Weet je nog oudje

BERNHARD SCHLINK
HET EERSTE WEEKEND
Uit het Duits (Das Wochenende, 2008) vertaald door Gerda Meijerink, Cossee, 189 blz., € 19,90

Bernhard Schlink (1944) heeft de beproefde methode van een reünie gebruikt. Christiane, oudere zuster van Jörg, denkt dat het haar broer na 23 jaar gevangenis goed zal doen meteen weer onder de mensen te komen. Daartoe nodigt ze een aantal oud-medestrijders van de terrorist uit. Deze heeft gratie gekregen, in tegenstelling tot raf-lid Christian Klar in 2006, voor Schlink waarschijnlijk de aanleiding een voormalige terrorist te portretteren die wel spijt heeft, maar alleen van het mislukken van ‘het linkse project’, allerminst van zijn daden en motieven. Voor deze Jörg is het allemaal eenvoudig: ‘Het was oorlog, en dus heb ik geschoten en mensen gedood.’

Hoe bewijs je dat we in een staat leven die gebaseerd is op geweld? Door te moorden zodat de staat zijn ware gezicht ontbloot. Voor dit gezelschap gesneden koek. Het zijn stuk voor stuk geslaagde vijftigers die daar bij elkaar zitten – onder meer een journalist, een advocaat, een vrouwelijke bisschop; en een aankomende revolutionair die de beroemde terrorist op z’n verantwoordelijkheid wil wijzen als voortrekker voor de volgende lichting. De tijden waren nooit zo gunstig, ‘terwijl we in samenwerking met onze moslimbroeders heel wat meer zouden kunnen aanrichten’.

Helemaal ernaast is de bewering dat dit een roman van een generatie zou zijn, in de roman nog aangedikt door het over continuïteit van drie generaties te hebben. Er duikt halverwege ook nog een zoon van de terrorist op die zijn vader aanklaagt, voor alles ongeveer, maar ook wat hij zegt komt uit de boekjes. Over het (mislukte) ‘linkse project’ van de jaren zestig hebben ze het. Hun huidige formulering is lachwekkend, de plaatsvervangende arrogantie net zo. Grappig wordt het als de oude jongeren hun dromen van weleer ventileren en dan overgaan tot een ‘weet-je-nog-oudje?’: heldendaden uit de collegezaal. Op de vraag hoe het was, de eerste moord, jammert Jörg alleen verontwaardigd over de isoleer en de foltering in de Knast. En hij wil weten wie hem toen verraden heeft: z’n zus, uit liefde. Als de schrijver in zijn personages kijkt, betoont hij zich een geverseerd psycholoog.

Wat bezielde Schlink om dit kamertoneel te schrijven? Wilde hij laten zien dat het geloof in grote woorden nooit ophoudt? Misschien geeft de Nederlandse titel antwoord. Weekend is ‘Het eerste weekend’ geworden, alsof er nog vele zullen volgen; dat belooft wat. Als de raf zelf al een karikatuur was, dan is dit de kwadratuur ervan. Wie denkt dat Schlink nog eens een roman van het niveau De voorlezer geschreven heeft, krijgt een ernstige vergissing voorgeschoteld.