Weer opent zich een mogelijke wereld

zeg (ik zeg) ik wat ik je ik je (ik zeg niet wat je hoort) ik wat hoort niet niet hoor ik ik je je hoort hoort wat niet (ik zeg niet) zeg (ik) ik hoor (zeg niet wat je hoort) zeg zeg wat je zegt (niet wat je hoort) niet je je (wat je hoort) je hoort horen hoort niet zegt niet niet zeg wat wat wat wat ik niet zeg

Uit: Samuel Vriezen, 1512

Algemeen wordt aangenomen dat woorden en zinnen iets betekenen. Doordat betekenis communicatie mogelijk zou maken, wordt voorkomen dat mensen elkaar de hersens inslaan en ontstaat de mogelijkheid van cultuur en technologie. Wat die betekenis precies is en waar zij zich zou bevinden, daarover zijn taalkundigen, filosofen en neurologen het niet eens. Empirisch onderzoek lijkt er echter op te wijzen dat betekenisvolle taaluitingen en inter­menselijk contact slechts een geringe overlap vertonen. Niet alleen spelen in de meeste gesprekken non-verbale aspecten een veel grotere rol dan wat er gezegd wordt, zelfs lijken veel zinnen die op zichzelf heus wel iets betekenen, tijdens de uitwisseling pure formules te zijn: ‘Het wil maar niet gaan regenen.’

Erger is dat we ons voortdurend laten manipuleren door zinnen, kreten, mantra’s waarvan we al lang vergeten zijn wat ze hadden moeten betekenen. Wat betekenen uitspraken als ‘we hebben meer Europa nodig’ en ‘gegarandeerd vers’? U hebt geen idee, maar u laat uw stem- en koopgedrag erdoor beïnvloeden.

Voor poëzie is betekenis altijd een cruciaal gegeven geweest. Enerzijds kun je in een gedicht met zo weinig mogelijk woorden een maximum aan betekenis genereren, anderzijds kun je door de muzikale aspecten van de taal te benadrukken doen vergeten dat woorden ergens naar verwijzen. Het interessantst zijn misschien die gedichten waarin beide tendensen tegen elkaar inwerken. Dichter, pianist en componist Samuel Vriezen (1973) is zich scherp bewust van de problematische status van betekenis. Als musicus is hij geïnteresseerd in georganiseerd geluid, als politiek denker ondermijnt hij graag ideologische clichés, maar als dichter is hij ook gefascineerd door wat Ezra Pound ooit ‘the dance of the intellect among words’ heeft genoemd. Wat levert dat voor poëzie op?

Om die vraag te beantwoorden zullen we eerst zijn bundel 1512 in handen moeten zien te krijgen. Dat valt nog niet mee, want het boek is uitgegeven door Halverwege Chapbooks (een initiatief van dichter Joost Baars), dat precies zoveel exemplaren drukt als er intekenaars zijn. Deze wijze van publiceren impliceert kritiek op commerciële uitgeverijen, die lukraak boeken op de markt dumpen en niet altijd belangstelling hebben voor literatuur die experimenteel en wat minder toegankelijk is. Bovendien is het een politiek statement, want dit concept voorkomt verspilling en laat zien dat lezers heel goed een anarchistische gemeenschap kunnen vormen die zich onttrekt aan de zogenaamd oppermachtige wetten van de markt. Paradoxaal genoeg appelleert Halverwege Chapbooks ook aan een snobistisch sentiment: omdat de bundels nooit herdrukt worden, zijn het bij voorbaat collector’s items. Wil Samuel Vriezen zijn werk dus liever niet met het grote publiek delen? Dat blijkt niet het geval, want de tekst van 1512 is eenvoudig via zijn website te achterhalen. Maar ook dat is een vorm van publiceren waarop de machtige instituties vooralsnog geen invloed kunnen uitoefenen.

Goed, maar wat behelst 1512 nu eigenlijk? De dichter legt geduldig uit dat het gaat om 21 korte prozagedichten van elk 72 woorden. Elk fragment is opgebouwd uit één, twee of vier zinnen van zes woorden, de complete tekst omvat 21 van zulke zinnen. Vervolgens heeft Vriezen (die ooit ook wiskunde studeerde) er allerlei mathematische bewerkingen op losgelaten, onder het motto: ‘Hoe schoner, hoe helderder de structuren, hoe beter’. Door het opknippen van de zinnen worden normale zinsconstructies verstoord, waardoor de ‘woordbetekenissen eerder functioneren als fluctuerende velden van potentiële betekenis dan als bepaald door een vaststaande verwijzing’.

Dat klinkt wollig, maar het blijkt inderdaad te werken. Met zinnen als ‘ik koop een auto en verdwijn’ en ‘weer opent zich een mogelijke wereld’ wordt verwezen naar een universum waarin van alles mogelijk is. ‘Meer geld en minder te koop’ is én een cliché én een economische waarheid. De sequens ‘een twee drie vier vijf zes’ roept de concepten ordening en kwantificering op. De opsomming van de zes continenten is zowel een aardrijkskundige mantra, met alle onderwijskundige associaties van dien, als een nietszeggende beschrijving van de wereld die wij de onze noemen, ook al is het territorium van de meesten van ons uiterst beperkt.

Dit is wat er gebeurt wanneer Vriezen ermee aan de haal gaat:

weer plek opent wereld mogelijk de verwisselen van plek mogelijk (weer opent) we (we verwisselen de) zich opent van dingen plek (plek van dingen) weer verwisselen opent zich een wereld (we verwisselen de plek) van weer verwisselen (weer opent zich een mogelijke) de wereld de zich we mogelijke we verwisselen we (wereld) een weer mogelijk de dingen een ding dingen (zich een mogelijke wereld) wereld (van dingen) opent plek zich een van

Wanneer je zo’n alinea hardop voorleest gebeurt er iets wonderlijks. De woorden verliezen hun betekenis niet, en vooral tussen de haakjes blijven de zinsconstructies herkenbaar, maar het lijkt alsof de betekenis opgetild wordt naar een nieuw soort vrijheid, waarin de woorden eindelijk de armslag krijgen die ze verdienen. Ze gaan onderling relaties aan die ze zelf nooit voor mogelijk hadden gehouden omdat grammaticale wetten en bezwaren in de weg stonden. Ja, door het verwisselen van plek opent zich een nieuwe wereld.

Op basis van de mededeling ‘heel wat als het nieuw lijkt’ en de reeks van de continenten wordt een strofe geconstrueerd die de wereld transformeert tot een exotisch muziekje, terwijl een alinea die uitsluitend ‘en nu ben ik weer hier’ zegt, existentiële vervreemding veroorzaakt: ‘ben ben nu ik weer nu weer ik en nu (en nu ben ik weer hier) ben nu en ben’. De eerste zin van 1512 luidt ‘hoe lang mag een gebeurtenis duren’. Een gebeurtenis als deze, die de coördinaten van tijd en plaats uitwist, mag wat mij betreft lang voortduren.


Samuel Vriezen, 1512. Halverwege Chapbooks, 20 blz., € 7,95