Deze week

Week 20

Wat wacht Ayaan Hirsi Ali in de VS?

Zelfs Bush heeft nu zijn buik vol van illegale immigranten. Hirsi Ali moet uitkijken.

WASHINGTON – Met zijn populariteit in sommige peilingen lager dan dertig procent ging Bush dan toch eindelijk overstag. Afgelopen maandagavond om acht uur, in zijn eerste toespraak vanuit de Oval Office over een binnenlandse kwestie, zei hij het dan eens hardop: «De grens moet worden gesloten voor illegale immigranten, net als voor criminelen, drugshandelaren en terroristen.» Bush beloofde zesduizend mannen en vrouwen van de National Guard naar de grens met Mexico te sturen, wat een verdubbeling van het aantal douaniers betekent. Zij moeten de stroom van 850.000 gelukszoekers per jaar proberen tegen te houden.

De massale demonstraties van de afgelopen weken (van illegalen en sympathisanten) hebben averechts gewerkt. Inmiddels vindt de grote meerderheid van de Amerikanen dat de grens met Mexico beter moet worden bewaakt. In een van de tientallen peilingen zegt zelfs 88 procent van de ondervraagden dat steden die weigeren de immigratiewetgeving uit te voeren geen cent meer uit de federale kas in Washington mogen krijgen. Los Angeles en New York hebben dan een probleem.

De meeste Republikeinse afgevaardigden en enkele invloedrijke senatoren konden, met de verkiezingen dit najaar in aantocht, niet langer achter de president aan blijven lopen. Bush pleitte tot afgelopen weekeinde voor een gastarbeidersprogramma en de mogelijkheid voor een groot deel van de dertien miljoen illegaal in Amerika verblijvende buitenlanders om het staatsburgerschap te behalen. Pas in de speech van maandag kondigde hij ook extra maatregelen aan ter bescherming van de grens. Toch richtte hij zich ook nadrukkelijk tot de rechterflank van de Republikeinse partij: die moet niet denken dat het mogelijk en wenselijk is illegalen te criminaliseren. Iedereen terugsturen kan niet meer, maakte de president duidelijk.

Aan Bush’ speech ging op 26 april een rede vooraf van de vooraanstaande Republikein Newt Gingrich (oud-voorzitter van het Huis van Afgevaardigden). De Republikeinse houwdegen en verdienstelijke amateur-historicus sprak in de aula van de denktank American Interprise Institute (aei), waar hij «senior fellow» is. Van gouverneur Arnold Schwar-zenegger leende Gingrich de uitspraak: «Amnesty is anarchy». President Bush zegt dat hij illegalen geen amnestie wil verlenen, maar zijn gastarbeidersprogramma komt daar wel op neer. Gingrich meende dat het afgelopen moest zijn met de «oneerlijkheid». Illegalen zijn illegalen. Als zelfs partijbonzen als Gingrich gaan morren over de immigratiepolitiek is het tijd voor de president om water bij de wijn te doen. Want met Gingrich valt niet te spotten. Gevraagd om commentaar over de komst van de Nederlandse politica Hirsi Ali naar zijn denktank bleek zijn roep om eerlijkheid weinig te maken te hebben met openhartigheid. Gingrich kon er nog niets over zeggen. Zijn naaste assistent heeft minder last van die terughoudendheid. «Als immigranten eerlijk zijn, valt er te praten. Leugenaars moeten we niet. Hoe hoogopgeleid, slim of interessant ze ook zijn.» Dat is geen plezierig vooruitzicht voor Hirsi Ali. Haar nieuwe collega’s lijken meer op Nederlanders dan ze hoopt.

PIETER VAN OS

Le Monde versus De Villepin

«Licht werpen op deze duistere machinatie.» Aldus formuleerde hoofdredacteur Colombani zater-dag de missie van Le Monde in een commentaar op de voorpagina.

PARIJS – Duister is de Clearstream-affaire zeker. Wie is bijvoorbeeld de geheimzinnige corbeau: degene die in 2004 twee – naar achteraf bleek valse – lijsten doorspeelde naar de Franse onderzoeksrechter met daarop de namen van politici en industriëlen die een rekening zouden hebben bij de Luxemburgse witwasbank Clearstream? Op welk moment werden de verantwoordelijke politieke leiders op de hoogte gebracht van het bestaan van deze lijsten? En werden deze lijsten vervolgens ingezet ten behoeve van een politiek doel, te weten het betrekken bij de affaire van Nicolas Sarkozy, de huidige minister van Binnenlandse Zaken?

Dat zijn de drie vragen die blijven. Zelfs na al het graaf- en spitwerk dat Le Monde de afgelopen drie weken verrichtte. Als de Clearstream-affaire al die tijd het Franse politieke leven beheerst, dan is dat hoe dan ook te danken aan de batterij journalisten die hoofdredacteur Colombani aan het werk gezet heeft. Bijna dagelijks brengt de krant vertrouwelijke documenten boven water. Het spectaculairst tot dusver was de transcriptie van het verhoor van generaal Rondot, de meesterspion die onderzoek deed naar de vervalste lijsten; een week later gevolgd door de persoonlijke notities die Rondot maakte na afloop van zijn ontmoetingen met Dominique de Villepin, de huidige premier. Zo bleek dat de naam van Sarkozy tijdens deze ontmoetingen wel degelijk gevallen was – iets wat De Villepin tot dusver steeds categorisch had ontkend.

Beetje bij beetje legt Le Monde sindsdien de contouren bloot van een lastercampagne op het allerhoogste politieke niveau – al dan niet geëntameerd door De Villepin. Maar waar Le Monde machinaties achter het optreden van de premier meent te zien, daar vermoeden naaste adviseurs van De Villepin op hun beurt machinaties achter de reeks belastende publicaties in Le Monde. «Le Monde breekt de dag van de premier», zo verklaarde één van hen afgelopen vrijdagavond na afloop van een lezing van de filosoof Marcel Gauchet in de Ecole Normale Supérieure tegen De Groene Amsterdammer.

«Even over half tien verschijnt de online nieuwsbrief van Le Monde met daarin de titels die de krant die middag zal brengen. Vervolgens wacht iedereen op het uitkomen van de krant. Het Franse parlementaire leven komt doorgaans pas na de lunch op gang. Tegen tweeën verschijnt Le Monde dan eindelijk en de vijanden van de premier slaan hem onmiddellijk met de nieuwe onthullingen in het gezicht», aldus Gauchet. Volgens hem volgt de berichtgeving van Le Monde daarbij een opvallend patroon: «De onthullingen komen steeds op maandag of dinsdag en de rest van de week gaat het alleen nog maar daarover. Aan regeren komen we in Matignon (het werkpaleis van de premier – mk) dan ook allang niet meer toe. We hebben alle regie verloren.» Opzet? «Colombani haat De Villepin en wil tegen elke prijs ver-mijden dat deze deelneemt aan de komende presidentsverkiezingen.» De sfeer op Matignon maakt dat er op dit moment in ieder geval niet aangenamer op. «We hebben al weken het idee dat we in een vliegtuig zitten dat zich in een vliegende storm bevindt.» Met Colombani in de cockpit.

MARIJN KRUK

Country Music

Steun uit de popwereld voor de Conservatieve Partij bleef lang beperkt tot Phil Collins, Tony Hadley (Spandau Ballet) en Spice Girls. Maar de muzikale aanhang groeit.

LONDEN – Een minder bekend nummer van Pink Floyd is Grantchester Meadows. Roger Waters zingt daarin over zijn jeugd op het platteland van Cambridgeshire. Over de ochtenddauw, de ijsvogel die het water van de Cam doet opspatten, over de leeuwerik die luistert naar de schreeuw van de vos. Deze «sounds of yesterday», zoals de zanger en bassist ze noemt, zullen waarschijnlijk niet ontbreken op Highclere Rocks, Hampshire, waar zaterdag een benefietconcert plaatsvindt van de Countryside Alliance. Deze organisatie strijdt onder meer te-gen het verbod op de vossenjacht.

Waters deelt het podium met onder anderen Eric Clapton, Brian Ferry en Roger Daltrey. De rockers hebben genoeg van Labours vrijheidsbeperkende plattelandspolitiek, waarvan het verbod op de vossenjacht het symbool is.

Officieel was het de regeringspartij te doen om het dierenleed, maar eigenlijk ging het om heel iets anders. Zo verklaarde Labour-kamerlid Peter Bradley dat het een klassenstrijd betrof tegen de grootgrondbezitters. Zijn collega Barry Sheerman noemde het een revanche namens de mijnwerkers, die door Thatcher uit de grond waren gehaald. Binnen Labour staan de vossenjagers bekend als «the horses of conservatism».

Voor Waters was deze hetze de reden om voor het eerst in zijn leven op de Conservatieve Partij te stemmen. «Ik denk dat ieder rationeel denkend mens het ermee eens is dat het vossenbestand moet worden gereguleerd en ik geloof er heilig in dat een Engelsman zelf het beste weet hoe dat moet.» De jagers vormen volgens hem een buffer tegen moderne kolchozen die het platteland met bulldozers gelijk willen maken om het met genetisch gemanipuleerde gewassen te laten begroeien. Zijn liefde voor het traditionele leven op het platteland gaat generaties terug. Met zijn opa, een mijnwerker, trok de kleine Roger vaak met een Ford Anglia het land in om vossenjagers te ontmoeten.

Zijn collega en vriend Eric Clapton deelt deze sentimenten. Op vossen jaagt hij niet, maar wel op gevogelte. «Als plattelandsjongen ben ik met jagen opgegroeid en ik heb het pas weer opgepakt, nu het nog kan. De vossenjacht is al afgeschaft en het schieten op vogels is de volgende stap.» De gitarist vist ook. Sterker, in de jaren negentig toerde Clapton alleen langs Amerikaanse steden waar goed viswater in de buurt was. Zijn liefde voor plattelandssporten gaat zo ver dat hij de helft van de aandelen bezit van Cordings, een chique bedrijf dat allerhande jachtmaterialen verkoopt, van zadels tot vishengels.

De betrokkenheid van Brian Ferry is met name belicht door zijn 22-jarige zoon Otis. Deze is meester van de Zuid-Shropshire-jacht en verlangt terug naar het leven in de achttiende eeuw. Hij maakte anderhalf jaar geleden faam door met zes anderen het Lagerhuis te bestormen tijdens een debat over de vossenjacht. Otis slaagde er zelfs in om de mace te grijpen, het zwaard op de middentafel, iets waar schaduwminister Michael Heseltine in de jaren zeventig voor het laatst in was geslaagd. De zanger van Roxy Music was zo trots op zijn zoon dat hij een trofee van muziekblad Q aan hem opdroeg, de toorn over zich afroepend van progressieve popmusici als Sir Elton John, Graaf Cliff Richard en Lord Bono Vox.

PATRICK VAN IJZENDOORN