Deze week

Week 41

Naïef Nobel

De Noorse parlementariërs die de Nobelprijs toekennen hebben hun soms nuttige, soms te naïeve traditie van wishful thinking voortgezet.

AMSTERDAM – Elke paar jaar wijzen de Noren de vredesprijs niet toe aan degene die zich per se het meest heeft ingespannen voor de wereldvrede, maar van wie zij het vurigst een cruciale rol wensen in de nabije toekomst. Het gênantste voorbeeld was de Nobelprijs voor Jasser Arafat. Ook de prijs voor Henry Kissinger (nog geen jaar na de «Kerstbombardementen») kwam uit die hoek.

Enerzijds is de uitverkiezing van het VN Atoomagentschap IAEA een signaal dat de internationale gemeenschap – met alle kopzorgen over Irak, fundamentalisme en terrorisme – het grootste gevaar niet uit het oog moet verliezen: het risico op een atoomoorlog. De Nobelprijs voor het IAEA heeft een mild maar zeker positief effect op de strijd tegen de verspreiding van kernwapens. Al is het maar omdat, zoals IAEA-voorzitter Mohammed el Baradei opmerkte, hij met meer autoriteit kan optreden. Anderzijds is wat af te dingen op de waarde van het IAEA in de strijd tegen proliferatie van kernwapens. Neem de landen die het grootste proliferatie gevaar vormden: Irak, Noord-Korea en Iran. Al die landen waren on dertekenaar van het nonproliferatieverdrag en werden gecontroleerd door het IAEA. En in al die gevallen heeft het IAEA gefaald. Dat lag weliswaar niet aan het functioneren van de dienst zelf, maar het is niettemin een reden om wat sceptisch te zijn bij deze prijs.

Om te beginnen bij Irak. IAEA-experts die na de Golfoorlog in 1991 toegang kregen tot de Iraakse militaire infrastructuur stelden vast dat Irak bij het uitbreken van de oorlog enkele jaren van het verkrijgen van een kernwapen vandaan was. Met andere woorden: terwijl Irak onder controle stond van het IAEA had het een clandestien en bijna succesvol atoomprogramma opgezet. Alleen door dat Saddam Hoessein blunderde, kon de internationale gemeenschap strengere controles afdwingen en werd zijn atoomprogramma ontdekt. Als het bij IAEA-controle was gebleven, had Irak midden jaren negentig atoomwapens gehad.

Dan Noord-Korea. Met medewerking van het IAEA werkte het land twee decennia aan zijn atoomprogramma. Dat is nu eenmaal legaal, zolang een land niet aantoonbaar aan kernwapens werkt. Een verdenking is niet genoeg voor maatregelen, dus bouwde en onderzocht en importeerde Noord-Korea rustig voort. De verboden zaken deed het in installaties die het niet aan het IAEA opgaf. Toen Noord-Korea door de VS werd betrapt, trok het zich in 2003 terug uit het nonproliferatieverdrag. IAEA-controles gaven Noord-Korea twintig jaar rugdekking voor zijn programma, daarna wees Noord-Korea de controleurs ongestraft de deur.

Iran gaf een nog kleiner deel van zijn atoomprogramma aan het IAEA op dan Noord-Korea. Dat Iran twintig jaar in het geheim atoomonderzoek deed in verborgen installaties leidde bij de ontdekking in 2002 niet eens tot maatregelen. Het was niet netjes om een compleet atoomprogramma geheim te houden, gaf Teheran toe, maar behalve dat detail was het programma zelf volgens IAEA-standaard legaal. Teheran kwam daarmee weg. Iran mag nu zijn atoomprogramma met medewerking van het IAEA voortzetten. Als Iran van plan is kernwapens te maken – voorgeschiedenis en retoriek doen dat sterk vermoeden – mag het alle stappen, behalve de laatste, zetten onder bescherming van de «atoomwaakhond van de VN».

Als zo’n organisatie de Nobelprijs krijgt, staat de strijd tegen proliferatie er niet best voor. Dat is inderdaad zo. Niets ten nadele van het IAEA – het agentschap is zeer kundig en ef ficiënt, zonder het IAEA was de proliferatie er on getwijfeld slech ter aan toe – maar het is niet genoeg. Het probleem is niet het functioneren van het IAEA maar de ruimte die het krijgt en moet prijsgeven in de strijd tegen proliferatie. Die ruimte stelt het IAEA niet zelf vast. Dat doen de lidstaten van de VN. Zolang staten met kernwapens en staten met nucleaire ambities – samen een merkwaardig maar krachtig verbond – niet willen dat het IAEA werkelijk tanden krijgt, zoals de mogelijkheid overal ter wereld zonder aankondiging installaties en opslagplaatsen te controleren en afsluiten, blijft de «atoomwaakhond» blaffen met een muilkorf om.

RUTGER VAN DER HOEVEN

Jongerenbond

Het jongerennetwerk van de FNV noemt de nieuwe jongerenbond een «steun in de rug». Maar is iedereen wel zo blij?

AMSTERDAM – Vijftig jaar geleden, op 7 oktober 1955, werd de eerste bond voor jongeren opgericht: De Werkende Jeugd. Tegen de jongeren van toen keert het Alternatief voor Vakbond (AVV) zich nu. De nieuwe vakbond komt op voor de rechten van iedereen die de vergrijzing moet bekostigen. Een vakbond voor de werkende generatie, noemen ze zich.

Het AVV is de FNV net voor. Ook de FNV had meer inspraak voor jongeren al tot speerpunt ge maakt. Het FNV-jongerennetwerk wordt eind november gelanceerd. In veel opzichten zijn ze het met elkaar eens. De stem van jongeren zou onvoldoende te horen zijn, de besluitvorming zou gedomineerd worden door grijze mannen.

Maar richt het AVV zich spe cifiek op jongeren? «Wij zijn een bond voor jongeren tot 55 jaar», aldus voorzitster Mei Li Vos. Gaat het inderdaad slechts om iedereen die ervan baalt te moeten betalen voor prepensioenen? Nee, het gaat hun bijvoorbeeld ook om freelancers. Thomas Bruning, alge meen secretaris van de Nederlandse Vereniging voor Journalisten, aangesloten bij de FNV: «De NVJ heeft ook veel jonge leden en ons beleid is ook op hen gericht. Zo hebben wij ons bij de omroep drukgemaakt om contractanten, en met succes. Als de FNV zegt dat de AVV een steun in haar rug is dan voel ik mij niet aangesproken. Ik betreur het dat wij worden weggezet.»

Het FNV-jongerennetwerk wil het jongerenbeleid op de voorgrond plaatsen binnen de structuren van de FNV. Hun staat een lange mars door de instituties te wachten, maar met zestigduizend leden onder de 25 jaar (een heel andere definitie van jong dan de 55 van het AVV) moet dat volgens hen wel lukken. Het AVV wil daar niet op wachten. Zelfstandigheid is volgens hen de kortste weg naar de macht. Hoe gaat het AVV die macht en inspraak voor elkaar krijgen? Voor een plekje in de SER hebben ze D66 al achter zich. Minister De Geus van Sociale Zaken ziet daar niets in: «De SER is geen alternatief parlement.» Een stakingskas heeft het AVV nog niet. «Van staken houden wij niet», zei Vos in Elsevier. Oeverloze vergaderingen beschouwen ze als zonde van de tijd en het contact tussen de bestuursleden, allemaal vrijwilligers, gaat via internet. Drammen en media-aandacht is, naar eigen zeggen, hun methode. Het is afwachten of ze daarmee daadwerkelijk iets kunnen bereiken.

FENNEKE SYSLING

Geluk en statistiek

Het woord «allochtoon» is een hardnekkig begrip. Onderzoekers hanteren het kwistig.

DEN HAAG – Allochtonen zijn «va ker minder gelukkig», volgens een deze week verschenen onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Niet-westerse alloch tonen welteverstaan, want westerse allochtonen voelen zich ongeveer net zo vaak «minder gelukkig» (14 procent) als autochtone Nederlanders (12 procent). Wat «vaak» is, blijft een kwestie van interpretatie. Het gaat bij alloch tonen om 24 procent. De conclusie had ook kunnen zijn: iets meer dan driekwart van de niet-westerse allochtonen is «ge lukkig». Dat is nog altijd minder dan de andere onderzoeksgroepen, maar wel een andere conclusie.

Wat wil men met dergelijke onderzoeken aantonen? En wat is «gelukkig» eigenlijk? Als je in Rusland iemand vraagt: «Hoe gaat het met je?» is het antwoord meestal: «Normaal.» Dat betekent: goed. Als een Rus zegt «goed», dan verkeert hij in euforische stemming. Een Nederlander voelt zich bijna altijd «prima». Als iemand zou zeggen «normaal» dan is dat aanleiding om je zorgen te maken en door te vragen.

De onderzoekers zeggen geen verklaring te hebben gevonden voor de verschillen. «Waarom alloch toniteit tot verminderd geluk leidt, weten we niet. Wij kunnen niet zeggen of het bijvoorbeeld komt door gevoelens van sociale uitsluiting.»

Allochtoniteit is op zich al een begrip waarvan je als allochtoon acuut ongelukkig zou worden. De onderzoekers weten eigenlijk wél waarom ze zich zo voelen. Ze suggereren dat het komt door sociale uitsluiting. Is dat zo? Waarom hebben ze dat niet aan de niet-westerse en de westerse allochtonen gevraagd? Eén conclusie valt in ieder geval te trekken: zolang er in de onderzoekswereld kwistig wordt gemeten naar etniciteit zal het begrip «allochtoon» niet verdwijnen. En wilden we van deze stigmatiserende selectiviteit juist niet af?

MARGREET FOGTELOO

De brug van Gibraltar

Marokkaanse troepen bouwen een muur rondom de Spaanse enclave Melilla. De droom van een brug tussen Europa en Afrika lijkt verder weg dan ooit.

BRAGA – In zijn in 1979 verschenen roman The Fountains of Paradise profeteert sciencefiction-auteur Arthur C. Clarke de komst van twee reusachtige bouwwerken aan het begin van de 22ste eeuw: een brug over de Straat van Gibraltar en een lift naar de ruimte.

Met die lift naar het heelal lijkt het wel goed te komen. Of die brug tussen Afrika en Europa er ooit zal komen, is de vraag. Niet dat het project technisch onhaalbaar zou zijn. Integendeel. De afstand tussen Gi braltar en Ma rokko bedraagt achttien kilometer en daarmee zou de brug de langste ter wereld zijn. De aanleg wordt echter aanzienlijk versimpeld door het gegeven dat zich precies midden in de straat een berg onder water bevindt. Diverse architecten van naam tekenden een ontwerp van de brug. Er ligt ook al een begroting: ongeveer twintig miljard euro.

In de jaren tachtig was de brug van Gibraltar een serieus gespreks onderwerp tussen de EU en Marokko. Koning Hassan II was enthousiast voorstander. Ook de EU had er wel oren naar. Toen kwam de eerste Golfoorlog, en de tweede. De ontwerpen van de brug, die Spanje en Marokko zou moeten verenigen, verdwenen naar de laagst gelegen plank. De besprekingen beperken zich thans tot de aanleg van een spoortunnel als onder het Kanaal, exclusief voor vrachtvervoer. Europa wil wel goederen en grond stoffen uit Afrika, maar geen Afrikanen.

Ondertussen is de Straat van Gibraltar uitgegroeid tot een massagraf. Op de bodem liggen duizenden lijken van Afrikanen die de sprong naar een beter leven moesten bekopen met de dood. Wekelijks vertrekken ze met honderden tegelijk in rubberen bo ten vanaf de stranden van Ceuta en Melilla, de twee Spaanse enclaves in Ma rokko, vanwaar de sprong het makkelijkst is te maken. In afwachting van de oversteek verblijven ze in tentenkampen waar geen enkele charitatieve organisatie komt. Als ze niet verdrinken, worden ze beschoten.

Nieuw dieptepunt is de muur die het Marokkaanse leger bouwt rond Melilla. Een en ander vloeit direct voort uit de toenemende druk vanuit Europa om de emigrantenstroom uit Afrika af te remmen.

De Straat van Gibraltar is uitgegroeid tot een «helse afgrond». Woorden van de Spaanse schrijver-journalist Juan Goytisolo, die jarenlang in Marokko woonde en tijdens het Sociaal Forum van Barcelona in 2004 pleitte voor een radicaal einde aan de hysterie in Europa die in zijn ogen de oorzaak is van alles. Maar hij is een roepende in de woestijn.

RENÉ ZWAAP

Epidemisch spelen

Een dodelijke epidemie raast door online game World of Warcraft. Getroffen spelers vertonen volgens Amerikaanse wetenschappers opmerkelijk realistisch gedrag.

AMSTERDAM – Het begon toen eind vorige maand enkele vergevorderde spelers na een gevaarlijke tocht door de kerker van Zul’Gurub erin slaagden de baas van deze dungeon online te doden. Ze wisten niet dat de bloeddorstige Hakkar bij zijn overlijden een toverspreuk had uitgesproken die de spelers infecteerde met een dodelijk virus. Snel verspreidde het virus zich naar nabijgelegen steden en vervolgens naar andere werelden (realms). Het doodde duizenden zwakke karakters op het moment dat deze met het virus in aanraking kwamen. Andere karakters ondervonden serieuze eetstoornissen. Ondertussen zoemde het op de aan de game gerelateerde chatboxen van de macabere ooggetuigenverslagen uit de getroffen zones, waarvan sommigen «honderden» lijken opgestapeld in de straten hadden zien liggen.

World of Warcraft (WOW) is een online rollenspel waarbij spelers in een mythische wereld gezamenlijk opdrachten uitvoeren. Met meer dan vier miljoen geregistreerde spelers is WOW de populairste in zijn soort. Of game-ontwikkelaar Blizzard de catastrofe die zich afgelopen maand afspeelde had voorzien, is de vraag. «Het virus is ontworpen om maar tien minuten actief te zijn», vertelt journalist Paul Hulsebosch, zelf een fervent WOW’er. «Voor vergevorderde spelers is het ongevaarlijk. Maar omdat pas geïnfecteerde spelers zich direct teleporteerden naar drukke steden kon het naar zwakkere spelers worden overgebracht.»

Gelukkig is doodgaan in WOW niet zo definitief als in de echte wereld en werden de slachtoffers van de digitale pandemie binnen een minuut weer tot leven gewekt. Maar de reacties van de virtuele karakters op het virus verschillen niet veel van hoe mensen in de echte wereld reageren op het uitbreken van een pandemie, menen onderzoekers van het Tufts Centre for Modelling of Infectious Diseases in Boston. De spelers hebben een «emotionele band» met hun karakters waardoor ze tot op zekere hoogte realistisch gedrag vertonen, aldus onderzoekster Nina Fefferman tegenover de Amerikaanse National Public Radio. Een bekend verschijnsel is dat mensen verklaren dat ze bij het uitbreken van een natuurramp direct de biezen pakken. In werkelijkheid is de reactie vaak tegenovergesteld: men wacht af. Spelers van WOW vertoonden dezelfde besluiteloosheid. Ook realistisch was het gedrag van de karakters tegenover hun medespelers. Sommigen be gingen virtuele heldendaden door met gevaar voor eigen leven anderen te helpen, anderen probeerden juist in hun doodswaanzin zoveel mogelijk andere spelers te infecteren.

De online gamewereld biedt volgens Nina Fefferman unieke mogelijkheden om menselijk ge drag te analyseren. Blizzard staat open voor het idee om in de toekomst WOW vaker als proeftuin voor wetenschappers te gebruiken.

REINIER KIST

Blairs poll tax

Het zijn niet de jongeren die tegen Blair in opstand komen, maar de ouderen.

LONDEN – Op bezoek in de Londense wolkenkrabber Canary Wharf liep Tony Blair een hoog bejaarde man tegen het lijf. «Wat doet u hier?» vroeg de premier, in wiens stem een combinatie van zorg en verbazing doorklonk. Was de oude heer het spoor bijster? Blair was er niet in geslaagd om Bill Deedes te herkennen, de 92-jarige oorlogsveteraan, ex-minister en oud-hoofdredacteur van The Daily Telegraph, hoewel het gezicht van deze baron nog wekelijks boven de column staat waarin hij als correspondent uit het verleden optreedt.

Dat New Labour een ongemakkelijke relatie onderhoudt met de burger die ouder is dan Cliff Richard bleek tijdens de partijconferentie waar Blairs rede werd begeleid door de punktonen van Sham 69. («Morons all around me/ Not one of them can tell me/ What I should say or do/ I don’t know where I’m going».) Hoogtepunt van het congres zou, tegen alle verwachtingen in, de redevoering van Jack Straw worden. Nadat de minister van Buitenlandse Zaken had verklaard dat het installeren van een democratie de enige reden is voor de Britse aanwezigheid in Irak riep de 82-jarige pacifist Walter Wolfgang: «Nonsense.» In plaats van vreugde over het feit dat er iemand was wakker gebleven (een dag later zou vice-premier John Prescott in slaap vallen tijdens de toespraak van collega Patricia Hewitt) werd Wolfgang door enkele als uitsmijters vermomde Labour-raadsleden hardhandig uit de zaal gezet. Toen Wolfgang, die partijlid was voordat Blair ter aarde kwam, het auditorium weer in probeerde te komen, werd hem als «terrorist» de toegang geweigerd.

In de dagen erna groeide Wolfgang uit tot martelaar. Weer eentje! Want het zijn niet de jongeren die dezer dagen tegen Blair in opstand komen, maar de ouderen. De Angry Grey Army heeft vooral moeite met de council tax, de Britse OZB-belasting die sinds 1997 met tachtig procent is gestegen, vooral in het zuiden, in Mid dle England. Verantwoordelijk mi nister Prescott heeft er namelijk een hobby van gemaakt om de «rode» steden in het noorden juist financieel te belonen voor loyaal stemgedrag.

Afgelopen maand zijn de ge pensioneerde dominee Alfred Ridley en de 73-jarige Sylvia Hardy naar de bajes gestuurd omdat ze het deel van de belastingverhoging dat boven de inflatie uitkwam weigerden te betalen. Dit roept herinneringen op aan 1988 toen een 71-jarige oma in het ge vang belandde omdat ze niet had voldaan aan de poll tax, die de val van Margaret Thatcher zou inluiden. Uit angst voor verdere onrust heeft Blair de herwaardering van on roerend goed, leidend tot to renhoge rekeningen, uitgesteld.

Niet alle bejaarden hebben overigens moeite met deze «in komstenbelasting via de achterdeur». Het enige pensioengerechtigde lid van de regering betaalt slechts voor één van zijn drie huizen. Niet in Westminster en Dorneywood, maar in het «rode» Hull. Zijn naam? Prescott.

PATRICK VAN IJZENDOORN

Erger dan Amin

Milton Obote (1925-2005)

AMSTERDAM – De dood van Milton Obote, afgelopen maandag in een Zuid-Afrikaans ziekenhuis, had voor Oeganda niet op een beter moment kunnen komen. Onder druk van de internationale donorgemeenschap is het land sinds deze zomer in een ingewikkeld politiek transitieproces verzeild geraakt. Bij de verkiezingen volgend jaar zal het voor politieke partijen voor het eerst in twintig jaar weer toegestaan zijn deel te nemen. En een van die partijen, het Uganda People’s Congress, werd nog altijd aangevoerd door de oude leider Milton Obote, die het land van 1962 tot 1971 en van 1980 tot 1985 leidde.

Vanuit de Zambiaanse hoofdstad Lusaka, waar hij sinds 1985 in ballingschap leefde, bestuurde hij de partij met ijzeren hand. Van tijd tot tijd liet hij zich interviewen in Oegandese kranten en altijd weer joeg hij de huidige president Yoweri Museveni de stuipen op het lijf met de mededeling dat hij spoedig zijn rentree in de politiek zou maken. Museveni liet dan op zijn beurt weten dat Obote direct bij aankomst in Oeganda gearresteerd zou worden en berecht voor de oorlogsmisdaden in de jaren tachtig. Maar op zo’n politiek proces zat niemand in Oeganda te wachten. In sommige delen van het land had Obote nog een zekere aanhang. Met de dood van Obote, en twee jaar geleden de dood van Obotes opvolger en voorganger Idi Amin, staat de Oegandese politiek nu echt op eigen benen.

Obote (1925) werd in 1962 bij de onafhankelijkheid Oeganda’s eerste premier. De traditionele koning van de machtigste regio van het land, de kabaka van Buganda, kreeg formeel de functie van ceremonieel president. Na een conflict tussen de twee greep Obote in 1966 de totale macht. Hij werd president, vestigde een socialistisch bewind en verjoeg de koning naar het Verenigd Koninkrijk. Vijf jaar later was Obote zelf het slachtoffer van een staatsgreep. Op bezoek bij de leiders van het Britse gemenebest in Singapore nam zijn militaire chef-staf Idi Amin Dada, aanvankelijk tot groot enthousiasme van westerse politici en ondernemers, de hoofdstad Kampala over. In 1979, na acht woeste jaren, werd het regime van Amin onder de voet gelopen door troepen uit Tanzania, waar Obote al die jaren in ballingschap had geleefd.

Een jaar later, en vele ruzies in het Oegandese partijpolitieke establishment verder, liet Obote zich in Kampala als verlosser binnenhalen. Maar in de jaren die volgden vestigde hij een schrik bewind dat waarschijnlijk evenveel slachtoffers heeft gemaakt als dat van Idi Amin in de jaren zeventig. Vermeende aanhangers van de rebellenstrijd van de huidige president Museveni werden met honderdduizenden omgebracht. In de regio waar de steun het grootst zou zijn, lieten de troepen van Obote schragen met schedels langs de snelwegen plaatsen.

Nooit werd Obote berecht voor zijn misdaden. Tot ongenoegen van Reed Brody van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch, die er (zonder al te veel succes) een dagtaak van gemaakt heeft oud-dictators voor de rechtbank te krijgen. «Er is gebrek aan kennis en politieke wil om mee te werken aan berechting», zei Brody in 2003 in De Groene Amsterdammer. Net als bij Idi Amin is het nu te laat. Voor Oeganda is dat maar goed ook. Met schone lei kunnen volgend jaar de verkiezingen worden georganiseerd. De terugkeer van politieke partijen had niet beter gevierd kunnen worden.

PETER VERMAAS