Loden leidingen in Nederlandse huizen

Weer naar de pomp

In huizen door heel Nederland liggen loden leidingen, en die blijken schadelijker voor de gezondheid dan voorheen werd gedacht. In 1960 werd de aanleg ervan al verboden. Waarom is dit ouderwetse milieuprobleem nog steeds niet opgelost?

‘Mijn vriend is samen met de buurman de kruipruimte in gegaan. Toen zagen ze het’, vertelt Sibel Senyurek, bewoonster van een huurhuis in het chique Oud-Zuid in Amsterdam. Ze pakt haar telefoon om foto’s te laten zien van een dof grijze, onmiskenbaar loden pijp die onder de vloer het huis binnenkomt. ‘Ik was behoorlijk in paniek, met twee zoons van negen en tien. We zijn hier komen wonen toen ik zwanger was van de eerste en we hebben altijd gewoon uit de kraan gedronken.’

Sibel belde met de woningcorporatie. ‘Die stond me heel vriendelijk te woord en zou terugbellen, maar dat hebben ze op geen enkel moment gedaan.’ Uit de kraan drinken doen ze thuis niet meer. ‘Je begint met water kopen in de supermarkt, maar dat werd snel te duur.’ Ze moest water gaan halen bij een buitenkraan van de speeltuin aan de overkant van de straat. Boodschappentassen vol flessen met water. ‘Mijn zoon moest helpen, die begon net te puberen en schaamde zich kapot. Ik ben op een gegeven moment gestopt soep te koken, dat scheelt in hoe vaak je moet lopen.’

Het is eind 2019 als een ouderwets klinkend milieuprobleem plotsklaps weer actueel blijkt te zijn: loden waterleidingen. Eerst ontdekken bewoners in Amsterdam-Noord dat er in hun wijk nog steeds lood in het drinkwater zit. Daarna blijkt dat ook het geval in veel andere appartementen in grote steden. Ondanks eeuwenlang bekende gezondheidsrisico’s, en ondanks een wettelijk verbod op nieuwe loden waterleidingen van zestig jaar geleden. Honderden bewoners als Sibel zijn anno 2021, midden in welvarend Nederland, voor veilig drinkwater veroordeeld tot de pomp. Een veelvoud heeft waarschijnlijk geen idee van de loden pijpen in hun huis.

Hoe kon dat gebeuren? Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico maakte samen met radioprogramma Argos mede voor De Groene Amsterdammer een reconstructie van de aanpak van loden leidingen. Zorgen over lood leiden elke twintig jaar tot publieke verontwaardiging en politieke beloftes tot beterschap. Opeenvolgende kabinetten hebben dit milieu-en gezondheidsprobleem op z’n beloop gelaten, een halfslachtige voorlichtingscampagne en een inefficiënte subsidieregeling daargelaten. Gemeenten noch rijk hebben ooit geïnventariseerd waar loden leidingen liggen. En zo kunnen burgers nog steeds, door toevallig eens in de kelder te neuzen, een test te doen of naar de bouwtekening te kijken, ontdekken dat er jarenlang ongezond water uit hun kraan kwam.

Het gemeentebestuur van Amsterdam pleitte onlangs voor een landelijk verbod op loden leidingen, maar stuitte op onwil van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Ook van een wettelijke meldplicht voor verhuurders en verkopers – zoals die er wel is voor asbest – wil het ministerie niet weten. Alle kinderen van Nederland gegarandeerd veilig en schoon drinkwater bieden is eigenlijk te ingewikkeld, vertellen betrokkenen, en bovendien te duur.

Al in het oude Rome waren de waterleidingen van lood. De Romeinen herkenden het als een tegelijk stevig en buigzaam materiaal en verwerkten het in hun rioolsystemen en aquaducten. ‘Plumbum’, noemden ze het, waar de Engelsen hun ‘plumber’ aan te danken hebben. Rijke Romeinen gebruikten het metaal zelfs om borden en bekers van te maken, dus is het niet zo gek dat er destijds ook al werd gewaarschuwd voor loodvergiftiging. Al in de eerste eeuw voor Christus schreef de klassieke architect Vitruvius dat lood ‘kwalijk’ was en ‘slecht voor het lichaam’.

Dat is nog mild uitgedrukt. Wie een grote hoeveelheid lood binnenkrijgt, loopt acute loodvergiftiging op, met maag-, darm- en nierschade als gevolg. En ook in zeer kleine hoeveelheden heeft lood al effect op het brein, met name dat van kinderen. Het hoopt zich op in de ontwikkelende hersenen, waar het de aanmaak van nieuwe verbindingen tussen zenuwcellen remt. Vooral de hippocampus, die een rol speelt in het geheugen en leervermogen, lijdt hieronder. Op individueel niveau is het lastig om de relatie met een dergelijke chronische loodvergiftiging vast te stellen, maar op groepsniveau zijn de gevolgen duidelijk. Kinderen die in hun jeugd veel lood binnenkregen, hebben gemiddeld een lager IQ, en vaker gedrag- en concentratiestoornissen. Ook in Nederland.

De eerste keer dat de Nederlandse overheid werd gewaarschuwd voor de gevaren van lood was in 1908: de toenmalige Gezondheidsraad adviseerde onder meer om loden leidingen eerst even door te spoelen. In de loop van de eeuw verdween lood langzaam uit onze omgeving: in de jaren dertig werd loodhoudende verf verboden; in 1960 volgde een verbod op het aanleggen van nieuwe loden leidingen en in de jaren negentig ging loodhoudende benzine in de ban.

Pas in de jaren tachtig en negentig gingen de drinkwaterbedrijven aan de slag. De leidingen die huizen verbinden met het centrale waterleidingnet waren nogal eens van lood, en die werden er voortvarend uitgesloopt. Nederland liep daarin voor op onze buurlanden, zeggen experts. Maar ‘voorbij de voordeur’ hield dat op. Daar heeft de overheid namelijk weinig te vertellen, zo was en is de opvatting in Den Haag. Sinds 1960 mag het dan verboden zijn om loden leidingen in nieuwe huizen te bouwen, voor mensen die in een vooroorlogs huis wonen met loden waterleidingen geldt dat als hun eigen keuze. Daarmee werd het probleem effectief genegeerd in plaats van opgelost.

‘Lood blijkt telkens weer schadelijker dan men eerder dacht’, zegt Fred Woudenberg, hoofd leefomgeving bij de ggd Amsterdam. Hij werkte meer dan twintig jaar voor de Gezondheidsraad. De Gezondheidsraad adviseerde de overheid in 1997 in navolging van de Wereldgezondheidsorganisatie (who) om de norm voor lood in drinkwater wederom drastisch te verlagen. Vooral de schadelijke effecten op zuigelingen waren reden tot zorg: het ontwikkelende babybrein is het meest kwetsbaar voor de gevolgen van lood. Hoeveel zuigelingen in Nederland gezondheidsrisico liepen was echter onduidelijk omdat niemand wist hoeveel loden leidingen er in Nederlandse huizen lagen. Vermoedelijk zo’n elfduizend, schatte de raad destijds. Een relatief kleine groep dus, maar wel een heel kwetsbare.

‘Het ligt natuurlijk gevoelig als kinderen worden blootgesteld, dus die problemen wilden we oplossen’, zegt Ger Ardon, eind jaren negentig hoofd waterbeleid op het oude ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (vrom). Het ministerie sloot een niet bindend convenant met woningbouwcorporaties waarin zij beloofden de loden leidingen in hun woningvoorraad te vervangen. Toen dat gedaan was, resteerde nog de puzzel van onbekende leidingen, in een onbekende hoeveelheid panden van allerhande particuliere bezitters. ‘Verplichten is heel kostbaar’, zegt Ardon. ‘Bovendien hoefden ouders alleen maar in de babytijd flesvoeding te geven met water uit de supermarkt.’

vrom zette daarom een bewustwordingscampagne op. Met de focus op jonge ouders, zegt ggd’er Woudenberg, die de voorlichtingscampagne later evalueerde. Geen algemene sire-reclames of Postbus 51-spotjes dus, maar wat hij ‘doelgroepcommunicatie’ noemt: ‘Folders bij de huisarts en extra voorlichting bij het consultatiebureau.’ Dat bleek weinig effectief: voor wie net een kind heeft gekregen, is een verbouwing het laatste waar je aan wil denken. ‘Dat foldertje’, zegt Woudenberg, ‘ben je alweer vergeten als je thuis bent.’

Om de huiseigenaren die wel bewust waren geworden te helpen bij het vervangen van hun loden leiding komt er vanaf 1999 een financiële vergoeding. De overheid compenseert ongeveer de helft van de kosten, tot 1850 gulden. Die subsidie kan echter niet met terugwerkende kracht worden aangevraagd en het duurt een aantal weken voordat ze is toegekend. Dat maakt het lastig voor mensen die tijdens een verbouwing een loden leiding ontdekken, valt te lezen in een evaluatie: ‘Particulieren laten niet vaak vier weken lang hun vloer open liggen.’ Bovendien waren collectieve aanvragen niet toegestaan, dus een Utrechts waterleidingbedrijf dat een aanvraag deed voor zevenduizend huizen kreeg nul op het rekest. Ten slotte pakte het vervangen van de leidingen duurder uit dan het ministerie had gedacht, dus werd het doel van twintigduizend huizen naar zestienduizend bijgesteld. Dat meer bescheiden nieuwe doel werd overigens ook niet gehaald.

Het evaluatierapport brengt nog een ander probleem aan het licht. Het ministerie was er in 1999 van uitgegaan dat er veel méér vooroorlogse huizen gesloopt zouden worden – samen met de loden leidingen die er eventueel in zitten. Maar ruim 35.000 huizen meer dan verwacht bleven overeind staan.

Toch was toenmalig minister Jacqueline Cramer tevreden met de subsidieregeling. De risico’s zijn ‘tot een maatschappelijk aanvaardbaar minimum’ beperkt, schrijft ze in 2007 aan de Kamer. Bovendien wenst ze ‘nuchter’ om te gaan met die risico’s, die treffen immers alleen zuigelingen. Lood staat dan allang niet meer hoog op de publieke agenda: in de grote kranten staat tussen 2005 en 2010 welgeteld één stuk over loden leidingen. ‘De druk om het verder aan te pakken was weg’, zegt oud-topambtenaar Ardon. ‘Dan besluit de minister de subsidie niet te verlengen en komt er ook geen Kamerlid meer op terug.’

En toen werd het crisis, en had iedereen in Den Haag wel wat anders aan z’n hoofd. In 2010 wordt het ministerie van vrom ontmanteld. In het kabinet-Rutte I belandt de V van Volkshuisvesting bij Binnenlandse Zaken en de M van Milieubeheer bij Infrastructuur en Waterstaat.

In 2010 publiceren onderzoekers van de European Food Safety Authority, een van de vele onderzoeksinstituten van de Europese Unie, het rapport Scientific Opinion on Lead in Food. De inhoud volgt de inmiddels bekende trend: meer en beter onderzoek bewijst wederom dat lood schadelijker is dan gedacht. Ontwikkelingsstoornissen en lagere IQ’s zijn niet alleen voor baby’s een risico, maar voor kinderen tot wel zeven jaar oud. Voor hen geldt eigenlijk geen ondergrens, staat in het rapport: elke hoeveelheid lood heeft gevolgen voor kinderen.

‘Het moet elke keer langs de rechter. We krijgen hier tientallen meldingen van loden leidingen per maand, maar als ik mensen uitleg wat de stappen zijn om je verhuurder te dwingen om ze weg te halen, dan haken ze behoorlijk vaak af’

Het duurt lang voordat dit Europese rapport zijn weg vindt naar de Nederlandse kennisinstituten en beleidsmakers. In 2017 belandt het op het bekende bureau van Fred Woudenberg van de ggd Amsterdam. ‘Daar waren we toen veel bezig met het lood in de bodem, en zo kwam dit ook weer op de agenda.’ De nieuw bekend geworden risico’s moesten worden vertaald naar een norm voor loodgehalte van drinkwater, vertelt hij, maar daarbij liepen de onderzoekers tegen een onverwachte hindernis aan: ‘Bij baby’s weet je vrij precies hoeveel flesvoeding ze drinken en dus hoeveel kraanwater ze binnenkrijgen. Maar bij oudere kinderen hadden we geen idee. Dus moest het rivm eerst nog onderzoeken hoeveel kinderen eigenlijk uit de kraan drinken, en hoeveel lood ze daardoor in hun bloed krijgen.’

Twee jaar later is die schatting klaar en in november 2019 publiceert de Gezondheidsraad een rapport met het advies om resterende loden leidingen snel te vervangen en de loodnorm nog eens te halveren, van tien microgram per liter naar vijf. ‘Er blijkt na al die jaren nog een enorme hoeveelheid werk te verzetten’, zegt Woudenberg.

Alles komt ditmaal samen in Amsterdam. Enkele weken voordat Woudenberg en collega’s hun rapport publiceren, ontdekt een groep burgers in Amsterdam-Noord dat ze loden verbindingsstukken in hun huizen hebben. In veel gevallen had woningcorporatie Ymere hun daar niet op gewezen. Suzanne de Jager is zo’n bewoner, zij huurt niet van Ymere, maar kocht zes jaar geleden een woning van de corporatie. ‘In mijn koopcontract werd niks gezegd over lood, terwijl het in contracten van andere kopers van tien jaar terug wel vermeld staat.’

De Jager is van beroep sociaal advocaat met enige kennis van het woonrecht. ‘Wij hadden met de buurt al snel door dat onze zaak juridisch eigenlijk heel zwak was.’ Een loden leiding an sich is immers niet verboden, alleen een te hoge concentratie lood in het drinkwater is een ‘gebrek’. ‘We moesten dus met Ymere in gesprek om ze ervan te overtuigen dat ons drinkwater onveilig was. Maar Ymere weigerde aan tafel te komen.’ Dus halen de bewoners de lokale en landelijke pers, de gemeenteraad en de huurdersbelangenorganisatie erbij. ‘We wilden op alle fronten zoveel mogelijk druk uitoefenen’, zegt De jager. ‘Eigenlijk hebben we met Ymere alleen maar via de pers gepraat.’ Toch was er van kwade wil geen sprake, is haar overtuiging. ‘Het was compleet uit ieders aandacht verdwenen.’

Laurens Ivens, de Amsterdamse SP-wethouder voor Wonen, is erop gebrand het probleem niet nog eens uit het zicht te verliezen. De gemeente inventariseert al het eigen vastgoed waar kinderen veel tijd doorbrengen. Dan blijkt in zeventien van 139 onderzochte schoolgebouwen meer lood in het drinkwater te zitten dan de nieuwe norm toestaat, net als in vijf van 53 onderzochte kinderdagverblijven. Ivens stuurt bovendien een brief naar alle panden die vóór 1960 zijn gebouwd. Bewoners worden opgeroepen om het loodgehalte in hun water te laten testen. Als verhuurders hier niet aan meewerken, biedt de gemeente een gratis test aan. Dat bleek in 170 gevallen nodig.

De Amsterdamse aanpak zorgt voor meer bewustzijn, maar ook weer voor problemen. Evelien is eigenaar van een appartement in Amsterdam-West en had net een kind gekregen toen ze haar water liet testen op lood. In zowel de badkamer als de keuken blijkt er te veel lood in het water te zitten. ‘Het kwam van de ingemetselde standleiding die door alle drie de appartementen loopt, dus het was een kwestie voor de Vereniging van Eigenaren.’ Als de loodgieter een offerte voor de vervanging maakt, laten andere eigenaren weten niet te willen meebetalen. ‘Het kwam neer op zesduizend euro, dat zit inderdaad niet in de pot van de vve’, zegt Evelien. Het werd een zeer onaangename situatie. ‘We wilden toch al ruimer gaan wonen, dus we gaan verhuizen. Tot die tijd drinken we alleen water uit een fles.’

Dit is geen Amsterdams probleem. Fred Woudenberg van de ggd kan het niet vaak genoeg herhalen: ‘Het speelt in heel het land, op Flevoland na want dat is grotendeels na 1960 gebouwd.’ Vrijwel alle grote steden in Nederland hebben veel bouw uit de jaren dertig, maar niet alle steden en gemeenten in Nederland hebben een bestuur dat zit te wachten op deze complexe problematiek.

In februari 2020 houdt de nos een enquête onder gemeenten over lood. Van de 217 gemeenten die reageren hebben er 165 geen idee of er gebouwen met loden drinkwaterleidingen in de gemeente staan, 93 weten het zelfs niet van vastgoed dat in hun eigen bezit is. Kenmerkend voor de loodproblematiek is dat 32 gemeenten laten weten ook niet van plan te zijn om daar onderzoek naar te doen.

De Amsterdamse wethouder Ivens stuit dat tegen de borst. ‘Volgens mij heeft de overheid wel degelijk een rol om veilig drinkwater te garanderen. Wij willen daarmee doorgaan tot de laatste loden leiding weg is.’ Mede namens Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven pleit Ivens bij de minister voor een verbod op loden leidingen. ‘En als dat niet uitvoerbaar is, ten minste een meldplicht die je bij de verkoop van een huis moet kunnen overleggen.’ Die verplichting is er al voor bijvoorbeeld asbest. ‘De gemeenten willen dit’, zegt Ivens, ‘maar de minister wil het huiseigenaren niet opleggen.’

Het ministerie van Binnenlandse Zaken zegt in een reactie dat het een wettelijke meldplicht niet nodig acht, omdat de aanwezigheid van loden leidingen al in modelkoopcontracten is opgenomen. Het ministerie zegt niet bekend te zijn met het feit dat er sinds 2019 toch veel kopers loden leidingen in hun huizen ontdekten. Afgelopen zomer schreef minister Ollongren aan de Tweede Kamer dat er weer zou worden ingezet op ‘het vergroten van het collectief bewustzijn’ over lood. Het ministerie is niet van plan om actief in kaart te brengen waar nog loden leidingen liggen.

Omdat het ministerie niet in beweging wil komen heeft het Amsterdamse gemeentebestuur zijn hoop gevestigd op de rechtspraak. De door de gemeente gesubsidieerde huurdersbelangenorganisatie !woon ondersteunde sinds dit jaar al tien huurders bij hun gang naar de rechter. Afgelopen februari behandelde de landelijke huurcommissie in één keer 33 zaken: dertig uit Amsterdam en drie uit Rotterdam. In mei komt een nieuwe behandeling van tientallen lood-zaken. In bijna alle zaken besliste de commissie of de rechter dat leidingen vervangen moesten worden of dat huurders recht hadden op een huurverlaging van maar liefst zestig procent tot de leiding is vervangen.

Ook Sibel uit Amsterdam-Zuid stapte samen met !woon naar de rechter. In tegenstelling tot bij haar buren bleken haar loodwaardes net niet boven de 9,3 microgram per liter uit te komen. 0,7 microgram te weinig voor huurverlaging, zei de woningcorporatie.

De rechter besliste uiteindelijk anders. Sibel mag dan wel net onder de huidige norm van tien zitten, redeneerde de rechter; we weten allemaal dat er een nieuwe norm van vijf aankomt. ‘Het ging mij echt niet om die huurverlaging’, zegt Sibel nu, ‘dat is in totaal iets meer dan duizend euro. Ik ben boos over hoe schofterig ik telkens ben behandeld.’

‘We zijn ontzettend blij met deze uitspraak’, zegt Oscar Vrij van !woon. ‘Hiermee zijn we eindelijk voorbij die hele etterende discussie over precieze gehaltes. Eigenlijk zegt de rechter: als er een loden leiding ligt, moet-ie weg. Ymere en andere corporaties hebben dat nu overgenomen als vast beleid en daarmee lopen ze vooruit op grote particuliere verhuurders.’ Een woordvoerder van Ymere laat weten dat deze maand zelfs de duizendste woning in haar bestand loodvrij is gemaakt. Maar Sibel wil nu doorpakken met een tweede rechtszaak, die moet uitwijzen of zij en andere ouders recht hebben op een schadevergoeding van de verhuurder. ‘Ik heb er maanden over moeten doen om die leiding vervangen te krijgen. Het voelt alsof Ymere ons willens en wetens schade heeft toegebracht.’

Oscar Vrij staat hen ook in deze rechtszaken bij. Toch zit hem iets dwars: ‘Het moet elke keer langs de rechter. We krijgen hier tientallen meldingen van loden leidingen per maand, maar als ik mensen uitleg wat de stappen zijn om je verhuurder te dwingen om ze weg te halen, dan haken ze behoorlijk vaak af. Je moet echt doorzettingsvermogen hebben om het voor elkaar te krijgen. En dat heeft lang niet iedereen.’

Die gang naar de rechter is kenmerkend voor de Nederlandse aanpak van milieuproblematiek de afgelopen twintig jaar. We zagen het eerder in het groot bij de stikstofcrisis die via de Raad van State werd uitgevochten en bij organisatie Urgenda die via de hoogste rechter het kabinet dwingt zich aan zijn eigen klimaatdoelen te houden. Maar in het klein, één loden leiding in de woning van één gezin, leidt dit tot het recht van de zelfredzaamste. Alleen mondige burgers krijgen een oplossing, de rest kan naar de pomp lopen.

En zelfs als je heel mondig bent moet je nog geduld hebben. Suzanne en de andere bewoners van haar wijk in Amsterdam-Noord zetten het probleem in 2019 op de kaart, maar wachten nog steeds op Ymere om de pijpen te vervangen. Haar man Moti laat zien hoe hij met een jerrycan water moet halen bij een witte spoelbak tegenover hun huis, een van de vele die bij hen in de buurt is neergezet. Ze wachten al anderhalf jaar op een nieuwe leiding. ‘Vorige week kwam er iemand langs om te kijken, ze zeiden niet wanneer ze gingen vervangen. Maar we zien het maar als een goed teken.’