Weergaloos luchtig

VOLTAIRE
DE ONWETENDE WIJSGEER: EEN KEUZE UIT HET MENGELWERK
Bijeengebracht, vertaald en ingeleid door Hannie Vermeer-Pardoen, Van Gennep, 475 blz., € 35,-

Hij werd rijk met dubieuze speculaties, was de minnaar van oudere vrouwen die hem konden helpen bij zijn carrière, hing zijn huik dikwijls naar de wind, en de manier waarop hij denkers als Descartes, Pascal, Spinoza, Bayle, Rousseau en Montesquieu bekritiseerde was nogal pedant voor iemand die zelf geen enkele maal is betrapt op een originele gedachte. Dit alles bij elkaar lijkt voldoende reden om aan Voltaire geen enkele aandacht meer te besteden. Een tamelijk kortzichtige conclusie, aangezien de man de belichaming is van zowel de grandeur als de misère van het fenomeen dat de laatste jaren weer sterk in de belangstelling staat, de Verlichting.
Wat de minder fraaie kanten van de Verlichting betreft, was Voltaire bij uitstek een spotziek, oppervlakkig en geborneerd auteur, die ervan overtuigd was dat iedereen die zijn denkbeelden niet onderschreef bijgelovig, achterlijk en te kwader trouw was. Tegelijkertijd is zijn recalcitrante, door en door nuchtere en ironische houding vaak bijzonder verfrissend. Er is weinig dat hij voetstoots aanneemt, en van veel algemeen aanvaarde opvattingen toont hij de onhoudbaarheid aan door de redenering die eraan ten grondslag ligt tot in het absurde door te voeren. Geholpen door zijn weergaloos luchtige stijl blazen zijn snijdende argumenten veel spinrag weg.
Dit bleek al uit zijn Filosofisch woordenboek en zijn Filosofische vertellingen, die de afgelopen jaren door Hannie Vermeer-Pardoen zijn vertaald. Nadat zij hier de even omvangrijke als boeiende briefwisseling met Frederik de Grote aan had toegevoegd, heeft ze nu een prachtige selectie gemaakt uit het zogenaamde ‘mengelwerk’ van Voltaire. Behalve uit enkele artikelen en verhandelingen bestaat de overgrote meerderheid van de teksten uit dialogen, die over het algemeen buitengewoon geestig zijn. Hoewel hij wel erg vaak dezelfde stijlfiguur toepast – een wat naïeve gesprekspartner laat Voltaires tegenstander (vaak een priester) zijn bekrompenheid en stompzinnigheid in alle glorie etaleren – schiet je onwillekeurig dikwijls in de lach.
De bewering dat een oude tekst ‘nog altijd hoogst actueel’ is, is nogal clichématig en vaak onwaar. Toch zie je ook bij Voltaire dat er soms nog niet zo veel veranderd is. Wat hij schrijft over Rousseau’s Du Contrat Social doet immers sterk denken aan het recente debat over een bepaald filmpje: ‘Het verbranden van dat boek is even verwerpelijk als het schrijven ervan. Als dat boek gevaarlijk was, dan zou men het moeten weerleggen. Een boek verbranden waarin geargumenteerd wordt, dat is alsof men zegt: “Wij zijn niet intelligent genoeg om hierop een antwoord te vinden.”’