Deze week

Week 45

De dertiende Hofstadse

Waar is Zine Labidine A., een van de verdachten van de Hofstadgroep?

DEN HAAG – Maandag 5 december moet Zine Labidine A. met twaalf anderen voor de rechter komen op verdenking lid te zijn van een terroristische organisatie. Maar niemand kan vertellen waar hij is. Zine Labidine A. zat in vreemdelingenbewaring opgesloten maar zou zich tijdens de brand op Schip hol-Oost in de consternatie uit de voeten hebben weten te ma ken. Niemand kan of wil antwoord geven op eenvoudige vragen als: is Zine Labidine A. inderdaad voortvluchtig zoals één betrouwbare bron meldt, en wordt er, gezien zijn status als verdachte van de Hofstadgroep, extra intensief naar hem gezocht? Alle autoriteiten verwijzen op deze vraag naar een ander. Ook de advocaat van A. geeft niet thuis.

Zine Labidine A. werd kort na de moord op Theo van Gogh gearresteerd. Hij wordt ervan verdacht terroristische aanslagen te hebben beraamd, samen met twaalf andere mannen. Onder hen Jason W. en Ismail A., die werden aangehouden na de urenlange belegering van een huis in de Haagse Antheunisstraat, en Nouredine el F. die afgelopen zomer samen met zijn vrouw werd aangehouden in Amsterdam terwijl hij in het bezit was van een machinegeweer.

Van de dertien die op 5 december moeten voorkomen, zitten er nog elf vast. Zine Labidine A. werd samen met Nadir A. in september vrijgelaten uit voorarrest. De rechter oordeelde dat het aantal maanden dat de twee al vastzaten langer dreigde te worden dan de uiteindelijke gevangenisstraf die hun, gezien de strafbare feiten, boven het hoofd hing. Omdat Nadir A. een Nederlander is, kon hij vrij gaan. Zine Labidine A. verbleef echter illegaal in Nederland toen hij in november 2004 werd opgepakt. Daarom werd hij twee maanden geleden toen de rechter zijn voorarrest niet verlengde rechtstreeks overgedragen en opgesloten in vreemdelingen bewaring.

Bij de brand in het detentie centrum op Schiphol-Oost zijn vijf mensen ontsnapt. Een van hen is mogelijk Zine Labidine A. De Koninklijke Marechaussee op Schiphol wil geen mededelingen doen over de achtergrond van de voortvluchtigen, alleen dat naar alle vijf wordt gezocht. De woordvoerder verwijst dus naar het ministerie van Justitie. Maar daar willen ze niks zeggen. De ene woordvoerder van het departement vindt dat het Parket Generaal van het openbaar ministerie antwoord op de vragen moet geven.

Een andere verwijst naar de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding (NCTB), die op zijn beurt naar het OM verwijst. Een derde woordvoerder van het ministerie verwijst naar het Landelijk Parket in Rotterdam dat de zaak tegen de dertien verdachten voor moet brengen. In Rotterdam zeggen ze op hun beurt niet verantwoordelijk te zijn voor vreemdelingenbewaring en verwijzen ze naar de Immigratie- en Naturalisatiedienst en de minister van Vreemdelingenzaken. Die zeggen vervolgens: «Wij praten niet over personen» en verwijzen naar de advocaat en de politie die verantwoordelijk is voor opsporing. De secretaresse van de advocaat laat dagen achtereen weten dat deze de volgende dag op kantoor zal zijn. En de politie verwijst naar de Marechaussee op Schiphol, die de cirkel van voren af aan laat beginnen door naar Justitie te verwijzen. Want het is op gezag van Justitie dat naar de vijf wordt gezocht.

Deze rondgang stemt moedeloos en somber voor wie in het achterhoofd houdt dat er nog onderzoek wordt gedaan naar de oorzaak van de dodelijke brand op Schiphol-Oost, naar de brandveiligheid van het detentiecomplex en het handelen van bewaking en brandweer die bewuste nacht. Wie was waarvoor verantwoordelijk bij die brand waarbij elf mensen om het leven kwamen? Zal Justitie ook dan verwijzen naar Vreemdelingenzaken en die naar het bedrijf Securicor, dat een deel van de bewakers leverde, of naar de gemeente Haarlemmermeer, die als eerste verantwoordelijk is voor het naleven van de brandvoorschriften? Zal dan blijken dat niemand verantwoordelijk is?

Behalve de Libiër die, zoals wordt gedacht, de brand heeft aangestoken?

AUKJE VAN ROESSEL

Selecteren na de poort

Studenten die op het scherpst van de snede studeren. Dat is het ideaal van staatssecretaris Rutte van Onderwijs.

AMSTERDAM – De nieuwste maatregel die tot een hoger studie rendement moet leiden is de selectie na de poort. Het staat in het voorstel voor de nieuwe Wet op het Hoger Onderwijs. Universiteiten en hogescholen kunnen straks vanaf het eerste trimester selecteren op kwaliteit. Uitverkoren studenten volgen vanaf dan een speciaal traject op een hoger niveau. Na hun bachelor kunnen ze doorstromen naar een van de topmasters die al een aantal jaren aangeboden worden. Minder begaafde studenten doen het gewone traject en kunnen met behulp van een bindend studie advies ook gedwongen worden hun studie op te geven.

Dat studenten op de universiteit nog geselecteerd moeten worden, is logisch. Uit een evaluatie die onlangs over de Tweede Fase is gedaan, blijkt dat het rendement van middelbare scholen is gestegen. Anders gezegd: steeds meer leerlingen halen daar de eindstreep en niet omdat er meer slimme leerlingen zijn. Als de selectie niet meer op de middelbare school wordt gedaan, verschuift die schifting dus naar de universiteit.

Geert de Vries, hoofddocent sociologie aan de Vrije Universiteit, schreef jaren geleden in Het pedagogisch regiem over diploma-inflatie door de groei van het onderwijs. Hoe meer jongeren naar hoger onderwijs gaan, hoe meer er geselecteerd moet worden door nog meer en nog beter onderwijs. Dat houdt niet op. De Vries: «Wij consumeren meer onderwijs dan welvaartstheoretisch gunstig is. Vroeger leerde je het vak on the spot. Nu moet je op zijn minst een academische titel hebben. Onderwijsexpansie wordt blind toegejuicht, maar de keer zijde is onbedoelde diploma- inflatie».

Ook de Tweede Fase op middelbare scholen is volgens De Vries geen goede ontwikkeling: «De meeste onderwijshervormingen hebben geen gunstig effect op diploma-inflatie. Onderwijs wordt steeds meer uitsluitend. Mensen die niet goed kunnen leren, of tijd nodig hebben om hun vaardigheden te ontwikkelen, worden aan de onderkant van het systeem eruit gedonderd als nietsnutten. De Tweede Fase doet een appèl op zelfstandige studievaardigheden. Maar achterstandskinderen gedijen beter bij traditioneel onderwijs. Zo bevordert de Tweede Fase de sociale ongelijkheid. Dat er nu steeds meer mensen naar de universiteit gaan vind ik op zich goed. Maar de universiteit moet geen statusfabriek zijn.»

De landelijke studenten vakbond ziet niets in selectie in het eerste jaar. Het eerste jaar zou te vroeg zijn. Maar wanneer is dan de juiste tijd? Als wij onderwijs zien als middel tot verlichting en niet als statusfabriek is het be langrijk dat onderwijs beter wordt. Voor getalenteerde studenten maar ook voor de rest.

FENNEKE SYSLING

Ambitie

Waar hang naar liefde en geld hebben geleid tot de tweede val van minister Blunkett binnen een jaar, heeft premier Blair last van een andere obsessie: zijn nalatenschap.

LONDEN – Een paar weken geleden zond de Britse zender Channel 4 A Very Social Secretary uit, een film over de romance tussen David Blunkett en de Amerikaanse vamp Kimberly Quinn, een affaire die eind vorig jaar leidde tot aftreden van eerstgenoemde minister. De farce deed zijn werktitel «Een komedie over zeer slechte manieren» eer aan. Zo hoorden de kijkers de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken «Tepels!», «Billen» en «Onderbroeken!» roepen nadat Quinn hem, in een uiterste poging de seksuele op winding te verhogen, had ge vraagd haar ondeugende dingen toe te fluisteren.

Op Downing Street zorgden Blunketts erotische avonturen voor verwarring. «Beckham?» vroeg Cherie nadat Tony haar lichtelijk geschokt had meegedeeld dat «David» in een liefdesaffaire is verwikkeld. Geen van de betrokkenen kan de klucht op Channel 4 met plezier hebben aanschouwd, maar voor Tony Blair zaten er zeker twee momenten van herkenning in. Naast het gestruikel over het kinderspeelgoed in de ambtswoning was er een fragment uit Blunketts spreekuur voor zijn kiezers te Sheffield. Tegenover de blinde minister met zijn in slaap gesukkelde geleidehond zit een vrouw die zeurt over haar moeilijkheden met een ge handicaptenuitkering. «Hoeveel weegt u?» informeert de politicus. Nadat de vrouw heeft toegegeven dat ze aan de zware kant is, buldert Blunkett: «Godallemachtig, mens! Geen wonder dat u pijn in de rug heeft. U heeft geen handicap. U eet te veel.»

Een dergelijke no-nonsense-houding heeft Blair voor ogen bij zijn WAO-plannen. Het Verenigd Koninkrijk telt 2,7 miljoen ar beidsongeschikten en dat zijn er volgens de premier minimaal een miljoen te veel. Afgelopen jaar is het ministerie van Werk & Pen sioenen drie miljard pond mis gelopen door ambtelijke fouten en WAO-fraude. Blair had de bijna pensioengerechtigde Blunkett na de verkiezingen aangewezen als bewindsman die dit deel van de welvaartsstaat moest aanharken. De tijden zijn voorbij dat een oneervol ontslagen minister zich de rest van zijn leven moet bezighouden met vrijwilligerswerk. Kort voordat hij vorige week moest aftreden wegens, onder meer, het hebben van aandelen in een be drijf van een louche zakenman (een vriend van een 29-jarige blondine die hij in een nachtclub had ontmoet) die dingt naar overheidscontracten, had Blunkett een brief naar de premier ge stuurd waarin hij diens verregaande WAO-hervormingen op on diplomatieke wijze hekelde. Wat dat betreft kwam het schandaal Blair wel enigszins gelegen.

Blunkett is nu vervangen door de trouwe technocraat John Hutton. De radicale hervormingen van een ambitieuze en gehaaste premier – meer keuzevrijheid van ouders in het onderwijs, een zekere tolerantie jegens rokers, een hard terrorismebeleid – hebben geleid tot loopgravenoorlogen binnen de voorheen zo hechte Blair-nederzetting in West minster. Blairs strijd doet denken aan die van Margaret Thatcher, wier ambitie om via een radicale politiek in haar derde termijn geschiedenis te schrijven, leidde tot een fatale strijd met haar eigen partij. Een verschil is dat de Tories zich toelegden op seks en de blairisten op het graaien van geld. Blunkett is in beide geslaagd.

PATRICK VAN IJZENDOORN

Bottenoorlog

Bittere strijd in Rijnsburg. Zijn de dertig jaar geleden herbegraven stoffelijke resten in het plaatselijke mausoleum nu wel of niet van Floris V en de andere graven van Holland?

AMSTERDAM – Dertig jaar geleden wijdde koningin Juliana in Rijnsburg het mausoleum in van de graven van Holland. Dat had in dertijd heel wat voeten in de aarde. De graven – met als bekendste vertegenwoordiger de mythische «keerlen Gods» Floris V – vormden de eerste Hollandse heersersdynastie. Ze waren katholiek. Het oranjekamp had zich eeuwenlang moeite getroost om de herinnering aan de roomse graven te doen vergeten. Van de laatste rustplaats van de dynastie ontbrak ieder spoor. Aangenomen werd dat deze het slachtoffer was geworden van de beeldenstorm.

Totdat in 1949 in Rijnsburg een spectaculaire vondst werd ge daan. Op het terrein van het reeds vernietigde abdijcomplex werden zestien skeletten opgegraven. Deze werden door dr. Dijkstra van de Universiteit van Groningen geïdentificeerd als de stoffelijke resten van Floris V en familie leden. Nadat de resten in eikenhouten kistjes (25 x 30 x 75 cm) met een zilveren plaatje met naam en sterfdatum waren geplaatst en dit alles door kunsthars was omhuld, vond in aanwezigheid van de vorstin de plechtige her begrafenis plaats in een speciaal gebouwd mausoleum.

Die situatie blijft ongewijzigd totdat in 1995 op initiatief van de Universiteit van Leiden een nieuw onderzoek wordt gestart. Fysisch antropoloog G. Maat en hoogleraar chemie E. Cordfunke krijgen van de gemeente Rijnsburg toestemming het mausoleum open te breken. Ze komen na een C14-test met een vernietigend rapport. Juliana had niet het gebeente van de graven van Holland ingewijd, maar de botten van enkele negende-eeuwse Karolingische lieden. De botten in Rijnsburg zouden twee eeuwen ouder zijn dan Dijkstra had aangenomen.

Een bittere polemiek gaat van start. «Dit is een wetenschappelijke aanslag, gepleegd door Cordfunke, die in 1987 al probeerde mij van mijn plaats te stoten in het onderzoek te Rijnsburg», verklaart dr. Dijkstra. In opdracht van de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek wordt een commissie opgericht, onder leiding van archeoloog dr. R.M. van Heeringen. Conclusie: Maat en Cordfunke hadden geen regels overtreden en de gebruikte on der zoeksmethoden werden goed gekeurd.

Daarmee was de gravensage echter nog niet ten einde. Bij de Historische Kring Rijnsburg was men allerminst overtuigd van het gelijk van Maat en Cordfunke. Voorzitter Leenheer: «Ik was er indertijd bij toen de botten werden opgegraven. Ik zag toen dat er in de schedel van degene die als Floris V werd geïdentificeerd een fors gat zat. Dat klopt precies met het verhaal dat hij met een zwaard een gat in zijn hoofd kreeg geslagen. Ook ontbraken de handen. Wat overeenkomt met de over levering dat de moordenaars van Floris zijn handen hebben afgehakt.» En zo zijn er nog meer bewijzen, aldus Leenheer.

Achter deze mening stelde zich ook de Orde van Sint Jacob. Deze Orde gaat naar men zegt terug tot de tijd van Floris V zelf, die de orde zou hebben opgericht. Sint Jacob-lid Karel Frauenfelle: «Maat en Cordfunke hebben een kardinale fout gemaakt. Zij vergeten dat het eten van vis – wat de graven als goede katholieken ongetwijfeld veel deden – belangrijke dalingen van die radioactieve koolstof teweegbrengt. Daar bestaat in de vakliteratuur genoeg onderzoek naar. Dat verschil van tweehonderd jaar in de C14-test wordt zo verklaard.»

Recent vroeg de Orde van Sint Jacob de Universiteit van Leiden om heropening van het onderzoek. Men drong aan op een DNA-test op de botjes die door de Universiteit zijn bewaard. Karel Frauenfelle: «Men stelde dat zo’n test te duur is. Wat onzin is. DNA-testen worden bij de vleet gedaan bij de politie. Bovendien: we hebben het over de eerste heersersdynastie van Nederland. Daar mag je wel zorgvuldig mee omgaan.»

De kritiek van de Orde van Sint Jacob wordt ondersteund door archeoloog Lanting van de Universiteit van Groningen. Hij wijdde zelf al publicaties aan de complicaties bij de C14-test. Lanting: «Ik ben er persoonlijk van overtuigd dat het in Rijnsburg wel degelijk gaat om de resten van de graven van Holland. Ik vrees dat Maat en Cordfunke een essentieel feit over het hoofd hebben ge zien.»

Maat en Cordfunke zijn niet voor commentaar bereikbaar. Wel archeoloog R.M. van Heeringen, die indertijd de commissie leidde dat het onderzoek van Maat en Cordfunke goedkeurde. Van Heeringen: «We hebben ons indertijd niet gebogen over die C14-test. We hebben alleen maar de gevolgde procedure beoordeeld. Het kan dus inderdaad zijn dat er een fout is gemaakt.»

Kortom: Rijnsburg beschikt wellicht wel degelijk over het gebeente van Floris V en de zijnen. De Orde van Sint Jacob doet er alles aan om van Rijnsburg toch nog een bedevaartplek te maken. Frauenfelle ontwierp een twee meter hoog beeld van Flo ris V, dat inmiddels is geplaatst. Met hulp van de gemeente.

Een woordvoerster van Rijnsburg: «Er zijn sinds het rapport toch weer de nodige twijfels ontstaan. We houden het als gemeente nu maar in het midden of het nu wel of niet gaat om Floris V en de zijnen.»

RENÉ ZWAAP