Deze Week

Week 40

De kracht van de postterroristische toerist

Na de bomaanslag op Bali is er onmiddellijk een verband ge legd met Al-Qaeda. Maar waar zijn de bewijzen?

AMSTERDAM – De Balinese politiecommandant I Made Pastika is berucht. Toen drie jaar geleden twee nachtclubs op Bali werden opgeblazen (202 doden), kwam hij al snel op de proppen met onderzoeksresultaten en arres tanten van de schimmige Zuid-Aziatische terreurorganisatie Je maah Islamiya (JI). Sinds die tijd vonden meer aanslagen plaats. Het werd common knowledge dat JI deel uitmaakte van het Al-Qaeda-netwerk. Deze week, na de nieuwe reeks aanslagen op Bali waarbij negentien mensen werden ge dood, worden Al-Qaeda en JI door veel media moeiteloos in één adem genoemd. Maar bewijzen voor een intens verbond tussen de twee zijn vooralsnog niet gevonden.

Politiecommandant Pastika grijpt nu naar angstaanjagende maatregelen om het terreurnetwerk bloot te leggen. Van drie vermeende zelfmoordterroristen die zich afgelopen week te midden van dinerende toeristen opbliezen, zijn de hoofden gevonden. Dat het hier de moordenaars betrof, destilleerde Pastika uit het gegeven dat van slechts drie lichamen armen, benen en hoofd werden gevonden, maar niet de torso. Die zou bij alledrie zijn weggeslagen door hun exploderende bommengordel. Pastika liet de ge schonden gelaten opknappen en fotograferen. De tronies werden met nauw verholen gruwel vertoond op televisie en in kranten, teneinde van het publiek tips over hun identiteit te verkrijgen.

Zelfs dat verandert weinig aan de onverstoorbaarheid van menige westerse toerist op Bali. Na de aanslagen bleven ze komen, chartervlucht na chartervlucht. Slechts zeer weinigen ontvluchtten het vakantieparadijs. «Bommen heb je tegenwoordig overal», werd opgetekend uit de mond van een van hen. Terrorisme ontleent zijn kracht niet aan de aantallen slachtoffers die het maakt, maar aan de angst die het zaait. Ook Madrilenen en Londenaren bleven bijna verbeten gebruik ma ken van het openbaar vervoer na de aanslagen. Ze krijgen ons niet klein, was de boodschap.

Dat is geen specifiek westerse reactie. In Afghanistan vond vorige week een zelfmoordaanslag plaats op een trainingscentrum van het Afghaanse leger, betaald en ingezet door het Pentagon in de strijd tegen de anticoalitietroepen aan de Pakistaanse grens. Negen militairen werden gedood. Maar niets wijst erop dat het aantal rekruten daardoor afneemt. De Afghaanse militairen klagen over de kwaliteit van voedsel en drinkwater, over hun instortende barakken en over het uitblijven van hun schamele soldij. Maar niet over de terreurdreiging. Het risico van aanslagen lijkt zoetjesaan geaccepteerd te worden als deel van het leven. De regering van Kharzai doet weinig meer dan verkondigen dat zelfmoordaanslagen een Arabisch importartikel zijn dat de Afghanen, die wel erger gewend zijn, Siberisch laat.

Om een samenleving te ontwrichten moeten terroristen tegenwoordig een fikse inspanning leveren. Het is voor hen prettig als ze daarbij geholpen worden door de heersende macht. In Irak wordt de samenleving nu al tweeënhalf jaar lang uit zijn voegen gescheurd door de strijd van rebellen en zelfmoordterroristen met Amerikaanse en Iraakse militairen. Reeksen zelfmoordaanslagen op politiebureaus, markten, moskeeën en rijen wachtende Irakezen die een van de schaarse overheidsbaantjes trachten te verkrijgen, hebben hun effect niet gemist. Guerrilla-aanslagen van de rebellen op Amerikaanse bases en militaire konvooien vinden doorgaans plaats vanuit dichtbevolkte gebieden. De Amerikaanse reactie met brute huiszoekingen, bombardementen en veel collateral damage maakt de ontwrichting compleet. Bij militaire operaties komen doorgaans veel meer burgers om dan rebellen. De International Herald Tribune publiceerde maandag een alarmerend artikel over de teloorgang van de Iraakse middenklasse, die broodnodig is om het land politiek en economisch enige toekomst te verschaffen. De grotendeels seculiere burgerij wordt ondergesneeuwd door het toenemende radicalisme van religieuze partijen. Wie daartoe de financiële mogelijkheden heeft, ontvlucht het land.

Als de Indonesische regering iets kan leren van andere terreurhaarden, dan is het terughoudendheid in haar optreden. Haar belangrijkste bondgenoot is niet het zwaard, maar de postterroristische toerist die de angst van zich heeft afgeschud.

JOERI BOOM

De glijdende schaal van Verdonk

Wie moet weg en wie niet? Verdonk en haar vreemdelingen kunnen wel een uitwijs wijzer (.nl) gebruiken.

AMSTERDAM – Vreemdelingen met een verblijfsvergunning die minder dan drie jaar in Nederland verblijven, kunnen nu ook voor lichte vergrijpen het land uit worden gezet. Maar het zojuist aangenomen voorstel is wel een verscherping van de zogenaamde glijdende schaal die in 1990 is ingevoerd. Hoe langer de vreemdeling hier verblijft, hoe ernstiger zijn misdrijf moet zijn voordat hij weg moet wezen.

De vorige aanscherping da teert van 2002. Sindsdien was bij een verblijf van één jaar een misdrijf waarop meer dan een maand gevangenisstraf stond voldoende voor uitzetting, bij twee jaar een misdrijf van drie maanden en bij drie jaar zes maanden. Lagere straffen werden bij elkaar opgeteld. Straks moet de vreemdeling in de eerste drie jaar na iedere veroordeling met gevangenisstraf het land uit. En bij een langer verblijf dan drie jaar? Voorheen was de som: negen maanden cel na vier jaar, twaalf maanden na vijf jaar, zestig maanden na tien jaar en 96 na vijftien jaar. De rekening van Verdonk wordt nu: voor het vierde of vijfde jaar is één maand onvoorwaardelijk of drie keer een veroordeling met celstraf voldoende. Na tien jaar volgt uitzetting bij een celstraf van 36 maanden. Hun celstraf moeten de plegers wel eerst in Nederland uitzitten.

Volgens Verdonk gaat het om een «krachtig signaal» aan vreemdelingen. Vooral een aantal beruchte niet-Nederlandse veelplegers van huiselijk geweld is haar doelgroep. Of dit preventieve beleid werkt is discutabel. Want zijn de gevolgen van de invoering van de vorige verscherping al te overzien? De regering neemt doorgaans een periode van vijf jaar aan om aan te geven of een maatregel werkt of niet. Verdonks beleid raakt bovendien onvermijdelijk in de knoop met het doolhof van internationale en Europese wet- en regelgeving. Vluchtelingen mogen niet zo maar weggestuurd worden, om dat de richtlijnen voor hun be scherming sterker wegen. Ook geldt nog steeds dat er voor iedere crimineel een persoonlijke belangenafweging moet worden ge maakt. Denk aan dilemma’s als een man (vaste verblijfsvergunning, pleegt een moord) met een vrouw en kinderen (rond de twaalf jaar) die in Nederland geboren zijn: moet de man weg en blijven vrouw en kinderen hier? En als het gaat om burgers van de Europese Unie moet eerst voldaan worden aan het criterium «actuele bedreiging van een fundamenteel belang». Geen automatische uitzetting dus maar een nauwkeurige belangen afweging die iedere rechter zal moeten maken.

Verdonk, die al moeite heeft de whereabouts van uitgeprocedeerde asielzoekers in de gaten te houden, kan haar energie beter richten op de verbetering van die uitzetmachine.

FENNEKE SYSLING

Bush valt van geloof

In de nasleep van Katrina maken sommige Amerikanen rare spron gen.

WASHINGTON – Voor samenzweringsdenkers, in Amerika rijkelijk voorradig, kunnen dijken natuurlijk niet zomaar springen. De meeste theorieën komen niet verder dan bloggistan, die virtuele kantine waarin iedereen zijn eigen internetkrantje uitvent. Maar sommige vonden afgelopen week gretig aftrek onder de grote nieuwskanalen. Eerst was er Scott Stevens, de weerman van een televisiestation in Idaho’s Pocatello, een stadje diep in het hartland, ofwel de «fly-over zone» van Amerika. Hij beëindigde afgelopen week zijn baan om meer tijd te kunnen besteden aan het bewijzen van zijn theorie dat de Japanse maffia verantwoordelijk is voor Katrina, die ze heeft veroorzaakt met hulp van technologie die de Russen uitvonden tijdens de Koude Oorlog. In een poging de bom op Hiroshima te wreken is de «Yakuza Maffia» een «weather war» begonnen waarin zij met een KGB-gepatenteerde elektromagnetische generator orkanen opwekt. Stevens: «Het ergste komt nog.»

Daarna kreeg Louis Farrakhan alle tijd zijn theorie uit de doeken te doen. Farrakhan is leider van de Nation of Islam, een militante en tikje antisemitische organisatie die is voortgekomen uit de burgerrechtenstrijd. Hij meent dat een blanke racist de dijken bij New Orleans heeft opgeblazen om enkele zwarte wijken onder te laten lopen. Waarom zouden die dijken anders pas na de storm zijn gebroken? Waarom zouden de mooiste blanke wijken gewoon droog blijven? Bovendien heeft de zwarte leider van «een uiterst betrouwbare bron» gehoord dat er onder de kapotte dijk een acht meter diepe krater is waargenomen.

De aandacht voor deze dwaallichten bracht de verwarring van de meest aanzienlijke van alle Amerikanen enigszins op de achtergrond. Want de president bleek ook de weg kwijt, of althans zichzelf, in de nasleep van Katrina. Net als veel van zijn stemmers ziet hij standvastigheid als zijn be langrijkste deugd. Over de oorlog in Irak herhaalt hij een jaar lang al dezelfde mantra: «We moeten volharden in dezelfde koers.» Maar Bush deed afgelopen week juist het tegenovergestelde: hij flip flopte. Om de olieprijs niet nog verder te laten oplopen vroeg hij – kennelijk in uiterste nood – om onnodig reizen te vermijden, om te carpoolen (ja echt) en het openbaar vervoer te nemen. Kortom, hij vroeg om alles wat een mens belet man te zijn, volgens een grote meerderheid van de Bush-stemmers.

Hij zei zelf het goede voorbeeld te nemen, onder meer door een paar auto’s te schrappen uit zijn omvangrijke presidentiële karavaan. Ook vroeg hij medewerkers van het Witte Huis om de lichten, computers, kopieermachines en printers aan het einde van de dag uit te draaien. Over dertig dagen moeten alle landelijke overheden zelfs verslag aan hem uitbrengen van de energiebesparende maatregelen die als antwoord op zijn oproep zijn getroffen.

«Jimmy Carter!» riep menige commentator vol leedvermaak. Die had ook opgeroepen tot spaarzamer energieverbruik, on der meer in de eindeloos vaak door Reagan geridiculiseerde «ma laise speech» van 1979, door vele historici gezien als de slechtste presidentiële speech ooit. Maar Jimmy Carter had zich nooit voorgedaan als de kampioen van het groot gebruik. George Bush wel. Nog maar een paar jaar geleden, bij de presen tatie van het energieplan van Dick Cheney, verklaarde de woord voerder van Bush dat «besparingen» het allerslechtste plan waren: «Voor de president is dat een Big No.» Het wassende water heeft inmiddels zelfs de presidentiële ruggengraat ge knakt. En dat was zijn meest geroemde lichaamsdeel.

PIETER VAN OS

Pers gromt weer

Ook in de VS waren de media bang omdat de abonnees en adverteerders in de recessie op de loop waren gegaan. Dat lijkt nu te veranderen.

DEN HAAG – Na 9/11 waagden weinig media het de messen te slijpen. Behalve een enkele wilde filmmaker bleef het stil, terwijl conservatieve tv-netwerken als Fox en tot op zekere hoogte CNN hun gang gingen en daarvoor soms zelfs betaald werden. Vooral de schrijvende pers lijkt nu uit een langdurige door angst ingegeven winterslaap ontwaakt. Opeens grijpt de Amerikaanse journalistiek naar het wapen der onthullingen.

Het schandaal rond de Republikeinse meerderheidsleider Tom Delay is nog slechts een tussenstation. Ook de overstroming in New Orleans heeft de journalistiek wakker gemaakt. Niet alleen het feit dat Bush vier dagen nodig had om een vliegtuig richting New Orleans te pakken en uit de lucht de ramp veilig en wel gade te slaan veroorzaakte een golf van verontwaardiging. Nee, nu wordt de vraag gesteld wie er eigenlijk profijt heeft van de hulpprogramma’s in New Orleans.

Anderhalf jaar geleden veroorzaakten de aarzelende onthullingen uit Irak – waar Haliburton (de firma waar vice-president Dick Cheney de leiding had voor hij door Bush naar het Witte Huis werd geroepen) voor miljarden opdrachten kreeg om de olie-industrie weer aan de gang te krijgen en het leger van onderdak, «ham and eggs and turkey» te voorzien – nog maar weinig beweging. Nu zijn de «investigating reporters» van onder meer Newsweek snel aan de slag gegaan en hebben het Congres opgejaagd om uit te zoeken welke firma’s politieke connecties hebben om de vette orders voor het herstel binnen te slepen.

Men spreekt van AshBritt, een firma uit Mompano Beach, Californië, die nauwe banden onderhoudt met gouverneur Haley Barbour van Mississippi, tevens ex-voorzitter van het Republikeinse nationale comité. Dezelfde vragen zijn gerezen over de politieke connecties van twee andere aannemers: de Shaw Group en Kellog, Brown & Root, een dochteronderneming van Haliburton. «Troubled waters», aldus Newsweek.

In een hoofdartikel schrijft The New York Times: «Iedere belastingbetaler in de VS moet zich zorgen maken hoe dat geld wordt uitgegeven en wie de winsten opstrijkt. Wij vinden dat als het Congres geld steekt in hulpprogramma’s, dat ten goede moet komen aan de slachtoffers. Niet aan lieden – politieke relaties – die gepro fiteerd hebben van de contracten in Irak zonder dat anderen de kans kregen een tegenbod te brengen. Dit alles valt terug te brengen tot cronyism (vriendjespolitiek). De ontslagen Fema-chef Michael Brown is slechts een van de recente slachtoffers. Maar de regering moet veel verder gaan. (…) Amerika heeft geen behoefte meer aan public relations stunts, het heeft behoefte aan figuren die misbruik van belastinggeld voorkomen.»

Wie de Amerikaanse media van de laatste week volgt, ziet een paar stinkende potten opengaan. Trouwens, de Nederlandse firma’s die hulp aan New Orleans hebben aangeboden maar moesten wachten op de instemming van Haliburton hebben nog steeds niets gehoord.

FRISO ENDT

Asterix op Corsica

Afgelopen zaterdag brachten de vakbonden in Bastia duizenden mensen op de been.

BASTIA – De inzet was de door de Franse regering aangekondigde privatisering van de Société Na tionale Corse-Méditerranée (SNCM), de rederij die de veerdiensten tussen Corsica en het vasteland on derhoudt. Zoals zoveel overheidsbedrijven wordt de SNCM kunstmatig overeind gehouden. De vakbonden vrezen dat beoogd eigenaar Butler Capital Partners het mes in het bedrijf zal zetten, met alle gevolgen voor de veelal Corsicaanse werknemers.

Vorige week kwam er onverwacht beweging in het conflict tussen de overheid en de vakbonden. In de nacht van dinsdag op woensdag gingen vier leden van de stakende vakbond STC aan boord van de Pascal Paoli, een SNCM-schip onderweg naar Mar seille, hesen de Corsicaanse vlag en dwongen de bemanning naar het eiland terug te keren. De Franse overheid reageerde met het sturen van zes helikopters met elitetroepen die het «gekaapte» schip in het zicht van de haven van Bastia enterden. De vier vakbondsmannen, met on der hen Alain Mosconi – een gedrongen zeebonk met een ringbaardje en op Corsica in middels uitgegroeid tot held van mythische proporties – werden overgebracht naar Marseille en daar vastgezet.

Op Corsica volgden de ontwikkelingen elkaar vanaf dat moment in rap tempo op. Vakbonden blokkeerden de havens. In de hoofdstad Ajaccio schoten militante nationalisten een raket af op het huis van de prefect. Op vrijdag begonnen supermarkten leeg te raken en benzinepompen raakten door hun voorraad heen. Met de rug tegen de muur besloot de Franse overheid Mosconi cum suis nog dezelfde avond vrij te laten.

Het mocht niet baten. Duizenden betogers trokken zaterdag door het centrum van Bastia om andermaal te protesteren tegen de ophanden zijnde privatisering van de SNCM. De demonstratie eindigde voor het hek van de prefectuur, waar Patrick Anto netti namens de werknemers van SNCM een verklaring voorlas. Vervolgens keerde iedereen huiswaarts.

Iedereen? Toch niet. Vanuit het niets trad plotseling een honderdtal jongeren met bivakmutsen en camouflagejacks naar voren. Alsof het afgesproken werk was, kwamen er gelijktijdig enkele pelotons met Franse ordetroepen achter de prefectuur vandaan. Wat volgde was een veldslag die uw even tevoren gearriveerde verslaggever ertoe noopte een heenkomen te zoeken in een parfumerie in de Avenue Paoli. De aanwezige dames bleken in het geheel niet van hun stuk gebracht en sloegen het tafereel geamuseerd gade. «Ach», zo verzuchtte een van hen, «zo gaat het nu altijd.»

Al snel bleek het inderdaad wat routinematige karakter van de uitwisseling van stenen, vuurwerk en traangas. Navraag bij de commandant van politie preciseerde de bewering van de parfumerie enigszins. Zo’n vier keer per jaar hakten de jeugd van Bastia en de ordepolitie volgens hem op elkaar in. «Tja, die ordetroepen van de overkant, die krijgen dan rituele klop», zo stelde de commandant, een Corsicaan, met een opgewekte grijns. Er werd dan ook geen enkele arrestatie verricht.

MARIJN KRUK