Deze Week

Week 4

Onderzoek naar prinses

Het begon in de jaren zestig en zeventig met de biografie Prins Bernhard, van de inmiddels overleden stalinist en ex-hoofdredacteur van het communistische dagblad De Waarheid,Wim Klinkenberg.

Bernhard zou voor en in de Tweede Wereldoorlog een aanhanger van het nationaal-socialisme zijn geweest, terwijl zijn moeder prinses Armgard zur Lippe-Biesterfeld drijvend op nazi-sympathieeën de Tweede Wereldoorlog zou zijn doorgekomen. «Nazi-freudig» schreef Wim Klin kenberg. Hij is daarna, tot en met de sterfdag van Bernhard, ijverig overgeschreven door schrijvers als Ph. Droge, J.G. Kikkert en Thomas Ross. Het is die geruchtenstroom die in de laatste weken min of meer is doorgeprikt door de wetenschapper prof. E.J.H. Schrage, oud-hoogleraar rechtsgeschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Sedert de laatste jaren is hij verbonden als hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is oud-voorzitter van het bestuur van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie en Raadsheer in het Amsterdams gerechtshof. Alleen al daarom is na de «bekentenissen» van prins Bernhard tegenover de vroegere hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer Martin van Amerongen of de twee stenografen van de Volkskrant Pieter Broertjes en Jan Tromp, het koele verslag van Schrage bijna een verademing. Zijn boek, zegt hij, probeert een antwoord te geven op het steeds opduikende gerucht over de nazistische sympathieën van prinses Armgard, Bernhards moeder. Hij heeft zich sedert juli 2003 voor zijn onderzoek geconcentreerd op haar persoonlijke archief. Waarom komt iemand daarop? Waarom zo’n boek waaraan de slavenarbeid van diepgaand onderzoek ten grondslag ligt? Dat is een vraag die als achterdochtig bestempeld zou kunnen worden. Maar het is vooral ook een logische vraag. Hij kreeg het idee in 2003 aangereikt in een «fascinerend» gesprek met drs. B. Woelderink, de toenmalige directeur van het Koninklijk Huis Archief. Of hij zin zou hebben in het opzetten van een onderzoek naar Armgard? Haar persoonlijk archief, opgeborgen in drie of vier koffers, was juist overgebracht naar het Koninklijk Huis Archief. Schrage: «Toen we de eerste koffer op Woelderinks tafel hadden leeggeschud, werd het al gauw duidelijk dat een inventarisatie zeer noodzakelijk was om een goed beeld te krijgen.» Wat er namelijk ook uit kwam rollen was bijvoorbeeld het feit dat begin 1947 een rapport over de politieke houding van Armgard moet zijn uitgebracht aan de toenmalige Nederlandse regering. Dat is aannemelijk omdat het onder meer vermeld wordt in een beschikking van het Nederlandse Beheersinstituut van 27 februari 1947 waarin wordt verklaard dat prinses Armgard geen vijandelijk onderdaan meer was in de zin van het besluit Vijandelijk Vermogen. Zij kon dus naar Nederland verhuizen.

Overigens werd dat onderzoek zelf nergens aangetroffen. Bovendien werd Schrages wetenschappelijke nieuwsgierigheid vooral ook geprikkeld door het feit dat dit archief een onthullend licht werpt op drie van de zwaarste aantijgingen tegen prins Bernhard van de laatste jaren: het spionageloon dat hij in 1938 zou hebben geïncasseerd, de zogenaamde stadhoudersbrief waarin Bernhard zich in 1942 aan Hitler zou hebben aangeboden als stadhouder over Nederland, en ten slotte het forse banksaldo op zijn naam bij de Deutsche Bank in Berlijn in november 1944. Schrage constateert dat die aantijgingen op drijfzand gebouwd zijn en onderbouwt die opinie uitvoerig. Zijn onderzoek heeft nogal wat tijd en geld gekost. Is er geen sprake geweest van een «opdracht»?

Het is bekend dat de beschuldigingen aan het adres van zijn moeder Bernhard hoog zaten. Maar Schrage zegt met nadruk dat er geen verzoek of opdracht van Bernhard of anderen is uitgegaan, al had hij de indruk dat Woelderink niet «zomaar» met zijn plan naar voren kwam. «Maar het bleef uitsluitend bij mijn besluit.» De onkosten financierde hij zelf. Een aanbod van de latere directeur van het Koninklijk Huis Archief, drs. Ph. Maarschalkerweerd om hem tegemoet te komen in de onkosten sloeg hij af: «Het zou mijn integriteit schaden, ik wilde vragen zoals nu die van u, in alle eerlijkheid kunnen beantwoorden.» Wel heeft hij van Bernhard, prinses Margriet en van anderen veel hulp gekregen. Van Margriet, omdat zij grootmoeder Armgard zo goed gekend heeft. Bernhard heeft nog voor zijn dood de tekst van het boek gelezen en enkele kleine, in wezen onbelangrijke correcties voorgesteld. Bovendien werd het archief wat Armgard betreft volledig voor hem geopend. Schrages boek is (vooral juridisch) soms gortdroog, maar geheel andere koek dan de «bekentenissen» bij Broertjes/ Tromp en Van Amerongen. Kortom, het boek is droog en gedegen. Ook al blijft de geboortegedachte van Woelderink vragen oproepen.

Friso Endt

Breekijzer Israël

Ongevraagd heeft vice-president Dick Cheney van Amerika met een klap het dreigement van geweld op tafel gelegd in het gesprek tussen de EU en Iran.

Dat moet Iran ervan weerhouden nog langer nucleaire wapens te ambiëren. Het vindt plaats aan een tafel waaraan de Amerikanen geen zitting hebben, omdat ze niet met de ayatollahs wensen te praten. Het dreigement van Cheney, aan de vooravond van een nieuwe termijn van Bush, waarbij beloofd werd de verhouding met de westerse partners te verbeteren, klinkt bloedstollend serieus.

Waar Amerika in vervlogen tijden Israël nog wel eens op het hart drukte zich buiten regionale conflicten te houden, wordt het nu als breekijzer in het geschil met Iran gebruikt en kunnen de woorden van Cheney «dat Israël wel eens zou kunnen besluiten als eerste toe te slaan» als groen licht van de Amerikanen worden opgevat. Het scenario is om door bombardementen het nucleaire programma van de ayatollahs een aantal jaren achterop te laten raken en tevens de militaire capaciteit van Iran te treffen. Of Israël dat nu doet of Amerika, voor een grondoffensief en bezetting hebben de Amerikanen eenvoudigweg geen middelen nu ze in Irak nog de vorige klus moeten klaren.

De stille hoop dat een aanval op Iran een volksopstand teweeg zal brengen, waardoor het regime ten val komt, wordt door diverse Midden-Oostenkenners als illusie afgedaan. Eerder zal er sprake zijn van een hergroepering rond het regime. De steun aan het verzet in Irak en Afghanistan zal worden opgevoerd en een aanval op Israël behoort tot de mogelijkheden. Mocht er al sprake zijn van een opstand in Iran, dan ligt een harde reactie van Teheran eerder voor de hand. Een scenario, misschien niet op dezelfde schaal, dat doet denken aan de opstand van de sjiieten in Irak in 1991, toen de Amerikaanse tanks op bevel weigerden naar Bagdad op te trekken om Saddam uit het zadel te wippen, met een slachting onder de opstandige Irakezen tot gevolg.

Voor de Europese onderhandelaars moet dit een aansporing zijn om resultaat te boeken. Eigenlijk kunnen ze niet meer zonder succes thuiskomen.

Rik Delhaas

Bernard-Henry Lévy

Parijs – Het weekblad L’Expresspubliceerde afg elopen week fragmenten uit BHL, het nieuwste boek van onderzoeksjournalist Philippe Cohen. Nadat Cohen anderhalf jaar geleden met co-auteur Pierre Péan de hoofdredactie van Le Monde scherp aanviel, moet nu een ander Frans instituut het ontgelden: Bernard-Henry Lévy, de intellectueel met de status van een popster.

Lévy schreef een biografie over Sartre, reisde als gezant van president Chirac door Afghanistan en verrichtte veldwerk in Pakistan voor zijn boek over de onthoofding van de Amerikaanse journalist Daniel Pearl. Hij leidt een eigen literair tijdschrift (La Règle du Jeu) en heeft een veelbesproken column in opinieblad Le Point, waarin hij onlangs uithaalde naar Tariq Ramadan, de moslimintellectueel wiens optreden de Franse ambassade afgelopen weekend op het literaire festival Winternachten nog trachtte te verhinderen. Hij is nauw bevriend met de rijken en machtigen der aarde; getrouwd met de beeldschone actrice Arielle Dombasle en na Gerard Depardieu de meest geziene «bekende Fransman» op de Franse televisie. Alsof dit nog niet genoeg is, beheert hij een geschat vermogen van 180 miljoen euro.

Met enige regelmaat wordt er flink getrapt tegen het standbeeld dat Lévy voor zichzelf heeft opgericht, maar sinds een paar maanden is het menens. Het begon in november met de publicatie van Le B.A. BA du BHL, een «onderzoek naar de grootste intellectueel van Frankrijk» van Jade Lindgaard en Xavier de la Porte. De cover toont Lévy in karakteristieke pose: met zijn tot de navel ingesneden witte overhemd, druk telefonerend op de achterbank van een limousine op weg naar een filmpremière of juist naar de volgende brandhaard ergens ter wereld. De auteurs oordeelden vernietigend over zijn geschriften, waarbij vooral zijn journalistieke werk het moest ontgelden. Lévy’s simplistische neiging de wereld in termen van zuiver Goed en Kwaad te beschouwen manifesteerde zich in zijn boek over Pearl, waarin hij uiteindelijk een heel land (Pakistan) als door de Duivel bezeten noemt, zo nadrukkelijk dat zelfs de weduwe van Pearl er onpasselijk van werd.

Hoe kon, vraagt Cohen zich af, dit boek door de Franse pers juichend worden ontvangen? En wat zegt die ontvangst over een samenleving waarin een media-intellectueel als Lévy heeft kunnen uitgroeien tot de verpersoonlijking van wat in Frankrijk voor «intellectueel» doorgaat?

Lévy heeft alles op alles gezet om Cohen de pas af te snijden. Mensen die eerder toegezegd hadden Cohen te woord te staan belden plotseling af en in een interview stelde Lévy dat hij «van buiten steeds hoffelijk bleef, maar van binnen kwaadaardig was», hetgeen Cohen opvatte als een persoonlijke bedreiging. Binnenskamers noemde Lévy Cohen een «verrader», daarmee doelend op hun gemeenschappelijke wortels in de joodse gemeenschap van Béni-Saf (Algerije), waar beiden door dezelfde vroedvrouw op de wereld werden gezet.

L’Express laat ook Lévy zelf aan het woord. Hij ontkent geruchten dat hij zijn vriend, wapenfabrikant en mediamagnaat Arnauld Lagardère, vroeg publicatie van BHL onmogelijk te maken. Maar Cohens pijnlijkste verwijt, dat hij nimmer één originele gedachte heeft voortgebracht, laat Lévy onweersproken. Wel zegt hij er een «oorlogszuchtige opvatting» op na te houden waar het de zoektocht naar waarheid betreft. Die oorlogszucht zal Lévy nog goed van pas komen. Voor volgende maand staat l’Absence de pensée chez Bernard-Henry Lévy, het volgende boek over Lévy, op stapel, in maart gevolgd door een geschrift dat het «systeem BHL» tracht te ontrafelen en vuurwerk belooft, aangezien het wordt geschreven door Nicolas Beau, journalist bij het satirische weekblad Le Canard Enchaîné.

Marijn Kruk