Weekboek van een werkloos criticus

Lenz, De wilde eend en Het cryptogram zijn de komende weken nog te zien.
Mezelf voor één week vrijwillig werkloos verklaard. Niet meer schrijven om te oordelen, maar naar hartelust kijken en ‘gewoon’ genieten. Zou het kunnen?

Dinsdag. Speeltheater Gent speelt Lenz in de Brakke Grond (regie: Bas Zuyderland). Lenz is een dichter die op de grens van de moderne tijd, ergens aan het begin van de negentiende eeuw, gek wordt. Waarvan blijft duister. Hij ziet spoken, hij hoort stemmen in zijn kop, hij slaat zichzelf met wartaal door een wereld die hij niet meer begrijpt. Hij heeft geen hoop meer, maar ook geen haat. Vier acteurs creëren een wereldbeeld rondom een tafel van een meter of zes, waarop aanvankelijk een miniatuurlandschap van de Vogezen, waar Lenz’ waanzin begint. Dit vriendelijke decor wordt ruw weggeruimd, de teksten worden allengs grimmiger, de waanzin tastbaar. Lenz is een troostrijke ervaring, door jonge acteurs gemaakt voor jongeren vanaf veertien jaar.
Woensdag. Uitprobeervoorstelling (waarom schaffen we dat barbaarse woord tryout niet af) van Ibsens De wilde eend (co-produktie Art& Pro en Het Nationale Toneel, regie: Frans Strijards). Een krankzinnig verhaal over in levensleugens dolgedraaide volwassenen, gegroepeerd rond een puber die met verbijstering om zich heen kijkt en die tegelijkertijd wel pap lust van dat gelieg en gedraai. Met een feilloos dramaturgisch inzicht maakt Strijards van deze bakvis Hedvig (een mooie rol van Nina Deuss) het centrum van de handeling. Niemand ontkomt aan Strijards’ genadeloze analyse van draaikonterigheid. Het levert een wanhopige psychologische thriller op, zo'n onontkoombare Frans Strijards-fuik. Prachtig!
Donderdag. Sinterklaasconcert door het Willem Breuker Collectief. Wonderlijk publiek van ‘goedheiligman-verzakers’. Het WBC geldt als een muzikale oploop van solisten, dus moeten ze na de pauze even allemaal soleren, wat een adembenemend maar langdradig nummer wordt. Gasten zijn vanavond schrijver Adriaan Morriën (die breekbaar voorleest uit gedichten en proza) en zangeres Gisela May (die Brecht-teksten zingt, mooi zolang ze er maar niet bij gaat acteren). Een volle zaal staat op zijn kop.
Vrijdag. Een werkplaats voor jonge jeugdtheatermakers, Het Krijt geheten, presenteert een eerste 'proeve’ - zeg maar: voorstel tot een voorstelling. Inspiratiebron voor Dag schoonheid is de immense treurnis van Barbiepoppen. Wat we te zien krijgen is drie kwartier bakvissenleed. Er zijn wat mooie nummers (zoals de instructie over maandverband als betrof het de zuurstofmaskers in een vliegtuig) maar verder voornamelijk bekentenistoneel, verjaard vrouwencabaret. Het is lang geleden dat ik me als man zo buitengesloten voelde in een door vrouwen gemaakte voorstelling.
Zaterdag. De moeder van de jongste speler is bij de 'doorloop’ en vraagt me wat een 'doorloop’ eigenlijk is. 'Een besloten toneelvoorstelling waar nog van alles mis mag gaan,’ antwoord ik. Dat blijkt niet aan dovemansoren gezegd. De jongste speler (een jongen van twaalf) is aanmerkelijk tekstvaster dan zijn twee professionele collega’s. Toch is deze 'doorloop’ van Het cryptogram, het laatste stuk van David Mamet (RO Theater, regie: Peter de Baan) een mooie ervaring. Opnieuw een kind dat wordt platgedrukt tussen de sores van volwassenen. Het joch probeert woorden te vinden voor angsten, stemmen in zijn hoofd en dromen, die hij niet blijkt te kunnen delen met zijn moeder en haar huisvriend. De twaalfjarige Bruno Vieyra is op het kleine speelvlak volledig zichzelf, ook Joop Keesmaat en Geert de Jong laten de betekenis van de ogenschijnlijk simpele teksten voor zich spreken. Ze hebben nog vier dagen te gaan. Het cryptogram wordt volgens mij een erg mooie produktie.
De avond is voor de laatste voorstelling van Coriolanus, een Shakespeare-bewerking van Koos Terpstra bij het RO Theater. Bijna vier uur adembenemend toneel over keuzes en op scherp gezette politieke dilemma’s tegen de achtergrond van oorlog en hypocrisie. Ik zie de voorstelling voor de vierde keer en ze raakt me opnieuw frontaal. Het is in de kritieken helaas onopgemerkt gebleven dat hier (1) een goed georkestreerd ensemble staat te spelen, dat (2) de acteerverworvenheden die zijn ontwikkeld op de kleine podia hier effectief worden ingezet voor het repertoire in de grote zaal en dat (3) in Coriolanus een prachtige chemie is gerealiseerd tussen routiniers als Joop Keesmaat en Joost Prinsen en jonge acteertalenten als Veerle van Overloop en Frank Lammers.
Volgende week gaan we weer 'gewoon’ aan het werk.