Het nieuwe Turkije begint in het onderwijs

‘Wees niet verdrietig, vader’

De onderwijzers van Turkije wacht een nieuwe tijd. Erdogan heeft het Atatürk-nationalisme uit de schoolboeken geschrapt. Oud-meester Yusuf ziet het met lede ogen aan. De leerlingen verlangen intussen gewoon naar de zoemer.

HIJ HAD de muren ooit donkerblauw geverfd. Dat blauw van vijftig jaar geleden moet ergens zichtbaar zijn, hoopt hij. De buitenmuren van de kleine dorpsschool die door gebrek aan leerlingen niet meer in gebruik is, zijn niet van plan de man een glimp van de oude tijden te gunnen. De man streelt met zijn ervaren handen de muren waar tegenwoordig in plaats van zijn eigen blauw bruine verf loslaat.
De oud-onderwijzer is na vijftig jaar terug in Kozalci, het bergachtige dorp in het midden van Turkije waar hij ooit als 24-jarige jongeman neerstreek voor zijn eerste school en zijn eerste leerlingen. De zwarte ogen van de inmiddels gepensioneerde zeventiger worden nat van de herinneringen aan de tijd van zijn jeugd. Hij kan niet meer naar het schoolgebouw kijken dat op instorten staat. ‘Kom laten we weggaan’, zegt hij op fluistertoon. We wandelen naar een van de weinige huizen waar nog mensen wonen.
In deze middaguren schijnt de zon recht boven onze hoofden. Hij maakt met zijn hand schaduw voor zijn ogen en groet een dorpsvrouw die voor haar huis bonen pelt. 'Goedemiddag zus, ik heb lang geleden lesgegeven in dit dorp. Mijn naam is Yusuf Kaya. Ik vroeg me af of hier nog oude leerlingen van me wonen.’ De vrouw is geen dag jonger dan meester Yusuf en heeft kleren aan die tot op de draad versleten zijn. Met de nodige moeite gaat ze staan, loopt langzaam naar ons toe, glimlacht en zegt: 'Bent u terug, meester Yusuf? Mijn zoon Sadettin heeft al die tijd volgehouden dat u ooit een keer terug zou komen. Hij heeft gelijk gekregen.’
De dorpsvrouw stuurt haar kleinkind naar de akkers om Sadettin te halen. We nemen plaats op de canapé, de schoondochter van de vrouw haalt koude karnemelk.
Het dorp heeft veel weg van het dorp uit Yaban van de bekende Turkse schrijver Yakup Kadri. In vijftig jaar is het geen spat veranderd, het is alleen leger geworden door de migratie. In de roman van Yakup Kadri gaat een nationalistische intellectueel naar een dorp in de binnenlanden van het land. Het is begin jaren twintig, de bevrijdingsoorlog met generaal Kemal Atatürk aan het hoofd van het Turkse leger woedt in het vervallen Ottomaanse Rijk. De nationalistische intellectueel, een magere man die een arm mist, te moeilijke zinnen uitspreekt en de dorpelingen constant aan hun verplichtingen herinnert als het gaat om het redden van het vaderland - wordt door de boeren Yaban genoemd, 'de wildvreemde’.
Yakup Kadri gebruikt het dorp als het podium om de vervreemding tussen de Turkse intelligentsia en het gewone volk weer te geven. De schrijver neemt het de dorpelingen kwalijk dat ze moe zijn van het vechten in de oorlogen, dat ze zich niet bij het leger van 'redder’ Atatürk willen voegen en dat het hun niet meer uitmaakt of aan het hoofd een Turk of een Griek staat. Het is het bekendste Turkse werk over de verachting van het 'niet-wetende’ volk dat niet vooruit te branden is. Een volk dat geen oorlog wil voeren, onverschillig is als het gaat om het leiderschap van Atatürk, niets begrijpt van het nieuwe, seculiere systeem. Een volk dat de hele modernisering, waarbij bijvoorbeeld alle mannen worden verplicht om westerse hoeden te dragen, liever kwijt dan rijk is.
Kadri was een van de spreekbuizen van de nieuwe generatie Turkse machthebbers. De ergernis over de massa zat diep bij die nieuwe leiders. Nadat ze het koningshuis hadden afgeschaft en de seculiere staat hadden gesticht stuurden ze meteen duizenden 'Yabans’ naar alle hoeken van het land. De leraren van de moderne staat waren de armen van de octopus waarmee alles en iedereen hervormd ging worden. Er dienden modelburgers gecreëerd te worden en daar ging het onderwijsleger voor zorgen. De nieuwe generaties zouden dankzij die Yabans seculier, modern, nationalistisch zijn en met z'n allen de grote leider Atatürk adoreren.

HET IS NU bijna negentig jaar geleden dat Atatürk en zijn vrienden uit het leger de moderne Turkse republiek uit de as van het Ottomaanse Rijk hebben doen verrijzen. 'Onze republiek gaat tot het einde van de wereld voortbestaan’, herhaalde Atatürk in die jaren veelvuldig.
Anno 2011 regeert de AK Partij van Tayyip Erdogan inmiddels negen jaar. Bij de laatste algemene verkiezingen stemde de helft van alle Turken op hem. Met deze groeiende steun in de rug heeft hij het bondgenootschap van de militairen, de rechters, de hogere bureaucratie en het onderwijspersoneel aan diggelen geslagen. In de negen jaren dat hij aan het roer staat, heeft hij stap voor stap de republiek van Atatürk ter aarde besteld. Erdogan stichtte zijn 'tweede republiek’ met het geduld van een schoonschrijver, jaar in, jaar uit, beetje bij beetje.
Zoals meester Yusuf Kaya ineengedoken op de canapé in het dorpshuis zit, zoals hij bescheiden teugjes van de karnemelk neemt en zwijgend op de komst van zijn oud-leerling Sadettin wacht, is hij de mooiste allegorie van de teloorgang van de republiek van Atatürk. Yusuf Kaya is de Yaban die, in tegenstelling tot de hoofdpersoon in het boek, niet zegeviert. Decennialang is hij van de ene school naar de andere gestuurd, jarenlang heeft hij gediend in dorpen waar het voor eenzame leraren niet veilig was en die in de wintermaanden onbegaanbaar waren. In de steden waar hij lesgaf, waren de kinderen arm en de wegen naar school zaten onder de modder. Zijn salaris was schraal, zijn vrouw trouw, pauper en gelukkig. Ze konden het wel moeilijk hebben, maar meester Yusuf was een onderwijzer die de republiek hielp opbouwen. Kon er een beter ideaal bestaan dan dat?
In Kozalci wachten we op Sadettin, de enige leerling die het dorp de rug niet heeft toegekeerd. Onze koude karnemelk hebben we nog niet op en de zware buitendeur gaat open, een kleine man doet als de bliksem zijn schoenen uit en holt de kamer binnen; boer Sadettin, een vijftiger inmiddels, en meester Yusuf omhelzen elkaar. 'U had aan ons beloofd dat u wat er ook gebeurde een keer terug zou komen naar ons dorp. U heeft woord gehouden, meester Yusuf’, stamelt de dorpsbewoner, die de geur van het graanveld bij zich draagt. De twee halen herinneringen op, Sadettin moet bijna huilen van blijdschap en bedankt de leraar duizendmaal voor alles wat hij van hem heeft geleerd.
Het schemert al een beetje, de zoon van meester Yusuf herinnert zijn vader eraan dat hij voor het donker op de grote weg wil staan met de auto. Een half uur later staan we daar, de opmerking van de zoon van de oud-onderwijzer breekt de stilte: 'Als het leger van Atatürk hebben jullie verloren, vader, maar de liefde die je van de mensen krijgt kan niemand je afnemen.’

DE NEDERLAAG voor de pioniers van de republiek is na de jongste algemene verkiezingen compleet. Een groot deel van de generale staf die plannen had gesmeed om middels een militaire staatsgreep de regering af te zetten zit achter de tralies. De legertop bestaat sinds kort voor het eerst uit generaals die een premier trouw zijn. De republikeinse rechters die nooit terugdeinsden om partijen zoals die van Erdogan te verbieden, zitten tegenwoordig voor de buis met lede ogen toe te zien hoe de nieuwe generatie rechters in dienst staat van de 'tweede republiek’. De nieuwe rijken uit heel Klein-Azië melden zich inmiddels voor een groter deel van de grote taart die voorheen verdeeld werd onder de Atatürk minnende Istanbul-magnaten. En de vierde poot van de republiek, de troepenmacht die uit de honderdduizenden volgzame meesters en juffen bestaat, dit leger wacht een nieuwe tijd waarin ze niet meer mogen voorlezen uit de vertrouwde, oude schoolboeken.
De auto van de zoon van meester Yusuf nadert de stad. In de verte lonkt Izmir met haar miljoen inwoners, haar industrie, haar grote haven en haar volk dat bij de laatste verkiezingen grotendeels op Tayyip Erdogan heeft gestemd. Meester Yusuf woont tegenwoordig aan de rand van deze stad in het westen van Turkije. Meester Yusuf steekt voor het slapen gaan nog een sigaretje op en vertelt op het grote balkon de ene hilarische anekdote na de andere. Zijn zoon ligt in een deuk van het lachen.
De volgende dag worden de bewoners van de buurt niet alleen wakker van het zingen van de imam, maar ook door de openingsceremonie van de school bij het huis. Het is de eerste dag van het nieuwe schooljaar. Het volkslied wordt door de leerlingen uit volle borst gezongen, de leraren schreeuwen in de microfoon dat de kinderen ook dit jaar fiere stappen zullen zetten om goede Turkse burgers te worden, burgers die de Turkse staat dienen, van Atatürk houden, de Turkse vlag tot de laatste druppel bloed hooghouden en geen moment van twijfel zullen ervaren als ze de mogelijkheid krijgen om voor het vaderland te sterven.
Meester Yusuf is gewend aan de herrie bij zijn huis, hij wordt niet wakker van het lawaai in de buurt. De retoriek op het schoolplein moet trouwens als muziek in zijn oren klinken. Het is ook beter dat hij zijn slaap niet voortijdig eindigt, want zodra hij wakker is, werpt hij altijd een snelle blik in zijn favoriete krant Hürriyet (de grootste krant in Turkije die elke dag met de tekst 'Turkije voor de Turken’ onder het logo verschijnt), nuttigt dan snel zijn ontbijt en leest vervolgens alle kolommen. Meester Yusuf zal vandaag in de krant lezen dat de regering een nieuw onderwijsbeleid gaat voeren. Het voornaamste doel van het Turkse onderwijs zal niet meer het onderricht in het Atatürk-nationalisme zijn.
Dankzij zijn lange slaap krijgt hij twee uur later dan wij te horen dat er aan de vierde poot van de republiek wordt getrokken. Het is de vraag hoe lang deze laatste poot stand zal houden. Nog even en de honderdduizenden onderwijzers, die in het diepst van hun hart van de stichter van de republiek en diens nationalisme houden, mogen de kinderen niet meer leren dat een enkele Turk net zo veel waard is als de hele wereld. Nog even en de kinderen mag niet met de paplepel worden ingegoten dat het een grote deugd is om in naam van het vaderland te sterven. De nieuwe kinderen van Turkije hoeven binnen afzienbare tijd wellicht niet meer te leren dat alle volkeren in de wereld een gemeenschappelijke eigenschap hebben en dat dat hun grote haat jegens het Turkse ras is. De kwestie dat iedereen in Turkije een Turk is en dat er geen Koerden bestaan zal vermoedelijk ook niet ter sprake komen in de klaslokalen.
Yaban, het romanpersonage dat in alle boosheid van de ene boer naar de andere rende om ze vanwege hun weinig indrukwekkende nationalistische bewustzijn op hun donder te geven en om zelfs tegen de vrouwen te ageren, is er tot de laatste zin van het boek niet in geslaagd om de gewone mensen te begrijpen. De schrijver Yakup Kadri is net als zijn Yaban heengegaan zonder de man op straat, voor wie de eerste prioriteit was om zich te bevrijden uit de wurggreep van de armoede, te begrijpen. Yaban kwam uit het niets, op onverklaarbare wijze naar dat dorp, als een marionet in dienst van de politiek zeer gekleurde schrijver.

YUSUF IS geen mislukt romanpersonage. Hij zit op deze zonnige dag met gefronste wenkbrauwen de krant te lezen. Hij is echter dan echt. We hebben uitzicht op de vrachtschepen die goederen vervoeren naar de steden die de laatste jaren door de groeiende welvaart uit hun voegen barsten. Op deze mooie dag, waarop de miljoenen leerlingen overal in het land liefde en trouw hebben gezworen aan een man die al zo lang geleden doodging, is Yusuf niet veel anders dan Yaban. Allebei begrijpen ze het volk niet.
De oud-onderwijzer zegt: 'Ik wil niet in een land leven waar Atatürks gedachtegoed niet meer wordt aangeprezen. Dan wil ik liever dood.’ Zijn zoon, een muzikant die in de bars van Istanbul zijn brood verdient, troost zijn vader: 'Wees niet verdrietig vader. Hoe lang denk je dat het goed zal gaan met de economie in Turkije? Ze delen geld uit aan iedereen, zo winnen ze de verkiezingen. Maar de staat zwemt in de schulden, natuurlijk. Een economische crisis en weg is die hele AKP.’
De vrouw van meester Yusuf schenkt thee in en meent: 'Het is allemaal de schuld van de generaals. Ze bleken twijfelaars te zijn. Net als de generaals van vroeger hadden ze daadkrachtig moeten handelen en een staatsgreep moeten plegen. Alleen zo had die Erdogan geen kans gehad. Nu is het te laat.’
Op het schoolplein is het nu rustig. De kinderen waar het allemaal om gaat, hebben uiteraard niets door en verlangen waarschijnlijk naar de zoemer die het einde van de eerste schooldag aankondigt. Meester Yusuf, zijn zoon en zijn vrouw rijden naar de markt. Onderweg rijden we langs het schoolplein, waar een standbeeld van Atatürk nog steeds in het middelpunt van alles staat. De zoon van meester Yusuf rijdt te hard, om te zien of Atatürk vandaag vrolijk is of dat hij net zo nors is als meester Yusuf.