groen

Weg 1

Als u dit leest, ben ik er niet. Ik ben er natuurlijk wel, maar niet in het land. Dit is een column uit het vat. Bij De Groene wordt niet verzaakt, zo krijg ik al bijna drie jaar te horen, en dit jaar is daar geen uitzondering op. Ik ben in Schotland. Alles deo volente natuurlijk, en met het werkwoord ‘hopen’ in het achterhoofd, net zoals ze bij de EO altijd zeggen als ze de Eén Vandaag-aflevering van de dag erna aankondigen. Ik was al een paar keer eerder in Schotland, dus dat zal wel goed komen. Ik loop langs Loch Lomond, zal waarschijnlijk de Ben Nevis wel even meepikken en slaap in Bed & Breakfasts. Eten doen we in een pub, liefst met veel mashed peas, grote brokken vlees en een aantal pinten lauwe paardenpis. Onderweg zien we van alles vliegen. Raven, wouwen, kleine fluitertjes, blue tits. Als we geluk hebben zullen we ook red deer zien. Honden verwacht ik ook, en heel veel schapen. Het zal wel regenen, zo nu en dan, maar kijk: daar breekt toch de zon weer door en dat maakt ons blij.
Misschien slapen we in een B&B bij een vrouw wier man onlangs overleden is en die de tuin niet op orde heeft gehouden. Dan blijven we één nacht langer en zullen de tuin doen, waarna zij ons meeneemt naar de lokale pub en ons gratis de hele avond voorziet van de lokale lauwe paardenpis en ons voorstelt aan de dorpelingen, die ons een vreemde taal zullen leren. Meestal heeft één zo'n dorpeling wel een bull terrier. Ik heb eerder een berg beklommen in Schotland, dat was de Goatfell op het eiland Arran, met iemand die nog nooit een berg beklommen had. We zijn bijna allebei omgekomen daar, vooral omdat een inboorling zei dat het twee vingers in de neus-werk was. De ene keer waarschuwen ze dat het zwaar en gevaarlijk is en loop je fluitend naar boven, een andere keer zeggen ze achteloos dat het een eitje is, en kom je bijna om. Geen peil op te trekken, die Schotten.
(wordt vervolgd)