popmuziek: Ben Harper

Weer (net) niet

Opvallend is Ben Harper (1969) in zijn verschijning en als veelzijdige muzikant. Knap, lang, donker en charismatisch is zijn voorkomen en hij wordt regelmatig vergeleken met Jimi Hendrix of Bob Marley. Zijn eigen muzikale basis ligt bij de folk en blues, maar vaak en makkelijk springt hij over op de genres van die iconen en eigenlijk alles wat daartussen zit.

Toch kunnen alle talent en kunde niet voorkomen dat zijn platen als geheel te weinig bieden om een gooi te doen naar een dergelijke status. Harper kan veel, wil veel en doet veel, maar schrijft uiteindelijk steeds te weinig songs die onderscheidend genoeg zijn. Daarom staat op iedere plaat een aantal liedjes die passen bij een voortreffelijk album, maar mist het merendeel van de andere nummers de nodige scherpte of voldoende vlees op de botten. In dat opzicht lijkt hij een soort (minder eendimen­sionale) Foo Fighters: elke cd twee à drie songs die op een ‘best of’ horen, maar daarnaast veel vulwerk.

Op zijn twaalfde album Get Up! komt Harper, nu met harmonicaveteraan Charlie Musselwhite, weer een heel eind. Harper en band nemen de nummers gretig onder handen met een enthousiast live-gevoel. Musselwhite, ooit erfgenaam van Sonny Boy Williamson en later bekend van de lick op Inxs-hit Suicide Blonde, geeft deze bluesreis glans waar het kan. Van de akoestische Delta-opener Don’t Look Twice, via de gospel van We Can’t End this Way tot de Led-Zep-bluesrock van I Don’t Believe a Word You Say komt het genre in verschillende stijltinten langs. Het intrigerende I Ride at Dawn geeft met zijn ingetogen sfeer goed de onderdrukte spanning weer van een soldaat aan de vooravond van een strijd. Ook heeft het Harpers kenmerkende maatschappijkritiek in de teksten (‘Give a man a hundred choices and he still chooses war’). Musselwhite’s harmonica huilt, gromt en stuwt de liedjes met zijn rustieke accenten en uit­halen. Net zo karakteristiek zijn Harpers fantastische lapsteel-spel op de Weissenborn en de krachtige stem die reikt van gebronsd laag tot helder falset. Omdat ze met hun spelkwaliteiten en gedrevenheid allebei zo overtuigen is het des te teleurstellender dat Get Up! te vaak tekortschiet. Zo rockt de beukende blues van Blood Side Out wel, maar nogal hol. Samen met I Don’t Believe a Word You Say slaat het nummer feitelijk de subtiele balans uit het album. Verder begint het jam-achtige nummer Get Up! met een spannende basloop en daaromheen kronkelende harmonicapulsen, maar verzandt het daarna als een verhaal zonder plot in een minutenlang al te droog vraag-antwoordspel tussen instrumenten. Daarmee zakt de plaat zo weg dat het daarna volgende boogie-plezier van She Got Kick en de mooie, rustige afsluiter All that Matters Now een beetje aanvoelen als een te late toegift. Zonde.

Ben Harper Charlie Musselwhite,Get Up!, label: Stax/Virgin