Deze week

Week 43

Sociaal-democraat zonder kift

Karin Adelmund

(1949-2005)

AMSTERDAM – Karin Adelmund was een bruggenbouwer. Dat roept beelden op van zwoegen, sjouwen en zwijgen. Bij de Vrouwenbond begon ze met het verenigen van «traditionelen en nieuwe wilden». Dat hield vervolgens niet meer op: in het federatiebestuur van de FNV en de afgelopen elf jaar voor de PvdA in de Tweede Kamer en de regering.

Ze kreeg mensen overal zo ver hun kramp en weerstand los te laten, omdat ze niet dacht in de voor de hand liggende schema’s van behoudend versus mo dern en technocraat contra vernieuwer. Ze was een goede bestuurder omdat ze al die rare onvoorspelbare processen, die zich altijd weer manifesteren in de politiek, begreep. Daar door kreeg ze vertrouwen, zonder ooit een allemansvriendin te zijn.

Adelmund beschikte bovendien over tegenstrijdige talenten. Ze was soms ontoegankelijk, kon uren en dagen zwijgen. Dan keek, luisterde en analyseerde ze. «Je bent altijd aan het leren, aan het puzzelen, ordenen, hoofd- en bijzaken scheiden. Je vraagt je af, is een bijzaak niet cruciaal: een vergeet-me-nietje.» Soms wist ze: niet wachten, meteen erin. «De kop nemen, geen tijd vermorsen», dan leek het of ze het wereldrecord snel spreken ging verbeteren. Alsof ze een scenario declameerde waarin voor iedereen een rol was weggelegd.

Karin Adelmund drukte rotzaken en moeilijke kwesties vaak uit in vier letters: shit. Die shit moet je omsingelen of weghouden. Je moet mensen niet onnodig beledigen als ze verantwoordelijk zijn voor shit. Dat deed ze op het ministerie van Onderwijs. De idee en en denkbeelden uit de jaren zeventig hadden hun vervolg gekregen in basisvorming en studiehuis. Adelmund besefte dat er met geestdrift en enthousiasme door tallozen aan gewerkt was, maar het sloot niet meer aan bij de weerbarstige praktijk van de jaren negentig. Zij zag dat er groot gevaar dreigt als de middenklasse de verantwoordelijkheid voor het onderwijs wegschuift wanneer dat ernstig in kwaliteit te kort gaat schieten. Haar salto’s waren subtiele interventies waarmee een begin werd gemaakt met het geven van ruimte en vrijheid aan de scholen zelf. Het riep natuurlijk weerstand op. Maar Adelmund nam elegant de verantwoordelijkheid, juist door zich niet af te zetten tegen de voorgangers.

Het had dus tot gevolg dat zij gehekeld werd als een springerige zwalker. Een jaar geleden reed ik met Karin mee terug naar Amsterdam. We waren beiden te laat. Karin Adelmund ging «plankgassen». We liepen vast in een file. «Ben je lekker creatief en springerig bezig geweest vandaag?» vroeg ik haar. Ze verdraaide haar stem en imiteerde een volleerde vergadertijger: «Terug naar de inhoud, a.u.b.» We herinnerden ons een wandeling om Amsterdam in 1996. Na elf kilometer kon ik niet meer. Op een bankje niet ver van het Instituut voor Sociale Geschiedenis bespraken we dat gebrek aan machtspolitiek denken van het libertaire vakbondsvleugeltje van Ferd Crone, Ruud Vreeman en zijzelf. Zij waren naar de PvdA overgestapt toen de relatie tussen PvdA en vakbeweging begin jaren negentig door het geschipper met de WAO ernstig was bekoeld. Adelmund knapte het moeilijkste werk op: het zo goed als mogelijk repareren van de nieuwe WAO en het verdedigen van de hele ingreep.

Het libertaire vakbondsvleugeltje voelde zich allesbehalve op zijn gemak, maar paste zich aan: om met kennis en inzicht het denken over de kwaliteit van de arbeid, arbeids deling en sociale zekerheid impulsen te geven, van een lange adem te voorzien. Dat doe je niet door een machtsblok te vormen of posities af te dwingen, zo als het volgens theorie moet, maar door samen te werken, te studeren en de kift te verbannen. Kift verbannen is een kunde. Het betekent dat je kwellende ergernis aan de orde stelt en ook als het ongelegen komt de emotie niet onderdrukt.

Tussen drift en droefenis loopt een dunne lijn. Maar uiteindelijk worden volksvertegenwoordigers herkend en erkend als ze onverstoorbaar, eigenzinnig en dus kwetsbaar zijn. Daarom waren haar mooie tranen belangrijk.

FELIX ROTTENBERG

Oordeel der moeders

Tot en met 2 november – dat een soort dodenherdenking van het vrije woord belooft te worden – is er iedere dag op televisie een documentaire.

AMSTERDAM – Afgelopen zondag een reconstructie van de moord op Theo van Gogh. Dezelfde avond wordt er in Woestijnruiters gediscussieerd over het wel of niet integraal uitzenden van Submission, door velen beschouwd als bron van alle ellende. Maandagavond laat Zembla in Er wordt verschrikkelijk geschoten «het nooit eerder vertelde verhaal» zien. De commentator vertelt over de strijd tussen de bestuurders in Den Haag en Amsterdam, het achterhouden van informatie, het niet nemen van veiligheidsmaatregelen voor bedreigde politici en over wie er bij de protestdemonstratie die avond op de Dam mocht spreken namens wie.

Veel nieuwe inzichten leveren de meeste documentaires niet op, wat niet wegneemt dat het nieuws van toen en de reflectie daarop een historisch moment markeren waarop Nederland in een centrifuge terecht is gekomen. Dat is ook de strekking van Nach dem Mord an Theo van Gogh van de Duits-Franse cultuurzender Arte. Het gaat over het verlies van de onschuld van een tolerant polderland met beierende kerkklokken op een zonnige zondagochtend, de gordijnen ’s avonds open zodat de verlichte huiskamers tonen als etalages van een propere samenleving, de straten vol gekleurde burgers, een land waarin Turkse vrouwen aangemoedigd door een oerbrave Hollandse docente on handig manoeuvrerend leren fietsen. Deze productie, tijdens de Filmdagen in Utrecht getoond, was aanvankelijk gepland om deze week op de Nederlandse televisie uitgezonden te worden. Maar geen omroep vond «het iets toevoegen». In het wankele oude bestel doet ieder liever zelf «iets met een jaar later». BNN vertoont op 2 november een film van Katja Schuurman die een persoonlijk verhaal vertelt over de man die haar filmcarrière een serieuze wending heeft gegeven. Dit zal zeker anders zijn dan de meeste documentaires, al is het alleen vanwege haar fysieke inbreng.

Tussen al die reconstructies zit een film die afwijkt vanwege het perspectief: het geluid van de bewoners die om de hoek van het fietspad op de Linnaeusstraat wonen. In Moet ik straks bang zijn voor jouw kind, uitgezonden op donderdag 27 oktober bij de Ikon, laat regisseuse Annemarie van Zweeden zeven vrouwen met Marokkaanse, Turkse, Surinaamse en Mokumse achtergrond en hun kinderen aan het woord. Ze gingen die ochtend gewoon naar school, hoorden op vijftig meter afstand de knallen, vluchtten doodsbang met hun kinderen een portiek in en realiseerden zich langzaam wat er was gebeurd. De brandende vraag «hoe nu verder» bracht Van Zweeden, zelf woon achtig in de buurt, ertoe te willen weten hoe de moeders uit de klas van haar oudste zoon de toekomst in multicultureel Nederland zien. Voor het eerst komen ze werkelijk met elkaar in contact en bij elkaar over de vloer. De gesprekken worden afgewisseld met beelden van kinderen die samen voetballen, Diddl-plaatjes ruilen en in de klas kwetteren over de verschillen tussen moslims en niet-moslims. De ze etnisch gemixte groep kinderen, de volwassenen van de toekomst, leeft vrolijk en vrij door.

Hoewel het onderwerp erg breed wordt uitgemeten, is het een hoopvol geluid binnen het doemdenken dat het publieke debat in het afgelopen jaar heeft gedomineerd. Opvallend is dat de allochtone vrouwen veel positiever en praktischer denken over de samenleving dan Van Zweeden wil suggereren. Met haar vragen probeert ze te opperen dat het vast heel erg moet zijn voor moslimvrouwen om met hoofddoek op straat te lopen. Ja, ze zijn wel eens bang, maar aan de andere kant begrijpen ze het ook best. Van Zweeden zegt: «Er is iets kapotgemaakt, we zijn onze onschuld kwijt.» Waarop Fatima reageert: «Laten we nou niet allemaal slachtoffer gaan spelen, daar schieten we helemaal niks mee op.» Als er al onbehagen heerst in deze wijk, dan komt dat eerder door het telkens terugkerende beeld van B.’s slachtoffer dat onder een wit laken lag, met het mes als een soort tentstok, omgeven door mannen in witte pakken.

Deze film laat een werkelijkheid zien die ver afstaat van bestuurlijk geharrewar en oeverloze discussies. Maar het zijn wel alleen vrouwen die aan het woord worden gelaten, moeders die zich bekommeren over de opvoeding van hun kinderen en hen waarschuwen voor de vervuiling door internet en de gevaren van radicalisering. Waar zijn de vaders?

MARGREET FOGTELOO

Het S-woord

De Britse Labourpartij is een rebel rijker. Zijn naam: Tony Blair. Onderwerp van dispuut is het laatste taboe binnen zijn partij: selectie in het onderwijs.

LONDEN – De London Oratory, de rooms-katholieke school in de welvarende West-Londense wijk Fulham waar de Blairs hun kinderen naartoe sturen, staat weer in de belangstelling. Het is de enige staatsschool in het land die selecteert door middel van een vraaggesprek met de aanstaande leerling en zijn of haar ouders. Hoewel dit tegen de door Labour ingestelde regels is, heeft de school afgelopen jaar gelijk gekregen van de rechter, die vond dat de bepalingen van het ministerie weliswaar achting, doch geen slaafse navolging verdienden.

Tony Blair is het hiermee eens, dit in tegenstelling tot veel partijgenoten voor wie selectie taboe is. Toen Blair als nieuwe partijleider eind 1994 bekendmaakte dat zijn oudste zoon niet naar een opleiding tot functioneel analfabetisme in Islington ging, de buurt waar hij woonde, maar dertien kilometer verderop naar de Oratory, kreeg hij het verwijt hypocriet te zijn. The Observer riep deze dag uit tot sterfdag van Labours onderwijsidealen.

Dat bleek mee te vallen. Keuzevrijheid voor kinderen en hun ouders kwam op papier centraal te staan, maar ondertussen zouden door de staat gefinancierde scholen die selectie aan de poorten toepassen (grammar schools) met de toorn van Labour te maken krijgen, conform een beleidsvoornemen dat onderwijsminister Anthony Crosland veertig jaar geleden reeds bondig had geformuleerd: «I will smash every fucking grammar school.»

Binnen linkse kringen is de weerzin jegens grammar schools (en betaalbare onafhankelijke scholen) groter dan jegens dure opleidingen voor «the Great and the Good» als Eton en Charterhouse. Een kind naar een «gewone» selectieschool sturen wordt ge zien als klassenverraad.

Een maand geleden leek het great egalitarian experiment zijn langste tijd te hebben gehad. Tijdens de partijconferentie meldde Blair dat het niet eerlijk is ouders te verplichten hun kinderen naar een slechte staatsschool in de buurt te sturen. «Keuze mag geen monopolie zijn voor de rijken», sprak hij uit de grond van zijn hart. Immers, de rijken kunnen hun kind naar een particuliere school sturen, zoals zijn eigen ouders hadden gedaan of zijn eigen adviseurs nog steeds doen. Het liefst zou Blair selectie op basis van talent herinvoeren, maar hij weet dat dit politiek gezien onhaalbaar is. Binnen zijn kabinet heeft hij amper medestanders en het onderwijsestablishment zou alles doen om deze vorm van selectie te saboteren. Toch bleken de aanstaande onderwijshervormingen afdoende om John Prescott, vice-premier en de gespierde bewaker van socialistisch erfgoed, tot een woedeaanval te verleiden tijdens het kabinetsberaad, hetgeen volgens ooggetuigen gepaard ging met uitdrukkingen die men doorgaans aantreft op deuren van toiletten in schoolgebouwen. Zo zullen scholen als stichtingen onafhankelijker worden van de overheid, krijgen de dertigduizend meest talentvolle leerlingen voortaan apart les en worden kinderen uit arme wijken gratis, in gele schoolbussen, vervoerd naar onafhankelijke scholen. Selectie op basis van postcode zal verleden tijd zijn. Dat is al heel wat, beseft Blair.

PATRICK VAN IJZENDOORN

Chavez en Nederland

Tijdens een bliksembezoek aan de Amerikaanse hoofdstad heeft mi nister Ben Bot van Buitenlandse Zaken zijn Amerikaanse collega Condoleezza Rice gerustgesteld.

WASHINGTON – «De interne discussie over de veranderende verhoudingen binnen het koninkrijk», vertelde Ben Bot maandagochtend tegen Condoleezza Rice, «betekent allerminst dat onze soevereiniteit ter discussie staat.» In minder diplomatiek Nederlands: geen zorgen, ondanks «status apartes» en volksraadplegingen krijgt Chavez bij ons op de Antillen geen voet aan wal. Die zorg leeft, vooral in Washington. Dat werd maandagmiddag door Bot bevestigd op de residentie van de ambassadeur in een gesprek met drie Nederlandse journalisten.

Ben Bot: «Op mijn beurt heb ik Rice medegedeeld dat het voor Nederland belangrijk is dat de dialoog met Venezuela open blijft.» Nederland heeft daar met de aanwezigheid van Shell grote economische belangen. Voor Bot is het daarom van belang dat Venezuela niet dezelfde behandeling krijgt als «boevenstaten» als Noord-Korea of Iran. Schoorvoetend wil Rice de dialoog wel «open» houden, zoals Bot dat noemt. Maar «voor de Amerikanen is het vooral belangrijk dat wij ons niet vergissen in de kwaadaardigheid van deze populist», aldus Bot. Vergist Bot zich niet? «Nee, ik ben me bewust, en dat heb ik ook tegen Rice gezegd, dat we hier te maken hebben met een geducht heerschap.»

Dit geduchte heerschap – in Venezuela niet alleen bekend als regeringsleider, maar ook als el presidente uit het gelijknamige radioprogramma en als hoofdpersoon van zijn eigen, op onregelmatige tijden uitgezonden reality-tv-show – heeft zich de laatste maanden in tensief be moeid met zijn buurlanden. Hij biedt ze olie aan voor ge reduceerd tarief, steunt de gewelddadige guerrillabeweging Farc in Colombia, de populistische ex-cocaboer Evo Morales in Bolivia en allerhande oppositiepartijen in Nicaragua, El Salvador, Peru en Ecuador. «We strijden gezamenlijk dezelfde re volutionaire strijd», zei Chavez eind september in New York: «Wat wil je? Dat ik extreem rechts steun? Ik ben een revolutionair. Ik moet de linkse bewegingen in Latijns-Amerika steunen. We moeten Latijns-Amerika veranderen.» Kortom, volgens het Witte Huis destabiliseert hij de regio.

Het probleem voor de Amerikanen is dat iedere actie en iedere opmerking tegen Chavez de Venezolaanse leider in de kaart speelt, aangezien zijn populariteit in de regio – voorzover die bestaat – is gebaseerd op zijn slechte relatie met de grootmacht in het noorden. Niets heerlijker voor Chavez dan Amerikanen als Pat Robertson, de evangelistenleider die twee maanden geleden om zijn liquidatie vroeg. Daarom is het voor Amerika van groot belang dat een ander bevriend land – hoe klein ook – de wereld wijst op de ontmanteling van de democratie in Venezuela die, ondanks vorderingen op het gebied van armoedebestrijding, inderdaad in rap tempo haar beslag lijkt te krijgen.

Hoewel Venezuela in Nederland nog nauwelijks op de publieke agenda staat, zei PvdA-kamerlid John Leerdam, zelf van Antilliaanse afkomst, onlangs al in de Tweede Kamer dat «gegeven de oplopende spanningen tussen Venezuela en de Verenigde Staten het voor zich spreekt dat het Koninkrijk vroeg of laat betrokken wordt bij de grotere aspiraties van president Chavez in de regio». En dat blijkt vroeg. Premier Ys van Aruba ontsloeg eerder dit jaar zijn vice-president omdat die al te openlijke financiële en partijpolitieke banden met Chavez was aangegaan.

Als er in Nederland al politici waren die meenden dat Chavez een goede kans bood eindelijk eens van de Antillen en Aruba af te komen, dan is die hoop deze week vervlogen. Bot heeft zijn woord gegeven. Nederland kan nu niet meer terug. De eilanden zijn en blijven voorlopig van ons.

PIETER VAN OS

Alleen op onze website

Brief uit…

Groot-Brittannië en de Verenigde Staten zijn gezamenlijk bezig de wereld te verbeteren. Hoe kijken onze correspondenten Patrick van IJzendoorn in Londen en Pieter van Os in Washington naar elkaar. Een briefwisseling.

zie de rubriek: Brief uit

op www. groene.nl