Media

Weg met de media

In het hart van Manhattan, in een van de straten waaraan New York University ligt, roept John Votta de studenten luidkeels toe dat ze moeten opschieten, omdat de colleges zo beginnen. En hij waarschuwt ze voorzichtig te zijn met oversteken; af en toe houdt hij zelfs een auto tegen. John, een gepensioneerde man van 69, staat er iedere werkdag, al meer dan zeven jaar, en dankzij de media, inclusief YouTube, is hij uitgegroeid tot een fenomeen. Maar blijkbaar heeft niemand hem verteld dat het tijdstip waarop de colleges beginnen een paar jaar geleden is verschoven. John mag dan over twee horloges en een luide stem beschikken, veel nut heeft zijn geroep niet. De lessen zijn al begonnen.
In en rond de professionele journalistiek woedt al geruime tijd een heftig debat over de vraag of ook haar momentum niet definitief voorbij is. Volgens critici klampen veel journalisten zich vergeefs vast aan een lang vervlogen ideaal, waarin de media zowel politiek als cultureel een sleutelrol in de democratische samenleving wordt toegedacht. De tijden zijn evenwel onherroepelijk veranderd. De meerderheid van de bevolking heeft nauwelijks boodschap aan serieuze journalistieke producten, of het nu om kranten, nieuwsprogramma’s of documentaires gaat. De journalist is, kortom, als John Votta: hij mag denken dat hij een zeer belangrijke functie vervult, maar de wereld volgt inmiddels heel andere regels. Hij is, kortom, als de spreekwoordelijke roepende in de woestijn.
In een debat op de weblog De Nieuwe Reporter daagde een van deze criticasters, Jaap Stronks, zijn opponenten onlangs uit zich eens een wereld zonder journalistiek voor te stellen. In zijn optiek zijn de pleidooien ter verdediging of versterking van het beroep niets anders dan pogingen van een ‘bedreigde klasse’ om haar 'bevoorrechte status’ in de samenleving te beschermen. De hele idee van de publieke, onafhankelijke functie van de media is achterhaald, aldus Stronks, al was het maar omdat organisaties, bedrijven en overheden zich tegenwoordig anders opstellen: zij communiceren niet om te communiceren, maar 'omdat ze wat te melden hebben, een ideaal of een achterban vertegenwoordigen, draagvlak willen creëren, diensten of producten willen aanbieden’.
Gelet op de natuurlijke neiging van mensen - dus ook journalisten en wetenschappers - om de toekomst te denken in termen van het bestaande, is het geen gek idee om Stronks’ recept eens uit te proberen. Dat houdt in, ten eerste, dat we in gedachte afscheid moeten nemen van de bestaande instituties en organisatievormen waarin de journalistiek sinds jaar en dag wordt beoefend. Die stap is niet zo moeilijk: kranten, radio, televisie, zelfs internet, zijn producten van specifieke technische, economische en culturele omstandigheden, en de huidige ontwikkelingen laten zien hoe snel die kunnen veranderen.
Dat geldt ook voor veel taken en functies die de georganiseerde journalistiek traditioneel heeft vervuld. Een belangrijk deel daarvan is verdwenen of geheel of gedeeltelijk overgenomen, met name op het vlak van de 'kale’ nieuws- en informatievoorziening. Sterker nog, het grootste deel van de informatievloed op nieuwssites, blogs, Twitter, Facebook - van nieuwsberichten, filmreportages en kritische commentaren tot reclame en voorlichting - heeft helemaal niets meer met de traditionele professionele journalistiek van doen.
Niettemin is het moeilijk om alle journalistieke functies weg te denken. Wanneer het gaat om interpretaties van gebeurtenissen, een onafhankelijke duiding van informatie, het aangeven van een sociale, politieke of historische context - in de vorm van een samenhangend verhaal van een behoorlijke kwaliteit - zijn de serieuze media niet eenvoudig weg te vlakken. Het zijn precies die activiteiten waaraan de professionele journalistiek haar maatschappelijke betekenis én economische waarde ontleent - niet aan het brengen van nieuwsfeiten, en al evenmin aan het geven van meningen: die kan ieder zich elk moment van de dag via een hele reeks van digitale applicaties laten bezorgen, gratis en op maat.
Het is, wel beschouwd, precies als in het onderwijs en de wetenschap: het feit dat alle kennis digitaal en gratis beschikbaar is, maakt docenten niet overbodig, integendeel. Niet alleen de burgers, ook bedrijven en instellingen hebben er alle belang bij inzicht te krijgen in de stand van de economie, de plannen voor ruimtelijke ordening, de ontwikkelingen in de wetenschap, de stand van zaken in Afghanistan of de conferenties over global warming. En in tegenstelling tot wat Stronks suggereert, is onafhankelijkheid vis à vis de aanzwellende stroom van informatieverschaffers met financiële of politieke belangen daarbij van essentiële betekenis.
Analyseren, interpreteren, samenhang creëren, contextualiseren, voor een breed publiek: dat zijn de activiteiten die ook in de toekomst het hart van de serieuze journalistiek zullen vormen. Waarmee overigens niet gezegd is dat deze werkzaamheden niet in 'media oude stijl’, maar in andersoortige organisatieverbanden zullen worden verricht.