Deze Week

Week 7

Verdringing aan de top

Oost-Europa levert geen lood gieters maar academici. Die ene Europese markt is juist een gevaar voor hoogopgeleide West-Europeanen.

AMSTERDAM – Met de oostwaartse uitbreiding van de Europese Unie steeg de angst voor banenverlies in het westen tot politiek gevoelige hoogten. In Frankrijk speelde de Poolse loodgieter zelfs de hoofdrol in de laatste verkiezingsstrijd. Maar uit recent onderzochte cijfers van Duitse en Oostenrijkse bedrijven blijkt dat de West-Europese angst voor banenverlies onder laaggeschoolden ongegrond was. Juist academisch geschoolde West-Europeanen hebben er concurrentie bij gekregen.

De econome Dalia Marin, verbonden aan de Universiteit van München, laat zien dat het bedrijfsleven in Oostenrijk en Duitsland zijn «skill intensive activities», zoals Marin dat noemt, naar het buitenland verplaatst. In een vijftig pagina’s tellend artikel met de titel A Nation of Poets and Thinkers – Less So with Eastern Enlargement? Austria and Germany berekent ze dat Duitse bedrijven tien procent van hun academici in Oost-Europa vinden. In Oostenrijk is dat percentage maar liefst 48. Marin spreekt van een «exodus of skill-intensive firm activity».

De oorzaak is verrassend, vindt Marin. In enkele nieuwe lidstaten zijn de aantallen hoger opgeleiden gewoon hoger. En natuurlijk ook goedkoper. Dat maakt het efficiënt om denkwerk uit te besteden. Bouten draaien en ander eenvoudig productiewerk mogen de Duitsers en Oostenrijkers zelf blijven doen, daarvoor is het arbeidsaanbod ruim genoeg en zijn de kosten ook niet zo hoog als West-Europeanen zelf denken.

Hiermee moeten de landen van Freud & Wittgenstein en Goethe & Gutenberg het voorlopig doen. In het land van Laurens Janszoon Coster is het waarschijnlijk niet veel anders.

Dat heeft ook zo zijn voordelen. Het haalt het Nederlandse politieke debat over internationaal handelsverkeer wellicht uit de grondtoon van misplaatste eigendunk. Want het gaat er niet alleen om of het buitenland kan en mag meeprofiteren van onze rijkdom. Met slechts één procent economische groei – versus 4 procent in Tsjechië en Hongarije, 5,5 procent in Polen, 7 procent in Litouwen en 9,5 procent in China – is die vraag sowieso een tikje merkwaardig. De vraag voor het bedrijfsleven, in dit opzicht het publiek ver vooruit, luidt al lang: hoe kunnen wij meeprofiteren van hun groeiende rijkdom?

En zoals blijkt uit Marins cijfers: dit geldt ook de intellectuele rijkdom. Als een Nederlander niet in de kaartenbak «ziek» (meer dan 900.000) of «werkzoekend» (rond de 450.000) wil belanden, dan moet hij of zij de concurrentie met de Tsjechen aangaan, ook na een academische studie.

PIETER VAN OS

0,012420600278

promille

Ayaan Hirsi Ali heeft in Berlijn premier Rasmussen geprezen en Balkenende aangepakt. Waarom daar? Zij behoort tot de zeer selecte groep Nederlanders die dat hier kan doen.

AMSTERDAM – Het oordeel was vlijmscherp: «Ik zou willen dat onze minister-president het lef van premier Rasmussen had», aldus Hirsi Ali vorige week donderdag in Berlijn. «Ik wil geen religieuze gevoelens kwetsen, maar ik wil me niet onderwerpen aan tirannie.» De Deense premier Rasmussen heeft dat in het mondiale cartoonconflict volgens Hirsi Ali beter begrepen dan zijn Nederlandse collega Balkenende. Een respectabel standpunt. Maar waarom zo ver weg onder woorden gebracht? Sterker, waarom geen gebruik gemaakt van een privilege waarover Hirsi Ali en 149 collega’s als enigen in Nederland beschikken?

Alle zestien miljoen Nederlanders mogen de regering met spandoeken en boze of lovende woorden aan haar staart trekken, in binnen- én buitenland. Ruim twaalf miljoen staatsburgers kunnen de regering eens per vier jaar via het stembiljet straffen dan wel belonen, eveneens in binnen- én buitenland. De consequentie van die laatste burgerlijke bevoegdheid is de verkiezing van een selecte groep van 150 mannen en vrouwen. Die groep is uitgerust met formele macht: bijvoorbeeld met de macht om de premier in persoon ter verantwoording te roepen.

In cijfers: 0,012420600278 promille van de kiesgerechtigden die in 2003 hun stem mochten uitbrengen voor de Tweede Kamer der Staten-Generaal, kan in theorie elke dinsdag de premier ontbieden om in de plenaire zaal vragen te beantwoorden over het dagelijkse beleid. Daarvan wordt bij de wekelijkse regeling van werkzaamheden dinsdagmiddag vaak gebruik gemaakt. Ook Hirsi Ali mag dat. In statistische zin heeft zij, met 30.758 voorkeurstemmen (bijna een halve kamerzetel), zelfs meer kwantitatief mandaat dan bijvoorbeeld Boris Dittrich van D66, die in 2003 precies 25.854 eigen kiezers wist te binden.

Hirsi Ali maakte daarvan vorige week en ook deze week echter geen gebruik. Heeft ze geen vertrouwen in haar formele macht als lid van het exclusieve genootschap Staten-Generaal?

HUBERT SMEETS

Charlie denkt door

Terwijl het debat over de cartoons in de rest van Europa al weer leek te luwen, blies het satirische weekblad Charlie Hebdo er afgelopen week in Frankrijk juist nieuw leven in.

PARIJS – Nadat het dagblad France-Soir eerder al de twaalf gewraakte karikaturen van de profeet had afgedrukt, kon Charlie Hebdo niet achterblijven. In een speciale editie kwam het weekblad met een serie spotprenten die veel verder gaan dan die in Jyllands-Posten. De cover toont een afbeelding van Mohammed die zijn handen voor de ogen slaat. «Mohammed overweldigd door de fundamentalisten», luidt het bijschrift. «Het leven is zwaar als je door idioten wordt bemind», snikt de profeet.

Charlie Hebdo komt voort uit het in 1960 opgerichte maandblad Hara Kiri, dat opereerde onder de slogan «stompzinnig en gemeen». Charlie, zoals het weekblad door negentigduizend vaste lezers liefkozend wordt aangeduid, maakte naam met taboedoorbrekende provocaties aan het adres van de katholieke kerk. De laatste jaren moet vooral de (radicale) islam het ontgelden. Zo kwam het blad op het hoogtepunt van het debat over de wet tegen hoofddoekjes op Franse scholen met een spotprent onder de titel: «Miss Aardappelzak georganiseerd door Mohammed». De afbeelding toont een vuig grijnzende Mohammed die, met sigaar en glas wijn in de hand, een tiental in burka gehulde dames keurt.

Ook het jongste nummer van Charlie Hebdo staat bol van dergelijke grappenmakerij. Zo toont een van de afbeeldingen een woedende moslim met bommenceintuur die de gewraakte tulband karikatuur uit Jyllands-Posten ophoudt. «Als de tekenaar de bom rond het middel van Mohammed had afgebeeld, dan zouden we niets hebben gezegd!» roept hij uit. Een andere afbeelding toont een voluptueuze vrouw gehuld in een zwarte burka. Op de plaats van haar borsten en billen steken lonten door het gewaad naar buiten. «Mohammed mogen we niet afbeelden, maar zijn moeder wel», staat erbij.

Smakeloos? Beledigend? Voor Philippe Val, de hoofdredacteur van Charlie Hebdo, is dat niet waar het om gaat. Voor hem is de vrije meningsuiting heilig. Met deze spotprenten, schrijft hij in een commentaar, wil hij de grenzen van de rechtsstaat opzoeken. En als mensen zich beledigd voelen wegens een belediging van hun god, dan is dat volgens Val «er juist een bewijs van dat die mensen zichzelf voor God houden». Een doordenkertje.

Het speciale nummer van Charlie Hebdo verscheen in een eerste editie van 160.000 exemplaren, maar die was binnen enkele uren uitverkocht. Herdrukken volgden snel. Inmiddels gingen er in Frankrijk vierhonderdduizend exemplaren over de toonbank. De Franse president Chirac veroordeelde de publicatie onmiddellijk als een «gevaarlijke provocatie». Val toonde zich op een inderhaast belegde persconferentie daardoor «ge shockeerd» en stelde dat «de uitoefening van het recht op vrije meningsuiting nimmer als een provocatie mag worden afgedaan».

Voor het komende nummer kondigde hij aan de Iraanse spotprenten over de holocaust te zullen afdrukken. Dit keer niet onder de vlag van de vrijheid van meningsuiting, maar om te strijden tegen het «negationisme».

MARIJN KRUK

Ali Baba

Alcohol drinken zit er nog niet in voor de Maleisische moslims. Maar meedelen in de winst van de verkoop van bier, wijn en likeurtjes is een ander verhaal.

KUALA LUMPUR – De regering van Maleisië, de bakermat van de «Islam-lite», heeft een nieuw idee om haar «eigen» volk (de moslimmeerderheid) mee te laten delen in de welvaart. Buitenlandse bedrijven in het land moeten, als het aan de minister van Binnenlandse Handel & Consumenten zaken ligt, een Maleisische partner hebben die dertig procent van het kapitaal bezit. Dat geldt niet alleen voor grote supermarkten als Carrefour en Tesco, maar ook voor de middenstand, voor de Thaise schoonheidssalon, de Japanse sushibar of de Ierse pub.

De maatregel is een nieuw hoogtepunt in de zogeheten Bumiputra-politiek. Begin jaren zeventig was nog geen drie procent van de economie in handen van de islamitische Maleisiërs, en dat terwijl zij zichzelf beschouwen als de Bumiputra’s, ofwel «zonen van de aarde». De rest van ’s lands kapitaal stond op naam van de Indiërs en Chinezen die tijdens het Britse bewind naar het schier eiland waren gekomen om op de plantages en in de mijnen te werken. De Bumiputra-privileges hadden als doel dat de deelname van de Maleisiërs aan de economie zou groeien tot dertig procent.

Ruim dertig jaar later staat de teller officieel op negentien procent. Er is een brede, welvarende en driftig consumerende Maleisische middenklasse ontstaan. De prijs is hoog: de Indiase en Chinese staatsburgers voelen zich miskend en zien lijdzaam toe hoe de Maleisische meerderheid in alles wordt geholpen. Zo betalen de Maleisiërs geen rente op hun creditcard, krijgen ze extra hoog dividend op speciale obligaties, kunnen ze huizen kopen met tien procent voordeel en mogen ze een apart examen afleggen om naar de universiteit te gaan. Bedrijven moeten een bepaald quotum Maleisiërs in dienst hebben, zeker op bestuursniveau.

Soms komt de frustratie tot uiting. Een tijdje geleden bepaalde de regering opeens dat diploma’s van universiteiten uit Oekraïne niet meer geldig zijn. Een Indiase parlementariër die deze kwestie in de volksvertegenwoordiging aan de orde bracht, werd voor drie maanden geschorst.

Naast een verhuld etnisch probleem heeft de Bumiputra- politiek ervoor gezorgd dat de Maleisiërs afhankelijk zijn geworden van vadertje staat. Dat wordt zelfs onderkend binnen regeringskringen. Vice-premier Mo ham med Najib verklaarde eerder deze maand dat de «Bumis» een gedragsprobleem hebben. «Het is waar dat een van de problemen bij het creëren van ondernemerschap bij de Bumi’s sinds de jaren zeventig te maken heeft met hun instelling. Ze willen snel winst maken, maar niet hard werken. Alle kansen die ze van de overheid krijgen verkopen ze gemakkelijk en goedkoop.» Dat laatste staat bekend als het Ali Baba-syndroom: Bumiputra-bedrijven krijgen doorgaans alle overheidscontracten, maar door een gebrek aan kennis of werklust – of beide – worden de contracten met vergunningen en al tegen een slechte prijs doorverkocht aan Chinese onderaannemers die vervolgens de winst maken.

Mede door het financiële succes, de politieke problemen en de globalisering leek de Bumiputra-politiek de laatste jaren op de weg terug te zijn. Het nieuwe wetsvoorstel maakt duidelijk dat afschaf fing nog ver is. Dat de kritische minister Najib vrijwel zeker de huidige premier gaat opvolgen, zal weinig verschil maken. Sterker, hij was het die ooit beweerde te zullen baden in Chinees bloed wanneer aan deze positieve discriminatie een einde komt.

PATRICK VAN IJZENDOORN

Geen seks met nazi’s

Ook neonazi’s zoeken in deze tijden de grenzen van de vrijheid van meningsuiting op.

DRESDEN – Afgelopen week kwamen bijna vijfduizend kaalkoppen uit heel Europa af op een «treurmars tegen de geallieerde bommenterreur» in Dresden. Ze herdachten de vernietiging van het historische centrum van de Saksische hoofdstad in februari 1945 en braken een lans voor de Duitse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Aan de bombardementen op Londen, Warschau en Rotterdam wijdden de kleerkasten van extreem rechts geen woord. Een sterk staaltje van Geschichtsvergessenheit in het land van de Geschichtsbesessenheit. De jaarlijkse manifestatie werd georganiseerd door de JLO, niet te verwarren met zangeres Jennifer Lopez. De Junge Landsmannschaft Ostpreussen wil de na 1945 verloren gegane Duitse gebieden in Polen weer terug.

De meeting was geen unicum. Vrijwel wekelijks houden rechts-radicalen demonstraties. De ingrediënten zijn steevast dezelfde. Neonazi’s palmen hun publiek in met een loflied op de eigen vrijheid van meningsuiting, hun Heimat en «Duitse deugden». Tegelijkertijd veroordelen ze de openstelling van de Duitse arbeidsmarkt voor buitenlanders en de globalisering op zich. De deelnemers aan deze rechts-radicale processies zijn niet meer alleen uit de Bondsrepubliek afkomstig. Ook uit Nederland, Scandinavië en Oost-Europa komen er bussen. In Dresden waren zelfs Russen op bezoek om een gemeenschappelijk front tegen de «Anglo-Amerikaanse hegemonie en de bommen holocaust op Irak» te vormen.

«We moeten in de democratie heel wat verdragen, ook als het eigenlijk ondraaglijk is», zei een omstander in Dresden somber. Behalve over de «gebruikelijke waanzin» was deze advocaat niet te spreken over de vele miljoenen euro’s die het beschermen van rituele nazi-optochten jaarlijks kost. Ruim duizend ME’ers hadden in het achthonderdjarige Dresden intussen de grootste moeite om een escalatie tussen links en rechts te verhinderen. Onder de tegen demonstranten waren veel brave burgers, beroepspolitici en be jaarden die de bombardementen op het «Florence aan de Elbe» nog aan den lijve hadden meegemaakt. Normaliter zet de politie waterwerper en wapenstok in om de weg voor de neonazi’s vrij te maken. De autoriteiten vreesden echter een negatief imago bij pers en toeristisch publiek als er een massale veldslag zou uitbreken.

Zo brak iedereen in Dresden met zijn tradities. De nazi’s draaiden oorverdovende zigeunermuziek van Carl Orffs Carmina Burana. De Einsatzpolizei bleef kalmpjes. De links-autonome beweging deed aan een vreedzame sit-in. En de Sächsische Zeitung nam stelling door een tientallen vierkante me ters grote poster met: «Geen seks met nazi’s» aan haar gebouw op te hangen. Alleen bij de herbouwde Frauenkirche was er continuïteit. Ook vorig jaar stonden daar al honderden kaarsen met de letters «Diese Stadt hat Nazis satt!»

ROB SAVELBERG

Vogels aan de poort

De vogelgriep is de Europese Unie binnengetrokken.

AMSTERDAM – Op het strand van Sicilië gevonden zwanen blijken aan het vogelgriepvirus bezweken te zijn. Ook in Griekenland en kandidaat-EU-lid Bulgarije is het virus inmiddels aangetroffen.

Vogelgriep bij mensen is tot nu toe niet geconstateerd in de EU. Wel in andere delen van de wereld. Tot eind vorige week waren er wereldwijd 88 mensen aan overleden. De eerste drie slachtoffers vielen in 2003. Een jaar later doodde het virus 32 mensen. In 2005 stierven 41 mensen en dit jaar, dat bij de laatste telling door de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) nog maar veertig dagen oud was, maakte het virus twaalf slachtoffers. De meeste doden vielen in Vietnam, Indonesië en Thailand. Maar volgens de WHO zit de wereld dichter bij een pandemie dan sinds 1968 het geval is geweest. De gezondheidsorganisatie kent zes stadia, van groen (fase 1) tot fel rood (fase 6), bij het vaststellen van een pandemie. Groen betekent niks aan de hand, bij fel rood is een pandemie een feit. Volgens de WHO bevindt de wereld zich in fase 3, wat betekent dat het griepvirus zich «not yet efficiently and sustainably» verspreidt onder mensen, oftewel, het virus verspreidt zich niet of slechts zeer beperkt van mens tot mens.

Eind vorige maand heeft de WHO een ontwerpprotocol opgesteld om snel te kunnen reageren als zich ergens in de wereld gevallen van een nieuwe griep voordoen die wel van mens tot mens wordt overgedragen. Met dit protocol introduceert de gezondheidsraad een derde, nieuwe strategie: het proberen te stoppen van een potentiële uitbraak. Dat kan nu, omdat het voor het eerst in de geschiedenis is dat de wereld als het ware waarschuwingssignalen krijgt dat er zich een mogelijk nieuw griepvirus aandient. De andere twee, oudere strategieën bestaan uit het beperkt houden van uitbraken van vogelgriep bij vogels en het voorbereiden van de wereld op een pandemie.

Met de nieuwste strategie hoopt de WHO een eventuele griepuitbraak, waarbij sprake is van overdracht van mens op mens, direct te kunnen stoppen. Lukt dat niet, dan is er het volgende streven: de uitbraak vertragen zodat landen of werelddelen zich op het griepvirus kunnen voorbereiden. Elke dag dat de WHO dan nog tijd weet te rekken, kan voor vijf miljoen mensen het vaccin worden gemaakt dat het nieuwe virus moet bestrijden. Om het belang van de nieuwe strategie te onderstrepen verwijst de WHO in het ontwerpprotocol naar de grote pandemie van 1918. Toen stierven in één jaar wereldwijd veertig tot vijftig miljoen mensen aan de griep. Ook dat virus begon waarschijnlijk als een vogelgriep.

AUKJE VAN ROESSEL