week 42

De creatieve stad

Compliment voor de serie over steden, en zeker ook voor ‘De creatieve stad’ van Floor Milikowski in De Groene Amsterdammer van 10 oktober. Het stuk is herkenbaar, zeker als je, zoals ik, je leven lang in of in de invloedssfeer van Amsterdam hebt gewoond en gewerkt en een groot deel van je werkzame leven met steden en ruimte bezig bent geweest.

Eén passage viel me op. Jeroen Slot, hoofd O in Amsterdam, verbaast zich over het triomfalisme waarmee de herrijzenis van de stad wordt beleden. ‘Het leek wel een opstand of een coup van de stedelingen. Zo, nu zijn wij de baas.’

Dat triomfalisme klopt, maar het is zeer verklaarbaar. In de jaren zeventig had je het overloop- of groeikernenbeleid, waarbij de stad als probleem werd gezien en er bij – vooral sociaal-democratische – bestuurders een antistedelijke mentaliteit heerste. Alleen wie geen keus had bleef in de stad achter. Anderen werden beleidsmatig gefaciliteerd om te vertrekken naar de boerenkoolvelden rond Heerhugowaard of de toendra rond Lelystad. Later werd het en/en: het groeikernenbeleid bleef bestaan, maar onder het motto ‘compacte stad’ werd er ook in de stad zelf gebouwd, vooral weer door – ere wie ere toekomt – sociaal-democratische bestuurders. Maar ook die compacte stad was er primair voor hen die niets beters konden betalen; de elite, hoe ook gedefinieerd, was niet welkom in de stad. Denk aan de leus van toen: ‘Bouwen voor de buurt’.

Dan is het niet verbazingwekkend dat er zich een zeker triomfalisme meester maakt van wie de stad lief heeft als je stad eindelijk de wind mee krijgt. Een soort lange neus naar de mentale dorpelingen die niets beters wisten te doen dan winderige weilanden vol te bouwen (en dat vaak ook best aardig deden).

In Amsterdam wordt zoiets nog versterkt omdat discussies over inrichting van de stad altijd iets theologisch hebben, je bent ergens heel erg voor of heel erg tegen, denk aan de metro, denk aan erfpacht, denk aan wel/geen dure woningbouw, denk aan wel/niet een autovrije binnenstad. Een soort houding alsof de stad ten onder gaat als je tegenstanders zouden winnen.

Hoe dan ook, het is een genot om in een stad rond te lopen op plekken waar je je in de jaren tachtig nog in het Londen van Dickens waande en waar men nu met plezier woont en werkt.

Peter Schouten, oud-wethouder gemeente Haarlem, oud-medewerker gemeente Amsterdam

Correctie

Het artikel ‘Klankwerelden’ (De Groene Amsterdammer van 26 september) is niet geschreven door Reinbert de Leeuw, zoals bij de tekst vermeld, maar door Peter Peters die de woorden van De Leeuw optekende en redigeerde tot een monoloog.