Economie

Week van het geld

Het is weer zo ver. Afgelopen maandag gaf staatssecretaris Dekker de aftrap van de zogenaamde ‘week van het geld’. Vijf dagen lang stromen medewerkers van de Nederlandse grootbanken uit over het land om op basisscholen ruim vierduizend lesjes in financiële geletterdheid te geven, zoals het propagandamateriaal van de Nederlandse bankenlobbyist trots vermeldt. Zo op het oog om de weerbaarheid van kinderen tegen de gladde verkooppraatjes van internetproviders, telefonieaanbieders en andere koop-op-kredietbedrijven te vergroten. Maar vooral om het zwaar geschonden imago van banken en verzekeraars via de band van het publiek gefinancierde onderwijs en de tere zieltjes van onze kinderen eens flink op te poetsen.

Kijk maar naar de deelnemende partijen. Ze zitten er allemaal tussen: de belastingontwijkhelpers Deloitte en EY, de woekerpolisverkopers Aegon, Delta Lloyd, Nationale Nederlanden, de genationaliseerde grootbanken SNS en ABN Amro, en zelfs fraudebanken als Rabo (Libor) en Deutsche (ja in welke fraudezaak kwam Deutsche niet voor?) ontbreken niet.

Sinds 2008 hebben ze de Nederlandse belastingbetaler pakweg 132 miljard euro gekost. En dat daar inmiddels 106 miljard euro van is geretourneerd doet niet ter zake. Wie zichzelf als superondernemer presenteert – of zichzelf in ieder geval als superondernemer beloont – moet in het kapitalisme op de blaren zitten als het mis gaat. Dat is hier niet gebeurd. Voor banken geldt: kapitalist als het goed gaat, socialist als het mis gaat. Of nog korter: kop ik win, munt de burger verliest.

En volgens het IMF genieten grootbanken nog altijd krankzinnige staatssubsidies door hun greep over het betalingsverkeer: alleen in de EU al 300 miljard euro per jaar. Hoe groter je bent, hoe zekerder beleggers zijn dat je niet failliet kunt gaan, hoe meer ze bereid zijn je goedkoop geld te lenen. Terwijl onze verzorgingsstaat – door de bezuinigingen die het redden van banken heeft afgedwongen – schraler en schraler is geworden, genieten banken onverminderd van de hunne.

En denk maar niet dat het lesmateriaal ingaat op wat sinds de crisis academisch de consensus is: een bancaire sector die groter is dan tweemaal het bbp en meer dan 3,5 procent bijdraagt aan de toegevoegde waarde is een rem op economische groei en een levensgroot gevaar voor de macro-economische stabiliteit. Met viermaal bbp en acht procent speelt Nederland met vuur. En de crisis heeft daar geen malle moer aan veranderd. Integendeel, sinds 2008 zijn de banken alleen maar gegroeid en is hun bijdrage aan het bbp alleen maar toegenomen.

Voor banken geldt: kop ik win, munt de burger verliest

En denk ook maar niet dat het lesmateriaal ingaat op de nog altijd veel te lage kapitaaleisen in Nederland (vier procent tegen dertig procent voor normale bedrijven), de veel te hoge rendementen voor een sector die niets maakt maar in feite alleen een makelaarsfunctie heeft, en de nog altijd exorbitante salarissen in de bancaire sector: negen jaar na de crisis wemelt het weer van de Porsche’s en Ferrari’s aan de Zuidas.

En denk ook maar niet dat het lesmateriaal de nadelen van schuldgedreven groei bespreekt of hoe de fiscale bevoordeling van schuldfinanciering ons uitnodigt om een steeds groter beslag op toekomstige groei te leggen. Nederland is wereldkampioen hypotheekschulden en is daarmee verslaafd geraakt aan het aanjagen van consumptie via huizenprijsstijgingen. De keerzijde is extreme macro-economische kwetsbaarheid en een van de hoogste woonlasten van de Europese Unie.

In plaats daarvan schone schijn. Fris geboende bankmedewerkers die onze kinderen mogen vertellen over de deugd van het sparen (bij nul procent rente), hoe rente op rente werkt (nul op nul is nul), en hoe ze zich kunnen wapenen tegen de concurrenten uit de telecomsector. En dat allemaal leuk en jolig uitvergroot via Twitter en Facebook waar de gastdocenten vertellen hoe inspirerend het wel niet was om leerlingen uit groep zeven financieel wegwijs te maken.

Ik vind het onvoorstelbaar dat na de diepste financiële crisis sinds de jaren dertig de financiële toezichthouders samen met het ministerie van Onderwijs en gemeenten weer opnieuw in zee zijn gegaan met de lobbyisten van een van de giftigste sectoren van het hedendaagse kapitalisme om deze verderfelijke parasieten publieke legitimiteit te verschaffen.

Financiële geletterdheid – me hoela. Net voldoende financiële zelfoverschatting om later nietsvermoedend een handtekening te kunnen zetten onder een financieel wurgcontract, zul je bedoelen. Als mijn dochter nog op de basisschool zou hebben gezeten, had ik haar uit protest thuisgehouden. Het basisonderwijs zou geen marketingtool van het bedrijfsleven behoren te zijn. En zeker niet van een sector die keer op keer heeft bewezen over geen greintje moreel besef te beschikken.