Deze Week

Week 23

De campagne door Amerikaanse ogen

«Ik wist niet dat het er daar bij politieke kwesties nog zo achterlijk toegaat.»

FORT LAUDERDALE, FLORIDA – «Ik heb in mijn leven nog niet zo’n slechte verkiezingscampagne ge zien, zo amateuristisch, zo ongekend gênant. Dat geëmmer tussen Binnenlandse en Buitenlandse Za ken over de campagne laat na tuur lijk maar een glimp zien van het falen van de ja-campagne.» Als topman van de Amerikaanse organisatie Caribbean-Central America Action hielp Dick Morren president Ronald Reagan begin jaren tachtig de steun te vergaren van zowel het Amerikaanse volk als van het Congres voor het Caribbean Basin Initiative, een vrijhandelsverdrag tussen Amerika en de niet-communistische landen in de Cariben en Midden-Amerika. Het was een vergelijkbare opgave als waar de Nederlandse regering in de afgelopen maanden voor stond, maar met een andere afloop. Toen de campagne van start ging, was zeventig procent van de Amerikanen en hun volksvertegenwoordigers tegen. In Amerika bestaan er weinig verschillen tussen peilingen onder congresleden en stemmers, aangezien iedere volksvertegenwoordiger direct wordt ge kozen, met alle populistische problemen van dien.

Na zeven maanden campagne en intens lobbywerk bleken be volking en Congres in meerderheid voor. Morren is in Nederland geboren en nam de afgelopen weken, uit eigen interesse, een kijkje in Nederland. «Dat schoolkrantje leek wel een overlijdensadvertentie.» Maar anders dan de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht vindt Morren dat er juist meer en harder op het gevoel had moeten worden gespeeld.

Op de topconferentie van de Organisatie van Amerikaanse Staten in Zuid-Florida kruipt politiek adviseur Morren desgevraagd in de huid van de Nederlandse regering: «Juist als je een minister-president met zo weinig charisma hebt, moet je negatief gaan. Die paar extreme partijtjes die de nee-stem propageerden, had je helemaal moeten afmaken in programma’s als Barend & Van Dorp. Hoe moeilijk is het om religieus rechts en zo’n type als Marijnissen belachelijk te maken?

In de jaren tachtig maakten we de Amerikaanse bevolking bang met een gemeenschappelijke vijand. We zeiden dat Amerika communistisch Nicaragua de wind uit de zeilen kon nemen door winstgevende vrijhandel in de regio. Zo had de Nederlandse ja-campagne de angst voor China en vooral voor Amerika enorm moeten aanjakkeren. Dat soort gevoelens le ven ook in de onderbuik van het kiezersvolk, en met een goed ge vulde campagnekas kun je daarmee de irrationele sentimenten over Europa overwinnen.»

Wat Morren nog het meest stoorde, is de onwil van de regeringspartijen om «big business» in te schakelen: «Natuurlijk, er was een referendumwet. Hier in Amerika hebben we dat soort wetjes ook. Daar kun je natuurlijk ge makkelijk omheen. Je schakelt een enthousiaste buitenstaander in. Die richt zijn eigen campagne comiteetjes op, zijn eigen ngo. En vervolgens zorg je dat Shell, Uni lever, Philips, Nationale Nederlanden en ABN Amro dat comiteetje met een paar miljoen overladen. Die bedrijven geven dat zonder enig probleem; ze hebben immers belang bij zo veel mogelijk multilaterale samenwerking, maakt niet uit hoe die eruitziet. Ik vraag me af: hoe had je met hun steun nog kunnen verliezen?

Ik ben diep teleurgesteld in mijn vaderland. Ik wist niet dat het er daar bij politieke kwesties nog zo achterlijk toegaat. Amerika is misschien een ‹jong› land, met kinderachtige ob sessies, maar Nederland is een jongere democratie. En deze campagne was een brevet van totaal onvermogen.»

PIETER VAN OS

Marokkaanse Lieverdjes

Voor de intellectuele elite blijft Hirsi Ali de kern van de zaak.

Intellectueel Nederland breekt er iedere dag zijn hoofd over. Al thans, wanneer er geen referendum wordt gehouden. Over de Marokkaanse straatterroristen (zo als Geert Wilders de jongens noemt) die de straten onveilig maken.

Om niet louter met de handen in het haar te zitten als deze knullen besproken worden, was afgelopen vrijdag een conferentie georganiseerd in de Faculty Club Universiteit Utrecht. Niet zomaar natuurlijk, maar naar aanleiding van een boek: Marokkaanse Lieverdjes van Hans Werdmölder, een criminoloog en antropoloog die twee decennia onderzoek heeft gedaan naar Marokkaanse jongeren in Nederland. Zijn betoog: weg met de politieke correctheid. Geen glimmende folders meer over hoe goed het met de Marokkanen gaat. We moeten de sociaal-culturele problemen van deze jongeren onder ogen zien. Laat de Marokkanen een zelfreinigend ver mogen creëren. Voor de oplossingen wordt de hele sociale rataplan uit de kast getrokken: Marokkaanse buurtvaders, Marokkaanse coaches, maatschappelijk werkers. En natuurlijk de Glenn Mills-school. Om deze analyse nog wat kracht bij te zetten werd tijdens de conferentie gezegd: «Ik hoor het van Marokkaanse jongens in Marokko. Zij zeggen: wat die jongens hier flikken, wordt in Marokko absoluut niet getolereerd.»

Evengoed hoeft de beschuldigende vinger volgens de auteur van het boek niet alleen naar de Marokkaan te wijzen. Autoch tonen dragen «onbewust» ook schuld. In de Volkskrant schreef Werdmölder: «Het gedrag van Marokkaanse jongeren heeft au tochtonen terecht wrokkig ge maakt. Nederland liet zelf uit angst voor discriminatie forse probleemwijken ontstaan. Spreiding is nu noodzakelijk. Het zogenaamde antidiscriminatiebeleid bevordert de segregatie en achterstand van allochtonen.»

Deelnemers aan de conferentie spraken ook over de houding van autochtonen. Sommigen dachten met oneliners als «stop de uitkeringen» of «als je je niet aanpast, terug naar Marokko» de politieke correctheid voorbij te zijn. Mohammed Sini van Islam en Burgerschap demonstreerde op zijn beurt dat hij de politieke correctheid meesterlijk beheerst: hij vatte slechts datgene samen wat zich het afgelopen jaar heeft voor gedaan. Anderen staken de hand wél in eigen boezem. Zo vertelde een Nederlandse vrouw: «Wij hebben het vanmiddag over politieke correctheid. Ik spreek van politieke onverschilligheid. Ik heb problemen met de opmerking dat er een beschavingsoffensief moet plaatsvinden vanuit de samen leving, vanuit ons. Wie zijn wij om te bepalen waar het over gaat? Wij missen ook het een en ander. Wanneer leren wij onze eigen zwakke plekken kennen?»

Goed idee dus om de tanden te zetten in deze ingewikkelde materie. Maar ook deze samenscholing van allerlei universiteitsprofessoren bracht niet veel duidelijkheid. Het ging welgeteld een kwartier over Marokkaanse jongens. Daarna schakelde men over naar de kennelijke kern van de zaak: Hirsi Ali. Want Hirsi Ali is óf een briljante strijdster voor de rechten van de moslimvrouw óf juist géén briljante strijdster voor de rechten van de moslimvrouw.

Welke van deze twee redeneringen helpt ons die Marokkaanse etterbakjes beter te begrijpen?

MINA AMHIL

Vrouwen in het nieuws

Over vrouwen weinig tot geen nieuws.

De Gouden Strop voor het spannendste Nederlandstalige boek werd zondag gewonnen door Jo hanna Spacey. Omdat de winnaar een vrouw is leverde dat bijzondere aandacht op. De kranten kopten maandag allemaal dat de prijs ging «naar een vrouw». In de afgelopen negentien jaar van het be staan van deze prijs waren het namelijk altijd mannen die de strop om de nek hadden gekregen.

In de aanloop naar het referendum over de Europese grondwet is gezocht naar publieke figuren om de ja-campagne te trekken. Op de lijst van 29 namen, die allen overigens hadden geweigerd hun diensten te verlenen, stonden slechts drie vrouwen: Hennie Stoel, Cisca Dresselhuijs en Erica Terpstra. Meer vrouwelijke gezichten waren er niet te bedenken. Dit is geen nieuws, maar slechts een onopvallend gegeven.

Bij het Europees Kampioenschap judo, vorige maand, wonnen Nederlandse vrouwen in verschillende gewichtsklassen goud. Dit heuglijke feit werd in de be richtgeving totaal ondergesneeuwd door het nieuws dat «onze mannen een teleurstellende prestatie leverden».

Hoe vrouwen in de media worden vermeld, blijft onevenwichtig. De ene keer doet de sekse er overdreven toe, de andere keer valt een objectieve topprestatie weg juist omdat die is geleverd door een vrouw. Het is dan kennelijk minder interessant. Bij sport valt deze negatieve nieuwsselectie van «het zwakke ge slacht» het meest op. Is dat de weerslag van de belangstelling van het pu bliek? Of omgekeerd: leeft vrouwensport minder bij het publiek omdat de media er minder aandacht aan besteden? Wie kijkt naar damestennis op Roland Garros moet constateren dat de huidige generatie vrouwen harder slaat en sneller loopt dan de mannen uit de tijd van Björn Borg. Maar vrouwen lopen hun achterstand nooit in. Dat is niks nieuws.

MARGREET FOGTELOO

Bijbels, heggen en vijvers

Weer meer tradities sneuvelden in het Verenigd Koninkrijk.

LONDEN – En wel ten faveure van het streven naar een ordentelijke samenleving vol vriendelijke en gezonde mensen. Zo heeft het universiteitsziekenhuis van de roemloze nijverheidsstad Leicester besloten de bijbels uit de kastjes naast de ziekenhuisbedden te verwijderen. Het mes snijdt bij deze ondergang van een oude traditie aan twee kanten, zo be weert de ziekenhuisleiding. De vrees bestaat immers dat de directe aanwezigheid van met name het Nieuwe Testament een negatieve invloed heeft op de ge moedsrust van de niet-christelijke zorgontvangers. Maar er zou nog een nadeel kleven aan de bijbel: men vreest dat de aanwezigheid van het boek niet alleen Gods woord kan verspreiden, maar ook de superbacterie MRSA.

Ondertussen is vice-premier John Prescott een offensief gestart tegen een andere Britse traditie: heggenruzies. Gemeenteambtenaren hebben de macht gekregen om op bindende wijze te be middelen in geschillen over de hoogte van heggen, coniferen en andere gewassen die in de loop van de tijd hebben geleid tot schotenwisselingen, torenhoge advocatenkosten en moord. Hoewel ze de leges wat aan de hoge kant vindt, heeft de maatregel de zegen van Clare Hinchcliffe, woord voerster van Hedgeline, een belangengroepering voor slachtoffers van hoge heggen.

Minder jubel klinkt er bij het voornemen van Prescott om de badtemperatuur in huizen via een speciale thermostaat te beperken tot 46 graden. Hoewel de meeste Britten Prescotts interventie overbodig achten, geniet hij de steun van de Royal Society for the Prevention of Accidents, mogelijk omdat in het verleden onder anderen wijlen prinses Margaret lichte brandwonden heeft opgelopen door het nemen van een te heet bad.

Prescotts partijgenoot Ken Livingstone heeft ook iets met badderen. Nu hij niet heeft kunnen voorkomen dat mensen een winterse duik nemen in het meertje van Hampstead Heath (zie De Groene Amsterdammer van vorige week) heeft de burgemeester van Londen de fonteinen van Trafalgar Square tot verboden terrein bestempeld, hiermee een einde makend aan een geliefde traditie: die van de overwinningsduik.

PATRICK VAN IJZENDOORN

Poezië

Enkele strofes uit een gedicht van Saparmarut Nijazov, pre sident van Turkmenistan, ook wel Turkmenbashi genoemd: de «grote leider der Turkmannen».

Ik ben de geest van de Turkmenen en ik was hergeboren

om jullie een gouden tijd en geluk te bezorgen.

Net als de zon, schijn ik op jullie hoofden

terwijl ik een koud welkom trotseer.

Ik verfris de wereld als de lente!

Mijn blik laat alles bloeien

met een nieuwe visie op de oude wereld.

Ik ben een boodschapper van de hemel op aarde!

(…)

Ik bescherm mijn volgelingen en overlaad ze met giften.

Wanneer je door een ellendige periode gaat

en je bij alles tegenslag ontmoet

blijf dan trouw aan mij, want ik

zal je redder zijn, wees daarvan verzekerd!

Mijn blik is scherp, ik zie alles.

Ben je eerlijk? – dat zie ik

heb je iets verkeerds gedaan? – dat zie ik ook.

(…)

Ik ben het leven, goedheid en jeugd!

Hoofd omhoog, zoon van Turkmenistan,

herinner mij als je moe bent

of als de dood op de deur klopt.

Hier ben ik, ontmoet me, kompaan!

De trui van Thatcher

De Britse regering heeft een referendum over de grondwet op sterk water gezet. Tot treurnis van het nee-kamp, dat graag revanche wil voor de blamage van 1975.

LONDEN – Margaret Thatcher ging altijd weloverwogen ge kleed, maar van één kledingstuk zou ze spijt krijgen: een wollen trui met daarop negen vlaggen van Europese bondgenoten. Als verse leider van de oppositie droeg ze deze «jumper» in het voorjaar van 1975 om de Britten ertoe te bewegen tijdens het Europa-referendum «ja» te zeggen tegen het voorstel van de Labour-regering van Harold Wilson om het Europese avontuur te prolongeren. Twee jaar daarvoor was het Verenigd Koninkrijk on der aanvoering van de Conservatieve premier Edward Heath lid geworden van de Europese Economische Ge meenschap.

Zaterdag zond de BBC de tragikomische documentaire How We Fell for Europe uit, waarin programmamaker Michael Cockerell naging hoe een «nee» binnen enkele maanden veranderde in een «ja», dat met tweederde van de stemmen won. Slechts op een paar half ondergelopen rotsblokken ten noorden van Schotland behaalde het nee-kamp uiteindelijk een meerderheid.

De ommekeer had niet alleen te maken met de trui van Thatcher, maar ook met de samenstelling van het nee-kamp. Ter rechterzijde be vonden zich onder anderen de reactionaire Conservatief Enoch Powell en de luidruchtige dominee Ian Paisley. Aan de andere kant van de politieke plattegrond voerden Labour-kopstukken als Tony Benn en Barbara Castle, met steun van de vakbonden, die alles verwierpen waar het woord «markt» in voorkwam, campagne tegen de gemeenschappelijke markt.

De verdeeldheid van het nee-kamp – Benn weigerde bijvoorbeeld het podium te delen met Powell – woog niet op tegen de welsprekende talenten van zijn leiders. Doorslaggevend was echter het gebrek aan steun vanuit de media. Op het communistische dagblad The Morning Star, het rechtse opinieweekblad The Spectator (dat in de EEG reeds de contouren van een «bureaucratic paradise and a political hell» ontwaarde) en sketchschrijver Frank Johnson van The Daily Telegraph (die in de documentaire vertelde dat hij het «meisje Thatcher» nog had gewaarschuwd voor eurofiel gedrag) na, was Fleet Street vóór de «marketeers». Van dit enthousiasme is dertig jaar later amper iets overgebleven.

PATRICK VAN IJZENDOORN