Deze week

Week 39

Amerika, een optie voor Hirsi Ali

Ayaan Hirsi Ali is tot 2007 lid van de Tweede Kamer. Maar er wordt nu al aan haar getrokken: vooral door denktanks in de VS.

WASHINGTON/AMSTERDAM – Talloze wetenschappelijke instituten en denktanks in Washington dingen naar VVD-parlementariër Ayaan Hirsi Ali. Het American Enterprise Institute en de School for Ad vanced International Studies van de Johns Hopkins University willen Hirsi Ali na de Tweede-Kamerverkiezingen van 2007 aantrekken. Volgens Cynthia Schneider, van 1998 tot 2001 de Amerikaanse ambassadeur in Nederland, voert Hirsi Ali reeds gesprekken over haar toekomst na haar kamerlidmaatschap. Andere bron nen in Washington bevestigen dat Hirsi Ali de afgelopen maanden met enkele instituten oriënterende besprekingen heeft gehad. Hirsi Ali bevestigt deze gesprekken niet. Haar assistent Iris van den Berg zegt desgevraagd namens haar alleen: «Daarmee zijn we nu niet bezig.» Maar na een lezing deze week in Washington verklaarde Hirsi Ali op een vraag over haar werk in Den Haag wel: «Ik ben geen politicus.»

Hirsi Ali hield daar maandag 26 september op uitnodiging van enkele instituten en stichtingen, waaronder de School of Foreign Service van de universiteit van Georgetown, een lezing in The Mortara Center for International Studies. Cynthia Schneider, nu hoogleraar kunstgeschiedenis aan Georgetown University in Washington, leidde haar referaat in. Volgens Schneider is Hirsi Ali de laatste tijd met Amerikaanse denktanks en universiteiten in de weer. Schneider na afloop van de lezing: «Ik heb haar pas leren kennen toen ik al terug was in Amerika. Maar sindsdien hebben we geregeld contact. Ik introduceer haar hier bij vakgroepen en verschillende denktanks. Daar voert ze gesprekken over haar toekomst. En ik kan je verzekeren: ze is van harte welkom.»

Het is de bedoeling dat Hirsi Ali fellow wordt bij een van de tientallen denktanks in Washington en tevens een parttime aanstelling krijgt aan een van de universiteiten die de hoofdstad rijk is. Volgens enkele Amerikaanse wetenschappers in Washington, die niet bij naam willen worden genoemd, overweegt Hirsi Ali serieus de aangeboden mogelijkheden om haar carrière na de parlementsverkiezingen van 2007 voort te zetten bij een denktank of op een universiteit in de VS.

Haar assistent Iris van den Berg, meegekomen naar Washington, wil daar niet concreet op ingaan: «Hirsi Ali reist de hele wereld over. Nog niet zo lang geleden waren we in Zweden en Frankrijk, in december gaan we naar Denemarken.»

Volgens ingewijde kennissen in Nederland die ook gehoord hebben van de Amerikaanse «flirts», wordt Hirsi Ali niet alleen door Amerikaanse instellingen benaderd. Ook in Duitsland, waar haar boek Ich klage an een groot succes is geworden, wordt er aan haar getrokken. «Ze wordt van vele kanten benaderd», aldus een ingewijde in Amsterdam.

Het American Enterprise Institute heeft niettemin serieuze interesse getoond. Onder voorwaarde van anonimiteit zegt een medewerker van deze denktank: «We zouden haar dolgraag willen hebben.» Aan het American Enterprise Institute zijn veel publicisten verbonden die, net als Hirsi Ali, zijn begonnen aan de linkerzijde van het politieke spectrum. In middels is het instituut het meest regeringsgezinde van Washington. De fellows van het instituut moedigden de president nadrukkelijk aan een oorlog tegen Irak te beginnen en meldden deze maand nog dat de Iraakse campagne «succesvol verloopt».

Cynthia Schneider, zelf een Democraat, legde de Amerikaanse studenten op The Mortara Center for International Studies maandag uit dat Hirsi Ali lid is van een partij wier opvattingen zijn te vergelijken met die van «gematigde Republikeinen». Hirsi Ali corrigeerde haar later: «Mijn partij bevindt zich niet aan de linkerkant van de Republikeinse partij, maar eerder aan de linkerkant van de Democratische partij. Mijn partij is liberal.»

Ook de School for Advanced International Studies van de Johns Hopkins University heeft belangstelling. De Nederlandse Chantal de Jonge Oudraat, verbonden aan deze uiterst prestigieuze vakgroep van Johns Hopkins – waaraan onder anderen Francis Fuku yama en, in het verleden, Paul Wolfowitz zijn verbonden – wil Hirsi Ali dolgraag voor een onderzoeksprogramma inzetten.

Volgens ex-ambassadeur Schnei der is het in de VS «voor haar natuurlijk een stuk veiliger dan in Nederland». Een andere wetenschapper toonde zich niettemin verbaasd over de veiligheidsmaatregelen die er alleen al op de dag van de lezing werden getroffen: «Tijdens een bezoek van haar veiligheidsmensen moes ten we plechtig verklaren, met handtekeningen en al, dat we de tafels en stoelen precies zo zouden laten staan als ze op dat moment stonden. Ik ben benieuwd hoe dat moet als ze hier permanent komt wonen en werken.»

Hirsi Ali is een bekende persoonlijkheid in academische kringen in de Verenigde Staten. The New York Times noemde haar leven «heldhaftig» en «groots». Ze verbleef eerder meer dan een maand in de noordelijke staat Maine. Na de moord op Theo van Gogh werd ze in Nederland van geheime locatie naar geheime locatie gesleept. Na zes dagen had ze daar genoeg van. Hirsi Ali dook onder in Maine, Amerika, tot half januari.

PIETER VAN OS & HUBERT SMEETS

De laatste rocker

Terwijl Schröder en Merkel een paringsritueel opvoeren, smijt Fischer de handdoek in de ring.

BERLIJN – «Ik wens nu helemaal niets meer. Ik wens u een fijne dag. En nu ga ik naar huis.» En weg liep Joschka Fischer. De hele pers bleef verbouwereerd achter. Iedereen kent de bravoure en energie van de eigengereide ma rathonloper. Maar zo’n kort af scheid, zonder pauken en trompetten, had niemand verwacht. Toen de Duitse Groenen op 18 september de kleinste partij in de nieuwe Bondsdag werden, trok de minister van Buitenlandse Zaken snel zijn conclusies: «Je wordt door de geschiedenis in het ijskoude water geworpen en hongerige ijsberen zitten achter je aan. Dan heb je twee mogelijkheden: of je zwemt sneller of je wordt opgegeten. Iedereen zou moeten weten wanneer je de deur achter je dicht moet trekken.»

Terug naar het nest met zijn Iraanse vriendin Minu Barati. Weg van alle pennenlikkers die hem tijdens zijn visumaffaire afstraften voor zijn soms wat arrogante optreden. Op maandagmorgen zal Fischer niet meer met Gerhard Schröder aan tafel in het Kanzleramt hoeven te zitten. Samen koffie en broodjes met een SPD-leider die in zijn Alleingang de eigen glazen scheen te hebben ingegooid? Fischer had verachting voor diens Flucht nach vorne, nadat Schröder in mei volkomen onverwacht een nieuw mandaat van het Duitse electoraat eiste.

Het roodgroene project is nu onherroepelijk ten einde. Daarmee lijkt ook een kwart eeuw in de Duitse politiek voorbij te zijn. Geen gympies meer in het parlement, noch verfbommen op partijcongressen of vlammende de batten in de Rijksdag. De Groene Realpolitiker wil dat andere partijgenoten de fakkel overnemen. «Ik heb de energie niet meer om een nieuwe aanloop in de oppositie te wagen», zei hij tegen zijn lijfblad Die Tageszeitung, de meest originele krant van Europa, die, toen ze genoeg had van de oeverloze links-rechts-discussies ter redactie alle letters «l» en «r» in de volgende uitgave gewoon om wisselde.

Het ergste vindt Fischer nog dat de jongere generatie politici hem niet van zijn sokkel heeft gestoten. Het is nu daarom de vraag of er een fractievoorzitter opstaat die genoeg krediet heeft. Jürgen Trittin, de drammerige milieuminister, vinden velen te verwaand. Renate Künast van consumentenbescherming doet het goed, maar lijkt nog iets te licht. Datzelfde geldt voor Fritz Kuhn, de sympathieke campagneleider. Ze zijn allemaal dik boven de veertig en hebben niet de meeslepende persoonlijkheid van de kleine Bundesaussen minister.

Fischer zelf bereidt zich nu voor op een toekomst als backbencher. Hij wil nadenken, in alle rust. «Ik ben niet die opa uit The Muppet Show, die van de toeschouwertribune steeds commentaar levert.»

«Ik was een van de laatste live rock-’n-rollers in de Duitse politiek», zegt hij over zichzelf. «Nu komt in alle partijen de playbackgeneratie aan de macht.»

ROB SAVELBERG

Promoveren

De hogescholen geven niet op. Niet alleen de universiteit doet aan wetenschap.

AMSTERDAM – In mei van dit jaar veroorzaakten Fontys Hogescholen commotie met een advertentie waarin promovendi werden gezocht. Lectoren van Fontys konden door een samenwerking met de Britse Roehampton University het «ius promovendi» verkrijgen, het recht op het verlenen van een onderzoekstitel. Reacties uit de universitaire wereld varieerden van «griezelig» tot het verwijt dat er aan hogescholen geen on derzoeksklimaat zou zijn. De Ad viesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid adviseerde mi nister Van der Hoeven dat hogescholen zich in hun onder zoeks activiteiten dienen te beperken tot de beroepspraktijk en dat het ius promovendi moet blijven voorbehouden aan universiteiten.

Op de vacatures bij Fontys kwamen zeshonderd reacties en ondertussen zijn de eerste promo vendi begonnen. De meesten van hen hebben een promotor gevonden aan een Nederlandse universiteit, dus van schimmige constructies met buitenlandse universiteiten is geen sprake. De promovendi promoveren inderdaad op onderwerpen uit de beroepspraktijk, zoals «professionele leergemeenschappen» en niet op Duitse literatuur in de Middeleeuwen.

Daar heeft de hogeschool ook «geen moer aan», aldus Norbert Verbraak, voorzitter van de Raad van Bestuur van Fontys Hoge scholen in Folia, het blad van de universiteit van Am sterdam. En het onderzoeks klimaat? «Het on derzoeksklimaat aan de hogescholen kan wel worden verbeterd. Maar daar ben ik toch mee bezig?»

Ook de politiek laat steeds meer zijn goedkeuring blijken over verdere opleiding van hbo-docenten. Dit moet de kwaliteit van hoger onderwijs ten goede komen. Staatssecretaris Mark Rutte beloofde hogescholen een vergoeding van 25.000 euro voor iedere docent die gaat promoveren. In 2006 krijgen veertig do centen deze «promotievoucher». Rutte benadrukte dat hogescholen een eigen rol en functie hebben en geen «universiteitje» moeten gaan spelen.

Wouter Bos ging onlangs nog verder en stelde als nieuwe «spelregel» voor het onderscheid tussen hbo en universiteit af te schaffen. «Of een hogeschool dan toegepast onderzoek doet, een universiteit een beroepsopleiding biedt of beide gefuseerd zijn tot een hogere onderwijsinstelling, maakt mij niet uit», schreef Bos in NRC Handelsblad. «Ik heb geen probleem met een grote variëteit aan diploma’s (…) zo lang het niveau maar gewaarborgd is. Een wetenschappelijk diploma moet wel wetenschappelijk blijven.» Over hoe afschaffen van het onderscheid en be houd van het niveauverschil dan samen zouden gaan, schreef Bos niets.

Zo ver als Bos wil zelfs Norbert Verbraak niet gaan, maar zijn eigen strijd geeft hij niet op. In Folia komt hij op voor de rechten van het hoger onderwijs in Nederland. Het onderscheid met de universiteit, bijvoorbeeld wat betreft het ius promovendi of het aanbieden van masters, noemt hij «een vorm van apartheid»: «Ik ben niet voor de opheffing van de scheiding. Ik wil de binariteit juist handhaven. Wel wil ik de binariteit herdefiniëren. Waar de discussie wat mij betreft over moet gaan is de fundamentele discriminatie tussen twee onderwijssystemen die onder één en dezelfde wet vallen. Die discriminatie moet worden opgeheven.»

FENNEKE SYSLING

Onderkaste

Zonder immigranten zouden de Londense kantoren een smerige puinhoop zijn, wellicht net zo erg als in de «witte» achterbuurten.

LONDEN – Aan het begin van elke doordeweekse avond vindt in Londen een massale stoelendans plaats. Terwijl het kantoorpersoneel met de trein, auto of metro huiswaarts keert, of de pub in duikt, maken duizenden schoonmakers een busreis naar de verlaten kantoren. Sinds de opkomst van het fenomeen outsourcing in de jaren tachtig leven klerk en schoon maker in verschillende we relden.

Dat er ’s nachts dingen plaatsvinden die het daglicht niet kunnen verdragen, bleek vorige week in de BBC-documentaire The Secret Life of the Office Cleaner. Het enige bedrijf dat de filmploeg in de nachtelijke uren toeliet, was de BBC. In de zakendistricten werd zelfs het filmen op de stoep bij banken en verzekeringsmaatschappijen onmogelijk gemaakt door potige bewakers. Het ex cuus: «terrorisme». De reden: de werkomstandigheden.

Nachtdiensten van twaalf uur zijn, ook in de overheidsgebouwen van Hare Majesteit, geen uitzondering, pauzes eerder uitzondering dan regel en ziek zijn is verboden. Een van de schoonmakers vertelde dat hij op 9 juli voor straf 72 toiletten minutieus had moeten schoonmaken. Reden? Hij was op 7 juli, met medeweten van zijn baas, niet naar zijn werk gekomen omdat de burgemeester de Londenaren had aangeraden het openbaar vervoer te mijden. Een andere manier om naar zijn werk te komen, was er niet.

Hoewel de studie die een schoonmaker tegenwoordig moet volgen academische hoogten na dert en er Building Cleanability Awards worden uitgereikt, staat het beroep bekend als het laagste van het laagste. Het aantal blanke Britten dat de mop en de stofzuiger buitenshuis ter hand neemt voor het bruto minimumloon van vijf ponden en vijf pence per uur, is te verwaarlozen. Daarom is het Londense schoonmaakkorps een vreemdelingenlegioen, waar zich illegale immigranten onder be vinden die de kans lopen dat hun baas, een dag voordat de loonzakjes worden verstrekt, de immigratiedienst belt. De schoonmakers, niet zelden hoog opgeleid, koes teren allemaal een brandende ambitie: een beter leven voor hun naasten in het land van herkomst.

Maar hoe zit het met de miljoenen werkloze autochtonen in het Verenigd Koninkrijk? Op deze vraag geeft de psychiater Theodore Dalrymple een antwoord in zijn boek Leven aan de onderkant: Het systeem dat de onderklasse in stand houdt. De auteur, zelf in een arm milieu opgegroeid, heeft als arts gewerkt in Latijns-Amerika en Afrika, maar de ellende daar viel in het niet bij de «morele armoede» in de achterbuurt van Birmingham, waar hij in het ziekenhuis en de gevangenis werkte. Hij verbaasde zich over het heersende gebrek aan ambitie bij de baanvrije burger om iets van het leven te maken. Dat is volgens hem niet alleen de schuld van de mensen zelf. Naar zijn idee houdt de overheid, overtuigd van het marxistische uitgangspunt dat het be staan het bewustzijn bepaalt, deze situatie in stand door geen enkele eis te stellen. Een uitkering wordt in dit koninkrijk tussen zijn en niet-zijn als loon beschouwd, crimineel gedrag als onafwendbaar natuurverschijnsel, alcohol als gezonder dan water (hetgeen ten tijde van George de Derde inderdaad het geval was), spellingregels als fascistische indoctrinatie, een televisietoestel als eerste levensbehoefte en het onderhoud van de voortuin als een taak van de plantsoenendienst. Omdat ontsnappen uit dit apathische universum steeds moeilijker wordt voor de ambitieuze enkeling spreekt Dalrymple liever van een gepamperde kaste dan een onderklasse. Sterker: van een nieuwe aristocratie.

Waar de echte onderklasse ge bleven is? Op kantoor. ’s Nachts.

PATRICK VAN IJZENDOORN

De Wereldomroep antiglobaliseert

Bij de Wereldomroep wordt het ene na het andere drastische be sluit genomen.

BRAGA, PORTUGAL – Ruim tien jaar geleden nam het bestuur van Radio Nederland Wereldomroep (RNW) een driest besluit. De Arabische sectie van het instituut – op één medewerker na, Bertus Hendriks – werd weggesaneerd. Om begrijpelijke redenen heeft het bestuur daar nu spijt van. Kort geleden werd besloten tot reanimatie. De Arabische sectie nieuwe stijl krijgt maar liefst achttien medewerkers, die vooral via het internet een Nederlands geluid zullen gaan verspreiden in de islamitische wereld. Een mooi initiatief, ware het niet dat een en ander gepaard gaat met wéér een driest besluit, namelijk de liquidatie van de Portugeestalige uitzendingen van de Wereldomroep.

De Wereldomroep zendt be halve in het Nederlands ook uit in het Engels, Indonesisch, Spaans, Frans, Papiaments, Surinaams én het Portugees. De Portugeestalige uitzendingen zijn vooral van belang in Brazilië, waar honderden lokale radiostations de veelgeprezen berichtgeving vanuit Hilversum doorgeven tot in de meest geïsoleerde plekken van het met tweehonderd miljoen in woners grootste land van Latijns-Amerika. Deze uitzendingen ko men de persvrijheid in Brazilië – nog maar drie decennia dictatuur-af – ontegenzeggelijk ten goede. Dat vindt ook de betreffende redactie, vijf redacteuren sterk, die momenteel actie voert in het gebouw van de Wereldomroep, onder meer door met potten en pannen in samba-optocht door de vergaderkamers te trekken.

Vooralsnog hebben de protesten niets uitgehaald. RNW-directeur Jan Hoek en hoofdredacteur Joop Daalmeijer blijven bij hun besluit om de banden met Brazilië op te offeren ten bate van hun pan-Arabische beschavingsoffensief. Posters van de protesterende redacteuren werden op last van de directie van de prikborden in het RNW-gebouw verwijderd. De directie toonde zich diep ge kwetst door het feit dat de actievoerders haar beschuldigen van «onwetendheid».

Toch lijkt deze kwalificatie op zijn plaats. Het drieste besluit van de Wereldomroep is op z’n minst kortzichtig. Nederland loopt op kop als het gaat om investeringen in Brazilië, dat veruit over de meeste natuurlijke grondstoffen van heel Zuid-Amerika beschikt. De afgelopen jaren hebben honderden Nederlandse bedrijven hun investeringen in Brazilië verdubbeld. Het ministerie van Economische Zaken bestempelde Bra zilië kort geleden als «verreweg de belangrijkste handelspartner van Nederland in Latijns-Amerika». Tal van Nederlandse ngo’s maakten Brazilië tot het speerpunt van hun acties in Zuid-Amerika. Gegeven de historisch-culturele banden tussen Nederland en Brazilië, het toenemende belang van Brazilië voor de Nederlandse economie en de pioniersrol van Brazilië in het geopolitieke krachtenspel (zie ’s lands prominente rol in de Veiligheidsraad en de voortrekkersfunctie in armoede- en ziektebestrijding in Afrika van president Lula) is het van vitaal belang dat de banden tussen Nederland en Brazilië eerder worden versterkt in plaats van uitgehold.

Het besluit van de Wereldomroep lijkt ingegeven door de waan van de dag. Een preoccupatie met de islamitische wereld (zo die ten koste gaat van de andere taal- en cultuurgebieden) is niet meer dan een vorm van blikvernauwing, ingegeven door de culture clash sinds 9/11, en getuigt zeker niet van een visie op langere termijn op het terrein van media en globalisering.

RENÉ ZWAAP