Deze week

Week 49

Al-Manar

Binnenkort op de Nederlandse buis: de Libanese satellietzender Al-Manar (Het Baken).

De programmering oogt serieus, de toonzetting is professioneel en in de huisstijl overheerst het bekende «islamitisch groen». Maar anders dan bij een zender als Al-Jazira dragen de presentatoren reeds door hun uiterlijk een militante boodschap uit.

De heren hebben open boorden (stropdassen zijn «imperialistisch») en een baard van drie dagen (waarmee een gelovig man zich onderscheidt van ketters en verwijfde mannen). De babes van Al-Manar dragen peperdure, elegante, maar wel van hogerhand verplicht gestelde hoofddoekjes die het haar geheel bedekken. Bij nader inzien draait bijna elk programma – zelfs het vijf-uurtje voor de kinderen – om de «heldhaftige strijd tegen Israël», het land dat door de nieuwslezers consequent wordt aangeduid als «de vijand».

De videofilmpjes tussen de programma’s, gemaakt met dezelfde professionaliteit als de Sights and Sounds van CNN, verheerlijken door Israël gedode sjeiks als Jassin en Rantisi en een hele rits Palestijnse en Libanese zelfmoordenaars. Tegen een achtergrond van stenen gooiende Palestijnse jongens weerklinkt het strijdlied O, Arabische broeder!, de nieuwste hit van de Egyptische volkszanger Shabaan Abdul Rahim, bekend van doorleefde schlagers als Ik haat Israël (2001) en Hard optreden in Irak (2003).

Waarom hebben de Franse autoriteiten uitgerekend Al-Manar toestemming gegeven om via hun satellietdistributeur Eutelsat uit te zenden in heel Europa, dus ook in Nederland? De zender werd afgelopen zomer bijna verboden door de raad van toezicht voor de Franse media, de CSA, omdat de programma’s aanstootgevend waren. Daar kwam bij dat Frankrijk er ingevolge artikel 22bis van de Europese tv-richtlijnen op moet toezien dat tv-programma’s «geen aansporing bevatten tot haat op grond van ras, geslacht, godsdienst of nationaliteit». De Raad van State verwees de zaak echter terug naar de CSA met de opdracht een convenant voor Al-Manar op te stellen. In dat convenant, dat Al-Manar op 19 november tekende, belooft de directie zich te houden aan de Franse wet die racisme, antisemitisme en aansporing tot haat strafbaar stelt. In een begeleidende brief van CSA-voorzitter Dominique Baudis wordt Al-Manar erop gewezen dat bepaalde programma’s moeten verdwijnen omdat ze «aanzetten tot haat op grond van godsdienst of nationaliteit».

Al-Manar is geen commerciële zender, maar het televisiestation van de grootste Libanese moslimbeweging Hezbollah, de «Partij van God». Na de oprichting in 1991 leidde Al-Manar een marginaal bestaan, maar dankzij een Libanese licentie in 1997 kon de zender flink groeien. Sinds 2000 zendt Al-Manar vanuit het hoofdkantoor in Beiroet 24 uur per dag uit in de hele Arabische wereld via satelliet. Het dankt die riante positie in de eerste plaats aan de vriendschap tussen Hezbollah-leider sjeik Nasroella en de Libanese president Emile Lahoud. Deze kan op zijn beurt rekenen op steun van Parijs omdat de Fransen gesteld zijn op hun traditionele band met de Arabische wereld, in het bijzonder hun voormalige protectoraat Libanon. De Franse pers meldt dat het convenant met de CSA tot stand is gekomen dankzij diplomatieke druk van Libanon, Syrië en Iran.

En zie, Al-Manar is bezig zich aan te passen. Enkele maanden geleden was de zender in zijn eigen woorden nog een zuiver propaganda-instrument, gericht op «het bestrijden van westerse leefpatronen die ver af staan van onze islamitische en oosterse waarden en cultuur». De strijd tegen Israël stond voorop: «Wij zijn de eerste Arabische instelling die een effectieve psychologische oorlog tegen het zionisme voert.» In januari 2003 zond Al-Manar tijdens de Ramadan een dertien delig feuilleton van Syrische makelij getiteld Al Shatat (De Diaspora) uit. Het was zogenaamd gewijd aan de geschiedenis van de joden tussen 1812 en 1948, maar reproduceerde alle leugens uit de Protocollen van de Wijzen van Zion.

Sinds kort is het hatelijke mission statement vervangen door zalvende woorden over een «politiek van objectiviteit ten behoeve van een betere toekomst voor Arabieren en moslims met nadruk op de dialoog tussen alle hemelse godsdiensten en menselijke beschavingen». De Parijse autoriteiten doen er het zwijgen toe, maar de pers, de vertegenwoordigers van joodse instellingen en ook de oppositionele socialisten vragen zich ernstig af of deze zender in staat is zijn leven te beteren. De nummer twee van de socialisten, Laurent Fabius, eist zelfs dat de CSA-licentie onmiddellijk wordt ingetrokken.

AART BROUWER

Verwacht: Tsjernobyls in China

Bij de Chenjiashan-mijn in China speelden zich bizarre taferelen af. Na een gasexplosie zaten zeker 141 mijnwerkers gevangen tussen giftige gassen.

De kans dat er overlevenden waren, was nagenoeg verkeken. Reddingswerkers probeerden vergeefs het deel van de mijn binnen te dringen dat door de explosie was getroffen. Ook zij raakten bedwelmd. Ambulances reden af en aan met gierende sirenes. Ze passeerden colonnes mijnwerkers op weg naar hun werk in een ander deel van dezelfde mijn, dat ook grote kans liep getroffen te worden door een explosie: de gasvorming in de Chenjiashan-mijn is berucht. Mijnwerkers die weigerden aan het werk te gaan werden door de directie gedreigd met boetes en schorsingen. Dus gingen ze. En terwijl de wereld keek naar al weer een grote Chinese mijnramp, vielen nagenoeg onopgemerkt zeven doden in een mijn in het oosten van de Jiangxi- provincie en één bij een gasexplosie in een mijn in Xuanwei, in de zuidwestelijke provincie Yunan.

In het economisch uit zijn jas gegroeide China is energie big business en als er ergens zonder scrupules naar maximale winst wordt gestreefd, dan is het wel in China. Veiligheidsmaatregelen in de gevaarlijke energie-industrie, per definitie kostbaar en drukkend op de winst, worden beschouwd als overbodig. De mijnramp in Chenjiashan is meer dan een menselijke tragedie. Het is de voorbode van nog ernstiger rampen. Want het naar energie hongerende China is in angstwekkend tempo bezig kerncentrales uit de grond te stampen.

Een verslaggever van de Houston Chronicle beschreef hoe op drie uur rijden van Shanghai 52 gigantische tanks worden gebouwd die elk meer dan 350 miljoen liter olie kunnen bevatten. De tanks moeten het hart gaan vormen van de Chinese strategische oliereserve, naar Amerikaans voorbeeld. Genoeg om elke auto in China te voorzien van benzine: voor slechts een maand. De vraatzucht van de snel expanderende economie is enorm. Vorig jaar groeide China’s bruto binnenlands product met 9,1 procent. Als gevolg daarvan nam de vraag naar energie toe met 13,8 procent. Al jaren zijn Chinese oliemaatschappijen de agressiefste spelers op de mondiale energiemarkt, die zonder scrupules velden ontginnen in een land als Soedan, waar de regering bloedbaden aanrichtte om oliewinning in rebellengebied mogelijk te maken. Maar de Chinezen weten dat ze met olie en gas het groeitempo niet kunnen bijbenen. Ook hydro-energie van stuwdammen kan het gat niet dichten. Kernenergie moet uitkomst bieden.

In 2001 was de nucleaire capaciteit van het dichtstbevolkte land op aarde nauwelijks groter dan die van Finland. Maar China is bezig met een inhaalslag. Over vijftien jaar wil het de hoeveelheid megawatts uit kernenergie verzesvoudigen. Inmiddels heeft het land Canadese, Franse en Russische reactors. Amerikaanse zijn in bestelling. Maar de goedkoopste en snelste manier om de nucleaire sector uit te breiden is het bouwen van eigen reactors, waarvan het land er al een paar heeft. Gezien de wijze waarop de Chinezen omgaan met hun kolenmijnen en de haast waarmee de reactors worden gebouwd is er weinig vertrouwen in hun veiligheid. Vooral Japan maakt zich zorgen. In 1999 en afgelopen augustus kreeg het te maken met ongelukken in zijn als veilig beschouwde kernreactors. Daarbij kwamen in totaal zes werknemers om en werden honderden blootgesteld aan straling. Volgens Ryukichi Imai, een veiligheidsexpert van het Institute of International Policy Studies, dreigen verscheidene «Chinese Tsjernobyls» als de Chinezen zo doorgaan.

Maar ook hij weet dat weinig te beginnen is tegen de harde kapitalistische wetten die de Chinezen momenteel in hun greep hebben. Zeker niet zolang Japanse bedrijven als Toshiba, Hitachi en Mitsubishi gretig nucleaire hardware verkopen aan de Chinezen.

JOERI BOOM

Bommeldingen alom

De Explosieven Opruimingsdienst draait overuren, net als recherche, ME en politie. De reden? De vele bommeldingen.

Het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) constateerde onlangs dat de agenten hierdoor soms nauwelijks toekomen aan hun gewone taken. De door overlast getroffen burgers klagen echter nauwelijks. Dat bleek deze week tijdens een ontruiming van Leiden Centraal. Vlak na de maandagochtendspits werd een «verdachte koffer» aangetroffen op een van de sporen. Alle treinen kwamen meer dan een uur stil te staan. Niemand werd boos anders dan wanneer de NS wegens bladeren het verkeer laten stagneren.

Niet voor het eerst. Drie dagen na de moord op Theo van Gogh deed zich een incident voor in een intercity richting Amsterdam. Op vrijdagnacht 5 november vielen opeens de lichten uit en kwam de trein tot stilstand. De reizigers bereidden zich voor op een obligate uitleg van de conducteur. Maar de stem door de intercom legde een verklaring af van iets andere aard: «Deze trein is in de greep van de jihad», klonk het door de coupés. Maar even later floepten de lichten weer aan, zette de trein zich in beweging en rolde het station binnen. Van politie was geen spoor te bekennen.

De NS en de politie beschouwen het desgevraagd als «een gewoon incident» en zien deze concrete bedreiging op een object vol onschuldige burgers – een typisch soft target van terroristen – niet als «alarmerend». Volgens Alek de Jong van het KLPD verklaarde de conductrice van de trein na afloop tegen een paar ongeruste reizigers: «Vermoedelijk betreft het hier een geval van baldadige jeugd.» Deze uitspraak kon zij niet baseren op feiten, want de dader is door niemand gezien en wist tussen de andere passagiers de trein te verlaten. Wellicht was ze murw door vandalisme en agressie .

De Jong: «De spoorpolitie kon niet direct reageren, omdat de agenten waren weggeroepen naar een melding in Almere. Zoiets gebeurt vaker. In het zuiden werd onlangs door de trein geroepen: ‹Hamas, joden aan het gas.›» Hoe iemand aan de sleutel van het intercomkastje kon komen, weet hij niet. Hij zegt ter geruststelling: «We weten dat die sleutels soms in handen zijn van onbevoegden.»

MARGREET FOGTELOO