Wees autark!

ROME - In Italië heten de theaters in het cinefiele clubcircuit toepasselijk cinéma d'essai, ‘probeerbioscopen’. In 1976 weerklonk in die zalen een in super-8 gedraaide kreet: Io sono un autarchico (‘Ik ben autarkisch’). Dat ging zo hard dat de 23-jarige probeercineast Nanni Moretti het een jaar later van een echte producent mocht overdoen in een echte film: Ecce bombo (‘Hoor dat geraas’). Sindsdien is de autarkie-kreet niet meer uit de lucht geweest.

‘Autarkie’ betekent zowel 'zelfgenoegzaamheid’ als 'volstrekte onafhankelijkheid’, 'zelfvoorziening’. De appreciatie van Moretti’s werk leidt in een gespleten maatschappij als de Italiaanse tot een navenante scheiding der geesten, zoals eens te meer bleek bij de verschijning van zijn jongste geesteskind Aprile. Een deel der natie kan hem niet uitstaan om zijn tics en neuroses, om zijn moralisme en narcisme waarmee hij een kransje om zich heen heeft verzameld van gelijkgestemden die zich wentelen in het grote gelijk van 'ons soort mensen’. Voor 'ons soort mensen’, en dat zijn er veel, is hij een goeroe, de onkreukbare voorvechter van goede smaak en zeden. Eind jaren zeventig hadden de Grote Meesters hun creatiefste tijd gehad en was de commedia all'italiana - eens de economische grondslag voor de artistieke bovenlaag - in zelfparodie doodgebloed. Er was onvoldoende doorstroming van nieuw talent. Maar vooral de commerciële tv, in casu de piraterij van ene Silvio Berlusconi, werkte een ware kaalslag in de hand. En toen was er alleen nog Moretti, en die ging alles zelf doen. Schrijven, acteren, regisseren. Vanaf 1987 ook het produceren van zijn eigen en andermans (Daniele Luchetti, Mimmo Calopresti) films onder de naam Sacher Film. In 1991 opende hij in de Romeinse wijk Trastevere zijn eigen bioscoop, Nuovo Sacher, waar hij zelf het programma samenstelt en - uniek in Italië - de buitenlandse films laat ondertitelen. Sinds 1996 organiseert hij als talentscout in juli een festival voor korte films, het Sacher Festival del Cortometraggio. Wat Moretti zelf doet, doet hij beter, maar zijn autarkie heeft ook een prijs: de afgelopen tien jaar heeft hij maar drie eigen films gemaakt: Palombella rossa (1989), Caro diario (1993) en nu Aprile. Toen de film eind maart 1998 in Italië verscheen, domineerde hij wekenlang het openbare debat. In Cannes, waar Moretti al jaren als knuffelbeer aan de borst wordt gedrukt, haalde Aprile de officiële selectie maar werd in tegenstelling tot Caro diario bij de prijsuitreiking over het hoofd gezien. Dat is niet helemaal verwonderlijk. Niet dat Aprile een mindere film is. Er is grote stilistische verwantschap met Caro diario. Ook Aprile is een dagboekachtige collage waarvan de fragmenten zo mogelijk nog geraffineerder met elkaar verweven zijn. Maar de subtiliteit is niet altijd te bevatten voor wie niet vertrouwd is met Italiaanse maatschappelijke en politieke situaties. Aprile is een geënsceneerde documentaire waarin Moretti de politieke geschiedenis van Italië van de voorbije vier jaar en zijn persoonlijke huis-, tuin- en keukengeluk (de geboorte van zijn zoon) met elkaar verstrengelt. Zijn getourmenteerde haat-liefde-verhouding met de Italiaanse linkerzijde en het plunderen van zijn eigen biografie zijn ons bekend uit vroeger werk. De laatste tijd is er echter in Italië, waar ze toch wel wat gewend zijn, een anomalie ontstaan die Moretti’s voorstellingsvermogen ver overtreft. Toeval of niet, die anomalie en de man wiens tv-barbarij met zevenmijlslaarzen het Italiaanse filmlandschap had platgetrapt, zijn een en dezelfde persoon: Silvio Berlusconi. MORETTI ONTVANGT me in het kantoor van zijn productiemaatschappij Sacher Film, een van de filmdecors uit Aprile. Het is half juli en die week loopt in Nuovo Sacher ook zijn festival voor korte films. Een maand lang heeft hij zich teruggetrokken om een selectie te maken uit de vierhonderd inzendingen. Drie winnaars wacht aan het eind van de week een prijzenpakket in natura, dat hun de kans moet bieden met professionele middelen te gaan werken. En de jury? Moretti: 'Twee personen: mijn vennoot Angelo Barbagallo en ik!’ Het persdossiertje schrijft hij met de hand. Een manie? Nee. 'Een levenswijze.’ Wie Moretti’s films kent, weet dat hij het niet zo op heeft met het journalistenmétier. 'We moeten de journalistiek bestrijden’, slingert zijn alter ego Michele Apicella een opdringerige journaliste in het gezicht in Palombella rossa: 'Zodra je een idee opschrijft, wordt het een leugen.’ In Caro diario, waar hij de vermomming van het alter ego afwerpt, martelt hij een filmcriticus met een van diens eigen recensies. Ook al heeft Moretti de reputatie moeilijk benaderbaar te zijn, dit keer heeft hij in eigen land wel heel lang en hardnekkig het stilzwijgen bewaard. 'Dat is geen gril of publicitaire strategie. Ik wil het publiek de kans geven zelf de film te gaan bekijken. Zodra een film een politiek onderwerp aansnijdt, slagen de kranten er niet meer in hem zorgvuldig te behandelen. Boven zo'n stuk wordt dan een kop geplaatst met een uitspraak die ik niet heb gedaan.’ Moretti is echter ook verslaafd aan de output van diezelfde pers. Hij verzamelt kranten en laat al jaren alle tv-journaals en politieke programma’s opnemen op video. Die verzamelwoede heeft bij het maken van Aprile zijn voordelen afgeworpen. Moretti: 'Ik ben aan Aprile begonnen aan de vooravond van de verkiezingen van april 1996. Ik wist dat de geboorte van mijn zoon en de verkiezingen, die misschien voor het eerst in de Italiaanse geschiedenis links aan de macht zouden brengen, ongeveer zouden samenvallen. De realiteit heeft van meet af aan die vermenging van politiek en privé-leven opgedrongen.’ IN ZIJN ARCHIEF vond Moretti het tv-journaal van Rete 4, de zender van Berlusconi, waarin diens verkiezingsoverwinning van maart 1994 te zien is. Aprile begint met een fragment uit het slijmerige hoerageschal van Berlusconi’s anchorman Emilio Fede. In een volgende scène legt een Franse interviewer het personage Moretti hooghartig uit dat het in een democratie onmogelijk is dat een regeringsleider drie nationale tv-stations in zijn bezit heeft en dat fascisten in de regering gaan zitten. Het personage Moretti trakteert zijn Franse interviewer op het standaardantwoord: 'Het zijn niet langer fascisten.’ Doordat hij meteen begint te lachen, geeft hij aan dat hij dat zelf niet gelooft. Het is een patroon dat je wel vaker zag in 1994: linkse intellectuelen die moord en brand schreeuwden dat de neo- of post-fascisten van Fini in de regering kwamen, maar kregelig reageerden dat 'het niet langer fascisten waren’ als dat verwijt uit het buitenland kwam. Moretti: 'Omdat de Franse journalist in de film geen betrokken partij is, is hij uitermate geschikt om Italianen uit hun slaap te wekken, om ons duidelijk te maken dat we zaken normaal zijn gaan vinden die in een democratie niet thuishoren. Hoe dan ook, vier jaar geleden vond ik al dat Berlusconi een groter gevaar vormde voor de democratie dan Fini, en dat vind ik nog steeds. Binnen de verschillende rechtse facties distantieert niemand zich van Berlusconi’s niet-aflatende aanvallen op de rechters. Beangstigend!’ De Franse interviewer weet het personage Moretti aan te praten dat hij de 'plicht’ heeft een documentaire te maken waarin hij aan 'buitenlanders uitlegt wat er in Italië aan de gang is’. Dat moet met een korrel zout worden genomen. Moretti: 'Die klemtoon op het plichtsgevoel is een schijnbeweging. Ik wilde vooral mijn eigen nieuwsgierigheid de vrije loop laten. Tot mijn verbazing heeft in dit land geen enkele regisseur de ongelooflijke geschiedenis van de laatste jaren opgepikt. Ik wilde voor mezelf het beeld van die jaren behouden.’ Ook de suggestie dat Italië aan buitenlanders moet worden verklaard, is een dribbel. Want hoe leg je aan een buitenlander een personage als anchorman Emilio Fede uit? Moretti: 'Emilio Fede kún je niet uitleggen. Een buitenlander slaagt er terecht niet in om zoiets te begrijpen. De journaals op Berlusconi’s zenders zijn onvoorstelbaar. Het woord “opruiend” is een eufemisme. Die hersenspoeling grijpt al jaren dagelijks om zich heen en we zijn ons daar vaak niet eens meer van bewust. Het mooiste bewijs is dat verschillende mensen naar me toe kwamen met de vraag: “Wat heb je uitgehaald met Emilio Fede? Ik heb die avond het nieuws op Rete 4 gezien en zo erg was het niet.” Het is een authentiek stukje tv-journaal dat, uit zijn oorspronkelijke context gelicht, in je gelaat ontploft.’ Moretti pakt zijn tekstboek om een documentair fragment uit Aprile er woordelijk op na te slaan: 'Het discours van Berlusconi is één langgerekte lapsus. Hij spreekt alleen over zichzelf. Als hij het heeft over “garanties om in vrijheid samen te leven”, denkt hij alleen aan zijn eigen, juridische problemen. Als hij het heeft over een Italië zonder haat en afgunst tussen sociale klassen, denkt hij alleen aan zijn eigen fortuin. Waarom zou er geen afgunst tussen sociale klassen mogen bestaan? Omdat het hem als miljardair goed uitkomt? Volstaat het niet dat we de klassenstrijd hebben begraven? En een Italië zonder haat! Dit komt uitgerekend uit de mond van iemand wiens betoog altijd van haat is doortrokken, een haat tegen systemen en ideologieën die niet meer bestaan.’ MORETTI BEHOORT tot de culturele elite die in het naoorlogse tijdvak het 'andere Italië’ voorstond. Een elite die vaak met de PCI sympathiseerde zonder zich er politiek thuis te voelen. Aprile registreert de machtsovername door de eeuwige oppositie. In die zin legt de titel de link met Eisensteins Oktober. Maar Moretti’s versie van de revolutie is geen heldendicht. Een aantal van zijn grieven tegen links zet hij uiteen in gefingeerde 'nooit verstuurde brieven’. Hij kan er bijvoorbeeld nog altijd niet bij dat de PCI, en later haar opvolger de PDS, er niet in slaagde het model 'Emilia Romagna’, waar de PCI/PDS kan bogen op een traditie van goed lokaal bestuur, te exporteren naar de rest van het land: 'De PCI heeft van de jaren vijftig tot de jaren tachtig nooit fatsoenlijk uitgelegd dat de Sovjetunie niet haar maatschappijmodel was. Zelfs toen de partij op voorstel van Occhetto in 1991 werd opgedoekt, bleef dat onvermeld. Bijgevolg hebben de niet-communistische kiezers de overgang van PCI tot PDS geïnterpreteerd als een identificatie van de oude PCI met het Oost-Europese communisme.’ De nieuwe bewindslui hebben ter wille van de macht hun idealen ondertussen zo aangelengd dat je door het water heen de wijn niet meer proeft. Als de marine voor de kust van Puglia een boot met Albanese vluchtelingen ramt, blinken de ex-communistische kaders uit door afwezigheid. Moretti daarentegen bestookt gestrande Albanezen met de onsterfelijk belachelijke vraag wat voor hen het beste is: een rechtse of een linkse regering in Italië. 'Eerst heb ik de scène gedraaid waarin ik die oliedomme vraag over de hekel haal. Daarna heb ik haar als proef op de som aan de Albanezen voorgelegd.’ Is dat dan niet een beetje malicieus? 'Nee, ik wil tonen hoe moeilijk het is adequaat te reageren op menselijk leed. Via een omweg kom je toch iets te weten over de motieven van die mensen om de boot te nemen, over hun toekomstbeeld.’ Moretti’s huiselijke vrede contrasteert fel met zijn irritaties over het openbare bestuur. Uit de bijna exhibitionistische openhartigheid waarmee hij zijn familie en vrienden zichzelf laat spelen, heeft menig criticus afgeleid dat hij de publieke zaak heeft opgegeven en zich voortaan terugtrekt in een cocon met vrouw, kind en een handvol 'ons soort mensen’. Ten onrechte. Was het hoofdpersonage uit Bianca (1984) nog iemand die zo'n absolute scheidingslijn trok tussen goed en kwaad dat hij niet in staat was het leven te aanvaarden en als mini-seriemoordenaar zelf een monster werd, Aprile is Moretti’s keuze voor het leven. 'Twee scènes die voor mij cruciaal zijn, werden nauwelijks opgemerkt. De scène op het verjaardagsfeestje waar een vriend me een meter aanreikt om me duidelijk te maken hoe lang ik nog te leven heb, en de scène aan het eind waarin ik me in een zwarte mantel hul en me bevrijd van de ballast uit het verleden. Niet van het verleden maar enkel van de ballast uit het verleden.’ Tot die ballast behoort ook zijn knipselverzameling. In de film stelt hij de Italiaanse 'eenheidskrant’ voor, een gigantische collage die moet visualiseren dat de kranten niet van elkaar te onderscheiden zijn. Moretti: 'De meeste van die artikelen verzamel ik omdat er iets in staat waarvan ik het op de heupen krijg. Als ik op mijn Vespa mijn knipsels wegwerp, is dat omdat ik me wil bevrijden van de aantrekkingskracht die ergernis op me uitoefent. Ik wil films gaan maken ter bevestiging van wat me enthousiasmeert, niet ter ontkenning van wat me ergert.’ Een ongelukje op de set heeft die bevrijding bespoedigd: 'Per vergissing hebben ze een deel van mijn echte verzameling gebruikt voor die collage. Het was al naar de knoppen toen ik het merkte. Wat een geluk.’ DE BEVRIJDING in Aprile mondt uit in een hypothetische scène van een film die Moretti nooit zal maken maar waarvan hij altijd zegt hem te willen maken: een ballet uit een musical over een trotskistische banketbakker uit de jaren vijftig. Het tafereel, waarin het gebak de kijker watertandend om de oren suist, ademt een verlangen naar lichtheid. Moretti: 'Lichtheid is niet het tegendeel van ernst maar van zwaarte. Het is het verlangen om een nieuwe harmonie met je omgeving tot stand te brengen.’ Het kan geen toeval zijn dat de ontwerper van al dat lekkers een aanhanger van het trotskisme is, het pad dat nooit werd gevolgd: 'Het trotskisme is het rijk der hypothese, of beter nog: het rijk van wat je je eigenlijk niet voor kunt stellen. Zelf heb ik me nooit aan stalinistische sympathieën bezondigd, maar het excuus van vele ex-communisten in Italië dat alles anders zou zijn gelopen als Stalin er niet was geweest, klinkt me te gemakzuchtig. Mijn vraag is: wat zou er gebeurd zijn als de communisten in Italië zich op tijd en grondig van Stalin hadden gedistantieerd?’ Maar of het ook zo'n vaart loopt met die bevrijdende lichtheid? Neem nu daarnet nog: Moretti had juist tegen een van zijn medewerkers gezegd dat hij niet gestoord wilde worden toen hij hem al weer terugriep. Het was hem namelijk ingevallen dat ze gisteren een journaal op een van Berlusconi’s zenders waren vergeten op te nemen… 'Mja, het is niet zo makkelijk om jezelf te veranderen.’ Hoe dan ook, in de nabije toekomst gaat Moretti meer films maken: 'Bij Aprile bestond de uitdaging erin een film zonder scenario te draaien, een work in progress. Vele symmetrieassen zijn pas op de montagetafel tot stand gekomen. Mijn volgende film begin ik met een gedetailleerd draaiboek. Ook heb ik voor het eerst sinds tijden weer verschillende films tegelijk in mijn hoofd.’ Het gevolg is dat hij zich tot nader order niet meer met het werk van anderen kan inlaten. Het komt dus dubbel goed uit dat het met de Italiaanse filmcultuur sedert het verfrissende beleid van Veltroni (minister van Cultuur in de regering-Prodi - nb) de goede kant lijkt op te gaan. 'Ja, er zijn meer goede films dan een aantal jaren geleden. Maar belangrijker is dat het hele klimaat rondom de filmcultuur verbeterd is. De omstandigheden zijn gunstiger, er zijn meer en betere theaters.’