GEBOORTEPOLITIEK IN CHINA

Weg met de meisjes

China, het land dat opteert voor het wereldleiderschap, kent traditioneel een zeer vrouwvijandige mentaliteit. Daar zal voorlopig weinig verandering in komen.

Wanneer in een traditionele Chinese familie een meisje wordt geboren, heerst er geen vreugde in het huisgezin. Je feliciteert de ouders niet, je troost ze. Denk niet dat moeder stiekem toch blij is met haar dochter. Ook zij had veel liever een zoon gekregen, want bewust of onbewust weet ze dat het gezin met jongens beter af is. Jongens, daar heb je wat aan. Je kunt ze al snel op het land laten werken, later kunnen ze het bedrijf overnemen, en als je oud bent kunnen ze voor je zorgen.

Meisjes daarentegen hebben geen mankracht. Hun grootste nadeel is dat ze trouwen en het huis uitgaan om, tegen betaling van een bruidsschat, lid te worden van een andere familie. Voor je oude dag heb je daarom niets aan een dochter. Het heeft dus geen enkele zin in haar te investeren – haar naar school sturen bijvoorbeeld – want je haalt het er nooit uit. Dieren zijn vaak een stuk nuttiger dan meisjes.

Op de hele wereld hebben arme boeren liever een jongen dan een meisje. Neem de oude Italiaanse heilwens Figli maschi!, tegenwoordig vervlakt tot een algemene wens voor geluk en voorspoed. ‘Jongenskinderen!’ betekent dat letterlijk, want wat heb je aan figle femmine? In China komt daar een andere overweging bij. Dochters zetten tot schande en verdriet van ouders en voorouders de familienaam niet voort. Als een echtpaar alleen maar dochters heeft, wordt de familie een ‘dode tak’ aan de generatiestamboom. Daarmee lijdt het hele voorgeslacht over het graf heen verschrikkelijk gezichtsverlies. Het is bijna even erg als kinderloosheid, of wanneer de enige zoon een homo is. Normaal komt een Chinese homoseksueel tegenover zijn ouders niet uit de kast en zwicht hij voor de ouderlijke pressie om het voorgeslacht nageslacht te geven.

Denk niet dat de vrouwvijandige mentaliteit voorbije tijd is in het land dat zich gedecideerd kandidaat stelt voor het wereldleiderschap. Want die mentaliteit zit heel diep in de agrarische maatschappij die China nog altijd is, alle wolkenkrabbers, mobieltjes, handelsrecords en milieuvervuiling ten spijt. Nog altijd wonen zes van de tien Chinezen op het platteland en veel mensen die naar de stad zijn getrokken, zijn in hoofd en hart boer gebleven. En dat hoofd en hart zijn gemodelleerd door Confucius.

In de confucianistische maatschappijordening is voor de vrouw een onderdanige positie weggelegd: als meisje moet ze gehoorzamen aan haar vader en haar oudere broers, als echtgenote aan haar man, als weduwe aan haar zoons. Rechten heeft ze niet: niet om zelf een man te kiezen, niet om het initiatief tot scheiding te nemen, niet om als weduwe te hertrouwen. De Chinese maatschappij is vanouds zo door en door machistisch dat zelfs de vrouwenemancipatiebeweging werd opgericht door mannen.

En toen kwam Mao. De onderdrukking van de vrouw zag hij als een onderdeel van het gehate feodale systeem. Hij verbood voetbinden, prostitutie, concubinaat, polygamie en het arrangeren van huwelijken, gaf de vrouw het recht om te scheiden, maakte ook meisjes leerplichtig, schakelde de vrouw in het productieproces in, bepaalde dat mannen en vrouwen voor gelijke arbeid gelijke lonen zouden krijgen en besliste dat de helft van de partijleiding uit vrouwen zou bestaan.

In veel gevallen pakte de praktijk anders uit. Vaak nam de partij de rol van koppelaarster over. Gehuwde vrouwen kregen er naast het huishouden een baan bij. Van seksuele bevrijding was geen sprake, behalve voor de Grote Roerganger zelf. Vrouwen werden slechter betaald en eerder ontslagen dan mannen. In de huidige negenkoppige partijtop zit geen enkele vrouw. En prostitutie en concubinaat zijn weer helemaal terug.

Na Mao is de Chinese samenleving in razende vaart veranderd. Hoger onderwijs en goede banen werden steeds meer toegankelijk voor vrouwen. Veel middenklassevrouwen hebben hun prioriteiten verlegd: eerst hun carrière, dan eventueel trouwen en dan misschien ooit nog eens een kind. De stedelijke middenklassers denken en doen alles wat Confucius en Marx verboden hebben. De gemiddelde leeftijd waarop ze voor het eerst met elkaar naar bed gaan, is onbehoorlijk snel gedaald. In 1989 vond dat nog plaats op de rijpe leeftijd van 24 jaar.

Slechts zeventien jaar later was de eerste-keer-leeftijd volgens een onderzoek van condoomfabrikant Durex gezakt tot zeventien. Spectaculair, die daling, al schijn je in Nederland door te gaan voor een zielig seksueel nakomertje wanneer je pas op je zeventiende je maagdelijkheid inlevert.

Dat was allemaal niet de bedoeling geweest toen de puriteinse communistische partij China’s grenzen ontgrendelde. De seksuele revolutie van de kersverse Chinese middenklasse is echter niet alleen een globaliseringsverschijnsel. De communistische partij zelf heeft die revolutie krachtig in de hand gewerkt, want dankzij de één-kindpolitiek is seks losgekoppeld van de enige taak die ze volgens zowel Confucius als Mao had: de voortplanting. En tegelijkertijd is die één-kindpolitiek bezig sociale ravages aan te richten in een land waar meisjes traditioneel in laag aanzien staan.

Als je maar één kind mag hebben, laat het dan in vredesnaam een jongen zijn. Boeren krijgen een herkansing als het eerste kind een meisje is, etnische minderheden mogen zelfs drie kinderen krijgen. Maar nog altijd wordt de komst van een meisjesbaby niet zelden ervaren als een ramp waartegen drastisch moet worden opgetreden. Kort geleden zag een verslaggever van The New York Times in de hoofdstraat van de stad Guyang een rood spandoek hangen met de boodschap: ‘Met harde hand wordt opgetreden tegen de misdaad om meisjesbaby’s te verdrinken of op andere brute wijze te doden.’

Een andere methode om van een kind van het verkeerde geslacht af te komen, is om het aan een wees- of ziekenhuis af te geven of het te vondeling te leggen. Als het op tijd gevonden wordt, komt het meestal in een weeshuis terecht.

In de jaren tachtig en negentig werden tot in de verste uithoeken van het land ultrasonore apparaten geplaatst om te controleren of vrouwen na de geboorte van hun eerste kind nog altijd het verplichte spiraaltje in hadden. Zwangere vrouwen gingen de machines echter gebruiken voor iets waarvoor ze niet bedoeld waren: het vaststellen van het geslacht van het kind in hun buik. Als bleek dat er een meisje op komst was, was de afspraak om te aborteren gauw gemaakt. Miljoenen meisjes zijn daardoor nooit geboren.

De regering nam maatregelen tegen die selectieve abortus. Maar wat officieel niet mag, gebeurt officieus toch. Als de arts bijvoorbeeld zijn hoofd schudt of een sigaret opsteekt, dan weet de vrouw hoe laat het is. Met een beetje smeergeld gaat de mond van menig medicus open. Een wetswijziging om artsen die het verbod overtreden gevangenisstraf te geven, heeft het niet gehaald. Het belangrijkste argument van de tegenstanders was dat de abortus van meisjesbaby’s toch zou doorgaan, straf of geen straf.

De diepste oorzaak van het voortbestaan van het Chinese ras en de Chinese cultuur, schreef Robert van Gulik in zijn boek over het seksuele leven in het oude China, is het handhaven van een zorgvuldige balans tussen mannelijke en vrouwelijke elementen, tussen yin en yang. Als dat zo is, valt het ergste voor het voortbestaan van ras en cultuur te vrezen.

De man-vrouwbalans is immers ver zoek. Wanneer men de natuur haar gang laat gaan, is de verhouding tussen meisjes- en jongensbaby’s ongeveer 100 op 105. In China wordt de natuur echter sinds de invoering van de één-kindpolitiek in 1979 ernstig gehinderd. In 2004 werden op iedere 100 meisjes 121 jongens geboren. Alleen in Tibet is de balans in evenwicht, want daar is geen één-kindpolitiek.

Geen enkel land op de wereld staat zo’n grote bruidencrisis te wachten als China. Een béétje geëmancipeerde vrouw zal volop de keuze hebben, en ze kiest natuurlijk niet een arme sloeber. De man kiest niet meer, hij wordt gekozen. Chinese bevolkingsdeskundigen verwachten dat in 2020 dertig miljoen mannen in de huwbare leeftijd gedwongen vrijgezel zullen blijven en dat al vijf jaar later tien procent van de Chinese mannen buiten de prijzen zal vallen. Vormt zo’n bronstig legioen van have nots niet een levensgroot gevaar voor de sociale stabiliteit, de volksgezondheid en de veiligheid? Gevreesd wordt voor een hausse in de vraag naar prostituees, massale verspreiding van aids, een golf van criminaliteit en een verdere uitbreiding van de handel in meisjes en vrouwen.

Met hun campagnes om meisjesbaby’s niet af te drijven of te vermoorden, de adoptie (immers bijna altijd van meisjes) aan banden te leggen en om boeren geldelijk te belonen als die met hun enige kind of met hun twee dochters tevreden zijn, beperken de autoriteiten zich tot dweilen met de kraan open. De wortel van het kwaad is de armoede en de daaruit volgende voorkeur voor jongens, die verder versterkt wordt door het geboortebeperkingsbeleid.

’s Lands opperste geboortebeperker liet begin 2007 duidelijk uitkomen dat men niet van plan is dat beleid beduidend te versoepelen, uit angst voor een nieuwe bevolkingsexplosie, die een eind zou kunnen maken aan het economisch wonder. Toegeven dat deze hoeksteen van het bevolkingsbeleid niet al te solide is gebleken, zou voor de overheid een vooralsnog onaanvaardbaar gezichtsverlies opleveren. Het zou ook een erkenning zijn dat de ontwerpers van het één-kindbeleid de diepgewortelde voorkeur voor jongens schromelijk hebben onderschat en dus hun eigen volk slecht bleken te kennen. In de lijn van Mao hebben ze te veel geloofd in de maakbare samenleving, en veel te weinig in de kracht van de traditie.