kunst

Weerwoord

Institutional Attitudes

‘We houden de subsidies voor musea, bibliotheken en ons erfgoed in ere, maar kunstsubsidies schaffen we af’, aldus de cultuurparagraaf van het programma van de pvv. Een mooie uitdaging voor de sector, al zegt de pvv niet waar die begint of ophoudt (bedoelt men ook de gemeentelijke en provinciale subsidies? De Koninklijke Prijs voor de Schilderkunst? Het Prins Clausfonds? Het Prins Bernhard Fonds? Het Fonds voor de Letteren? De Prix de Rome?). De ergernis van de pvv cum suis richt zich op de kunsten die zij niet bezoeken, die zij niet begrijpen en waarvan zij het maatschappelijk nut niet inzien. Je hoeft niet ver te zoeken om die te vinden. Neem, bijvoorbeeld, de tentoonstelling I’m Not Here: An Exhibition Without Francis Alÿs in De Appel in Amsterdam. Dat is het resultaat van het curatorial programme van de instelling, een opleiding voor veelal buitenlandse jonge curatoren. Het is, in de woorden van de samenstellers, 'a solo exhibition that takes the form of a group exhibition in which works by the contributing artists evoke the atmosphere of the work of an absent Francis Alÿs’. Zelfs als je alles weet van de Belgische kunstenaar Francis Alÿs en zijn werk kunt dromen, dan nog is dit een lastig te doorgronden evenementje, een naar binnen gericht, door het cultuur-theoretische discours bepaalde tentoonstelling. Het is alsof je vijf jezuïeten hoort praten over hoeveel engelen er ook al weer op een speldenknop kunnen staan. Het is voer voor illuminati, het is uiterst kwetsbaar en het belang ervan buiten het eigen discours is niet makkelijk uit te leggen.
Hoe moeten instellingen als De Appel zich teweerstellen tegen de filistijnen voor de deur?
In Brussel werd daarover een conferentie belegd door het Comité van Roosendaal, een samenwerkingsverband van gelijkaardige instellingen in Nederland (Appel, Witte de With, Van Abbe, bak), België (MuKHA, Wiels, Extra City, bps22 Charleroi), Duitsland (Museum Ludwig, Kunstverein für die Rheinlande und Westfalen) en Luxemburg. Iedereen was er; de line-up was versterkt met sprekers uit Zagreb, Warschau, Bergen (N), Nottingham, Groningen, Vancouver, et cetera. In de beste tradities van zo'n conferentie was het gehalte 'critical theory’ zeer hoog. Geen spreker nam het woord zonder te refereren aan het werk van deze of gene Franse, Midden-Amerikaanse of voormalig Joegoslavische filosoof. Maar er waren ook concrete aanbevelingen. Verhelderend waren de adviezen van de Brit Mark Farquharson, directeur van het museum in het bescheiden Nottingham. Hij was praktisch en direct. Werk met wat je voor je neus hebt. Gebruik alles wat je ter beschikking staat - lokale geschiedenis, je eigen collectie, de inbreng van het publiek, al je medewerkers. Zie de kunst als niet-disciplinair, als een 'oplosmiddel’ tussen allerlei terreinen, want de kunst is sowieso niet meer gebonden aan één medium. Gebruik dat alles op verschillende schalen en verschillende niveaus, op verschillende locaties. Accepteer en omarm je publieke rol. Zoek de gemeenschap op. Zoek de politiek op. Wees genereus: deel zo veel mogelijk van je werk met je publiek - je bibliotheek, je research, je aanwinsten, zowel online als in je gebouw. Laat mensen toe in je studiezaal. Doe meer dan wat je is opgedragen. En: wees gastvrij. Begroet je bezoeker. Opmerkelijk genoeg had Farquharson het niet eens over de dwang van de commercie, over blockbusters, over de terreur van de 'bezoekcijfers’, het doorgefokte marktdenken. Dat zijn je vaste vijanden, en dat je ermee leven moet is a fact of life.
Natuurlijk beschouwen kunstinstellingen zichzelf als onderdeel van het verzet tegen de bestaande orde, als voorname fora voor kritiek en ontwrichting (als het even kan). Natuurlijk bevinden ze zich in een schizofrene positie - omdat ze betaald worden door de systemen die ze willen bekritiseren, en omdat de erkenning door die systemen de instellingen mede status en gewicht verleent. Natuurlijk verhoudt 'autonomie’ zich niet gemakkelijk tot 'publiek’. In Brussel verzandde het gesprek, helaas, in navelstaarderij en arrogantie. Neuzelend lieten de sprekers gedachten over hun publieke rol van zich afglijden als water van een eend. Dieter Roelstrate (MuKHA) zei zich gelukkig te voelen in tentoonstellingen 'met lege zalen, gevuld met goede kunst’. Met die attitude zal de sector de oorlog niet winnen.

Discussies en speeches van Institutional Attitudes zijn terug te vinden op www.comitevanroosendaal.eu. I’m Not Here: An Exhibition Without Francis Alÿs, De Appel, Amsterdam, t/m 6 juni.www.deappel.nl