Deze Week

Week 2

Pentagon-oplossing voor Irak: doods eskaders

De Amerikaanse strijdkrachten in Irak staan onder grote druk. De grootscheepse aanval van het US Marine Corps op Fallujah, de «stad der moskeeën», waarbij meer dan zeshonderd Irakezen werden gedood en meer dan vijftig mariniers, heeft bij lange na niet het gewenste resultaat gehad. De aanslagen door soennitische strijdgroepen zijn niet afgenomen. Generaal der mariniers John Sattler verklaarde in november dat de aanval «de ruggengraat van het verzet had gebroken». Militaire analisten hebben echter vastgesteld dat het vernietigen van Fallujah juist heeft geleid tot het volledig uit de hand lopen van de opstand.

«Iedereen is het erover eens dat we zo niet kunnen doorgaan», vertelde een hooggeplaatste officier aan Newsweek. «We moeten een manier vinden om in het offensief te gaan tegen de opstandelingen. Nu komen we niet verder dan ons verdedigen. En we zijn aan het verliezen.» Dat vraagt om onorthodoxe methoden, moet men in het Pentagon gedacht hebben. De Newsweek-journalisten Michael Hirsh en John Barry onthulden afgelopen week dat in het diepste geheim op het Amerikaanse militaire hoofdkwartier in Washington wordt gesproken over de «Salvador-optie». Volgens anonieme militaire bronnen wordt daarmee in het Pentagon geduid op het vormen van doodseskaders die jacht zouden moeten maken op opstandelingen en degenen die hen steunen. De term verwijst naar de jaren tachtig, toen doodseskaders in El Salvador met medeweten van de regering en zeer waarschijnlijk (het is nooit aangetoond) met Amerikaanse logistieke en militaire steun een terreurcampagne lanceerden waarbij niet al!
leen linkse guerrillastrijders werden gedood, maar vooral burgers die al dan niet met hen sympathiseerden. Onder de slachtoffers waren vier Amerikaanse nonnen die op brute wijze werden afgeslacht door deze rechtse paramilitairen.

Volgens de bronnen van Newsweek heerst onenigheid over de vraag of de operaties zouden moeten uitgevoerd onder leiding van Amerikaanse speciale eenheden van het leger of onder de hoede van de CIA. Ook is er nog geen duidelijkheid over de taak van de clandestiene eenheden: moeten ze slechts snatch-operaties gaan uitvoeren, waarbij kopstukken van het verzet worden ontvoerd, gevangengezet en «ondervraagd» (lees: gemarteld), of zouden ze gemachtigd zijn hen te doden. Wel staat vast dat, als het plan ten uitvoer komt, de doodseskaders zouden bestaan uit geselecteerde leden van sjiïetische milities en Koerdische pesjmerga’s.

Dat Donald Rumsfeld, de minister van Defensie die het Pentagon bestiert, bereid is de «Salvador-optie» serieus te nemen toont het cynisme dat de Amerikaanse operaties in Irak in de greep heeft. Juist deze week begon het proces tegen Charles A. Graner Jr., de soldaat die ervan verdacht wordt de gangmaker te zijn van de mishandeling en marteling van Iraakse gevangenen in de Abu Ghraib-gevangenis. Het schandaal werd gestaafd door honderden foto’s die de Amerikaanse be wakers maakten van hun schanddaden. Het bracht Rumsfeld in grote problemen. De «Salvador-optie» zou zogenaamde covert operations betreffen, operaties gesanctioneerd door de president van de VS. Vervolgens zou elke Amerikaanse betrokkenheid ontkend worden.

De «Salvador-optie» zal waarschijnlijk een boemerangeffect hebben. Het inzetten van sjiïtische en koerdische milities die op soennietische rebellen moeten gaan jagen kan een katalysator zijn bij de dreigende opbreking van Irak. De Amerikaanse troepen zouden de gijzelaars kunnen worden van een wrede burgeroorlog tussen de drie groepen die mokkend met elkaar samenleven. Valt het land uiteen, dan is de chaos compleet en de voedingsbodem voor terreurorganisaties als al-Qaeda nog vruchtbaarder dan nu. Bovendien zou het leiden tot hernieuwde conflicten omtrent Koerdistan en opflakkerende machtsaspiraties van dat andere lid van de «As van het Kwaad», Iran.

Maar het denkproces op het Pentagon lijkt onvermijdelijk te gaan in de richting van georganiseerde terreur. Een door Newsweek geciteerde Pentagon-militair: «De soennietische bevolking betaalt nu geen prijs voor de steun die ze geeft aan de terroristen. Voor hen is die kostenvrij. Dat moeten we veranderen.»

JOERI BOOM

Geert Wilders

Wilders is gekozen tot «conservatief politicus van het jaar 2004». Een beetje bij gebrek aan beter.

Elk jaar mogen de donateurs en sympathisanten van de Edmund Burke Stichting de «conservatief van het jaar» kiezen. Nadat in 2002 de libertijnse, rechtse revolutionair Pim Fortuyn (postuum) was uitverkoren, en het jaar erna Balken ende dankzij zijn normen-en-waarden-offensief als overwinnaar uit de bus kwam, is nu Geert Wilders gekozen.

Hij dankt dit vooral aan zijn «vastberadenheid en onverschrokkenheid» en zijn onverzoenlijke stellingname tegen de islam. Persoonlijke moed kan men Wilders niet ontzeggen, en rechts is hij zeker, maar is hij ook conservatief?

Wilders geeft er voortdurend blijk van dat hij zichzelf beschouwt als een kind van de Verlichting. Hij pleitte samen met Ayaan Hirsi Ali voor een «liberale jihad» en wil evenals de regering-Bush de wereld radicaal vertimmeren. Met een conservatisme als dat van Edmund Burke, die waarschuwde tegen de universalistische pretenties van de Verlichting en het revolutionaire blauwdrukdenken heeft dat niets te maken.

In zijn bijdrage aan het VVD-boek Ode aan de vrijheid, dat vlak na zijn breuk met de partij verscheen, pleit Wilders voor een «zuiver liberalisme» dat zich fel keert tegen «socialisten, sociaal-democraten of sociaal-liberalen, want dat zijn in meer of mindere mate allemaal leden van de socialistische familie». Hiermee treedt hij dus in de voetsporen van de grote roerganger Bolkestein, die ooit heeft verklaard dat de ware scheidslijn loopt tussen enerzijds het liberalisme, dat de individuele vrijheid verdedigt, en anderzijds socialisten én conservatieven, die beide wortelen in het collectivistische gemeenschapsdenken.

Wat zich in Nederland aandient als conservatisme is een merkwaardige mengelmoes van ideeën. Op sociaal-economisch gebied is men een aanhanger van wat de Britse conservatieve filosoof John Gray het «marktfundamentalis me» noemt, en is men liberaler dan Adam Smith. Dit wordt gecombineerd met een opnieuw uitgevonden nationalisme, dat nogal xenofobe trekken begint te vertonen. Op levensbeschouwelijk terrein zwerft men echter stuurloos rond.

De aanhang van de Edmund Burke Stichting maakt zich blijkbaar niet erg druk om het authentieke conservatieve gedachtegoed. Heeft de stichting in deze geen op voedende taak? Hiernaar gevraagd verklaart EBS-directeur Bart Jan Spruyt dat het niet zo eenvoudig ligt: «Als conservatief accepteer ik de liberale rechtsstaat als speelveld, en probeer ik vanuit mijn conservatieve opvattingen de zwakke plekken en schaduwzijden van het liberalisme te repareren.» Tot die gebreken van het liberalisme rekent Spruyt onder meer de afstand tussen kiezer en gekozene, de neiging zichzelf te beschouwen als verlichte elite en de staat te willen gebruiken om iedereen dezelfde richting op te duwen, en een krampachtige houding ten opzichte van religie.

Volgens Spruyt bestaat er in Nederland geen «vintage conservatism», zijn er geen politici die echt conservatief genoemd kunnen worden. Daarom ziet hij zich genoodzaakt te roeien met de riemen die hij heeft. Een van die riemen lijkt te bestaan uit de grote aanhang die Wilders zich door middel van het exploiteren van de angst voor de islam heeft verworven. Dit heeft binnen de EBS tot nogal wat kritiek geleid en tot het vertrek van mensen als Dries van Agt en Hans Hillen. Naar eigen zeggen heeft Spruyt een goede reden om zich niet te distantiëren van het rechtse populisme van Wilders: «Een uitgesproken rechtse beweging als die van Wilders kan heel goed uitkomen bij allerlei standpunten die niet conservatief of zelfs anticonservatief zijn. Wij willen voorkomen dat hetzelfde gebeurt als bij de LPF. Daar liepen niet alleen kleine, gefrustreerde mannetjes rond, maar ook allerlei lieden met abjecte denkbeelden.»

Spruyt bemoeit zich dus met Wilders’ beweging om erger te voorkomen. Volgens hem is «een gezonde conservatieve beweging de beste garantie tegen extreem rechts». Of hij gelijk heeft moet nog blijken. In de jaren dertig was dat zeker niet het geval, maar dit is een geheel ander tijdperk. Voorlopig lijken Wilders en consorten vooral olie op het vuur te gooien, waardoor extreem rechtse opvattingen worden aangewakkerd.

ROB HARTMANS

Mahmoud Abbas

Wat hebben de Palestijnen afgelopen zondag eigenlijk gekozen? Een president, maar waarvan?

Er is geen Palestijnse staat. Gaza en de Westoever zijn bezet gebied en de Palestijnse Autoriteit heeft de afgelopen vier jaar onder beleg doorgebracht. Deze situatie werd het best verbeeld door de in zijn vernielde hoofdkwartier vast gekluisterde Jasser Arafat.

Voorzover ooit sprake was van Palestijns zelfbestuur was het onmachtig op te treden. Onwillig en corrupt, zullen Israël en Amerika benadrukken. De Amerikaanse president Bush verklaarde niet de grenzen en een vredesregeling, maar hervormingen van het Palestijns bestuur tot kern van de zaak. Dat suggereert dat Bush Palestijnse vrijheid eerder defini eert als het houden van verkiezingen dan als het leven zonder bezetting, zoals een Palestijnse activist onlangs zei.

Op z’n best hebben de Palestijnen met Mahmoud Abbas gekozen voor een onderhandelaar in hun conflict met Israël. Een zwakke onderhandelaar met een zeer beperkt mandaat. Zwak omdat Abbas op grond van anciënniteit in plaats van verdienste of capaciteit tot voorman is gekozen. Hij zal minder dan Arafat in staat zijn pijnlijke concessies aan het Palestijnse volk te verkopen, een volk dat bang is dat hij te veel tegemoet zal komen aan Israëls eisen. Die indruk moest hij tijdens de campagne dan ook compenseren met een aantal ferme uithalen naar Israël. Deze uitspraken deden de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Shalom de wenkbrauwen fronsen. Hij vroeg zich af of Abbas in de voetsporen van Arafat was getreden.

En daarmee komen we al wat dichter bij de kern van de zaak. Onder alle Palestijnse politieke stromingen bestaat consensus over de minimale voorwaarden voor een vredesregeling. Dat is een einde aan de bezetting, het ontmantelen van de nederzettingen, Oost-Jeruzalem als hoofdstad van een Palestijnse staat en een oplossing voor de vluchtelingen die in het buitenland verblijven, met name degenen in Jordanië en Libanon. Bij deze thematiek heeft Abbas bijzonder weinig speelruimte. Hij weet dat hij politieke steun zal verliezen zodra hij te veel toegeeft, met de dreiging van nieuw geweld door Hamas en de Al Aqsa-brigades als een hypotheek op zijn presidentschap.

Geen wonder dat hij wat betreft de eisen en vasthoudendheid bij eventuele onderhandelingen dicht bij Arafats positie uit zal komen. Het grote verschil met Arafat is dat Abbas de gewapende strijd afwijst. Om die strategie te laten slagen heeft hij de steun van militante facties als Hamas en Al Aqsa nodig. Zij zullen hun aanvallen en zelfmoordaanslagen moeten opschorten. Aan de andere kant heeft hij de «hulp» nodig van Israël, dat moet stoppen met buitengerechtelijke executies en aanvallen op Palestijns gebied. De militante facties zijn hooguit welwillend omdat ook het aangeslagen Hamas een gevechtspauze kan gebruiken, maar Abbas heeft geen gezag over hen. Israël zal alleen een helpende hand bieden als de regering-Sharon besluit dat het niet in haar belang is dat Abbas faalt. Na vier jaar intifada is Israël er niet langer van overtuigd dat het daadwerkelijk zaken kan doen met de Palestijnen. Zonodig zal het unilateraal beslissingen nemen. Binnen het Israëlische denken bestaat !
er dus ook vrede zonder de Palestijnen.

Een tweede omslag in de Israëlische politiek is een accentverschuiving van geografie naar demografie. Sharon was de architect van het nederzettingenbeleid om zo veel mogelijk territorium in de bezette gebieden te claimen door «feiten op de grond» te creëren. Met zijn voorgenomen plan tot terugtrekking uit Gaza heeft hij die expansiepolitiek voor het eerst verlaten. De nederzettingen wegen niet langer op tegen de mensen levens die ze kosten. Tevens begint men zich in Israël meer zorgen te maken over een Palestijns overwicht, waardoor het joodse karakter van Israël in gevaar komt. Dat vereist andere maatregelen en een andere politiek. Maar niet per se een vredesregeling.

RIK DELHAAS

Wat weegt voor Bal kenende het zwaarst?

De discussie over verlenging van de Nederlandse militaire aanwezigheid in Irak is weer opgelaaid.

Ter opfrissing van het geheugen eerst het volgende: «Acht maanden is acht maanden. Een langer verblijf is niet aan de orde.» Het zijn woorden van CDA-minister Bot van Buitenlandse Zaken tijdens het debat in de Tweede Kamer, eind juni vorig jaar, over de verlenging van de uitzending van Neder landse militairen naar Irak. De acht maanden waar Bot het over had zijn in maart voorbij en de verkiezingen in Irak gaan eind januari door zoals gepland. Toch is de discussie over een nieuwe verlenging weer opgelaaid.

CDA-fractievoorzitter Maxime Verhagen gaf hiervoor de voorzet in een interview in het weekblad Elsevier. Coalitiegenoot VVD haakte er direct positief op in. Dat is niet verwonderlijk, want tijdens het debat in juni zei de VVD, al was het toen nog bij monde van het inmiddels voor zichzelf begonnen kamerlid Geert Wilders, «het liefst een long term commitment» te zien.

CDA en VVD hebben weliswaar in het kabinet-Balkenende II een ruime meerderheid aan ministers, ze zullen toch niet zonder slag of stoot om de mening van D66, de kleinste coalitiegenoot, heen kunnen. Woordvoerder op het Irak-dossier, kamerlid Bert Bakker, is vooralsnog helder over een verlenging van de aanwezigheid van Nederlandse militairen in de Iraakse provincie Al Muthanna: «Daar voelen wij helemaal niks voor. En dat geldt ook voor onze bewindslieden in het kabinet.»

Bakker blijft daarmee trouw aan het D66-standpunt van juni. Tijdens het kamerdebat zei hij toen dat een duidelijke termijn «eigenlijk de enige manier is om ervoor te zorgen dat je na acht maanden ook werkelijk weg kunt».

Bakker snapt wel waar de uitspraken van Verhagen ineens vandaan komen. De CDA-fractievoorzitter zei in het Elsevier-interview dat een langer verblijf van Nederlandse troepen in Irak belangrijk is voor de relatie tussen de VS en de Europese Unie.

Bakker: «Er is een heel serieuze en zware lobby vanuit de Verenigde Staten geweest. De Amerikaanse minister Colin Powell is bij het CDA langs geweest, zoals hij bij alle fracties, dus ook bij ons, is geweest. En ook wij hebben daarnaast ook nog eens de VS-ambassadeur op bezoek gehad. Uit die gesprekken blijkt hoezeer de VS onze opstelling inzake Irak op prijs hebben gesteld. De VS hebben zich erg alleen gevoeld. Ik kan me voorstellen dat als wij in maart vertrekken zij denken: nu laat Nederland ons ook al in de steek. Dat zijn ook de signalen die minister Bot krijgt. Maar zo zit het niet. Ons vertrek is geen statement richting de VS. Het gaat er ons helemaal niet om de VS eens even te laten weten hoe wij over ze denken. Wat ons betreft is de relatie met de VS uitstekend. Ons gaat het erom dat andere landen nu hun verantwoordelijkheid inzake Irak moeten nemen. Dat zullen ze niet doen als wij ons vertrek in het midden laten.»

Van het argument van Verhagen dat president Bush met nieuwe plannen komt voor het Irak-van-na-de-verkiezingen is Bakker niet onder de indruk. Sterker: «De VS zouden voor die plannen eerst het consent moeten krijgen van de Verenigde Naties. Bovendien zou het dan beter zijn als er in Irak andere gezichten komen, bijvoorbeeld Europese troepen met een EU-embleem op hun pakken. Van eenvoudig een verlenging kan dus geen sprake zijn. Mogelijk dat Nederland in de toekomst dan weer een bijdrage levert in Irak, maar dat zal van een heel ander soort zijn dan nu.»

Bakker taxeert dat het kabinet nog deze week beslist dat er géén sprake zal zijn van verlenging: «Als Nederland langer zou blijven, dan moeten de troepen dat vanwege de voorbereidingen echt snel weten, maar ik schat in dat het niet zo ver komt. Het kabinet is sterk verdeeld. VVD-minister Kamp van Defensie is tegen en ik ken hem als een man die recht door zee is, voor zijn functie gaat en niet meedoet aan allerlei politieke spelletjes.» Of interne VVD-politiek een rol gaat spelen en Kamp onder druk wordt gezet om het VVD-leiderschap van fractievoorzitter Van Aartsen te ac cepteren, weet Bakker niet: «Maar ik zie hem dat niet zo gauw doen.»

Ook binnen het CDA ziet Bakker verdeeldheid. Verhagen heeft weliswaar gepleit voor verlenging, maar binnen zijn fractie was in juni al een groep die luid en duidelijk liet blijken dat het nu echt bij acht maanden moest blijven.

Bakker wil daarom niet speculeren over de vraag of het tot een binnenlandse politieke crisis komt als er zonder instemming van D66 besloten wordt tot verlenging van het verblijf van de Nederlandse militairen. Als ook de PvdA voet bij stuk houdt en tegen verlenging blijft, zou het kabinet voor een ka mermeerderheid afhankelijk zijn van de kleine christelijke partijen. «Dat is wel een heel kleine meerderheid, en dat voor een zo gevoelige uitzending!» vindt Bakker.

Minister-president Balkenende zou met verlenging een wit voetje kunnen halen bij de Amerikaanse president Bush, die deze maand aan zijn tweede ambtstermijn begint. Maar Bakker kan zich niet voorstellen dat Balkenende daarvoor zijn leiderschap op het binnenlandse politieke toneel op het spel zou zetten. Waarmee Bakker dan toch indirect zinspeelt op een kabinetscrisis.

AUKJE VAN ROESSEL

Zilveren Camera 2004

Fotografen Jeroen Oerlemans en Martijn Beekman, wier werk De Groene regelmatig publiceert, zijn bij de verkiezing van de Zilveren Camera 2004 in de prijzen gevallen. Oerlemans won de tweede prijs buitenland nieuws, enkel. Beekman kreeg de eerste prijs politiek nieuws, serie, de eerste prijs dagelijks leven, serie en de tweede prijs politiek nieuws, enkel.

Toevoeging

Het essay van Dick Pels De democratisering van het charisma in het nummer van vorige week is een bewerking van een lezing in de reeks Charisma: De fascinatie van leiders van het Soeterbeeck Programma van de Radboud Universiteit Nijmegen. De tekst verscheen eerder in filosofie & praktijk nummer 6 (2004). In mei verschijnt bij uitgeverij Damon de essaybundel Charisma: Fascinatie en onttovering met onder meer het essay van Dick Pels. Meer informatie over de lezingenreeks:
[www.ru.nl/soeterbeeckprogramma](_.html)