Een aardig deel van de wereld kent nu dat moment van verbazing bij oude films – niemand die afstand houdt, mensen op elkaar zonder mondkapje. Het wordt wennen als alles weer open gaat: over de hele wereld verwachten artsen agorafobie, aarzeling of angst om naar buiten te gaan. Maar het gaat gebeuren; heel 2021 kunnen we vooruit verlangen. Het vollopen van de pleinen zal worden gespiegeld door landen die hun grenzen langzaam openen en gaan overwegen hoe nauw ze zich weer willen verweven met het buitenland. De wereld die open zal gaan, zal verschillen van de oude.

Hoe vreselijk 2020 ook was, we kunnen er veel positiefs uit halen voor 2021. Afgelopen maart werd een jarenlange dans met het coronavirus en een verloren decennium voorspeld, een economische inzakking van historische proporties, nog net geen peak beschaving. Maar de bodem onder onze samenlevingen viel niet weg, en in West-Europa veerden economie, werkgelegenheid en het leven onverwacht snel terug toen het virus (tijdelijk) teruggezet was. Dat geeft hoop, net als het vaccin zelf: er was geen vijf jaar nodig om het te maken, maar negen maanden. Op een dieper niveau was er in Nederland en andere landen een opleving van publieke betrokkenheid op een schaal die weinig mensen hadden vermoed. Politiek denken in termen van kosten en baten voor de gemeenschap keerde terug, ten koste van de politiek van wie wint en verliest, of het ontkennen dat politiek neerkomt op keuzes. Rechts-populisme is teruggeslagen en vaandeldrager Trump is, met dank aan corona, tierend op weg naar de uitgang.

Tegelijk groeide wereldwijd de ongelijkheid, het centrale probleem van de pre-coronawereld. Covid-19 lijkt de economie van de rijken feitelijk te hebben losgekoppeld van de rest, met zelfstandigen en kleine bedrijven die kapot gaan tegenover de hoogste beurskoersen ooit en de rijkste één procent op koers om twee derde van alles te bezitten tegen de tijd dat de jaren twintig voorbij zijn. De trends die de grootste druk geven op lagere inkomens, digitalisering en robotisering, zijn door corona versneld. Armoede is wereldwijd gegroeid, voor het eerst in decennia. En vergeet niet dat eind 2019 een wereldwijd protestmoment was, met miljoenen mensen op straat overal ter wereld. De onvrede zit nu thuis door corona, maar blijft daar niet.

2020 toonde aan dat er voor noodzakelijke verandering geld is

Dus wat nu? Veel liberale democratieën oogden al voor de coronacrisis politiek en economisch futloos. ‘Never let a good crisis go to waste’, zou Churchill hebben gezegd, een goed motto voor 2021. In ieder geval toonde 2020 aan dat er voor noodzakelijke verandering geld is: regeringen van rijke landen creëerden op waanzinnige schaal geld en grepen diep in hun samenleving in, ik denk dat het het einde is van de onuitstaanbare vanzelfsprekendheid van het neoliberalisme. Die regeringen kunnen moeilijk claimen dat er geen geld is voor andere megaproblemen, in de eerste plaats klimaatverandering. Oudere generaties hebben een verplichting aan jongere na 2020: op het gebied van arbeid, en meer nog het klimaat. De klimaattop van november wordt hét moment – politieke wedkantoren schatten de kans op een nieuw klimaatakkoord op 54 procent.

Helaas bewees corona dat de wereld op een dieptepunt staat in internationale samenwerking. Dat lag natuurlijk aan de VS, maar ook China leek hooghartig en onbetrouwbaar. China loopt relatief op de rest vooruit door Covid-19: prognoses voorspellen dat China al in 2028 de grootste economie ter wereld wordt, vijf tot tien jaar eerder dan vorig jaar werd gedacht. Maar globalisering staat in zijn achteruit en China wordt daar hard door geraakt. Het peperdure project om China het centrum van ’s werelds infrastructuur te maken, lijkt fragiel nu extreem ingewikkelde aanvoerketens uit de mode raken.

Het jaar waarin de wereld heropent, begint met lockdowns en een splijtende Europese Unie. Maar hoewel de liberale democratieën in onze hoek van de wereld op belangrijke punten hebben gefaald, hebben ze ook bewezen dat ze veerkrachtig zijn en zich uit gevaar kunnen innoveren. Ik zou bij politieke wedkantoren gokken dat de komende jaren progressiever worden dan de eerste twee decennia van deze eeuw. Niets fundamenteels: het einde van de wereld blijft makkelijker voorstelbaar dan het einde van kapitalisme, zoals Slavoj Žižek stelt. Wel retroliberalisme, met een actievere staat en burgers die meer ingrijpen eisen – en vooruitgang bij de grote problemen van onze tijd.