Weg (2)

Na die Ben Nevis ben ik alleen, is mijn wandelmaat terug naar Nederland, met een vliegmachine. Ik weet nu nog niet hoe dat zal zijn, alleen na een kleine week samen. Misschien ben ik opgelucht, mogelijk ben ik eenzaam. Van Fort William met de trein terug naar Glasgow en dan door naar Chester, waar ik overstap op de trein naar Bangor en van Bangor moet ik in Caernarfon zien te komen. Vanuit dat stadje vertrekt de Welsh Highland Railway. Ik stap daar in en zal proberen in het Pullman-rijtuig terecht te komen. Eerste klasse, roodbruin aan de buitenkant. In Rhyd Ddu stap ik uit en begin aan de klim naar de top van Mount Snowdon. Het maakt me niet uit wat voor weer het is, ik ga. Natuurlijk speelt hier nog steeds het deo volente mee, je weet nooit wat er werkelijk gaat gebeuren als je over de toekomst schrijft. Misschien is die hele berg wel weg, breekt er een spoorwegstaking uit of is Caernarfon overstroomd. Een rituele klim gaat het worden, net zo ritueel als de fietstochten die ik wel eens onderneem naar een bepaald damhek in de buurt van Zuiderwoude. Om daar op te gaan zitten, uitkijken over het land, een beetje peinzen, me afvragen hoe het nou allemaal gekomen is dat ik juist op dat ene damhek zit. Ik ga graag in augustus, dan zijn er nog verbazingwekkend veel kieviten, dat is zeer troostrijk.
Ik hoop niet dat mijn mobieltje nat wordt op die berg, zoals dat gebeurde toen ik hem voor de vierde keer beklom, vanuit Llanberis. Dat was erg vervelend, want ik zou iemand opbellen om me te komen ophalen aan de voet. Het was winter, koud en mistig. Gelukkig kwam het lam net uit de oven toen ik na bijna twintig kilometer lopen eindelijk thuiskwam. ‘Hé, hallo’, zeiden ze, ze waren niet eens ongerust. Dat had me aan het denken moeten zetten. Ik zie die lui nooit meer. Ik denk dat het gisteren was, de top van Snowdon. Tenminste: als u deze column onmiddellijk bij ontvangst van De Groene leest.
(wordt vervolgd)