De automatisering van de samenleving

Weerstand tegen de machines

Verzet tegen ‘arbeidsbesparende’ technologie is niet nieuw. Zoals er tijdens de industriële revolutie machines werden verwoest, zo wordt er nu gedemonstreerd tegen robots en kunstmatige intelligentie.

Zelfscanners in de supermarkt maken caissières overbodig © Robin Utrecht / HH

‘800 havenwerkers gedumpt in de WW, wel miljarden voor Maasvlakte Twee!’ Ze hebben er de pee in, de dokwerkers die begin 2016 een volle dag staken. Al tijden hangt een ontslaggolf als een donkere wolk boven de Rotterdamse haven. Automatisering, heet de boosdoener. Op de Tweede Maasvlakte dreigen machines en computers havenarbeiders het werk uit handen te nemen. apm, een van ’s werelds grootste havenexploitanten, denkt op de nieuwe terminal uit te kunnen met hooguit 250 man, in plaats van de 650 werkkrachten die het bedrijf dan in dienst heeft. De stakers eisen een baangarantie. Dit is hún werk. ‘Havenwerk voor havenarbeiders’ luidde de strijdkreet bij een eerdere staking in 2014. De Mobiele Eenheid voorkwam toen dat demonstranten verhaal gingen halen op de burelen van het Havenbedrijf.

Aanvoerder van het verzet tegen de automatisering van de Rotterdamse haven is FNV Havens. Het kantoor van de vakbond oogt als een supportershome. Overal hangen spandoeken met actiekreten (‘Working Class!’) en gebalde vuisten. ‘Zo hoort een vakbond eruit te zien’, grijnst voorman Niek Stam, die een T-shirt van de Australische havenvakbond draagt. Al dertig jaar neemt hij het op tegen de grote terminalbedrijven, die technologische innovaties benutten om te besparen op hun personeel. ‘In de jaren zeventig werkten 25.000 mensen in de Rotterdamse haven, tegenwoordig zo’n negenduizend’, illustreert hij. Al in de vroege jaren negentig waren de terminals overgestapt op het automatisch ‘stacken’ van containers en reden er de eerste onbemande voertuigen rond. Sindsdien is een kraanteam gekrompen van zeven man naar twee. ‘Als een havenarbeider vroeger het werk fysiek niet meer aankon, kreeg hij een ander baantje op de terminal. Dat werk is verdwenen door automatisering.’

Met pijn en moeite sleepte FNV Havens een werkzekerheidsakkoord uit het vuur, dat loopt tot volgend jaar juli. Stam is er niet gerust op. ‘Het Havenbedrijf gaat een containerbaan aanleggen, de cer. Die moest aanvankelijk volledig geautomatiseerd zijn, maar we hebben afgesproken dat onze mensen daar gaan rijden. Dat zijn honderdvijftig banen.’ Werk, bovendien, dat bijzonder geschikt is voor oudere dokwerkers. Nu het akkoord bijna afloopt, hoort Stam toch geluiden over automatisering. ‘Dat zullen we nooit accepteren. Dan gaan we op de baan staan om de containers tegen te houden.’

Wat betekent technologische innovatie voor werkgelegenheid? Die vraag stelt de Zweeds-Duitse econoom en historicus Carl Frey in het dit jaar verschenen boek The Technology Trap. Frey is coauteur van de befaamde Oxford-paper uit 2013 die voorspelt dat bijna de helft van de Amerikaanse banen gerede kans loopt om in de komende decennia door automatisering te verdwijnen. Door beroepen te ontleden in vaardigheden en vervolgens de ‘automatiseerbaarheid’ van deze taken in te schatten, stelden Frey en zijn collega de even beroemde als beruchte ranglijst op met werk dat technisch gezien kan worden uitbesteed aan machines. Telemarketeers hebben het slechtste vooruitzicht, recreatietherapeuten lopen het minst gevaar.

De publicatie was het startschot voor een publiek debat over technologische vooruitgang en werk(gelegenheid). Urgent, want als we het World Economic Forum mogen geloven is de vierde industriële revolutie in volle gang en zal zij, net als haar voorgangers, grote sociale en economische omwentelingen voortbrengen. Waar eerder stoommachines, elektriciteit en internet de wereldeconomie ingrijpend veranderden, geloven veel economen dat kunstmatige intelligentie de zogeheten general-purpose technology van deze tijd is.

Frey wordt gezien als een onheilsprofeet. Na de publicatie van zijn Oxford-paper verzekerden vakgenoten hem dat alles uiteindelijk wel op zijn pootjes terecht zal komen. ‘Is dit niet gewoon net als de industriële revolutie in Engeland?’ wierp een prominent econoom hem voor de voeten. Inderdaad, schrijft Frey in het voorwoord van The Technology Trap. Maar anders dan zijn collega ziet hij daar geen geruststelling in. Immers, tijdens de industrialisering van Engeland waren drie generaties arbeiders slechter af dan hun voorouders. Wat hadden zíj eraan dat wij nu de vruchten van de vooruitgang plukken?

‘Het duurde ruim een halve eeuw voordat de voordelen van de industriële revolutie doorsijpelden naar de gewone mensen’, schrijft hij. ‘Het zal niet verrassen dat toen veel burgers achteruitgang ervoeren, de weerstand tegen machines groeide.’ Frey doelt op de luddieten, groepen textielarbeiders in Britse steden die begin negentiende eeuw mechanische weefgetouwen en andere machines te lijf gingen die hun het werk hadden ontnomen, en daarmee hun brood. Geïnspireerd door kapitein Ned Ludd, een al dan niet fictieve verzetsleider, vernielden of verbrandden ze duizenden textielmachines. Achteraf zijn de luddieten vaak versleten voor idioten die ten strijde trokken tegen het onvermijdelijke. Frey, daarentegen, noemt hun verzet tegen mechanisering volstrekt rationeel, gezien de desastreuze gevolgen voor hun levensonderhoud.

‘Een geautomatiseerde containerbaan? Dat zullen we nooit accepteren’

Als we wederom aan de vooravond staan van een economische revolutie, vervolgt Frey, moeten we veel meer rekening houden met de mensen die het op de arbeidsmarkt gaan afleggen tegen robots en computers. Anders is een deel van de beroepsbevolking straks slechter af, voorziet hij. ‘En wanneer grote delen van de bevolking achterblijven door technologische veranderingen, gaan zij zich daar logischerwijs tegen verzetten.’

Het is moeilijk voorstelbaar dat kantoorpersoneel binnenkort met computers gaat smijten, pakketbezorgers Amazon-drones uit de lucht schieten of dat Albert Heijn-caissières met hamers zelfscankassa’s molesteren. Toch loopt verzet tegen ‘arbeidsbesparende’ technologie als een rode draad door de geschiedenis, laat Frey zien. Ook China kende tot ver in de negentiende eeuw zijn eigen luddieten, die uit lijfsbehoud geïmporteerde naaimachines kapotsloegen. Eeuwenlang hebben monarchen technologische doorbraken tegengehouden die arbeiders werkloos zouden kunnen maken, en dus – zo was de vrees – opstandig. Zo weigerde de Britse koningin Elizabeth I in 1589 patent te verlenen voor een breimachine, blokkeerde de Oostenrijks-Hongaarse keizer Frans I de bouw van fabrieken en spoorwegen uit angst voor rebellerend stadsproletariaat en wilde de Russische tsaar Nicolaas I weinig weten van fabrieken, zeker na de democratische revoluties van 1848. Het aan banden leggen van arbeidsbesparende doorbraken was eerder regel dan uitzondering, constateert Frey.

Een voorbeeld in eigen land is de lintweefmachine die begin zeventiende eeuw in Leiden zijn intrede deed. Met deze machine, een ontwerp van een Vlaamse uitvinder, kon één arbeider twaalf, en later vierentwintig linten, tegelijk weven. De Leidse lintwevers vreesden overbodig te worden, waarop rellen en juridische twisten volgden. ‘De strijd tusschen de hand- en de meer machinale lintweverij, die in het begin der 17e eeuw uitbrak, was het eerste groote sociale conflict in de Leidsche textielindustrie, waarbij het om het al of niet voortbestaan der oude techniek ging’, observeert een kroniek van de Leidse lakenindustrie. Om de rust te herstellen, greep de overheid in met ‘beperkende bepalingen’. In grote delen van Europa werd de lintweefmachine zelfs verboden, ‘omdat arbeiders er werkloos door werden gemaakt’.

Ook vandaag de dag vormt automatisering in de ogen van een breed publiek een bedreiging. Volgens een recent onderzoek van het Pew Research Center verwacht 82 procent van de Amerikanen dat robots en computers in 2050 veel van het werk zullen doen. Driekwart verwacht in dat geval meer ongelijkheid tussen arm en rijk. En, veelzeggend, 85 procent steunt het voorstel om automatisering te beperken tot ‘vies en gevaarlijk’ werk.

Steelsgewijs ontwikkelt automatisering zich tot politiek thema, meent Frey, in ieder geval in de Verenigde Staten. Sinds de economische crisis is het aantal robots in Amerikaanse fabrieken verdubbeld, voornamelijk in de Rust Belt-regio waar Donald Trump veel stemmen haalde. In een paper uit 2018 gaan Frey en collega’s zover te stellen dat Hillary Clinton vermoedelijk de staten Michigan, Pennsylvania en Wisconsin had gewonnen als het aantal robots na 2012 gelijk was gebleven. ‘Er bestaat duidelijk een verband tussen de mate van automatisering en stemgedrag.’ Hij acht het ‘goed mogelijk’ dat het ressentiment dat zich nu richt op globalisering op enig moment zich zal keren tegen automatisering. ‘De twintigste eeuw was een uitzonderlijke periode in de menselijke geschiedenis in de zin dat er zeer weinig weerstand was tegen machines.’

Voor alles is de vraag hoe ingrijpend robots, software en kunstmatige intelligentie de arbeidsmarkt nu werkelijk gaan veranderen. Bij dit vraagstuk zijn doemscenario’s van massawerkloosheid nooit ver weg. Anna Salomons, hoogleraar werk en ongelijkheid in Utrecht, kent ze maar al te goed. ‘Vooral consultancy-rapporten publiceren zulke voorspellingen. “Robocalypse” noem ik noem dit soort alarmisme.’ Die toekomstplaatjes zijn doorgaans gebaseerd op koffiedikkijken, niet op harde data, zegt Salomons. Voor het eerst onderzocht zij, in samenwerking met het cpb en Boston University, de daadwerkelijke gevolgen van automatisering in Nederland. Op microniveau bekeken de onderzoekers wat er tussen 2000 en 2016 gebeurde met de individuele werknemers van 36.000 bedrijven.

Het resultaat, dat in februari verscheen, geeft een genuanceerder beeld dan de alarmerende consultancy-rapporten. Vijf jaar na een automatiseringsoperatie heeft gemiddeld acht procent van het personeel het bedrijf verlaten als gevolg van die automatisering. Dit is geen klein bier, maar behoeft volgens Salomons enige nuance. ‘Het zijn de succesvolste bedrijven die automatiseren. Ironisch genoeg creëren juist zij de meeste nieuwe banen.’ Per saldo verandert er weinig, zegt ze, omdat voor elke geautomatiseerde baan elders wel een nieuwe vacature ontstaat. ‘Maar voor iemand die zijn baan heeft verloren en niet gekwalificeerd is voor die nieuwe vacatures, is dat natuurlijk een schrale troost.’

Juist goedbetaalde functies worden het meest blootgesteld aan kunstmatige intelligentie

Dat is volgens Salomons de kern van het automatiseringsvraagstuk: ‘Sinds de jaren tachtig zien we een polarisering van werk. Veel banen in het middensegment, zoals administratief en secretarieel werk, zijn geautomatiseerd. De vacatures die daarvoor in de plaats komen, zitten voornamelijk aan de boven- en onderkant van de arbeidsmarkt. De ict-specialist en de pilates-instructeur. De digitale revolutie heeft tot meer ongelijkheid geleid.’ Neem de banken en verzekeraars, waar sinds 2008 tienduizenden banen zijn geschrapt. ‘Vooral administratieve medewerkers zijn er uit gegaan, niet de managers en de schoonmakers.’

Wie niet meekomt glijdt niet per se af in werkloosheid, schrijft Frey, maar wel in onzeker of slechter betaald werk. Hij voorspelt dat de kloof tussen winnaars en verliezers van automatisering zal groeien. ‘Als we kijken naar de automatiseerbaarheid van bestaande banen, zien we dat de meeste beroepen die een hbo-diploma of hoger vergen moeilijk te automatiseren blijven, terwijl veel ongeschoold werk – zoals dat van caissières, voedselbereiders, callcentermedewerkers en vrachtwagenchauffeurs – gedoemd lijkt te verdwijnen, al is het zeer onzeker hoe snel dat zal gaan.’

De vaart waarmee computers en robots banen overnemen is cruciaal, benadrukt hoogleraar Salomons. Neem het vaak aangehaalde scenario van zelfrijdende auto’s. In een essay in The Guardian voorziet de Britse publicist Jamie Bartlett verzet vanuit de transportsector wanneer zelfrijdende vrachtwagens op de weg komen. ‘Denkt men werkelijk dat chauffeurs dit lijdzaam gaan laten gebeuren, getroost in de wetenschap dat hun achterkleinkinderen mogelijk rijker zullen zijn dan zij en minder kans zullen lopen op een fataal auto-ongeluk?’ vraagt hij zich retorisch af. Salomons betwijfelt of de soep zo heet wordt gegeten. ‘Als zelfrijdende auto’s in een paar decennia tijd vrachtwagenchauffeurs gaan vervangen, is dat een heel ander verhaal dan wanneer we morgen in één klap overstappen op zelfrijdend transport.’

Het is overigens niet gezegd dat hoogopgeleiden de dans ontspringen. Salomons wijst op een recente publicatie van Stanford-econoom Michael Webb. Op basis van een data-analyse van alle patenten kwam hij tot een interessante driedeling. Waar laagbetaald werk vooral wordt bedreigd door robots en middenbanen door software, zijn het juist goedbetaalde functies die het meest worden blootgesteld aan kunstmatige intelligentie, de beloofde general-purpose technology van deze eeuw.

Toen banken en verzekeraars in het spoor van de recessie massaontslagen aankondigden, hing er nog geen spandoek. De bestuursvoorzitter van de Rabobank werd, nadat hij zo’n ontslaggolf had aangekondigd, zelfs getrakteerd op een luid applaus van het personeel. En dat terwijl tienduizenden banen zijn verdwenen vanwege verregaande automatisering. ‘In de financiële sector zal je niet snel een staking of grote demonstraties zien’, verklaart Reinier Castelein, voorzitter van vakbond De Unie. ‘In die zin zijn werknemers niet in het geweer gekomen.’

De vakbonden en de werkgevers wikkelden de zaken af, de ontslagen werkkrachten kregen hun sociale plan en daarmee was de kous af. ‘Er bestaat een grote mate van realisme bij de werknemers in deze sectoren’, ziet Castelein. ‘Als vakbond zijn we ook realistisch over de ontwikkeling van werkgelegenheid.’ Veel gewezen werknemers zijn via omscholing en loopbaancoaching elders terechtgekomen. ‘Helaas is dit niet voor iedereen meteen succesvol. Er zijn zeker ook werknemers die langdurig werkloos raken.’

In The Technology Trap betoont ook Frey zich ‘realistisch’, in de zin dat hij technologische ontwikkelingen niet wil afremmen. Integendeel, net als bij de industriële revolutie verwacht hij uiteindelijk verbetering voor iedereen. Maar als we ons blindstaren op die stip aan de horizon, waarschuwt hij, verliezen we de korte termijn uit het oog, een tijdsbestek dat algauw één of meerdere generaties beslaat. De politiek moet verval en tegenslag het hoofd bieden met een actieve hervormingsagenda. Dat is misgegaan met globalisering, stelt hij. ‘Lange tijd hebben overheden ervoor gekozen de kosten van globalisering te negeren en zich te concentreren op de baten. Die waren inderdaad aanzienlijk, maar de gefaalde omgang met individuele en maatschappelijke keerzijden heeft de mainstream politiek haar geloofwaardigheid gekost. Regeringsleiders moeten voorkomen dat ze dezelfde fout opnieuw maken met automatisering.’

In de Rotterdamse haven pakte de geautomatiseerde terminal anders uit dan exploitant apm had gehoopt. ‘De belofte aan de rederijen was dat de overslag omhoog zou gaan naar 35 tot 40 containers per uur, iets meer dan bij het handmatige proces op de oude terminal’, vertelt fnv-leider Niek Stam niet zonder genoegen. ‘Maar in praktijk halen ze maar 24 containers per uur. Om toch aan de afspraken te voldoen, lopen inmiddels weer zeshonderd man rond op de terminal. apm heeft zich vergaloppeerd.’

Aan de andere kant van de wereld, in Los Angeles, kwamen dit voorjaar twaalfduizend havenarbeiders in verzet tegen hetzelfde apm. Dat wilde zelfrijdende vrachtwagens inzetten op een terminal. De gemeenteraad stak daar een stokje voor en stelde, vanwege dreigend banenverlies, de vergunningverlening tot nader order uit. ‘We moeten een stad zijn waar technologie banen schept en niet schrapt’, zei Democratisch raadslid Joe Buscaino. fnv’er Stam was betrokken bij het havenprotest in Californië. ‘apm gaat nu de omscholing betalen, niet de vakbond.’ In Nederland kunnen we daar wat van leren, zegt hij. ‘Hier betaalt het uwv, en dus de belastingbetaler, voor omscholing; niet het bedrijf dat die mensen op straat zet.’

Achter de stoel van Stam staat een banner, met daarop de pijlers van de vakbond. Tussen ‘koopkracht’ en ‘flexarbeid’ staat ‘robots’. ‘Buitenstaanders denken dat wij een soort dinosauriërs zijn die tegen automatisering zijn. Dat is niet zo. Maar we maken ons wel zorgen over de gevolgen voor havenarbeiders en, uiteindelijk, de verzorgingsstaat. Robots doen geen boodschappen bij de middenstand.’