Deze week

Week 6

JOSEPH EN TAPTAP
DE OMNIPRESENTE BEDELAARS IN ZUID-AFRIKA
JOHANNESBURG – Economische crisis of niet, Zuid-Afrika zal nooit afkomen van het legioen bedelaars dat de grootstedelijke straten bevolkt. Veertig procent werkloosheid maakt die aanwezigheid onvermijdelijk. En dat Johannesburg als economisch centrum qua bedelindustrie de kroon spant is evenmin verrassend.
Overal zijn ze. Bij stoplichten, vermomd als verkopers van Homeless Talk of zwaaiend met een vuilniszak waar je tegen betaling de rotzooi uit je auto in mag dumpen. Bij de winkelcentra, vermomd als informele autowacht in een fluorescerend hesje. Bij afritten van de snelweg, vermomd als ruitenwassers of als verkopers van plastic klerenhangers. Die vermommingen zijn noodzakelijk, want domweg bedelen zet, behalve voor de subcategorie der blinden, geen zoden aan de dijk.
Van een andere, lagere orde is het legertje sloebers dat de straten in de woonbuurten afstruint, al vuilnisbakken plunderend en overal aanbellend met de vraag of er wat geld is, of kleren, of eten. Elke dag zijn het er wel een paar, voorafgegaan door een salvo van woedend hondengeblaf.
Negeren blijkt de beste optie, want als je eenmaal wat gegeven hebt, zingt het liedje rond in de scene: bij nummer 3 moet je zijn, daar komen ze naar het hek en geven ze je altijd wel een boterham met pindakaas en een appel.
Twee bedelaars zijn door de jaren heen vaste klant geworden: Joseph en Taptap. Joseph is een vrij jonge Zoeloe, intelligent en altijd met een goed verhaal. Sporadisch heeft hij een baantje als autowacht of in een restaurant. Maar de uitzichtloosheid heeft van Joseph en drank onverbrekelijke vrienden gemaakt. En steeds vaker komt hij in beschonken toestand langs, soms met bebloed gezicht als hij ’s nachts bij een informele slaapplaats weer eens met een baksteen op zijn kop is geslagen. Joseph is in twee jaar tijd afgegleden naar hopeloos geval.
Taptap is anders. Die is ouder en kan niet spreken, omdat zijn tong is afgesneden. We noemen hem Taptap omdat hij na het langdurig bellen met iets hards op de spreekplek onder de bel tikt. Daarna schuift hij een briefje tussen de hekspijlen waarop met potlood geschreven teksten staan als ‘Dea sir, must go hopital, need R49. Tanks’. Als je hem wat biljetten geeft, gaat hij even door zijn knieën en klapt breed glimlachend in zijn handen als teken van dank.
In tegenstelling tot Joseph weet Taptap dat je de aalmoezeniers achter die hoge muren niet tegen je in het harnas moet jagen. Pas stond hij op een straathoek iets te demonteren dat hij bij een vuilnisbak had gevonden. Her en der op straat lagen plukken geel isolatiemateriaal. Wel opruimen hè. Hij knikte, bracht wat rauwe klanken voort en wees in de verte. Een half uur later waren hij en alle rotzooi verdwenen.
FRED DE VRIES

DE WILDERNIS DIE KENIA HEET
PUBLIEKE WERKEN IN KENIA
NAIROBI – Ineens was de wegrand omzoomd door een lange sliert aarde van een meter hoog. Plotseling, zonder enige melding vooraf. Vermoedelijk hadden we hier te maken met op handen zijnde publieke werken. Dat ‘op handen zijnde’ moet ruim worden opgevat. Niet ongewoon in Kenia is het graven van kuilen om die een eeuwigheid later weer te dichten.
Waartoe die meter aarde langs de kant van de weg diende, werd ditmaal echter gauw duidelijk. Na een paar dagen was het roodbruine heuvelruggetje geëgaliseerd en lag er op dezelfde plek zowaar iets wat je een stoep zou kunnen noemen. Eigenlijk komt het Engelse woord sidewalk meer in de richting. Van aarde weliswaar, maar toch, een zeldzaamheid in de buitenwijken van Nairobi. Voetgangers moeten zich maar zien te redden als ze zich door de blubber een weg banen.
Waarom kregen wij ineens een stoep? Het is een even eenvoudige als lastig te beantwoorden vraag. Pleegde een (invloed)rijke buurtbewoner een telefoontje naar de gemeenteraad? ‘Meneer de volksvertegenwoordiger, u staat nog bij me in ’t krijt. Doe eerst maar ’es een stoepje.’ Het blijft gissen.
Het centrum van Nairobi onderscheidt zich van de wildernis door het plaveisel. Even daarbuiten, in het centraal gelegen Westlands, wordt het meteen al een stuk minder. De kapotte wegen rond de bars, restaurants, hotels en winkelcentra veranderen na een bui in ondoorwaadbare modderpoelen. Toch maakt niemand zich druk over deze povere stadsallure, ook het bijna één jaar jonge ministerie van Grootsteedse Zaken niet, dat speciaal is opgericht om van Nairobi niet minder dan een aantrekkelijke, veilige en toegankelijke wereldstad te maken.
Een probleem waarmee de betreffende minister worstelt, is dat belastinggeld in Kenia mondjesmaat richting collectieve goederen vloeit. En al helemaal niet naar triviale zaken als degelijke trottoirs en lantaarnpalen. Het komt de nachtelijke veiligheid niet ten goede. Nairobbery, weet u nog?
Zelfs aan de idyllische Keniaanse kust is de openbare ruimte een verwaarloosd kind. Toeristenoorden aldaar lijden op het ogenblik grote verliezen. Na de politieke crisis van vorig jaar bleven de hotels grotendeels leeg en de financiële crisis verergert de zaak alleen maar. In de vette jaren gold het toerisme als een melkkoe. De melk vloeide echter in grote particuliere bekers, spreekwoordelijk voor het gebrek aan collectief verantwoordelijkheidsbesef in Afrika. Wat kan een mooie wandelboulevard mij schelen als mijn gasten toch de hele dag aan het privé-strand en dito zwembad liggen, zo lijkt de gedachte. Wat heb ik te maken met wat er búiten mijn omheinde en beveiligde complex gebeurt? Want de openbare ruimte is van iedereen en dus tegelijk van niemand in het bijzonder. Juist in de wildernis die Kenia heet.
ROMAN BAATENBURG DE JONG

DIGITALE LYNCHPARTIJ
INTERNETCENSUUR IN CHINA
PEKING – Ondanks het rumoer over de vrijmakende kwaliteiten van het wereldwijde internet weert Peking zich tot nu toe uitstekend tegen digitale globalisten. Maar een groeiende trend op het eigen Chinese web baart de leiders wel degelijk zorgen. Digitale mensenvleesjacht – om het onelegant te vertalen – maakt de voor het gepeupel traditioneel onaantastbare status van regeringsfunctionarissen heel wat minder vanzelfsprekend. Chinese bloggers houden zich al jaren onledig met het digitaal opsporen van eenieder die hun woede of sensatielust opwekt. Van een vrouw in Hangzhou die drie jaar geleden online katjes onder haar naaldhakken doodtrapte tot een amateur-pornoster in Shanghai. Naam, adres, familierelaties – alles wordt in innige samenwerking naar boven gehaald en gepubliceerd. Niets is veilig voor de meute tot het object van verontwaardiging is vernederd en gestraft. De kattenmoordenaar werd ontslagen, het sekssterretje zelfs gearresteerd.
Lynchpraktijken die vanzelfsprekend weerstand opwekken. Wang Fei won vorige maand in Peking een rechtszaak tegen een vriend van zijn vrouw die zelfmoord pleegde. De vriend zette privé-informatie van Wang op het net. Inclusief dagboekfragmenten over een buitenechtelijke relatie die Wang erop nahield. Ook de weduwnaar verloor als gevolg van de hetze zijn baan.
Dat burgers het doelwit worden is voor de overheid inderdaad simpelweg voer voor de aarzelend op gang komende juridische tak. Maar dat ook overheidsdienaren het moeten ontgelden vereist blijkbaar verdergaande maatregelen. In december leidde een foto van een bestuurder uit Nanjing tot sensatie. Dat de man van zijn ambtenarensalaris onmogelijk een Zwitsers horloge van vijftienduizend euro en dure sigaretten kon betalen, was zonneklaar. In paniek bestempelde de gemeente Xuzhou vorige week publicatie van privé-informatie over overheidsdienaren als illegaal.
Maar of dat ook maar iets gaat helpen is de grote vraag. Want het publiek heeft duidelijk de smaak te pakken. Onlangs werd een provinciale bureaucraat op veiligheidscamera’s gesnapt, nadat hij een elfjarig meisje de wc in had gelokt. Dat durfde hij zelfs ronduit aan de ouders toe te geven, maar hij blufte dat niemand hem iets kon maken vanwege zijn hoge positie. Vergissing. De daaropvolgende internetrel dwong hem alsnog zijn ontslag in te dienen.
Opvallend genoeg heeft de normaal oppermachtige Chinese internetcensuur bij deze spektakels meestal het nakijken. De naar geruchten dertigduizend man sterke internetpolitie is simpelweg te langzaam om deze virale nieuwtjes ogenblikkelijk tot in alle geledingen van het web te blokken. In geval van nood verspreiden de berichten zich gewoonweg als sms. Volgens Xiao Qiang van het China Internet Project in het Amerikaanse Berkeley vervult het digitale Volksempfinden een functie waaraan de aan banden gelegde pers nu eenmaal niet kan voldoen. ‘Het is voor China totaal nieuw dat met het gebrek aan vrijheid van informatie en meningsuiting in toenemende mate jacht wordt gemaakt op bureaucraten die voorheen geen rekenschap hoefden af te leggen.’
ANNE MEYDAM
APOSTROFLEED
BRITSE SPELLING STAAT OP HET SPEL
LONDEN – De inwoners van Birmingham hebben afgelopen decennia veel krenkingen moeten doorstaan. In de jaren zestig is hun stad misvormd door brutalistische architecten, een jaar of tien geleden besloot de gemeente om de term ‘Kerstdagen’ te vervangen door ‘Winterval’ en hun Brummie-dialect is verkozen tot het minst aantrekkelijke van Engeland. Al dit leed is door de bevolking van Engelands tweede stad moedig verwerkt, maar nu is er een grens bereikt: de gemeente heeft besloten om de genitiefapostrof te verwijderen van straatnaamborden.
De omwonenden van St Paul’s Square wonen opeens aan St Pauls Square, terwijl ook hun lotgenoten aan King’s Heath en Acock’s Green voelen alsof ze opeens ergens anders wonen. Er zijn protesten gepland tegen deze onverhoede aanval op het equivalent van de tafelmanieren in de taal. Brave burgers denken erover om er ’s nachts met een pot verf op uit te gaan. Het idee voor deze verandering is afkomstig van een ambtenaar die de nieuwe spelling eenvoudiger vindt. Bovendien speelt er een republikeins ressentiment mee, want niet de koning maar de gemeente is tegenwoordig eigenaar van de ‘hoogte’ nabij King’s Heath.
Op het hoofdkwartier van de Apostrophe Protection Society is woedend gereageerd op dit verachtelijke besluit. ‘Men geeft een verkeerd voorbeeld. Leraren in Birmingham brengen hun leerlingen de juiste interpunctie bij en vervolgens zien ze op straat hoe het niet moet’, aldus John Richards tegenover The Times. Richards is wat al te optimistisch. De helft van de Engelsen heeft moeite met deze apostrof, onder wie veel docenten. De genitiefapostrof wordt ook wel de greengrocers apostrophe genoemd, verwijzend naar de groenteboeren die pear’s en apple’s verkopen.
Het taalteken is een geliefd onderwerp van debat op de brievenpagina’s van de dagbladen. Een tijdje terug ontrafelde een correspondent het mysterie van de Londense Piccadilly Line: waarom heeft Earl’s Court wel en Barons Court, één stop verder, geen apostrof? Wel, het land bij Hof van de Graven was in handen van de graven van Oxford, terwijl er op Baronnenhof nooit een baron heeft gewoond – slechts een vorm van edelkitsch dus. Dat het Wembley van het cricket ‘Lord’s’ heet, en geen ‘Lords’, heeft ermee te maken dat het vernoemd is naar Thomas Lord.
Van de Spelling Society is weinig heil te verwachten. Voorzitter John Wells is bang dat de apostrofregel een te hoge drempel vormt voor hedendaagse scholieren. Sterker, hij lijkt liever alle spellingsregels te willen afschaffen, zolang het maar duidelijk is wat er wordt bedoeld. Probleem is dat de genitiefapostrof juist duidelijkheid schept, zoals Willem Frederik Hermans een kleine dertig jaar geleden aantoonde in de discussie rond de titel van zijn novelle Homme’s Hoest. Het was volgens de taalkundigen verkeerd, wist hij, maar pragmatisch gezien juist. Een zeer Britse redenatie voor een anglofoob.
PATRICK VAN IJZENDOORN

SHTIEKIEM
ISRAËLISCHE VERKIEZINGEN OP KOMST
JERUZALEM – Volgende week vinden in Israël parlementsverkiezingen plaats, voor de derde keer in zes jaar. Door zijn betrokkenheid bij corruptieschandalen en zijn flaters tijdens de Tweede Libanonoorlog werd premier Olmert vier maanden geleden verzocht om op te stappen. De tweede ‘man’ en het politieke alternatief voor Olmert, minister van Buitenlandse Zaken en Kadima-lijsttrekker Tzippi Livni, probeerde de zaak nog te redden door een nieuwe regering te vormen, maar de religieuze Shaspartij lag dwars en werkte niet mee aan een coalitie, met als gevolg nieuwe vervroegde verkiezingen.
De verkiezingscampagnes zijn door de oorlog in Gaza en de tijdelijke gevechtspauze met Hamas vertraagd en de debatten zijn uitermate lauw en ontdaan van het gebruikelijke Israëlische vuurwerk en temperament. De strijd lijkt eerder te worden uitgevochten via ‘shtiekiem’, smerige subversieve trucs om de eer en goede naam van opponenten door het slijk te halen, dan middels rechtstreekse discussies. De havikachtige elementen in het parlement, onder wie Avigdor Lieberman, slaagden erin om twee Arabische partijen – Balad en Taál – uit de verkiezingsstrijd te gooien. Die partijen waren volgens hen staatsgevaarlijk. Ze waren openlijk tegen de Gaza-oorlog en in het partijprogramma van Balad had Lieberman het voorstel ontdekt om voor alle burgers, ongeacht nationale of etnische identiteit, gelijke rechten in te voeren. Dit kon natuurlijk niet in de liberale democratisch joodse staat, want het zou Israëls identiteit ondermijnen.
Lieberman werd op zijn beurt om de oren geslagen met beschuldigingen van fraude, verduistering en het witwassen van geld. Misschien zat er wel een kern van waarheid in die aantijgingen, maar het blijft verdacht dat de politie de gegevens zo kort voor de verkiezingen naar de pers lekte.
Het braafste meisje van de klas, Tzippi Livni, moest gedurende twee oorlogen door het stof, maar hield haar rug recht. Met een corruptievrije conduitestaat, die haar de bijnaam ‘Mrs Clean’ bezorgde, was zij in de Israëlische politieke beerput – met een corrupte premier, een president die van ongewenste intimiteiten werd beschuldigd en een minister van Financiën die zijn vingers niet uit de kas kon houden – vrijwel onaantastbaar. Maar met slechts tien jaar ervaring in de politiek is ze nog nat achter de politieke oren. Voor rivaal Bibi aanleiding om een poster het land in te sturen met een foto van een oververmoeide Livni en de tekst: ‘Het is te veel voor haar.’ Livni, ook niet op haar mondje gevallen, stuurde posters terug met de tekst: ‘Bibi ik geloof niet in hem’, verwijzend naar Bibi’s soms leugenachtige optreden uit het verleden.
De toon is gezet. Barak, leider van de Arbeiderspartij, profileert zich nauwelijks en wekt onvoldoende vertrouwen. De linkse Nieuwe Beweging-Meretz en de religieuze partijen zijn te klein om indruk te maken. En net als het verhaal van de tien kleine negertjes, van wie er maar één overbleef, lijken deze verkiezingen op een afvalrace. Niet de beste wordt gekozen maar wie er aan het eind van de rit nog overeind staat. Vooralsnog zijn dat Netanyahu en Livni; zij gaan in de opiniepeilingen op kop. May the best man win.
SIMONE KORKUS