Weg met de euro!

De meeste Europese lidstaten klampen zich al jaren aan elkaars munten vast. Waarom dan die vermaledijde Euromunt, die de hele democratie om zeep helpt? Een oproep tot staking
EEN RECHTGEAARDE democraat hoort zijn platvloerse aanvechtingen de baas te blijven, maar ik kan me steeds moeilijker onttrekken aan de populistische voorstelling van de Europese Unie als een club van uitvreters en nonvaleurs die niet verder denken dan hun ambtstermijn en van achter het welvoorziene Brusselse buffet een lange neus trekken naar hun onderdanen. Hoe is het anders te verklaren dat de rijkste club ter wereld vier jaar geleden het besluit nam om koste wat het kost voor het jaar 2000 een gemeenschappelijke munt in te voeren, en nog wel ten koste van de parlementaire democratie en de belangen van een miljoen werknemers die daardoor op straat komen te staan?

Toegegeven, 1991 was het postcommunistische oogstjaar van Helmut Kohl, Jacques Delors en Francois Mitterrand. Het woord Europa opende alle deuren. Een beetje regeringsleider schoof genoeglijk aan bij de Europese dis om Europese pap te eten met een Europese lepel uit een Europese nap. Alleen Margaret Thatcher maakte luidkeels bezwaar tegen het verlies van de nationale soevereiniteit van de lidstaten als het verdrag van Maastricht zou worden uitgevoerd. Helaas moest haar politieke stellingname het in de media afleggen tegen anekdoten over haar handtas. Wie haar toespraken van destijds nog eens naleest, geeft haar volmondig gelijk. De invoering van de Europese Monetaire Unie (EMU) - het piece de resistance van Maastricht - leidt niet tot het resultaat dat de ondertekenaars wensten en heeft dramatische gevolgen die niemand wenst. Het scenario van Maastricht, dat op de Intergouvernementele Conferentie van volgend jaar definitief moet worden afgerond, leest als de kroniek van een aangekondigde catastrofe.
Om te beginnen heeft de Europese binnenmarkt helemaal geen gemeenschappelijke munt nodig. De huidige variabele wisselkoersen vormen weliswaar een risico voor bedrijven die over de grens zaken doen, maar ook het kleinste bedrijf kan zich tegenwoordig tegen dat risico indekken en een beetje alerte manager maakt er gebruik van. De jammerklacht van de EMU-voorstanders dat Europese banken en bedrijven jaarlijks miljarden guldens koersverlies lijden, wordt tenietgedaan doordat diezelfde banken en bedrijven per jaar twintig miljard gulden winst maken op valutatransacties. De enige monetaire voorwaarde voor een gemeenschappelijke markt is een min of meer vaste wisselkoers tussen landen die hun economieen op elkaar willen afstemmen, ofte wel een koppeling.
NEDERLAND HEEFT AL jaren een vrijwillige muntunie met Duitsland. Het handhaven van een zo vast mogelijke wisselkoers tussen de gulden en de mark is de eerste taak van Nederlandsche-Bankpresident Duisenberg. Een nadeel van de koppeling is dat de Duitse inflatieangst (die volgens sommigen wortelt in de traumatische ontwaarding van de mark in de vooroorlogse crisisjaren) ook de Nederlandse economie in zijn greep houdt. Omdat de gulden noodgedwongen bijna net zo ‘hard’ is als de mark, blijft de Nederlandse export achter bij de mogelijkheden. Reden voor dit welbegrepen masochisme is het politieke en economische overwicht van Duitsland, door onze voormalige minister van Buitenlandse Zaken Pieter Kooijmans in Der Spiegel aldus samengevat: 'Die Deutschen konnen ohne Hollander leben, aber die Hollander nicht ohne Deutsche.’ Om dezelfde reden klampen de meeste Europese lidstaten zich al tientallen jaren aan elkaars munten vast. Het is een wankel evenwicht, maar verre te prefereren boven een Euromunt.
Een koppeling kan op elk gewenst moment worden verbroken. Ingeval van een opheffing van de Nederlands-Duitse koppeling zijn de gevolgen voor ons land waarschijnlijk nadelig, maar het besluit wordt tenminste genomen door de volksvertegenwoordiging in Den Haag. Want al heeft de minister van Financien nog nooit van de bevoegdheid gebruik gemaakt, toch kan hij krachtens de Bankwet van 1948 bindende aanwijzingen geven aan De Nederlandsche Bank. Na de invoering van de EMU is dat afgelopen. Het Europese Monetaire Instituut in Frankfurt zal dan de rol van Europese Centrale Bank (ECB) gaan vervullen. Het bankbestuur zal zijn samengesteld uit de presidenten van alle centrale banken, alsmede vier tot zes onafhankelijk te be noemen directeuren. Geen van die bestuursleden is gekozen of legt verantwoording af aan enig gekozen orgaan.
Dat betekent dat de Europese parlementen afstand doen van het oudste privilege waaraan ze hun bestaansrecht ontlenen: het budgetrecht. Het amenderen of verwerpen van een begroting zal niet meer mogelijk zijn, op straffe van uitsluiting. De vraag welke landen straks in dat onbeschrijflijke geluk mogen delen, hangt af van een aantal criteria zoals hun overheidsschuld, financieringstekort, inflatie en rentevoet. Volgens het verdrag van Maastricht is de EMU alleen levensvatbaar als de aangesloten economieen op al deze punten convergeren, hoewel die stelling - vooral aangehangen door de Duitsers - nooit aannemelijk is gemaakt. Uitgerekend de Duitse eenwording is een prachtig voorbeeld van een muntunie van twee niet-convergente economieen.
BOVENDIEN ZIJN de convergentienormen onhaalbaar; tot nog toe voldoet alleen Luxemburg eraan. Onze Oosterburen meenden eraan te voldoen, totdat de presi dent van de Bundesbank vorige week met de jobstijding kwam dat ook Duitsland verstek laat gaan. Als compromis wordt nu een overgangsfase overwogen waarin landen mogen toetreden als ze aantoonbaar streven naar de norm. Dat betekent dat de deelnemers zich tot in de volgende eeuw verplichten tot een voortdurende terugdringing van het overheidstekort; een 'afslanking’ van de collectieve sector waardoor er in heel Europa enige miljoenen werklozen bijkomen; een verdere afbouw van de sociale zekerheid en een rentepolitiek die is toegesneden op de Duitse economie. Mahlzeit! Denemarken is wijzer en doet niet mee aan de Euromunt.
De Duitse minister van Financien Waigel wil de naleving bovendien met Pruisische hardvochtigheid afdwingen. Als een lidstaat de norm overschrijdt, is de Europese Commissie straks gehouden dat land een boete op te leggen. Met andere woorden: als een nationale regering niet kan of wil voldoen aan de eisen van dat ene ongekozen bestuurslichaam, wordt haar bevolking bestraft door een ander ongekozen bestuurslichaam. Het is een recept voor reusachtige conflicten tussen de lidstaten en tussen regeringen en hun eigen burgers. Het voorstel is overigens door onze minister van Financien van harte onderschreven. Waarom in godsnaam? Als een minister zo duidelijk van zijn verantwoordelijkheid verlost wil worden, kan hij toch aftreden?
GEEN POLITICUS buigt zich nog over de vraag wat de invoering van de euro gaat kosten. Banken en financiele instellingen maken zich des te meer zorgen. Twee grote Europese banken, de Barclays Bank en de Societe Generale, berekenden dat de omschakeling hen per jaar tweehonderd miljoen gulden gaat kosten. Het grootste deel gaat op aan de omscholing van het personeel, het omrekenen van boeken en saldi en het vervangen van geldautomaten. Als de Euromunt en de oude munten gedurende een overgangsperiode naast elkaar blijven bestaan, zullen de kosten een veelvoud bedragen. In NRC Handelsblad noemt de directeur van de Nederlandse en Europese bankiersverenigingen, L. M. Overmars, de hele operatie 'onvoorstelbaar duur’.
Gelukkig neemt de Euro-scepsis in Nederland gestaag toe, blijkens de opinieartikelen in de dagbladen. Maar temidden van de nuances komt het hoge woord er nog te zelden uit: de toekomst van de democratie staat op het spel. Het meest hoopgevende nieuws van dit moment is de Franse massastaking die, behalve aan veel diffuse onvrede onder de stedelijke bevolking, ook uiting geeft aan een groeiende weerzin tegen het dictaat van Maastricht. Misschien leidt de hardnekkigheid van de stakers ertoe dat op de Champs Elysees voor het eerst in dertig jaar weer Europese geschiedenis wordt geschreven.
Hopelijk zal Nederland volgen, want anders omhelst de ex-socialist Kok volgend jaar ongetwijfeld de Euromunt. De eerste Nederlandse vakbond of partij die een politieke staking tegen de EMU wil uitroepen, hoeft maar te bellen en ik ruk uit met een complete ploeg medewerkers om er vlammende reportages aan te wijden. Of hebben we voor de democratie geen slapeloze nachten meer over? Stekelenburg, hier met die stakingskas!