popmuziek: Jay-Z

Weer die Maybach

‘My first album had no famous guest appearances/ The outcome: I was crowned the best lyricist’, zong rapper Nas ooit in Got Ur Self A Gun.

Dass war einmal. Nas zelf, Kanye West, Eminem, Jay-Z: de rappers die al jaren de dienst uitmaken in de hiphop, maar ook hun potentiële opvolgers (Kendrick Lamar, A$AP Rocky), de credits van hun nummers passen doorgaans niet op het balkje van Spotify, omdat ze zoveel gasten laten opdraven. Het past bij het genre, bij een traditie van elkaar uitdagen én aanzetjes geven, van het uitdragen van de eenheid van een scene.

Op het nieuwe album van Jay-Z zijn de gasten niet zozeer talrijk, als wel extreem prominent. Het zijn zelf supersterren: rapper Rick Ross dan nog het minst, maar zanger (en geroemd acteur) Justin Timberlake wel, de man die zichzelf met een fabuleus debuut in één klap op de voorgrond van de r plaatste, Frank Ocean, ook, en de grootste zangeres van de laatste jaren, tevens de vrouw van de gastheer: Beyoncé.

Het zijn gasten die zoveel talent, ego en karakter meenemen dat je bij iemand anders dan Jay-Z zou vrezen dat ze hem zouden kunnen overschaduwen. En het merkwaardige is: dat gebeurt hier ook. Merkwaardig, omdat Jay-Z een briljant rapper is, nog steeds een van de beste ter wereld. Het meest bevreemdende samenwerkingsproject waar hij zich ooit in stortte, was een samenwerking met de afgrijselijke nu-metalband Linkin Park. Die band heeft ook een soort rapper, althans een gast met een grote koptelefoon die hakkelend praatzingt. De samenwerking leverde een live-album op, waarbij in vrijwel ieder nummer hetzelfde gebeurde: de zingende koptelefoon probeerde iets, en daarna greep Jay-Z zijn microfoon en werd de natuurlijke rangorde weer even vast­gesteld. Het album klonk als een beoordelingsgesprek tussen een stagiair en een veteraan.

Op Magna Carta… Holy Grail gebeurt nou ook weer niet het tegenovergestelde, maar zeker niet het gehoopte: de gasten lijken Jay-Z niet te prikkelen tot iets extra’s. Het lijkt eerder alsof ze hem juist luier hebben gemaakt. Ook in teksten: Oceans heet het duet met Frank Ocean, waarin ook nog eens de film Ocean’s 11 langskomt. Dat gebeurt vaker: Jay-Z haalt Smells Like Teen Spirit van Nirvana en Losing My Religion van R.E.M. aan, maar nooit op een manier die verrast. Alsof het citeren uit de nummers naar zijn smaak op zichzelf al bijzonder genoeg was. Integendeel: het zijn iconen van nummers, twee van de grootste alternatieve hits van de jaren negentig, dus wie die erfenis zijn eigen werk in trekt, dient daar wel een alibi van formaat voor aan te voeren. Datzelfde geldt voor alle grootheden uit de kunst die hij bij naam en toenaam noemt. Alsof ze nóemen voldoende is.

Sowieso is tekstschrijver Jay-Z veel meer op dreef geweest. Dat-ie het überhaupt nog durft, rappen over zijn Maybachs. Zijn collega Kanye West doet het op zijn nieuwe album ook, maar dan wel zo grotesk dat in die cartooneske overdrijving zelf de rechtvaardiging schuilt.

Een beroerd of slecht album is Magna Carta… Holy Grail niet: daarvoor is het talent van Jay-Z te groot, zijn zijn raps te vloeiend, is zijn geluid te overtuigend, de productie van Timbaland te krachtig, de diversiteit aan tekstonderwerpen te indrukwekkend, de zinnetjes waarin hij zijn scherpte wél laat gelden te intelligent. De pompeuze dreiging van Crown (het nummer dat het meest doet denken aan zijn Watch the Throne-project met Kanye West) bijvoorbeeld: hier klinkt nog steeds de eredivisie van de hiphop. Maar die heeft wel betere seizoenen gekend.


Jay-Z, Magna Carta… Holy Grail, label: Universal