Deze week

Week 35

Ten geleide

Deze week verschijnt De Groene Amsterdammer voor het eerst in een nieuwe vorm.

De reden om de lay-out aan te passen, is vooral door journa listieke motieven ingegeven. Het voordeel van de oude vorm geving, waarmee de wijziging van het formaat in 2000 gepaard ging, was de rust die ze uitstraalde. Alle pagina’s oogden min of meer identiek. Het nadeel was dat de redactie met handen en voeten was gebonden aan vaste lengtes en vormen. Als het ging om de lange analyses, beschouwingen en kritieken was dat geen onoverkomelijk probleem. Bij de kortere of actuele artikelen en commentaren sneden we ons echter regelmatig in de vingers. Hetzelfde was het geval met het omslag, de zogeheten «cover». Steeds vaker zat de titel van de krant, die als een balk overdwars het omslag doorklieft, ons in de weg. Regelmatig moesten we schipperen tussen beeld en tekst.

Met de nieuwe vormgeving worden deze problemen hopelijk ondervangen. De lay-out, die op basis van waardevolle externe adviezen van Henny van Varik in eigen huis door Bas Schipper is ontwikkeld, biedt De Groene Amster dammer de kans om dynamisch te zijn waar mogelijk en evenwichtig waar nodig. De nieuwe letter die we gebruiken, de Coranto van de bekende Nederlandse typograaf Gerard Unger, is volgens ons bovendien leesbaarder dan de oude. Dat is van belang omdat De Groene Amsterdammer in de eerste plaats een weekblad is voor mensen die er niet tegen opzien om te lezen. Ouderwets gezegd: vent krijgt vorm.

De metamorfose voltrekt zich uiteraard niet in één keer. Fouten zijn onvermijdelijk. Details zullen over het hoofd zijn gezien. De komende maanden zal de lay-out zich dus verder uitkristalliseren, waarbij her en der bouten en moeren worden aangedraaid of juist teruggedraaid.

Maar de richting is volgens ons helder. De Groene Amsterdammer blijft een degelijk, serieus en alert weekblad, dat maatschappelijke en culturele kwesties liever te vroeg dan te laat aankaart en dat simpel effectbejag altijd wil vermijden.

Directie en redactie

Vriend noch vijand

Langzaam maakt Rusland zich los van de Verenigde Staten. Beide landen zijn toch «geen bondgenoten».

De elfde september 2001 is vergeten. Op 9/11 belde president Poetin als eerste Bush om hem een hart onder de riem te steken en steun te beloven in de oorlog tegen terrorisme waarmee Mos kou sinds 1994 in Tsjetsjenië zo veel ervaring heeft opgedaan.

Vorige week had minister Donald Rumsfeld van Defensie in Sint-Petersburg een kil gesprek met zijn Russische ambtgenoot Sergej Ivanov. Na hun onderhoud zei Ivanov: «De VS zijn geen tegenstander, maar ongetwijfeld ook nog geen bondgenoot.» Het Navo-lidmaatschap van Estland, Letland en Litouwen accepteert Rusland net als voldongen feit. Maar meer dan een symbolische deelname aan de Navo is onaanvaardbaar. «De Baltische landen zijn geen producenten van veiligheid maar consumenten», aldus Ivanov. Met andere woorden: de Atlantische vliegbewegingen in het noordwesten van Rusland worden als dreiging ervaren.

Vijf dagen later voltrok zich een tweede incident. Ditmaal in Riga, waar senator John McCain zaterdag de aanval opende op president Aleksandr Loekasjenko van Wit-Rusland. McCain, die Loekasjenko al enige jaren op de korrel heeft en een van de initia tief nemers is van de Belorus Democracy Act in het Congres, kondigde in Letland aan dat Amerika alle geweldloze middelen moet inzetten voor een «regime change» in Wit-Rusland. Ook dit is in Russische ogen een provocatie. Weliswaar is Loeka sjenko een lastpost die op gezette tijden door het Kremlin op zijn nummer wordt gezet, Belorus is desondanks met Rusland verbonden in een tolunie die zou moeten uitmonden in een hereniging tussen beide landen en dus een voortuin van Moskou.

Daarbij blijft het niet. Ivanov sprak namelijk slechts de halve waarheid. Het werkelijke gevaar voor de betrekkingen tussen Rusland en Amerika is ook elders gelokaliseerd in het zuiden.

Ten eerste in Centraal-Azië, dat zich sinds 9/11 stap voor stap aan de Russische invloedsfeer onttrekt en daarvoor door de VS wordt beloond. De meest bizarre repu bliek is Toerkmenistan, een van de grootste gasproducenten ter wereld aan de oostkust van de Kaspische Zee, waar president Nijazov de Russische minderheid dagelijks wreder pest en intussen in de woestijn een immens ijspaleis (opdat «onze kinderen kunnen leren schaatsen en skiën», aldus deze Vader aller Toerkmenen) laat bouwen. Maar de andere landen in deze regio hebben hun democratische ambities van vijftien jaar geleden ook bij het vuil gezet.

En ten tweede in de Kaukasus, ten westen van de Kaspische Zee. Ook daar wordt elke dag manifester dat Washington en Moskou geen bondgenoten «con amore» zijn. Sinds de val van president Sjevardnadze en de verkie zings overwinning van Michail S aa kasj vili begin dit jaar, twee gebeurtenissen waarin de VS een nadrukkelijke rol hebben gespeeld, is Georgië zelfs een frontlinie geworden. Saakasjvili wil de met Russische steun afgescheiden deelrepubliekjes Abchazië en Zuid-Ossetië weer onder Georgisch gezag dwingen.

Daarbij vallen in Zuid-Ossetië nu al enige weken dagelijks doden. Saakasjvili wil daarom wederom westerse hulp: tegen Moskou, dat op zijn beurt alle middelen aanwendt om deze nieuwe allianties in de Kaukasus te frustreren.

Hoe noemen we zo’n ver hou ding? Koude vrede?

Hubert Smeets

Orthodoxe wonden aan Europa’s onderkant

Het klooster van Sint Dionysus ligt aan de voet van de Olympus, met uitzicht op de bergtop waar volgens de overlevering ooit Zeus zijn zetel had. Het klooster werd in de zestiende eeuw gebouwd door een monnik genaamd Dionysus. In 1878 gingen de Turken over tot verwoes ting van het heiligdom. Het was de straf voor een Noord-Griekse opstand tegen het gezag van de Turkse sultan, die toen nog heerste over Macedonië en de rest van het Griekse noorden. De vele heilige relieken – waaronder een vingerkootje van Johannes de Doper – konden in veiligheid worden gebracht. In 1943 was het de beurt aan Hitlers troepen. De Duitsers vermoedden dat de Griekse partizanen hulp kregen van de kloosterlingen. Op tweede paasdag, 29 april 1943, werd het klooster met dynamiet opgeblazen. Na de oorlog werd het iets hoger op de Olympus herbouwd.

Het oude klooster van Dionysus – niet veel meer dan een ruïne – wordt momenteel gerestaureerd. Deze zomer kregen de 25 monniken van het klooster bezoek van een Duitse toeriste. Haar vader had als soldaat in de Wehrmacht aan de vernietiging deelgenomen. Ze had foto’s bij zich, plus het dagboek waarin haar vader de operatie in detail beschrijft. Broeder Theodorus, een jonge monnik met vriendelijke ogen en een lange zwarte baard: «De Duitsers probeerden het klooster eerst te vernietigen door middel van bombardementen vanuit vliegtuigen. Maar dat had niet het gewenste resultaat. Vervolgens werd er een divisie grondtroepen naar het klooster gestuurd. Die maakten het werk af met staven dynamiet. Vreemd genoeg vernietigden de Duitsers alleen de kerk, niet de installaties die er omheen stonden. Als er al partizanen aanwezig waren, zaten ze daar.»

De broeders van het Dionysus-klooster leven geïsoleerd van de wereld. Ze maken hun eigen kaas, wijn en ouzo en brengen hun dagen door in meditatie. Het museum van het klooster wordt nauwelijks bezocht, Griekse toeristen melden zich al helemaal niet. De laatste tijd is de stemming binnen de Grieks-orthodoxe kerk echter nauwelijks vredig te noemen. Met name aartsbisschop Christodoulos van Athene roert zich hevig. Afgelopen zondag riep hij op tot teruggave door de Turkse staat van de oud-Griekse nederzettingen in Klein-Azië. Waar hij kan stookt Christodoulos de Grieken tegen de Turken op. Verleden jaar omschreef de aartsbisschop de Turken als «barbaren» voor wie geen plaats was binnen de «christelijke familie» van Europa. Bij wijze van represaille plaatste Ankara hem op een lijst van buitenlanders die in Turkije niet welkom waren.

Enig politiek cynisme is Christodoulos niet vreemd. De aartsbisschop stuurde in het verleden aan op een openlijk con-flict met patriarch Vartholomeos van Constantinopel, het hoofd van de Grieks-orthodoxe kerk, die ook door de monniken van Dionysus als hoogste autoriteit op aarde wordt gezien. Christodoulos knoopte vriendschappelijke banden aan met het Vaticaan en met patriarch Aleksej van de Russisch-orthodoxe kerk. De Russisch-orthodoxen erkennen geen onafhankelijke Grieks-orthodoxe kerk. Christodoulos was echter wel welkom in Moskou. De Griekse aartsbisschop heeft een permanente vertegenwoordiging bij de Europese Unie. Patriarch Aleksej in Moskou zou daar gebruik van maken zolang Rusland nog geen EU-lid is. Christodoulos zag zijn internationale gewicht stijgen: in plaats van tien miljoen Griekse gelovigen sprak hij in Brussel nu namens honderd miljoen orthodoxe christenen. De patriarch van Constantinopel sprak bezorgd van een «onheilige alliantie tussen Moskou en Athene».

De spanningen tussen de Grieks-orthodoxe kerk en de patriarch van Constantinopel stammen uit 1832, toen de Beierse prins Otto von Wittelsbach tot koning van de Grieken werd gekroond. Voor die tijd was Griekenland vier eeuwen Ottomaans grondgebied. Koning Otto streefde naar herstel van het grote Byzantijnse rijk, inclusief restitutie van Constantinopel, waar hijzelf, naast zijn echtgenote Amalia als keizerin, zou heersen. Omdat hij niet wilde dat de Griekse gelovigen werden geregeerd door een in Turkije woonachtige patriarch verklaarde Otto de Griekse kerk autonoom. De patriarch van Constantinopel stemde toe, onder voorwaarde dat hij wel een vorm van inspraak zou behouden in kerkelijke aangelegenheden binnen Griekenland. Met name in de noordelijke provincies, die pas na de val van het Ottomaanse rijk bij Griekenland werden gevoegd, bleef zijn gezag in tact. Aartsbisschop Christodoulos probeert die invloed sinds zijn benoeming in 1998 waar mogelijk te beknotten. Niet voor niets is zijn bijnaam «de kannibaal». De monniken van Sint Dionysus trekken zich weinig aan van dit schisma. «Het leven is goed op de Olympus», zeggen zij. De meeste overlast ondervinden ze van neohippies die op hun berg heidense feesten houden waarbij de twaalf goden van de Olympus worden geëerd.

René Zwaap

Verenigde Staten

Slecht weer? U kunt morgen ook stemmen!

Na de laatste federale verkiezingen in de Verenigde Staten op 5 november 2002, waarbij een deel van de zetels in het Huis en de Senaat op het spel stond, schreven enkele congresleden een open brief aan minister van Justitie Ashcroft. Ze wezen op een lange lijst onregelmatigheden bij die verkiezingen, die niet te maken hadden met slordige voorberei ding, maar met pure misleiding. Zo werd in Louisana, in buurten met overwegend zwarte inwo ners, een folder verspreid met de tekst: «Ga stemmen! Slecht weer? Geen probleem!!! Als het weer op verkiezingsdag onaangenaam is, kun je ook wachten en je stem uitbrengen op dinsdag de 10de december.» In Baltimore werd in een zwarte wijk een folder verspreid met de tekst: «Urgent Notice. Kom stemmen op 6 (sic) november. Maar zorg dat je eerst je boetes hebt betaald en je achterstallige huur. En vergeet niet: arrestatiebevelen worden alsnog uitgevoerd op het stembureau.» Op andere plaatsen in de VS, bijvoorbeeld in de thuisstaat van Bill Clinton, Arkansas, moest de politie Republikeinse partij leden wegsturen die voor een stem bureau aan iedere Afro-Amerikaan een identificatie vroegen of ze intimideerden. En Ashcroft? Die was vooral blij dat de misstanden aan het licht waren gekomen.

Pieter van Os