2005 leidt hun road show van het Old Vic-theater in Londen, via Schotland (waar Brown te horen kreeg dat hij meer moest lachen) naar de gesloten MG Rover-fabriek in Birmingham. Daarnaast brachten de twee urenlang in de studio door voor de opnamen van een verkiezingsspotje, geregisseerd door Anthony Minghella, bekend van The English Patient. In een bijna homo-erotische ambiance zitten de rivalen gezellig aan een tafel te keuvelen over hun New Labour-project, waarbij de «byronische» looks van Brown menig vrouwenhart moeten hebben doen smelten. Het duo had zelfs nog tijd over om samen te worden geïnterviewd door The News of the World, de zondagse roddelkrant die om mysterieuze redenen is uitgeroepen tot krant van het jaar. «We’ve worked together for 22 years… like a married couple. We’ll carry on.» Maar hoe?

Een paar maanden geleden leken de dagen van Brown geteld, zeker nadat hij de premier had laten weten dat hij hem nooit meer zou geloven, wat hij ook zou zeggen. Het verleidde de Tories tot de verkiezingsslogan «How can they fight crime when they’re fighting each other?» Blair stelde Browns aartsrivaal Alan Milburn aan als campagneleider. Het voornemen was de media te mijden. Maar na tegenvallende opiniepeilingen werd Brown als troefkaart ingezet en beloofde Blair hem te handhaven op Financiën. Hij voegde eraan toe dat dit zijn laatste verkiezingscampagne zou zijn. Een enkele commentator sprak de vrees uit dat de premier van zins was de democratie af te schaffen, Downing Street-watchers beschouwden dit als aankondiging van het Brown-tijdperk. Robin Cook, ex-minister van Buitenlandse Zaken, kondigde aan dat Blair snel zal overgaan tot regime change, in eigen land dit keer, een opmerking die gezien werd als sollicitatie voor een post in Brown 1.

Dit is precies wat de Tories voor ogen hadden toen ze afgelopen najaar de slogan «Vote Blair, Get Brown» lanceerden, in de veronderstelling dat de middenklasse weinig moet hebben van de «ouderwets sociaal-democraat» Brown. Om de nadruk te leggen op de sterke economie heeft Labour zelfs deze slogan gestolen. Nadat er vorige week, ondanks Blairs cleesiaanse devies «Don’t mention the war», nieuwe skeletten uit de kast waren gevallen, moest Brown zijn baas zelfs de reddende hand toesteken door op te merken dat hij het als premier niet anders zou hebben gedaan. Zonder Brown aan zijn zijde toont Blair zich kwetsbaar. De rottweiler van de BBC, Jeremy Paxman, grilde hem als nooit tevoren. En op Lilian Baylis Technological School in Londen werd hij onthaald op boegeroep. De school verklaarde later dat de kinderen «boom-boom» riepen, «een blijk van goedkeuring».

patrick van ijzendoorn

De oorlog van Ellian

Wie Afshin Ellian volgt, kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de uit Iran afkomstige, erudiete rechtsfilosoof en dichter van mening is dat we in oorlog zijn.

Onze vijand wordt gevormd door de krachten van de Duisternis, het totalitaire Kwaad, en kan vele gedaanten aannemen. Alvorens de vijand kan worden bestreden moet hij worden geïdentificeerd en gelokaliseerd. Maar dat moet wel zorgvuldig gebeuren. Niet alleen omdat je anders de vijand niet raakt, maar ook omdat je wellicht potentiële medestanders in de armen van de vijand drijft.

Zo opent hij zijn onlangs verschenen essaybundel Brieven van een Pers (Meulenhoff), met een woest mitrailleursalvo richting Dick Pels, in zijn ogen een van de meest verdorven vertegenwoordigers van «de Hollandse bohémiens» die «een ware jihad tegen de Verlichting» voeren. Nu heeft Pels kritiek op auteurs als Ellian en Paul Cliteur, die zich in zijn ogen schuldig maken aan «Verlichtings fundamentalisme» en die van het Verlichtingsdenken een gesloten geheel van onaanvechtbare zekerheden hebben gemaakt dat het onwankelbare fundament van onze westerse samenleving vormt. Pour besoin de la cause vergeet El lian echter dat juist de Verlichting de oorlog verklaarde aan onaanvechtbare zekerheden en onwankelbare fundamenten. Hij richt de artillerie hier niet op een vijand van de waarden en idealen van Verlichting, maar op iemand die juist in de geest van die Verlichting het vanzelfsprekende ter discussie stelt.

Ook in zijn recentste column in NRC Handelsblad (30 april) schiet hij uit de heup. Hij hekelt terecht de wijze waarop president Poetin van Rusland omgaat met het sovjetverleden én de houding van veel westerse intellectuelen, die bij de beoordeling van het nationaal-socialisme en het communisme met twee maten hebben gemeten. Dat laatste is al lang bekend, maar ondanks het werk van Orwell, Aron, Camus, De Kadt en Karel van het Reve nog altijd niet collectieve bewustzijn doorgedrongen. Het is wel vreemd dat Ellian schrijft dat «het sovjettotalitarisme getalsmatig, afgezien van het interbellum, meer burgers had vermoord dan het nazisme». Hoezo «afgezien van het interbellum»? De wijze waarop Stalin tussen 1919 en 1939 had afgerekend met de «koelakken» en andere «bourgeoiselementen» vormde juist een inspirerend voorbeeld voor de nazi’s ná het interbellum. Tijdens de voorbereidingen voor de inval in de Sovjet-Unie stelden de economische planners van de Wehrmacht een scenario op, waarin als gevolg van het leegroven van de veroverde gebieden minstens dertig miljoen Russen van de honger zouden omkomen. Ze verwezen expliciet naar de «collectivisatie van de landbouw», die minstens zes miljoen boeren het leven had gekost.

Ernstiger is Ellians opmerking aan het eind van zijn column, waar hij Pim Fortuyn en Theo van Gogh vergelijkt met de omgekomen verzetsstrijders die op 4 mei worden herdacht. Zijn zij dan vermoord door een totalitaire staat die elk oppositioneel geluid met veel geweld de kop indrukt? Maakten zij niet optimaal gebruik van de vrijheden van een van de meest vrije landen ter wereld?

Dat de meest rabiate vijanden van die Verlichting extremistische moslims zijn, valt niet te ontkennen. Hij heeft gelijk dat we de moed moeten hebben de vijand onder ogen te zien, maar we moeten niet lukraak in het rond gaan schieten. In elke oorlog is de waarheid altijd the first casualty. Als El lian zo blijft vechten, zal hij nog meer slachtoffers maken.

Rob Hartmans

Miskende diva

Ook prominente musici en zangers hebben oog voor de pikorde.

Het Edison Gala afgelopen maandag in het Concertgebouw had naast de Amerikaanse bariton Thomas Hampson, winnaar van de Edison Oeuvreprijs 2005, nog een zeer speciale gast op de rol: de Roemeense stersopraan Angela Gheorghiu. Maar Gheorghiu kwam niet. Je zou toch zeggen dat ze buitengewoon content moet zijn geweest met de invitaties die haar afgelopen week naar Amsterdam voerden: eerst zingen voor de koningin, vervolgens een Gala dat nota bene live werd uitgezonden op TV3. Maar ze was helemaal niet blij. Ze vond dat de organisatoren van het Gala haar prominenter hadden moeten aankondigen.

In ijltempo stelde de Edison Stichting een persbericht op, waarin het volgende te lezen stond: «Angela Gheorghiu heeft de organisatoren te kennen gegeven zich miskend te voelen door het feit dat zij naar haar mening in vergelijking met de hoofdgast Hampson te weinig aandacht kreeg in de aankondiging en dat zij daarom niet op zal treden. De organisatoren (Edison Stichting, Avro-Klassiek, NPS en Het Concert gebouw) betreuren de gang van zaken ten zeerste.» Waren er geen mogelijkheden de boze mevrouw aan haar afspraken te houden?

Wouter Rutten, woordvoerder van de stichting: «Er is wel gekeken naar de mogelijkheid, maar de vraag is of dat op zo korte termijn haalbaar zou zijn geweest, en er zat een weekeinde tussen. Maar ik verbind u even door met onze directeur, die weet er meer van.»

Directeur Paul Solleveld: «Ze vond dat haar naam te klein op het affiche stond. Er staat een foto van Thomas Hampson op, omdat Hampson als winnaar van de oeuvreprijs de hoofdgast was. Het is natuurlijk een diva, die kennelijk als een diva moet worden behandeld. Ik begreep dat ze ook voor het Beatrix-concert allerlei stevige eisen heeft gesteld.»

Sterren bestaan nog.

Bas van Putten

Kracht van kaarsen

Wat is sterker: religieuze of seculiere burgerzin? De gelovige!

In het elfde uur van Koninginnedag diende zich zaterdagavond een interessante confrontatie aan tussen wereldlijke orangisten en praktiserende christenen. Nota bene in het centrum van Amsterdam, op de hoek van de Utrechtsestraat en de Kerkstraat. Terwijl feestvierders hun laatste slag wilden slaan, verzamelden Russisch-orthodoxe christenen zich bij de Sint-Nicolaaskerk voor het Paasfeest. Het was toeval dat Koninginnedag en Pasen samenvielen. De orthodoxie is blijven hangen in de tijdgeest van Julius Caesar en heeft de kalender van paus Gregorius XIII (1572-1585) nooit aanvaard. Alles gebeurt in die kerk dertien dagen later dan in de roomse.

Voor de orthodoxen begint Pasen om 24.00 uur. Rond het middernachtelijk uur maken de gelovigen een kruisgang rond de kerk, met een brandende kaars in de hand en voorgegaan door de otetsj, de geestelijke leider, en keren terug bij het gesloten portaal van de kerk. Samen met de otetsj bidden ze om toegang. Als dat gebed is verhoord, klinkt: «Christus is opgestaan, Hij is waarlijk opgestaan.» Omdat ze door de lokale geografie niet om de Nicolaaskerk heen kunnen lopen, moeten ze zich behelpen met een lineaire kruisgang naar de Amstel en terug. Het naburige nachtcafé De Biecht houdt daarmee eens per jaar rekening en sluit kort te deuren.

Maar dit keer waren de omstandigheden ongeschikter dan normaal. Om half elf stond de ME op de hoek in de Utrechtsestraat om feestvierders uit elkaar te chargeren. Zoals altijd fungeerde de ME niet als afstotende falanx voor het publiek maar als magneet. Op de andere hoek hadden nieuwe bewoners hun geluidsinstallatie in het open raam gezet: «The beat goes on.» Voeg daarbij het volk dat na een etmaal drinken en dansen geen twee zinnen foutloos achter elkaar kon zetten, en alle voorwaarden waren aanwezig voor rotzooi.

Toch liep het anders. Eerst trok de ME zich terug. Vervolgens ging de muziek in de bovenwoning een streepje zachter, al had dat meer voeten in de aarde. «Woont u hier?» «Ja.» «Mag ik u dan iets vragen. Straks begint in deze straat een soort processie. Kan het wat zachter?» «Waarom?» «Hier tegenover is de orthodoxe kerk. Ze vieren Pasen.» «Dat doen ze dan maar ergens anders.» «Dat kan niet, want die kerk staat hier.» «Wat hebben wij daarmee te maken?» «Op zichzelf niets. Maar het zou wellevend zijn.» «Ik zal het boven voorstellen.»

Waarna de kruisgang begon. Stommelende en stamelende oranjeklanten drongen naar voren. Maar de kaarsen en het gezang bleken sterker dan het wereldlijke feestgedruis. Een mirakel? Nee, een minuscuul empirisch bewijs dat de kerk nog niet is verslagen?

hubert smeets

Britse verkiezingen

Het uur U

NOTTINGHAM – Niet alles in het verleden was slechter, meldde Tony Blair tijdens de verkiezingscampagne. Criminaliteit bijvoorbeeld. Met een onverhoopt gevoel voor nostalgie sprak de premier over old-style criminals die hun kogels reserveerden voor gelijkgestemden. Dit maatwerk bestaat niet meer, zeker niet in Nottingham, dat na een serie moorden en overvallen is uitgeroepen tot «Assassination City». In de stad heerst een verlangen naar de tijd van Robin Hood, de struikrover die zich, in tegenstelling tot de huidige minister van Finan ciën, bezighield met de herverdeling van de welvaart. De Sheriff van Nottingham stond machteloos tegenover de held met pijl en boog.

Hoofdcommissaris Steve Green zit thans in hetzelfde schuitje, maar dan met gedepolitiseerde gangsters voor wie een automatisch geweer een soort waterpistool is. Onder meer een veertienjarig meisje en een 64-jarige sieradenverkoopster zijn hiervan het slachtoffer geworden. In een interview met The Sunday Telegraph heeft Green toegegeven dat zijn korps de controle over de middeleeuwse stad verloren heeft, niet omdat de agenten zo beroerd zijn maar omdat het politiebureau is veranderd in een samenscholing van geüniformeerde paper pushers.

De drie sociaal-democratische afgevaardigden van Nottingham waren woedend, zeker toen uit statistieken bleek dat hun stad, bijgenaamd The Queen of the Midlands, in de middenmoot van crimineel Engeland bungelt. Nottingham Forest en Notts County mogen dan dramatisch voetballen, met de rest van de stad gaat het goed, stelt John Heppell, de 56-jarige ex-spoorwegtechnicus die Nottingham-Oost sinds 1992 in het Lagerhuis vertegenwoordigt en persoonlijke secretaris was van zijn zielsverwant John Prescott, de maarschalk van de arbeidersklasse die de campagne graag mag opsieren met een rechtse directe op z’n tijd. «Green heeft het imago van Nottingham beschadigd en de Tories in de kaart gespeeld», moppert Heppell.

Aan dat imago wordt aan de oevers van de Trent noest gewerkt. Nottingham profileert zich tegenwoordig als «Byron Country», genoemd naar de dichter die hier opgroeide en ooit de radicale textielwerkers steunde in hun op stand tegen de automatisering. De stad koestert de legende dat hier de knapste vrouwen van het koninkrijk wonen en het toeristenbureau verkoopt ansichtkaarten waarop te zien is hoe de transportminister de nieuwe tram lijn opent. Maar voor Heppell staat, ondanks de meevallende cijfers, de bestrijding van de misdaad voorop, een terrein waar zijn tegenstanders volgens hem falen. De liberaal-democratische anti-oorlogskandidaat weigert de po litie meer bevoegdheden toe te zeggen en de Conservatief, een arts, wil de wortels van de misdaad aanpakken door drugs te decriminaliseren, dit tot hoongelach van het zittende kamerlid. Omdat Oost toch wel rood stemt, springt Heppell zijn collega in Zuid bij, een kiesdistrict dat naar paars neigt. Die twee partijgenoten zijn geen bondgenoten. Waar Heppell hecht aan kadaverdiscipline, daar is Alan Simpson, als pupil van Tony Benn, een trouwe rebel binnen de partij. In de wijk Lenton Abbey struint Heppell niettemin vrolijk van sociale huurwoning naar sociale huurwoning. Uit angst voor waakhonden heeft zijn persoonlijke as sistente een pollepel meegenomen om folders, bij afwezigheid van de bewoners, de brievenbus in te duwen. Heppell wil geen discussies aangaan, kiezers ompraten of klachten aanhoren. Nee, hij wil potentiële, doch lichtelijk stembusfobe La bourstemmers aansporen te gaan stemmen.

Op Anslow Avenue maakt een oude dame kennis met deze tactiek. Terwijl ze Heppells folder met een bedenkelijk gezicht nauw keurig opvouwt, verklaart ze Tory te stemmen. Nog voordat ze haar hart kan luchten over de plundering der pensioenfondsen van overheidswege en kan voorspellen dat de Trent door de immigratie in een rivier van bloed verandert, klinkt reeds het geluid van een dichtvallend tuinhekje. «Dit is tijdverspilling, en we moeten over een half uur klaar zijn. Aanbellen onder Coronation Street kost alleen maar stemmen», verklaart Heppell. Bij de overburen beleeft hij meer plezier. Een Brits-Jamaicaanse vijftiger verklaart Labour aan te hangen, om eraan toe te voegen dat hij in de jaren tachtig Thatcher heeft gestemd, waarna op de achtergrond de krijsende stem van zijn vriendin klinkt. «You whoat?? You voted for the bloody Tories!? Did you?» Het dichtst bij een uitwisseling van gedachten over de politiek-maatschappelijke stand van zaken in Nottingham komt de jongedame die bedankt voor het aanbod Heppells poster voor de ramen te hangen. «Ik wil niet dat ze opnieuw worden ingegooid.»

Patrick van IJzendoorn