Deze Week

Week 24

Gasprijzencircus

De geliberaliseerde gasmarkt zorgt voor pijn in de portemonnee en kan zelfs de toevoer richting fornuis in gevaar brengen. Is getekend: de ondernemers.

AMSTERDAM – Was het bedrijfsleven tot nu toe een enthousiast voorstander van de vrije gasmarkt, nu lijkt de twijfel ineens toe te slaan. In Buitenhof wees directeur Hans Grünfeld van de belangenvereniging voor zakelijke gasverbruikers vemw op de gevaren van de slecht functionerende vrije gasmarkt. De oorzaak van die ommezwaai lijkt zoals zo vaak te herleiden tot de centen. Gasunie Trade & Supply, de handelspoot van de opgesplitste Gasunie, liet onlangs weten dat zijn totale voor de zware industrie bestemde gasvoorraad voor 2007 nu al uitverkocht is. Bedrijven die nog gas nodig hebben, zijn aangewezen op de duurdere internationale markt. Reden voor de vemw om in de week van de driejaarlijkse Wereldgasconferentie in de Amsterdamse rai de publiciteit te zoeken en een brandbrief te sturen aan de politiek. De vemw eist dat Gasunie als monopolist extra gas inkoopt om de trouwe klanten te bedienen.

Minister Brinkhorst van Economische Zaken wees er fijntjes op dat het hier niets anders dan een gevolg betreft van de vrije markt die ook de vemw wenste. De gewone burger hoeft zich volgens hem helemaal geen zorgen te maken, zoals de grootverbruikerslobby suggereerde: er is geen tekort aan gas voor de huishoudens.

Rest de vraag waar al dat gas van Gasunie naartoe is gegaan, en of deze razendsnelle uitverkoop niet bewijst dat het bedrijf veel te weinig heeft gevraagd voor zijn waar. Dat laatste zou niet zomaar op slechte bedrijfsvoering duiden. Aangezien de staat voor vijftig procent eigenaar is van Gasunie, komen te lage gasprijzen voor het bedrijfsleven in feite neer op een verkapte energiesubsidie van de overheid, hetgeen enkele jaren geleden verboden is door Europa. Een gasprijzencircus op kosten van de burger dus? Daarvan is volgens woordvoerder Warner van Gasunie Trade & Supply geen sprake, al zal het bedrijf nog eens goed kijken naar de wijze waarop het zijn prijzen vaststelt. «Maar we geven het gas echt niet weg, hoor. Wij hebben de opdracht van de samenleving gekregen om te zorgen voor de beste prijs voor het gas.»

Wat is er dan gebeurd? Gasunie vermoedt dat andere concerns die zich met energie bezighouden, zoals het Britse Centrica en het Noorse Hydro, meer gas hebben ingekocht dan ze eigenlijk nodig hadden en een deel hiervan met winst willen doorverkopen. Dat die extra winst op de gasverkoop daarmee aan de neus van Gasunie én de Nederlandse staat voorbij gaat, is volgens Warner jammer maar onvermijdelijk. Het is het gevolg van de voorkeur van Gasunie voor langlopende afzetcontracten met vooraf bepaalde prijzen. Bij grote schommelingen in de gasprijs loop je dan het risico dat je met je meer «vaste» prijs plotseling ver onder de marktprijs zit. Warner: «Alle partijen beginnen nu pas te merken wat een mondiale vrije markt daadwerkelijk betekent. Daar moet iedereen, ook wij, even aan wennen. Vroeger wist je precies wat je kocht en verkocht. We konden toen als concern zelfs 25 jaar vooruit plannen. Dat overzicht zijn we nu kwijt.»

De bedrijven die dit jaar achter het net hebben gevist, zijn daar natuurlijk niet mee geholpen. Zij moeten elders hun gas inkopen. En daar zit inderdaad een probleem: het is op dit moment nog lastig om gas van buitenlandse leveranciers als Gazprom of Gaz de France te betrekken. De capaciteit van de pijpleidingen die het gas over de grens heen moeten transporteren, schiet tekort. Niet voor niets klinkt er kritiek op de volgorde waarin de liberalisering van de Europese gasmarkt heeft plaatsgevonden. In plaats van eerst voor de fysieke infrastructuur te zorgen die concurrentie mogelijk moet maken, is het omgekeerde gebeurd. Dat hadden de voorstanders van de liberalisering, het bedrijfsleven inclusief, wat eerder kunnen bedenken.

KOEN HAEGENS

Koningin troef

Ook de echte koningin van Nederland wordt ingezet in de strijd tegen de ongekroonde koningin van de vvd.

DEN HAAG – Het draait allemaal om de kousenvoeten en de niet geschudde hand van koningin Beatrix bij haar bezoek aan de jarige Mobarak Moskee in Den Haag, op vrijdag 2 juni. Wie die dag de journaals volgde, heeft de in vleeskleurige nylons gestoken voeten van Beatrix gezien en ook haar lichte hoofdknik richting haar mannelijke gastheren.

Dat de journalistiek dit gedrag van de koningin afzette tegen dat van minister Verdonk van Vreemdelingenzaken en Integratie is niet vreemd. Tenslotte was er veel ophef geweest over de manier waarop Verdonk in 2004 haar hand uitstak naar een Tilburgse imam en bij zijn weigering die te schudden prompt zei dat ze met hem dan nog veel te bepraten had. Handen schudden is sindsdien een politiek statement. Sterker, handen schudden is onderdeel geworden van een machtsstrijd: welke cultuur wint.

Geert Wilders lijkt dit keer de politicus die het gebaar van de koningin in de Haagse moskee de politieke arena in trekt. In de Volkskrant schreef hij zaterdag: «Een tegemoetkoming aan religieuze eisen die een ontkenning van onze eigen culturele waarden betekent, kunnen wij onmogelijk als een bewijs van voortschrijdend inzicht waarderen. Wij zien in het voorval eerder het bewijs dat de Nederlandse regering een vorm van aanpassing cultiveert die alleen maar door intimidatie kan zijn ingegeven.»

Wilders heeft premier Balkenende naar de Tweede Kamer geroepen om tekst en uitleg te geven. De premier heeft vorige week dinsdag tijdens een cda-bijeenkomst in Zwartsluis al laten weten hoe hij denkt over het optreden van de koningin. Hij was daar lovend over. Daarmee is het dus de minister-president zelf geweest en niet Wilders die de koningin als eerste openlijk heeft gebruikt in het politieke discours over geloof en cultuur. Door Beatrix’ optreden zo te waarderen liet hij en passant zijn minister Verdonk vallen.

Dat is op zijn zachtst gezegd niet netjes. De premier is weliswaar verantwoordelijk voor het doen en laten van het staatshoofd, maar haar openlijk en op eigen initiatief op een partijbijeenkomst gebruiken in de politiek beladen discussie over het handen schudden valt niet onder die beschrijving van die staatsrechtelijke verantwoordelijkheid. Simpel gezegd: het statement van de koningin was er al en was duidelijk genoeg. Balkenendes uitlatingen in Zwartsluis roepen wederom de vraag op of de premier naïef en ondeskundig is, dan wel of hij willens en wetens de koningin gebruikt. Hij heeft met Verdonk immers nog een appeltje te schillen na de gang van zaken rondom vvd-kamerlid Ayaan Hirsi Ali. Toen de vraag rees of Hirsi Ali eigenlijk wel Nederlander is omdat ze heeft gelogen over haar naam en haar geboortedatum, blonk de minister-president niet uit als politiek manager die tijdig inzag dat dit een tijdbom was.

Nu gebruikt hij de majesteit niet alleen in het politieke discours over geloof en verdraagzaamheid, maar wekt hij ook de schijn haar in te zetten in een persoonlijke afrekening.

AUKJE VAN ROESSEL

Militaire filevorming

Nu er op de Cariben niets meer is te halen, worden de eilanden een militair oefenterrein.

WILLEMSTAD – Op de weg van Willemstad naar het Curaçaose platteland deed zich onlangs een verkeersopstopping voor. Twee Leopardtanks van de koninklijke landmacht werden, onder begeleiding van het Korps Politie Curaçao, bij Grote Berg van een dieplader gehesen. Op het strategische punt, vanwaar zowel het platteland als het verstedelijkte deel van het eiland te zien zijn, sloegen Nederlandse militairen voor vijf dagen hun bivak op. Zij waren niet de enigen. Curaçao was de afgelopen weken het toneel van Joint Caribbean Lion 2006 (jcl), een legeroefening van vierduizend militairen uit de Verenigde Staten, Canada, Frankrijk, België, Groot-Brittannië en uiteraard Nederland, dat ook het bevel voerde over de exercitie.

Overal op het eiland doken soldaten op. Fransen zaten in de bosjes langs de favoriete route voor joggers, Nederlanders dronken bier op de toeristenstranden. Canadezen stonden in de rij voor de kassa van de supermarkt. Ondertussen scheerden F16’s door het luchtruim en reden overal legervoertuigen met militairen op het dak, geweren in de aanslag.

Het Antilliaanse eiland leek op een speeltuin van militaire grootmachten, een hedendaagse versie van de veld- en zeeslagen die bijna vier eeuwen geleden de koloniale tijd in het Caribisch gebied inluidden. De meeste Curaçaoënaars zaten er niet mee. Nieuwsgierig kwamen ze in de schemering de tanks van dichtbij bekijken. Maar niet alle eilandbewoners waren blij met jcl. Enkele burgers spuwden hun gal door middel van ingezonden brieven in de lokale dagbladen. Anderen, zoals partijleider Anthony Godett van Frente Obrero Liberashon (fol), bestempelden de militaire oefening publiekelijk als «spionage».

De spionage zou zich richten op de Venezolaanse president Hugo Chávez, een kleine honderd kilometer verderop in Carácas. Chávez stuurde twee waarnemers naar de oefening, maar blijft ervan overtuigd dat jcl de opmaat is tot een door hem langverwachte Amerikaanse moordpoging op zijn persoon. De oefening was nog geen week onderweg toen de Venezolaanse consul op Curaçao, Lorenzo Angiolillo, werd beschoten in zijn ambtswoning. De Curaçaose politie heeft geen hulzen gevonden, maar Angiolillo is ervan overtuigd dat hij het doelwit was van een cia-aanslag.

Of het spionagescenario steekhoudend is, blijft onduidelijk. Volgens Defensie is jcl al een jaar in de planning om het «expeditionaire vermogen», ofwel het opereren van de krijgsmacht ver van de thuisbasis, op peil te houden. De oefening moet worden gezien als voorbereiding op uitzendingen naar landen als Afghanistan, dat qua landschap en klimaat meer gemeen heeft met Curaçao dan met de gebruikelijke militaire oefengronden in Duitsland. De Amerikaanse aanwezigheid bij jcl zou zelfs zijn afgezwakt om Chávez zo min mogelijk te provoceren.

Dat maakt jcl niet minder significant. Voor de militaire grootmachten geldt het Caribisch gebied kennelijk nog altijd als strategisch speelveld. In de voormalige wingewesten valt niets meer te halen. Daarom beschieten de voormalige rivalen elkaar vierhonderd jaar na de koloniale oorlogen op Curaçao met losse flodders. Dodelijke kogels zijn tegenwoordig gereserveerd voor oliestaten.

MIRIAM SLUIS

Criminal’s Rights Act

Een mensenrecht in Engeland is gereduceerd tot een Kentucky Fried Chicken-maal.

LONDEN – Autodief Barry Chambers werd onlangs in het stadje Cheltenham achterna gezeten door de politie. Zijn vluchttocht bracht hem op het dak van een pand, waarvan de 26-jarige onruststoker weigerde af te komen. Omsingeld door een half politiecorps begon hij dakpannen naar beneden te mikken. Na een tijdje vroeg Chambers vermoeid om eten. De politie installeerde een hoogwerker en bracht hem een kipburger. Plus een tweeliterfles cola en sigaretten. Later hoorde de natie een politiewoordvoerder verklaren dat Chambers dan wel een stuk ongeluk is, maar dat zijn «human rights» niet vergeten mogen worden.

Het land mokte.

Human Rights is een wrange grap geworden in Engeland. Het regent curieuze claims, vooral van mensen die hun tijd aan de verkeerde kant van de wet doorbrengen. Zo werd afgelopen jaar een vrouw vermoord door een crimineel die voorwaardelijk vrij was, maar waarbij de reclassering oordeelde dat de voorwaarde – toezicht – in strijd was met het recht op privacy. Sterker, de politie gebruikt geen _«wanted»-_posters met afbeeldingen meer, omdat deze inbreuk maken op ditzelfde recht. Leraren mogen leerlingen niet meer in de hoek zetten (recht op waardigheid), naar huis sturen wegens wangedrag (recht op expressie) en drugs, mobieltjes of wapens afpakken (recht op vreedzaam plezier van eigendom).

De grootste treurnis bij de Engelsen is het onvermogen om buitenlandse criminelen terug te sturen. Bij het opstellen van deze nobele bepaling hadden juristen mensen op het oog die in eigen land gevaar lopen wegens hun politieke overtuiging. Maar inmiddels doet elke draaideurcrimineel er een beroep op, zoals de Somaliër die afgelopen jaar een agente doodschoot. Hij had al een waslijst van misdrijven achter zijn naam staan, maar het Afrikaanse land werd te onveilig geacht. Op de hielen gezeten door de politie is hij Engeland nu ontvlucht: naar Somalië. Tot de verbeelding sprak de zaak van de Afghanen die begin 2000 een vliegtuig kaapten en het naar Engels grondgebied dirigeerden. Vorige maand kregen ze het recht op permanent verblijf.

Tony Blair noemde dit een «misbruik van mensenrechten». Dit was precies waar critici hem voor hadden gewaarschuwd, toen zijn regering in 1998 het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens in het Britse recht opnam, hetgeen als de grootste juridische gebeurtenis sinds de Bill of Rights in 1689 werd verkocht. Acht jaar later belooft Blair de wetgeving te herzien. Binnen conservatieve kringen klinkt ondertussen de roep de hele wet af te schieten en uit de Europese Conventie te stappen. De conservatieve leider David Cameron zoekt een tussenweg door middel van een eigentijdse Bill of Rights.

Voornaamste oorzaak van het probleem is dat rechtspraak zo ongeveer het enige is wat de Engelsen, opgegroeid met de Rule of Law, serieus (en letterlijk) plegen te nemen. Voor de Human Rights Act maken ze geen uitzondering. In The Sunday Telegraph trok columnist Ross Clark onlangs een vergelijking met het vasteland: «In Europe, they take the law more lightly. They don’t mind so much what it says, because they are going to ignore it.»

PATRICK VAN IJZENDOORN

Cijfers en ballen

Hoe groter de poule spelers waaruit een coach kan kiezen, hoe groter de kans op succes, aldus Amerikaanse statistici. Maar Albert Einstein en Leo Beenhakker zetten een streep door de rekening.

WASHINGTON – De belangstelling voor voetbalstatistiek in het cijferschuwe Europa verbleekt nu al bij die in de Verenigde Staten, waar de kracht van spelers en teams steevast wordt uitgedrukt in cijfers, of het nu om basketbal, ijshockey of honkbal gaat. De afgelopen dagen leidde dat tot koddige artikelen in Amerikaanse dagbladen. Daarin was onder meer te lezen hoe vaak Sneijder het afgelopen jaar een ingooi had genomen, hoe vaak Drogba dit seizoen bij Chelsea de bal achteruit in plaats van vooruit had gespeeld en welke Poolse international de meeste «balcontacten» per wedstrijd op zijn naam heeft staan.

Toch levert deze onwetende maar frisse blik van de buitenstaander interessante inzichten op. Zo wijdde National Geographic een grafiek aan het opmerkelijke gegeven dat de wereldvoetbalbond fifa met 207 leden meer landen onder haar hoede heeft dan de VN met 191 lidstaten. En de krant USA Today benadrukte dat het WK hoogstwaarschijnlijk door Duitsland zal worden gewonnen, omdat het nog maar vijf landenteams ooit is gelukt om op buitenlandse bodem het wereldkampioenschap te winnen.

Weer andere Amerikaans sportstatistici baseren het berekenen van de winstkansen niet op het verleden, maar op het aantal actieve voetballers dat een land telt. De gedachte is dat de bondscoach die uit de grootste poule spelers kan kiezen, de meeste kans heeft elf sterren te vinden die in staat blijken het WK te winnen.

Theoretisch is dit een aantrekkelijke theorie, vooral voor Amerika, dat met achttien miljoen mannelijke voetballers (en nog eens acht miljoen vrouwelijke) dan favoriet is. Ter vergelijking. In heel Zuid-Amerika zijn er maar vijftien miljoen spelers officieel lid van een voetbalbond. Duitsland, het Europese land met de meeste voetballers, heeft een nationale voetbalbond met zes miljoen leden, niet meer dan het totale aantal voetballers in heel Afrika. Deze Amerikaanse statistici vertellen er echter niet bij hoe Afrika deze statistiek vervuilt. Want goede voetballers op dat continent zijn lang niet altijd lid van een officiële voetbalclub. De besten onder hen worden zelfs al op jonge leeftijd door Europese scouts van het schopveldje in de savanne of de woestijn geplukt om op sportcomplexen met omineuze namen als De Toekomst en De Uitjes te worden opgeleid tot profvoetballer, om vervolgens eens in de zoveel tijd de kansen van het eigen land op internationale toernooien te vergroten.

De Amerikaanse statistici mogen zich in de handen knijpen dat China en India zich niet voor het toernooi in Duitsland wisten te kwalificeren. Al telt China minder dan tien voetballers per duizend inwoners en India zelfs minder dan vijf per duizend, de inwoneraantallen in dat deel van de wereld zijn zo astronomisch dat er inmiddels 32 miljoen mannelijke Aziaten lid zijn van een nationale voetbalbond. Volgens de Amerikaanse rekenmethode staat China klaar de volgende wereldkampioenschappen te winnen.

Iets zegt je dat dit niet klopt. Ghana heeft wel degelijk een kans wereldkampioen te worden, al bieden resultaten uit het verleden geen hoop – de Europese methode van kansberekening – noch de weddenschappen die er op Angola’s kansen zijn afgesloten – de Britse methode – noch het aantal leden van de landelijke voetbalbond – de Amerikaanse methode.

Geconfronteerd met de cijferwoede van allerhande statistici, verzuchtte Albert Einstein eens: «Niet alles wat je kunt tellen, telt. En niet alles wat telt, kun je tellen.» En trainer-coach Leo Beenhakker zei afgelopen zaterdag, na de 0-0 tegen Zweden van «zijn» Trinidad-Tobago, dat voetbal geen wiskunde is en in het voetbal 2+2 dus niet altijd 4. De eilandengroep Trinidad en Tobago vormt het kleinste land op het WK, met de minste inwoners.

Al in de eerste week van het WK sneuvelde de statistiek van de beginner.

PIETER VAN OS