Weemoed naar Soeharto

Jakarta- Een buitenlander zal raar opkijken van de keuzes die boekenketen Gramedia (de Selexyz van Indonesië) maakt bij het optuigen van de etalages.

Naast displays met een vertaalde Mein Kampfwordt sinds vorig jaar Pak Harto: The Untold Stories met veel bombarie aan de man gebracht: ‘Vadertje Soeharto’, een lijvig fotoboek waarin ruim honderd familieleden en prominenten herinneringen ophalen aan hun omgang met de laatste dictator van Indonesië. Ondanks de hoge prijs (zo'n 25 euro) is het een succes, het staat nog steeds in de toptien van best verkochte boeken.

Soeharto, dat was die man die in 32 jaar tientallen miljarden dollars afroomde van de staats­inkomsten en ongehoorzame onderdanen liet vermoorden, van Atjeh tot Papua, toch? Maar Pak Harto is een zijig eerbetoon, zonder wanklank. ‘Ik ben erg droevig dat hij er niet meer is’, vertrouwt de sultan van Brunei ons toe. We lezen gezellige anekdotes over zijn familieleven: als hij ging vissen, waarschuwde zijn vrouw dat hij niet moest azen op ‘vissen met lang haar’, oftewel op de vrouwtjes.

Recensies van het boek zijn in de massamedia nauwelijks te vinden, die melden vooral welke BI'ers bij de boekpresentatie waren. In de blogosfeer worden wel wat kritische noten gekraakt. ‘Het valt tegen dat er zeshonderd pagina’s lang niets wordt verteld over mensenrechten­schendingen, en dat er wel bij herhaling opgegeven wordt van zijn eerlijkheid en werklust’, schrijft boekenblogster Asriana Purnama.

Pak Harto past in een trend van Soeharto-­weemoed: eerder dit jaar peilde de krantKompas dat 69 procent van de Indonesiërs vindt dat de economie het onder Soeharto beter deed dan nu (wat niet klopt). Ook progressieve en hoogopgeleide figuren zeggen zulke dingen: Diah, een 29-jarige journaliste voor een krant in Jakarta, vertelt dat ‘de samenleving onder Soeharto minder gewelddadig was’, een aanvechtbare stelling.

Deze weemoed heeft te maken met het feit dat veel Indonesiërs zichzelf niet vertrouwen met democratie: veertien jaar geleden kregen ze een vrije keuze opgedrongen die ze eigenlijk helemaal niet willen. Na het opsommen van obstakels voor economische groei (corruptie, infrastructuur) concludeert econoom Lepi Tarmidi tegenover de krant Jakarta Globe: ‘Het belangrijkste is dat we een sterke leider nodig hebben.’ Mijn buurman Pak Haji (‘Meneer Bedevaart’), een vijftiger, vertelt me dat ‘Indonesiërs net kinderen zijn, ze willen niet leren, ze willen niet hun best doen, en ze maken om de haverklap ruzie.’ Om zo'n stel kinderen in het gareel te houden moet je een strenge, rechtvaardige vader hebben, lijkt de consensus.