Deze week

Week 37

Weekboek Darfur (4)
Een verslag van een hulpverlener die, wegens het repressieve bewind in Soedan, anoniem moet blijven.

DARFUR – De druk op ontheemden om terug te keren is enorm. Dat gebeurt met overtuigingscampagnes en intimidatie. Zo beweerde de commissaris voor humanitaire zaken, zwaaiend met een stapel voedselregistratiekaarten: «Al deze mensen zijn vrijwillig teruggekeerd.» Verbazingwekkend om dat een goed geïnformeerde ontheemde nimmer afstand zal doen van deze kaart. «Dat is interessant», zeg ik: «Kunnen u en ik morgen dan ter verificatie naar dat dorp om dat uit te zoeken?» De commissaris stemt gretig toe, een beetje te gretig naar mijn smaak. Pas later zal me duidelijk worden waarom.

De volgende ochtend vertrekken we naar het dorp, begeleid door de dorpsschoolmeester die niet kan uitleggen waarom mensen hun voedselkaart hebben ingeleverd. «Die zijn ingenomen door mij en het WFP», zegt de commissaris. Het WFP is het Wereldvoedselprogramma. Wat hij zegt, lijkt me sterk. Hoewel het eerste dorp slechts twaalf kilometer ver is, duurt het ruim een uur voordat we in de buurt komen. Geen mens te bekennen. Totdat plotseling een schare kamelen, schapen en geiten te voorschijn komt, vergezeld door nomaden.

«Hebben jullie geen last van de nomaden?» vraag ik de schoolmeester.

«Welnee, dat zijn onze beste vrienden», roept hij uit. Maar waarom zijn de mensen dan hier vandaan gevlucht en nu opeens teruggekeerd na inlevering van hun voedselkaart? Het is een mysterie.

Na vier totaal uitgebrande dorpen komen we bij een brede rivierbedding. Er is geen doorkomen aan. Het dorp waar we naartoe moeten is nog slechts twee kilometer. We besluiten te gaan lopen. Het is een riskante beslissing. Het land is vergeven van de milities. De tocht naar het dorp is te voet nog mooier dan per auto: torenhoge maïs, groene velden vol met pindaplanten, aubergines en andere groenten. Een man op een wit ezeltje loopt met ons mee. Hebben we het dan toch bij het verkeerde eind? Is er wel degelijk verbetering? Houden wij gewoon vast aan onze eigen hulpverlenersdogma’s, gevoed door de paranoia van getraumatiseerde ontheemden?

Het dorp komt in zicht. Al snel klinken de schrille jodelklanken van vrouwen, teken van blijdschap over het bezoek. Op het dorpsplein staan een ongeschonden school en een kliniek, die wonderbaarlijk genoeg zelfs verse medicijnen heeft, inclusief injectables. Op het schoolplein verzamelen zich honderden vrouwen onder de ene mangoboom en honderden mannen onder de andere. Ik beloof dat ik de vrouwen apart zal spreken zonder tussenkomst van de mannen of de umda, de gekozen gemeenschapsleider.

Plotseling vallen me ook gewapende lieden op, gekleed in camouflagebroek en T-shirt of overhemd, met zonnebril en kalasjnikov. Janjaweed, schiet door me heen. Dus dát is er aan de hand. Dit is geen dorp van vluchtelingen. Vandaar dat de nomaden als vrienden worden aangeduid en dat geen van de vrouwen klaagt over enig probleem. Maar hoe zijn die kaarten in handen van de commissaris gekomen? Ik neem willekeurig vijf van de zestig kaarten en roep de mensen op voor een kort gesprek. Allen zeggen dat ze vier maanden geleden zijn teruggekeerd. Dat was in april, een van de bloedigste maanden. Onmogelijk. Allen zeggen dat de kaarten een week geleden door de commissaris zijn afgenomen tijdens de voedselregistratie in de stad. Dat is ook onmogelijk. In het regen seizoen kon ik zelfs met de four wheel drive nergens komen.

De commissaris overhandigt mij de kaarten, nadat ik hem heb gemeld dat hij ze illegaal in beslag heeft genomen. De umda, die hiervan getuige is, verklaart gek genoeg trots dat hij er nog meer heeft. Hij verzamelt ze! De umda is deel van de deal en werkt willig mee. Vandaar dat de commissaris zo in zijn nopjes is als we terug rijden. «Dit was echt een goed bezoek», zegt hij: «Ik ben blij dat we samen zijn gegaan.» Pas dan dringt tot me door dat het gezwaai met de kaarten een lokkertje was en dat mijn verzoek tot verificatie precies de bedoeling was. Het is zorgvuldig geënsceneerd theater.

Diplomaten krijgen tijdens net zo zorgvuldig geënsceneerde bezoeken de waarheid nooit te zien. De veiligheidsmachine van Soedan werkt goed. In een kamp waar een verificatiemissie kwam, is de dag ervoor een politiestation gebouwd waar trots vijftig goed geoliede kalasjnikovs gedemonstreerd werden. «Afgenomen van gedemilitariseerde militieleden», beweerde de overheid. Niemand doet z’n mond open. De diplomaten komen per helikopter en gaan na een uurtje of twee terug naar het veilige Khartoem.

De dreiging, namens de Europese Unie, van minister Bot met een olieboycot en het staken van de hulp zou lachwekkend zijn als het niet zo treurig was. De muis brult. Hier zijn andere noden: voedingscentra, sanitaire programma’s en werkelijke bescherming tegen verkrachting, marteling en moord.

ANONIEM

De gefnuikte ambities van Rudy Giuliani
Burgemeester Rudy Giuliani had een nieuwe loopbaan in het verschiet. Hij moest de baas van Bagdad worden.

NEW YORK – Het was de bedoeling dat de nog altijd razend populaire ex-burgemeester van New York Rudy Giuliani burgemeester van Bagdad zou worden. Het plan kwam begin april 2003 uit Washington, verklaarde de Brit Stephen Claypole afgelopen week. Claypole was destijds assistent van Jay Garner, het toenmalige hoofd van de voorlopige Amerikaanse bezettingsmacht in Irak, die al na een maandje aanmodderen werd ontslagen. Gevraagd om een toelichting zegt Claypole, die tegenwoordig CEO is van een fotoagentschap in New York: «Garner vroeg mij wat ik van het idee vond. Hij keek raar op van mijn verbaasde blik. Giuliani was toch een fantastische burgemeester? Ik moest Garner vervolgens uitleggen dat in Bagdad niemand van Giuliani had gehoord. Dat de Iraakse televisie wel vaak beelden van de instortende torens van het wereldhandelscentrum had getoond, maar niets over het heldendom had verteld van de New Yorkse brandweer en politie, noch van de churchilliaanse vastberadenheid van Giuliani.»

Het idee schijnt nog twee dagen lang te hebben rondgezongen, waarna het «oploste in de lucht», aldus Claypole: «Zoals zo veel plannetjes uit die dagen.»

Garner ontkende deze week tegenover de Washington Post. Wel zei hij dat «Giuliani een goede man was geweest voor de baan». Voorwaarde: «Dat hij stom genoeg was het te doen.»

Claypole: «Toch is het zo. Het plannetje is exemplarisch voor het denken in die dagen. En dit soort denken houdt niet op na een paar tegenslagen. Een goede burgemeester is een goede burgemees ter, waar ook ter wereld. Dat is de gedachte. Net als democratie en privatisering. Werkt het hier, dan werkt het daar op dezelfde manier. Het idee kwam overigens uit Washington. Er waren op regel matige basis telefonische vergaderingen tussen Rumsfeld, Wolfowitz en zelfs Bush. Omdat ik Brit ben, kon ik daar niet aan deelnemen. In een van die gesprekken is geopperd Giuliani de baan te geven.»

PIETER VAN OS

China: Eerst de sport, dan rest van de wereld
Over vier jaar zijn de Chinezen bij de Olympische Spelen in Peking meer dan een sportnatie.

PEKING – In China is winnen belangrijker dan fair play. Nationale trots voerde na afloop van de Spelen in Athene de boventoon. De voorzitter van de Chinese delegatie, Yuan Weimin: «Onze atleten hebben veel significante doorbraken bereikt. De wereld kijkt met nieuwe ogen naar ons.» In de lokale pers was te lezen dat de Chinezen volledig «dominant» waren en tegenstanders werden «verpletterd». Een ervaring die door de verliezers met bewondering werd ondergaan.

Verliezen wordt beschouwd als nationale vernedering. Het Chinese damesvoetbalteam werd in de eerste wedstrijd door Duitland met 8-0 afgedroogd en wist zich niet te kwalificeren voor de eindronde. Na terugkeer bood het team volk en leiders van China publiekelijk zijn verontschuldigingen aan. Het dameshockeyteam presteerde redelijk, zeker als men beseft dat tien jaar geleden nog niemand in China deze sport bedreef. Maar de vierde plaats deed de Koreaanse coach huilend verklaren dat hij «wanhopig» was en zijn «capaciteiten ontoereikend waren». De grootste schande deed zich voor bij tafeltennis, een sport waar goud als vanzelfsprekend wordt gezien. In een dramatische wedstrijd verloor favoriet Wang Hao in de finale heren van de Koreaan Ryu Seung-min. In het Engelstalige propagandakrantje China Daily werd de wedstrijd in twee regels verslagen. Een dag later, toen men van de schok bekomen was, volgde een diepgaander analyse. De nederlaag had pijn gedaan, maar China was nog steeds «dominant» en zelfs Ryu moest toegeven dat «China het beste, bijna onverslaanbare team bleef».

De opkomst van China als olympische grootmacht heeft veel te maken met de grondige aanpak door de sportautoriteiten. De nationale sportcommissie is over het hele land vertakt en al op districtsniveau wordt bijzonder talent gespot. Kinderen met goede sportprestaties krijgen extra studiepunten, wat de kans op een felbegeerde plaats aan de landelijke universiteiten sterk vergroot. Ook werkt de sportcommissie topdown. Internationaal relatief ob scure sporten als hockey, kano varen en kleiduivenschieten hebben de voorkeur. Er wordt grondig bestudeerd wat de concurrentie voorstelt en een programma opgestart om het land binnen enkele jaren op topniveau te brengen. Bijna geen enkele sport valt nog buiten China’s bereik.

Het onuitgesproken doel is om tijdens de Spelen van 2008 in Peking de arrogante Amerikanen van de troon te stoten. Onbereikbaar lijkt dat niet. Toen China in 1984 voor het eerst de olympische arena betrad, behaalde het land vijftien gouden medailles. In Athene was dat aantal meer dan verdubbeld, slechts drie minder dan de Verenigde Staten.

Die ambitie heeft veel, zo niet alles te maken met de geschiedenis van het land. Ieder schoolkind leert dat China eeuwenlang nummer één was in de wereld, maar dat het door feodaal binnenlands bestuur en verderfelijk buitenlands imperialisme op de knieën is gebracht. De verwoesting van het keizerlijk zomerpaleis in 1860 en het neerslaan van de Bokser opstand in 1900 – beide door westerse mogendheden – worden met de regelmaat van een mantra in de media herhaald. De communistische partij heeft het land van die euvelen bevrijd, maar haar missie is pas voltooid als het Rijk van het Midden zijn positie als wereldleider herneemt. De gemiddelde burger lijkt de lezing van het Westen als beul en China als slachtoffer voor zoete koek aan te nemen. Winnen met sport herstelt het zelfrespect. Als dat ten koste gaat van het Westen wordt tevens een oude rekening vereffend. Liu Xiang, de verrassende winnaar op de 110 meter horden voor heren: «Dit bewijst dat Chinezen, Aziaten en alle mensen met een gele huid in atletiek goed mee kunnen komen.»

Ook in het Westen komt oud zeer vaak via sport boven drijven. Uniek aan China is dat daar geen andere kanalen bestaan om emoties in het openbaar te uiten. Het culturele en politieke leven wordt door de staat beteugeld. Bij een sportevenement mag een Chinees zijn keel schor schreeuwen, op trommels slaan, opgezweept worden tot grote, hysterische hoogte. Dit past in het nationalistische straatje van de Partij, maar er is altijd het risico dat de geest uit de fles ontsnapt.

Onlangs was dit nog het geval. Nadat China in de finale van het in Peking gehouden Aziatische kampioenschap voetbal met 3-1 van Japan had verloren, moesten de Japanse fans onder politiebegeleiding worden afgevoerd. Buiten het stadion ontstonden rellen, werden de ruiten van een Japanse diplomatenauto ingeslagen en werd de vlag met de rijzende zon verbrand. In China een ongekende uiting van onvrede en voor de autoriteiten een bron van diepe zorg: geen enkele andere regering ter wereld is zo geobsedeerd door «stabiliteit». De twee grootmachten in Azië zijn nog steeds aartsvijanden. Maar ook in de wedstrijd China-Bahrein werd iedere actie van het Arabische staatje met een striemend fluitconcert begroet.

«Een meer open China begroet de wereld», is een van de geliefde slogans van de Partij. Of de wereld met een dergelijke ontvangst China nog wil begroeten is de vraag.

De samenleving is niet langer de eenheidsworst die ze ten tijde van Mao was. De meerderheid van de bevolking is bezig met haar slechte financiële situatie. Sport en sportpropaganda laten haar koud. Onder de beter opgeleiden klinken stemmen die pleiten voor minder hype en meer menselijkheid. Om atleten niet te zien als machines van de staat, maar als mensen die kunnen slagen of falen.

Of matiging en menselijkheid het gaan winnen is de vraag. Sport wordt door de Chinese machthebbers gezien als een warming-up voor de politieke hoofdwedstrijd die vroeger of later zal worden gespeeld.

In een commentaar in een door de staat gecontroleerde krant werd opgemerkt dat «China de Olympische Spelen in Peking nodig heeft om het land te bodybuilden en de burger fysiek en mentaal sterk te maken».

Het zwarte en witte ras zijn gewaarschuwd. De Japanners wa-ren dat al.

HENK SCHULTE NORDHOLT

Het heilige geloof van Zigzag Zell in rechtse spam en andere onzin

De Democraten spreken zacht om de kiezers niet te vervreemden. De Republikeinen praten met twee monden.

WASHINGTON – De Democratische partijleiding vroeg conventiesprekers niet al te hard uit te halen naar Bush. Dat zou zwevende kiezers afschrikken. De Republikeinen volgden afgelopen week een andere tactiek tijdens hun conventie in New York. Een aparte avond was ingeruimd om zo hard mogelijk oppositiekandidaat Kerry naar beneden te halen, met speeches van vice-president Dick Cheney en de naar het Republikeinse kamp overgelopen senator Zell Miller. De laatste is verantwoordelijk voor de boude oneliner: «Als het aan Kerry ligt, wordt ons nationale veiligheidsbeleid uitbesteed aan Parijs!» De speech bracht niet alleen het Republikeinse kader in extase, het bracht ook aan het licht dat Democraten de dagelijkse toestroom van spam – ongevraagd toegestuurde e-mails – niet lezen. Het duurde twee volle dagen eer het tot de partij doordrong dat grote gedeeltes van de schreeuwend uitgesproken speech van Miller direct zijn overgenomen uit een woedende anti-Kerry-kettingbrief die al sinds maart op internet wordt verspreid. Verschillende internetauteurs brach ten de e-mail daags na de speech op hun website. Precies dezelfde wapensystemen die Miller noemt, staan hierin onder elkaar, in dezelfde volgorde. Alleen de wapens verschillen: Miller vraagt zich af of Kerry het Amerikaanse leger zal laten vechten met propjes, gemaakt van spuug en papier («spitballs»); de e-mail heeft het over naakte mannen gewapend met stokken en golfclubs.

Helaas voor Miller klopt de informatie niet, zoals dat doorgaans het geval is met spam. Nigerianen beloven een beloning als je ze voor korte tijd een paar duizend dollar wilt lenen. Vandaag nog vroeg een Amerikaanse handelsman via mijn inbox steun omdat «nier dieven» zijn beide nieren hadden gestolen, nadat ze hem verdoofd naar een motelkamer hadden gesleept. De claim van Miller dat Kerry tegen allerlei wapensystemen en gevechtsvliegtuigen had gestemd, is gebaseerd op Kerry’s stemgedrag in het begin van de jaren negentig, toen hij – kort na de val van de Muur – drie keer stemde tegen een algehele verhoging van het defensie budget. Kerry en andere senatoren stelden een alternatief pakket samen. Kerry heeft geen specifieke wapensystemen afgewezen.

Kerry lijkt zijn voormalige baas Dukakis, die de verkiezingen verloor van vader Bush, niettemin ach terna te gaan. Bush’ campagneadviseurs – nu actief voor zoon Bush – zonden destijds onophoudelijk televisiebeelden uit met Dukakis die verkeerd op een oorlogstank zit. De voice-over: «Wilt u dat deze man ons land verdedigt?»

PIETER VAN OS