Deze week

Week 26

Peilingen en politiek

Het Amerikaanse onderzoeksbureau Pew Research Center peilt al enige jaren de vermeende botsing der beschavingen. Het meest recente verslag van het Pew Global Attitudes Project werd gepresenteerd door twee politici: Democrate en voormalig minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright en de rechts-religieuze ex-senator John Danforth.

Hoe bezien Europeanen, Amerikanen en inwoners van het Midden-Oosten elkaar? Wel, met weinig plezier en mededogen, zo is de belangrijkste conclusie van het onderzoek. Moslims in het Midden-Oosten (niet in Europa) hebben weliswaar een negatiever oordeel over westerlingen dan westerlingen over moslims, maar veel scheelt het niet. Relatief net zoveel inwoners van islamitische landen vinden dat vrouwen in het Westen «respectloos» worden behandeld als er westerlingen zijn die vinden dat juist moslims «respectloos» met hun vrouwen omgaan.

Gelukkig geeft het onderzoeksrapport ook opvallende resultaten. Bijvoorbeeld dat Fransen, ondanks alle aanslagen op synagogen, het positiefst oordelen over joden. In het Midden-Oosten is dat wel anders, waar beangstigend weinig mensen (twee procent in Egypte en één procent in Jordanië) een «favorable rating» geven van hun joodse medemens. Bovendien geloven de meeste Fransen, 74 procent, dat het geen enkel probleem is om als vrome moslim te leven in een moderne samenleving. Duiters daarentegen geloven daar in meerderheid (zeventig procent) niet in.

Voorts blijkt het gevoelen onjuist dat «wij» Europeanen in onze landen leven met de meest bekrompen soort moslims in ons midden, veel radicaler en lomper in hun denken dan hun geloofsgenoten in het Midden-Oosten. De antwoorden van Europese moslims houden het midden tussen die van westerlingen en die van inwoners van het Midden-Oosten.

Het opmerkelijkst is wel hoe er in de verschillende landen over de kansen voor democratie in het Midden-Oosten wordt gedacht. Op Spanjaarden na blijken nota bene Amerikanen er, ondanks de zendingsdrang van hun president, het minst in te geloven. Engelsen, Fransen en vooral Europese moslims hebben er in meerderheid wel fiducie in. Ook in Jordanië en Egypte – hoe ondemocratisch nu ook – gelooft driekwart van de ondervraagden dat democratie in hun landen prima kan werken. Desondanks waarderen ze Bush allerminst, de man die zoveel vaart achter de democratisering wil zetten.

Al deze opvallende en minder opvallende resultaten roepen natuurlijk om duiding. Dat is ook niet zo moeilijk. Zet de pet van commentator op en je kunt er van alles van bakken. Wie dat doet maakt echter wel de vergissing dat deze meningen ook echt iets betekenen_._ Want stel je eens voor wat je zelf zou antwoorden op een vraag als «Kan democratie werken in het Midden-Oosten?» of «Hoe oordeelt u over joden?» op een schaal van één tot vijf. Albright en Danforth wisten er ook geen raad mee, ondanks hun zelfverzekerde commentaren op het onderzoek. Albright zei iets over vrouwen in het Midden-Oosten, die «het helemaal niet belangrijk» vinden om auto te rijden, terwijl Danforth meende dat de cartoonkwestie een verkeerd beeld van het Westen had gegeven. «Wij geven moslims het verkeerde idee dat we geen respect voor geloof meer hebben.» Vervolgens bleek dat Danforth en Albright verschillend oordeelden over nagenoeg iedere «uitkomst» van het onderzoek.

De vraag is natuurlijk ook of Amerika zijn Midden-Oostenpolitiek – hoe beroerd die ook is – moet omgooien, omdat bijvoorbeeld een meerderheid van de moslims in het Midden-Oosten niet gelooft dat Arabieren verantwoordelijk waren voor de aanslagen van 11 september. Gelukkig begrijpen Amerikaanse politici – wat je ook van ze mag vinden – vrij goed dat je geen beleid kunt bouwen op opiniepeilingen. Goede politici zoeken niet naar maatschappelijk draagvlak, maar creëren dat, zoals ook de voormalige premier van Zuid-Afrika, De Klerk, niet wachtte met zijn plannen om de apartheid af te schaffen totdat de peilingen hem daarvoor genoeg draagvlak aanreikten.

De stunteligheid van de twee Amerikaanse politici was daarom bemoedigend. Je moet stemmers vinden bij standpunten, niet andersom. Wat de rol van de media daarbij ook is, Amerikaanse politici blijken daarin telkens weer verdraaid goed. Ook in actuele kwesties blijken beide partijen hun achterban effectief te mobiliseren. Een onderzoek van cbs wijst uit dat 73 procent van de Amerikaanse Republikeinen meent dat de Amerikaanse troepen «zo lang als het nodig is» in Irak moeten blijven, terwijl 68 procent van de Democraten meent dat de troepen «zo snel als mogelijk» moeten vertrekken. Dit lukt politici alleen als ze genoeg vertrouwen inboezemen, als ze de kiezer ervan overtuigen dat ze het beter weten, opdat de stemmer hen volgt. Niet andersom.

Niemand die dat zo helder formuleerde als de romein Cicero, die de hedendaagse gedachte dat ieder volk de leiders krijgt die het verdient, op zijn kop zette en beweerde dat politici juist het volk krijgen dat ze verdienen. Het is, kortom, niet alleen onze schuld dat Jan Peter Balkenende onze premier is. Het is in zekere zin ook Jan Peter Balkenendes schuld dat wij zijn wie we zijn. Een goede politicus, is de les van Cicero, handelt niet naar een peiling onder zijn kiezers. Een kiezer peilt zijn politieke leiders en handelt daarnaar. Politiek is daarom een kwestie van verantwoordelijkheden. En principes. Niet van peilingen.

PIETER VAN OS

Rode boekjes

Tony Blair kent zijn Marx en zijn Mao, maar een ander Rood Boekje trekt op dit moment de aandacht.

Tony Blair is een edelmoedig mens. Nadat hij David Blunkett een halfjaar op vakantie had moeten sturen wegens een seksschandaal met bijbehorend machtsmisbruik, noemde hij deze minister een «keurige en eerzame man» die met opgeheven hoofd zijn kantoor achter zich kon laten. Ook de overspelige John Prescott kan geen kwaad doen bij Tony. Zijn plaatsvervanger had de ministeriële code niet gebroken – het verbod om kantoormeubilair voor seksuele activiteiten te gebruiken geldt immers voor ambtenaren, niet voor ministers – en verder was het een «privé-kwestie».

Hoe anders was de behandeling van Craig Murray, tot drie jaar geleden ambassadeur in Oezbekistan. Hij verloor zijn baan wegens het aanhoudende vermoeden dat de ambassade meer «dolly birds» had ingehuurd dan toegestaan. Een eerzaam man? Nee, zo werd deze dienaar van de koningin niet genoemd. Het achterliggende probleem was dat Murray kritiek had geuit op de manier waarop van terrorisme beschuldigde mensen werden ondervraagd, zoals het levend koken en verkrachten met gebroken flessen. De toenmalige Britse minister van Buitenlandse Zaken Jack Straw zag geen reden om iets te doen aan de martelpraktijken, al was het maar het niet-gebruiken van bekentenissen. Wel greep hij afgelopen najaar in toen Murray zijn memoires wilde publiceren.

Dit verhaal, opgetekend door Tim Ireland, is een van de honderd schandalen uit The Little Red Book of New Labour Sleaze (Politico’s Media, £ 7.99), dat onlangs is verschenen. Het verzamelde werk is een geesteskind van Iain Dale, medeoprichter van de online uitgever Politico’s en bloggend kamerlid namens de Conservatieve Partij. Hij kreeg hulp van een reeks bloggers.

Veel werk heeft het boek niet gekost. Hoewel Blair herhaaldelijk had beloofd «schoner dan schoon» te zijn, heeft de regering van deze «pretty straight kind of guy» de afgelopen negen jaar gezorgd voor een fraaie bloemlezing over het onderwerp «sleaze» (smerige zaakjes). Voorlopig hoogtepunt was 26 april toen de bewindslieden van Volksgezondheid, Binnenlandse Zaken en de vice-premier elk te maken hadden met schandalen. «Wat voor slecht nieuws had de regering gisteren te verbergen?» merkte een krantenlezer een dag later sarcastisch op.

Dat was een knipoog naar een kattebelletje dat speciaal adviseur Jo Moore op 11 september 2001 aan haar baas, de minister van Transport en Lokaal Bestuur, had geschreven: «Het is een goede dag om slecht nieuws te begraven. Onkosten van gemeenteraadsleden?» Blair vond het een domme actie (omdat het uitgekomen was), maar ontslag achtte hij overdreven. Een half jaar later verviel Moore in herhaling, ditmaal bij de dood van prinses Margaret. Het is grimmige lectuur, zo te midden van alle hilarische schandalen op de 178 pagina’s. Dat de spindoctors van New Labour over lijken gaan, wordt natuurlijk het best geïllustreerd met de affaire rond de dubieuze Irak-dossiers, de vendetta tegen de bbc en de daaropvolgende zelfmoord van wapeninspecteur David Kelly. Het witwassende Hutton-rapport hierover was een schandaal op zichzelf.

Een paar weken geleden kwam deze affaire weer ter sprake, toen bleek dat Cherie Blair, hoofdpersoon in het boek, haar exemplaar van het rapport had gesigneerd en ter veiling had aangeboden. Spindoctor Alastair Campbell, van wie wordt vermoed hij het rapport zelf geschreven heeft, deed hetzelfde. Dit schandaaltje heeft de bloemlezing niet gehaald, net als een handvol andere sleazy praktijken die in de vier weken na publicatie hebben plaatsgevonden.

PATRICK VAN IJZENDOORN

Onder het tapijt

Pas over anderhalf jaar kiest Rusland een nieuw parlement. Maar de strijd tegen de minuscule oppositie is reeds geopend door het Kremlin.

MOSKOU – De 22ste juni is voor Rusland wat de 10de mei voor Nederland zou kunnen zijn. In de vroege ochtend van de eerste zomerdag van 1941 begon de aanval van nazi-Duitsland op de Sovjet-Unie. De 65ste verjaardag heeft de politieke subtop van Rusland vorige week aangewend voor een opmerkelijke actualiseringdrift. Dertien geziene gouverneurs – de één met nog meer anciënniteit dan de ander, maar allen loyaal aan president Poetin – hebben precies op de 22ste juni de Doema opgeroepen het publieke domein te sluiten voor extremisten.

Rusland wordt geteisterd door «politiek, nationalistisch en religieus extremisme», aldus burgemeester Loezjkov van Moskou, president Sjamijev van Tatarstan en elf andere regionale leiders. «In een land waar tientallen miljoenen mensen hun leven hebben gegeven in de strijd met het fascisme ogen de woorden en daden van die extremisten bijzonder cynisch. Het is noodzakelijk om hen de toegang tot het maatschappelijke leven te ontzeggen.»

Op wie doelt de groep van dertien? Op skinheads die in Moskou negers en homoseksuelen afrossen? Op kerkvorst Kirill, metropoliet van het bisdom Smolensk en gedoodverfd opvolger van patriarch Aleksej, die de expositie Opgepast, godsdienst van het Sacharov-fonds als «typisch semitisch» veroordeelde? Nee. In het appèl aan de politieke leiding in het parlement worden andere namen genoemd en, vooral, andere verbanden gelegd. Het gaat hen om generaal Rogozin van de ultranationalistische oppositiepartij Moederland en de schrijver Limonov van de intussen verboden Nationaal Bolsjewistische Partij.

Rogozin is inderdaad een antisemiet. Limonov is dat, voorzover hij geen theatrale rol speelt, weliswaar niet, maar hij kan vrij moeiteloos een vergelijking doorstaan met fascisten van het type D’Annunzio. Beiden hebben, dankzij het feit dat de overige oppositie op dood spoor is beland, bovendien een soort politieke cultstatus. Die naming and shaming is al opmerkelijk voor politici die niets hebben te vrezen. Maar daarbij blijft het niet. Na hun namen te hebben genoemd, krijgt de oproep aan de Doema een wending die het vak van Kremlin_-watcher_ in retrospectief weer status geeft. «Men mag niet vergeten» dat zij «sponsors» hebben, aldus de dertien: te weten «Nevzlin, Goessinski en Berezovski, die zich momenteel in het buitenland verschuilen voor de loop van het recht».

Een wel heel curieus complot. Want Nevzlin (zakenpartner van de veroordeelde olietycoon Chodorkovski), Goessinski (gevallen mediamagnaat) en Berezovski (van alle markten thuis) zijn, in de woorden van metropoliet Kirill, «typisch semitisch» en hebben alleen al daarom meer te vrezen van een extremist als Rogozin dan van een staatskapitalist als Poetin.

Met hun appèl willen burgemeester Loezjkov cum suis steun betuigen aan een wetsvoorstel in de Doema dat het mogelijk moet maken om extremisten en navenante partijen van verkiezingen uit te sluiten. De wijziging van de kieswet, die Rusland moet transformeren tot een tweepartijenstaat – de kiesdrempel wordt verhoogd van vijf naar zeven procent, kandidaten moeten een van tevoren vastgesteld aantal stemmen halen om te zijn verkozen en het steeds populairdere vakje «tegen allen» op het stembiljet zal worden geschrapt – is kennelijk onvoldoende garantie. Volgens het dagblad Kommersant is de oproep dan ook geen eigen initiatief van de gouverneurs maar voorgekookt door niemand minder dan de adjunct-chef van de presidentiële staf.

Reactie van schaakgrootmeester Gari Kasparov: «De macht wil alle onwilligen onder het tapijt vegen, omdat zij zich minder zeker voelt dan ze uitstraalt.» Limonov op zijn beurt weet meer raad met de vraag wie hij de toegang tot het publieke domein zou willen ontzeggen: «De partijen van de doden, de partijen van Lenin, Marx en Mozart.»

HUBERT SMEETS

Te grote jas

De populariteit van premier Dominique de Villepin is in een vrije val geraakt. Steun komt uit onverwachte hoek.

Het had de dag van Jacques Chirac moeten worden: de feestelijke opening van Musée du Quai Branly_._ Na de onafzienbare reeks van nederlagen en vernederingen die de Franse president in een jaar tijd moest incasseren, kon hij zijn volk eindelijk een schitterend juweel aanbieden: een volwaardig museum voor «primitieve kunst» aan de oever van de Seine. Maar zelfs dat lichtpunt in zijn snel uitdovende presidentschap werd Chirac niet gegund. Enkele uren na de opening dacht al niemand meer aan het Tolai-beeld dat die ochtend de voorpagina’s van de Franse kranten had gesierd. Alle aandacht verschoof naar de Assemblée Nationale waar premier Dominique de Villepin oppositieleider François Hollande tijdens het traditionele vragenuurtje tot drie keer toe van «lafheid» betichtte. De scheldkanonnade was een reactie op een verwijt van «onverantwoordelijkheid» inzake de affaires die het Franse politieke leven al tijden domineren: de Clearstream-affaire, de privatisering van Gaz-de-France en grote hoeveelheden opties die de directeuren van vliegtuigfabrikant eads (Airbus) verzilverden vlak voordat de beurskoers kelderde. De chaos in de Assemblée was compleet. Hollande dook weg in zijn stoel en kreeg direct het zweetparelende rode hoofd waarmee hij steevast door Plantu in de Le Monde wordt afgebeeld.

Zijn partijgenoten lieten het er echter niet bij zitten. Als één man rees de fractie van de Parti Socialiste uit de kamerbankjes op en eiste luidkeels het aftreden van De Villepin. Sommige socialisten daalden met gebalde vuisten af naar het spreekgestoelte. Daar vormde zich ogenblikkelijk een cordon van bodes rond de premier, die in de kolkende zaal onverstoorbaar doorging met zijn betoog. Toen hij na afloop door journalisten werd ondervraagd, stamelde Hollande nog dat de premier zijn koelbloedigheid verloren had, maar heel zelfverzekerd oogde de partijsecretaris niet. Gelukkig sprong zijn vrouw voor hem in de bres. Ségolène Royal was die avond op campagne in het 19e arrondissement in Parijs. Voor een gezelschap van zevenhonderd aanhangers nam zij haar «François» in bescherming en sprak schande van De Villepin, die «eerst het land aan de rand van de afgrond heeft geholpen en nu zijn toevlucht neemt tot verbaal geweld». De Villepin zelf koos eieren voor zijn geld en bood de volgende dag zijn verontschuldigingen aan. Hij moest ook wel. Zijn populariteitscijfers bevinden zich al maanden in een vrije val. Nog maar 22 procent van de Fransen meent dat hij zijn werk goed doet en daarmee staat hij op gelijke hoogte met onfortuinlijke voorgangers als Edith Cresson en Jean-Pierre Raffarin.

Maar daags na het incident in de Assemblée kreeg De Villepin steun uit onverwachte hoek. Tijdens een conferentie op de École des Hautes Études en Sciences Sociales nam de linkse Harvard-hoogleraar internationale betrekkingen Stanley Hoffmann het op voor de geplaagde premier. Hoffmann, die in 2003 het voorwoord schreef voor Vers un nouveau monde, het vuistdikke boek dat De Villepin schreef als minister van Buitenlandse Zaken, erkende desgevraagd de tekortkomingen van de premier: «Hij is een gaullist en hij bewondert Napoleon en misschien dat die jas voor hem een paar maten te groot is.» Het feit dat De Villepin in de Franse media al maanden genadeloos wordt afgebrand, noemde Hoffmann desondanks zeer onverstandig, want: «Zoveel capabele mensen zijn er niet meer in de Franse politiek.» Ook president Chirac kwam onverwacht nog met wat opbeurende woorden aan het adres van zijn premier. Tijdens een televisieoptreden afgelopen maandag – het eerste tijdens de cpe-crisis – gaf hij aan niet onder de indruk te zijn van de rake woorden in het parlement. «Dat hoort nu eenmaal bij het spel», verklaarde Chirac monter: «Als er nooit gescholden zou worden, dan zou ik me pas zorgen maken.»

MARIJN KRUK