Kijken

Weerschijn

Kunstwerken manifesteren zich in allerlei gedaanten. De granieten panelen van Giovanni Anselmo zijn sculptuur én schilderkunst.

Giovanni Anselmo, L’aura della pittura, 1996. Natuursteen, 234 x 76 x 11,5 cm (elk) © foto’s: Stedelijk Museum Amsterdam

De smal geslepen panelen van grijsblauw graniet, van Giovanni Anselmo, leunen met hun gewicht tegen de witte wand. Elk zijn ze 234 centimeter hoog en 76 centimeter hoog. Elk van de platen steen is een werk op zich. Ik herinner me dat we in het museum die twee om didactische redenen naast elkaar gezet hebben om hun werking wat te versterken. Omdat ze zo strak tegen de muur staan, streng en statig, had ik ook steeds de neiging er recht tegenover te gaan staan en naar boven te kijken. De vorm is architectonisch van karakter en onbeweeglijk. Dan zien we dat er boven de bovenrand van de steen een ijle gloed straalt van tere kleur. Op die rand had de schilder rijkelijk heldere acrylverf gesmeerd. Voor wie voor de steen stond, was die verf niet te zien. Wat je zag was eigenlijk geen straling maar iets veel zachters. Van de kleur merkte je alleen een weerschijn tegen het wit van de wand – een ijl verschijnsel van grote geheimzinnigheid, een zweem van kleur die uit het graniet zelf tevoorschijn leek te komen en even roerloos was als de steen. Links zien we dun geel, rechts dun blauw, kleuren van verschillende warmte. Beide panelen zijn strak blauwgrijs. De oppervlakte van die kleur is mat. Dat matte grijs van hard steen laat ons toch tere kleur zien. Natuurlijk weten we met welke truc van verf het wonder zich voltrekt. Toch blijft het een wonderbaarlijk gebeuren.

Dit werk van Anselmo werd gemaakt in 1996. Gerekend naar gewicht en volume en materiaal kan het ook als sculptuur worden gezien – sculptuur met licht. De plaat graniet is echter strak gewreven en glad gesneden. De oppervlakte is niet van ruwe steen. Omdat de steen glad is en er licht overheen glijdt en strijkt, werkt het vlak van steen allereerst als kleur. In die kleur ontwaren we enkele grijsblauwe schakeringen. Het oppervlak lijkt zachter en lichter dan wanneer dat oppervlak een oneffen huid van ruwe steen zou zijn met daarin ook nog rommelige schaduwen.

Vorige week heb ik over het wit geveegde linnen van een schilderij van Jerry Zeniuk geschreven dat dat wit fluistert. Dat kwam ook door de zacht gevlekte vlekken kleur die erin ronddreven. In gekleurde oppervlaktes gebeurt van alles. Ik zou nu zeggen dat het blauwgrijs van het granieten oppervlak roerloos stil is. De tere weerschijn van geel of blauw vloeit voorbij de bovenrand als een ijle nagalm van gekleurd licht. Het werk was ook helemaal niet zwaar. Het deinde als een schilderij.

Het werk was helemaal niet zwaar. Het deinde als een schilderij

Al eerder heeft Giovanni Anselmo, in 1990 op de Biënnale van Venetië, de grote prijs gekregen voor de schilderkunst. Dat was voor vlakke rechthoekige werken met dunne platen graniet bevestigd op schilderijen van strak wit linnen. Het graniet was met ijzerdraad vastgesnoerd over de linnen panelen. Door het gewicht van het graniet kwam het ijzerdraad zo strak om het schilderij te zitten dat de constructie onwrikbaar vastzat. Er was nogal wat over te doen dat zulk werk een prijs voor de schilderkunst kreeg. Ik weet dat nog, want ik zat toen in de jury die de prijzen moest toekennen. We hebben het nog gekker gemaakt door de prijs voor de beeldhouwkunst toe te kennen aan Bernd en Hilla Becher voor hun schitterend onbeweeglijk strakke foto’s van industriële constructies die ze trouwens ook anonieme sculptuur noemden. Geen beeldhouwkunst, zeiden veel critici. Maar de jury had wel nagedacht.

Bernd & Hilla Becher, Hoogoven: Youngstown Ohio, 1981. Fotografie 40,3 x 30,3 cm © foto’s: Stedelijk Museum Amsterdam

In 1990, na de avonturen met minimal art en conceptuele kunst, was het gewone verloop van de kunst danig in de war geraakt. Er was overal heroriëntering gaande. Een categorische verdeling in schilder- en beeldhouwkunst was van voor de oorlog. Het graniet op linnen, dat waren dunne platen met gekartelde randen. Het waren dus getekende vlakken. Het natuursteen had prachtige aardse kleuren. Natuurlijk waren het schilderijen. Ze hingen toch aan de muur?

De foto’s van de Bechers waren mijnbouwconstructies die hard en stevig in de aarde wortelden. In 1972 had Carl Andre al een kort stuk in Artforum over hun werk geschreven. Er was een verwantschap over en weer: zo stug als de sculptuur van Carl op de bodem stond, met dezelfde strakheid maakten de Bechers hun fotowerken die wezenlijk beeldhouwkundig gedacht waren. De buizen en pijpen zitten goed in elkaar vast. Zo redeneerden wij in onze jury. Het was ook een soort begin. Kunstwerken kunnen zich steeds meer en onvoorzien in allerlei gedaanten manifesteren. Kunst houdt niet op.