Extra aandacht voor toptalenten

Weg met de zesjescultuur, welkom uitblinkers!

Excelleren is het nieuwe toverwoord in het voortgezet onderwijs. Vooral kinderen van hoogopgeleide ouders varen daar wel bij. ‘Ik wil mijn ouders niet teleurstellen.’

Medium exellereren2x

Marijn, Sterre en Cynthia hebben zich twee dagen verdiept in symmetrie. Op een dinsdagmiddag leggen de drie 4 vwo-leerlingen in een klein kamertje op het Freudenthal Instituut van de Universiteit Utrecht de laatste hand aan hun presentatie. In het filmpje dat ze het aan het opnemen zijn, leggen ze uit wat het verschil is tussen symmetrie in de scheikunde en in de wiskunde. ‘Dit is zoveel interessanter dan wat ik op school leer’, zegt Marijn (16). Hij is leerling van het Cals College in Nieuwegein. ‘Ik verveel me vaak tijdens de lessen, ik snak naar meer verdieping.’ Marijn hoopt dat hij de komende twee jaar mee mag doen met de U-Talent Academie van Universiteit Utrecht en Hogeschool Utrecht. Die biedt jaarlijks 150 talentvolle, leergierige bèta-talenten van 25 havo- en vwo-scholen uit de regio Utrecht twee dagen per maand een speciaal programma op universiteit of hogeschool. Plus twee dagen per maand extra verdieping en uitdaging binnen het bèta-excellentieprogramma op hun eigen school.

Mocht Marijn worden aangenomen, dan mag hij straks voor zijn profielwerkstuk vier dagen meelopen met een onderzoeksgroep van de universiteit. ‘Ik doe dan een deelonderzoek van iemand die aan het promoveren is aan de universiteit. Dat is niet zomaar een onderzoekje, het gaat om een serieus wetenschappelijk vraagstuk. Bere-interessant.’ Heeft hij het certificaat van U-Talent bemachtigd, dan wordt hij automatisch toegelaten tot de honoursprogramma’s van bèta-opleidingen van de Utrechtse universiteit. Ook bij studies met een strenge selectie, zoals de University Colleges, heeft Marijn straks een streepje voor.

Marijn is ook in de race voor de Junior Med School van de Erasmus Universiteit in Rotterdam, een programma dat grotendeels in de schoolvakanties plaatsvindt. Twintig ‘zeer getalenteerde vwo-leerlingen’ mogen al vanaf de vijfde klas starten met de opbouw van een toekomstige carrière als arts-onderzoeker. Na succesvolle afronding kunnen de deelnemers met een vwo-diploma zonder loting of selectie instromen in de studie geneeskunde.

Marijns moeder glundert bij zoveel inzet van haar zoon. ‘Hij heeft een prima werkhouding. Wat Marijn ook gaat studeren, ik denk dat het sowieso in zijn voordeel werkt als hij kan laten zien dat hij erg gemotiveerd is en extra dingen heeft gedaan.’

Toen het Junior College – de voorloper van U-Talent – tien jaar geleden startte, waren schoolbesturen direct enthousiast. Maar docenten stribbelden tegen. Waarom zou je zoveel aandacht besteden aan leerlingen die het toch al goed doen? ‘Dat je kinderen met meer capaciteiten iets extra’s moet bieden, was bijna onbespreekbaar’, vertelt programmadirecteur Ton van der Valk. ‘Dat taboe is verdwenen. Docenten zijn nu laaiend enthousiast. Ze zien hoe gemotiveerde leerlingen opbloeien als ze op hun eigen niveau worden geprikkeld.’ Het sociale aspect is minstens zo belangrijk, zegt hij. ‘Contact met gelijkgestemden werkt gunstig voor deze leerlingen. Hier zitten ze in een omgeving met kinderen die ook ambitieus zijn en diep in de stof willen duiken. Ze sluiten hechte vriendschappen, terwijl ze in hun eigen klas soms nogal geïsoleerd zijn.’

Het onderwijs heeft vwo-leerlingen als Marijn steeds meer te bieden. Van oudsher was differentiatie in het Nederlandse onderwijs vooral gericht op het wegwerken van achterstanden. De zwakke leerlingen kregen extra ondersteuning, de best presterende leerlingen moesten het zelf maar uitzoeken. Op de basisschool mochten ze hooguit wat extra klusjes doen, als ze de verplichte stof af hadden. Daarna zaten ze vaak één of twee jaar duimen te draaien in een brede brugklas waar het niveau was afgestemd op de gemiddelde havo/vwo-leerling. Hun hele middelbareschooltijd volgden ze hetzelfde programma als minder begaafde klasgenoten.

Dat is de laatste jaren radicaal veranderd. Er is steeds meer ruimte voor uitzonderlijk talent. In 2007 hadden nog maar tweehonderd basisscholen een speciaal programma voor slimme kinderen. Nu heeft een derde van alle basisscholen een plusklas, waar de hoogvliegers verrijkende en verdiepende stof krijgen: van vliegtuigen ontwerpen tot filosofie. In het voortgezet onderwijs kunnen gymnasia de groeiende vraag nauwelijks aan. Maar ook havo/vwo-scholen kiezen er steeds vaker voor om hun vwo’ers al vanaf de eerste klas af te zonderen. Volgens de laatste cijfers van de Onderwijsraad, uit 2010, groeide het aantal vwo’ers dat naar een aparte vwo-brugklas ging in drie jaar van 33 naar 45 procent. Dat aantal zal waarschijnlijk nu nog groter zijn.

Op het vwo en op gymnasia is er naast het reguliere lesaanbod een uitgebreid tweede lesprogramma ontstaan. Dat biedt bijvoorbeeld externe diplomering voor vreemde talen: Cambridge-certificering voor Engels, Goethe voor Duits en Delf Scolaire voor Frans. Of een verdiepingsprogramma aan universiteit of hogeschool. Veel middelbare scholen hebben speciale talentklassen of -stromen waarin snelle leerlingen het reguliere programma eerder kunnen afwerken. De tijd die overblijft kunnen ze besteden aan vakken als filosofie, robotica, Chinees of een eigen project.

Er is ook een uitgebreid wedstrijdcircuit waar leerlingen van verschillende scholen zich met elkaar kunnen meten: van wiskunde-olympiades tot nationale en internationale debatwedstrijden. Ook het tweetalig onderwijs is populair. 120 vwo-scholen hebben een tweetalige afdeling waar vijftig procent van het lesprogramma in het Engels wordt gegeven. Verder kunnen leerlingen die aanleg hebben voor techniek en ontwerpen op zo’n zeventig scholen kiezen voor het technasium. Ook op het betrekkelijk nieuwe econonasium, voor uitblinkers in economie, ligt de lat hoger dan gebruikelijk. Deze initiatieven passen naadloos in het streven van staatssecretaris Dekker van Onderwijs om de twintig procent best presterende leerlingen uitdaging te bieden: weg met de zesjescultuur, welkom uitblinkers! Hij vindt dat het toptalent er lange tijd te bekaaid afkwam in het onderwijs. ‘We zijn wereldkampioen als het gaat om de prestaties van moeilijk lerende kinderen. Maar onze hoogvliegers doen het veel minder goed dan hun leeftijdgenoten in de landen om ons heen.’ Uit internationale onderwijsprestatielijsten als Pisa blijkt dat de twintig procent leerlingen aan de onderkant het in Nederland net zo goed doen als de gemiddelde leerling in andere landen. De bovenkant presteert juist onder. Dat moet anders, vindt Dekker. Dat is niet alleen in het belang van talentvolle leerlingen zelf. Het past ook bij de ambitie van het kabinet om Nederland in de top-vijf van kenniseconomieën van de wereld te positioneren.

‘Op deze school word je niet beschermd tegen de drang om heel veel te willen en te presteren’

In 2015 kregen scholen in het voortgezet onderwijs voor het eerst extra geld (24 miljoen euro) voor toptalent. Voor 2016 is 38 miljoen vrijgemaakt. Om de middelmatigheid te doorbreken kunnen vwo-leerlingen vanaf augustus 2016 op 26 scholen in vijf in plaats van in zes jaar hun schoolopleiding afmaken. En vmbo-, havo- en vwo-leerlingen die hun examen met een gemiddelde van acht of hoger afsluiten, krijgen vanaf dit schooljaar de vermelding cum laude op hun diploma.

Brit (16) zit op het Utrechts Stedelijk Gymnasium. Ze sloeg een klas over en doet dit jaar eindexamen in negen vakken. Ze staat een 7,6 gemiddeld, dus het spant erom of ze cum laude kan afstuderen. Het kan haar weinig schelen: ‘Ik train vijf keer per week voor atletiek en heb alles uit mijn schooltijd gehaald wat erin zit.’ Ze nam deel aan het U-Talent-programma voor de bèta-vakken en volgde ook het Honours Programma Gymnasia. Dat is een nieuw programma waarmee zelfstandige gymnasia hun leerlingen uitdagen om te excelleren, zich persoonlijk te ontplooien en hun passie te ontdekken. Het richt zich zowel op cognitieve vaardigheden als op competenties als samenwerken, organiseren en projectmatig werken. Brit ontwierp een lessenserie in bèta-vakken voor slimme groep-8-leerlingen. Twee maanden gaf ze anderhalf uur per week les op een basisschool. ‘Ik heb zelf contacten gelegd en me buiten de veilige paden op school begeven. Ik heb niet alleen heel veel geleerd, maar het heeft mijn schooltijd ook veel leuker gemaakt dan wanneer ik alleen het gewone programma had gevolgd.’

‘Leerlingen weten door dit programma beter wie ze zijn, wat ze kunnen en ze voelen zich gezien’, zegt Hanneke Taat, rector van het Utrechts Stedelijk Gymnasium (usg). Ook onderpresteerders hebben baat bij het honoursprogramma, meent ze: ‘Vaak denken mensen dat het leren op een gymnasium zo’n beetje vanzelf gaat. Er zijn juist veel gymnasiumleerlingen die iets nodig hebben dat ze wakker schudt. Als je ze helpt te ontdekken wat hen boeit, gaan ze ook in de gewone vakken beter presteren.’

Leerlingen van het usg krijgen naast hun diploma een testimonium, waarop de extra activiteiten staan die ze op school hebben gedaan. ‘Wij nodigen álle leerlingen uit om extra’s te doen’, zegt Taat. ‘De een draait mee in het horecateam dat de catering organiseert bij speciale bijeenkomsten. De ander leeft zich uit in het technische team of in de debatclub. Ook kinderen die anders misschien niet zo opvallen en hierin uitblinken, groeien enorm als persoon.’

Leerlingen doen vaak vol overgave mee aan de extra activiteiten die hen stimuleren het beste uit zichzelf te halen. Ouders glunderen van trots. Want wie wil nu niet dat zijn kind tot de toptalenten behoort? Maar slaan we niet door? Soms had Brit het wel heel erg druk. Dan dacht ze: als ik wat minder ambitieus was geweest, had ik een heel ontspannen schooltijd kunnen hebben. ‘Op deze school ligt geen druk om extra projecten te doen’, zegt haar minstens zo ambitieuze klasgenoot Anouk. ‘Maar je wordt ook niet beschermd tegen de drang om heel veel te willen en te presteren.’

In de Verenigde Staten leidt selectief onderwijs tot hoge druk op scholieren. Ze beginnen zo vroeg mogelijk met het opbouwen van een cv, anders maken ze geen kans op een plek bij de best aangeschreven universiteiten. Zo ver is het in Nederland nog niet: met een vwo-diploma kun je nog steeds naar alle universiteiten. Maar veel opleidingen kondigen aan dat ze straks meer aan de poort gaan selecteren. Een middelbareschooldiploma met achten, aangevuld met bewijzen van extra inspanningen, is de beste garantie om straks een mooie plek te bemachtigen, redeneren kinderen én ouders.

‘Met zevens ben ik niet tevreden, Ik wil niet dat ik later iets niet kan doen omdat ik me onvoldoende heb ingezet.’ Willemijn (18) zit in 6 vwo van de Werkplaats Kindergemeenschap in Bilthoven. In de vierde klas besloot ze dat ze zich in de diepte én in de breedte wilde ontwikkelen. Ze deed mee aan U-Talent op de universiteit, speelde glansrollen in de schoolmusical en deed als lid van de debatclub mee aan zo veel mogelijk nationale en internationale wedstrijden. De eerste keer speechen voor honderd mensen vond ze doodeng, maar de tweede keer ging het goed. ‘Ik heb op alle terreinen gigantische sprongen gemaakt. Ik ben niet weggelopen voor dingen waar ik niet zo goed in was. Wow, dat geeft zoveel voldoening.’

Maar na een jaar werd het haar te veel, ze kreeg een ontsteking die maar niet overging en bleef tobben met haar gezondheid. ‘Mijn ouders hebben me altijd gestimuleerd om mijn best te doen, maar op een gegeven moment zeiden ze: je krijgt twintig euro als je een 1 haalt voor een proefwerk.’

Ook de school probeerde haar af te remmen. ‘We hebben steeds vaker gesprekken met leerlingen die te veel van zichzelf eisen’, zegt teamleider Marijn Backer van 5 en 6 vwo. In de bovenbouw draait een stresspreventieprogramma. De huidige generatie is de fanatiekste die hij heeft meegemaakt in zijn 25-jarige loopbaan. ‘Ze doen veel en veel meer en leren harder en beter. Maar ze voelen zich ook opgejaagd en er is een enorme angst om te falen.’

‘Ouders proberen uit alle macht te voorkomen dat hun kinderen lager opgeleid zijn dan zijzelf’

Het uitgebreide talentenprogramma van de Werkplaats richt zich niet alleen op de twintig procent toptalenten die staatssecretaris Dekker voor ogen staat. Naast een bèta-excellentieprogramma heeft de school ook een talentenclub die sponsoractiviteiten voor een kankerinstituut organiseert en een groep leerlingen die een bijlesprogramma runt voor leerlingen die extra steun nodig hebben. Ook zijn er allerlei praktische talentcursussen: gitaarbouw, keramiek, 3D-printen. Talentcoördinator Thimo Jansen: ‘Het een is niet beter dan het ander, dragen wij uit. En: je bent niet wat je kunt, je bent een mens die gezien mag worden.’

Toch wordt de onderlinge hiërarchie op school sterk bepaald door wie het hoogst scoort en het slimst is, zegt een docent die niet met zijn naam in de krant wil. Natuurlijk, je moet ook mooi zijn, humor en lef hebben. Maar de tijd dat de slimste leerlingen werden weggezet als nerds is voorbij.

Ook de druk die geslaagde, hoogopgeleide ouders op hun kinderen leggen is toegenomen. ‘Het lijkt nogal eens of het succes van hun kinderen belangrijk is voor hun eigen status en zelfwaardering. Onder ouders heerst een stiekeme vergelijkingsstrijd en angst dat ze niet meer meetellen in hun eigen sociale circuits als hun kinderen niet slagen.’

De grote populariteit van excellentieprogramma’s komt voor een groot deel voort uit de angst van ouders, meent socioloog Herman van de Werfhorst van de Universiteit van Amsterdam. Hij is directeur van het Amsterdam Centre for Inequality Studies. ‘De Nederlandse samenleving wordt steeds hoger opgeleid. Dat betekent dat je tegenwoordig een hogere opleiding moet hebben dan je ouders om later dezelfde maatschappelijk positie te bereiken.’ Kinderen die lager opgeleid zijn dan hun ouders: dat is ook iets nieuws. ‘Ouders proberen dat uit alle macht te voorkomen.’

Nu steeds meer kinderen naar havo en vwo gaan, wordt het voor kinderen uit hoger opgeleide milieus steeds belangrijker om zich juist op die schooltypes te onderscheiden van de massa. Ging tien jaar geleden nog veertig procent van de kinderen naar havo of vwo, nu is dat al 55 procent. In het onderwijs gaat het volgens Van de Werfhorst niet alleen om hoeveel kennis en vaardigheden leerlingen opdoen, maar ook om de vraag welke positie ze innemen ten opzichte van andere kinderen. ‘Als de massa hoger opgeleid raakt en steeds meer jongeren naar de universiteit gaan, kun je maar beter zorgen dat je tot de top behoort.’

Beleidsmakers en onderwijsinstellingen kijken bij het vormgeven van het excellentiebeleid vooral naar het human capital-_argument: dat we slimme kinderen te lang hebben achtergehouden en dat we hen de kans moeten geven om zich te ontplooien. Zodat Nederland volwaardig mee kan blijven doen in de kenniseconomie. Ze realiseren zich volgens de socioloog echter onvoldoende dat hoger opgeleide ouders en hun kinderen als eersten het voordeel van excellentieprogramma’s inzien. _Van de Werfhorst: ‘Hoger opgeleide ouders zijn veel beter geïnformeerd over studiemogelijkheden en baankansen dan lager opgeleide ouders. Ook hun kinderen beseffen eerder wat het belang is van een onderscheidend diploma.’

Daarbij komt ook nog eens dat voor het verrijkte onderwijs vaak extra betaald moet worden. Geen enorme bedragen, maar ouders zijn naast het gewone schoolgeld jaarlijks toch al gauw zo’n vijfhonderd tot duizend euro extra kwijt. ‘De meeste mensen kunnen dat best opbrengen’, zegt Van de Werfhorst. ‘Maar het zijn vooral hoger opgeleide ouders die bereid zijn om dat geld ook daadwerkelijk op te hoesten.’

Door excellentieprogramma’s ontstaat nieuwe sociale ongelijkheid in de hoogste regionen van het voortgezet onderwijs, verwacht Van de Werfhorst. Het is nog te vroeg voor wetenschappelijk onderzoek dat dat aantoont. ‘Maar op de universiteit is dat al wel duidelijk. Kinderen van hoger opgeleide ouders zijn oververtegenwoordigd in selectieve programma’s als University Colleges, researchmasterprogramma’s en honoursprogramma’s. En dat heeft niet alleen te maken met hun prestaties.’

Slimme kinderen uit hogere milieus komen heus ook goed terecht als je ze niet constant loopt te kietelen, zegt hij. Juist kinderen die van huis uit weinig meekrijgen, hebben baat bij veel aandacht en talentklassen waarin ze extra worden gestimuleerd. ‘Dat zijn waarschijnlijk niet de kinderen die in excellentieprogramma’s zitten.’ Daarom verbaast het hem dat er zo weinig kritiek is op het streven naar uitmuntendheid. ‘Het is nogal een breuk met de Nederlandse traditie, waarin onderwijs van oudsher niet alleen gericht is op human capital en efficiëntie, maar ook fungeert als emancipatiemachine. Die gelijkheidsagenda is stilletjes verdwenen. Zelfs de Partij van de Arbeid denkt dat er geen onderwijsongelijkheid meer is in Nederland. Dat is een grote misvatting.’

We moeten beseffen dat we in Nederland een systeem hebben waarin we op veel vroegere leeftijd dan in andere landen de levens van leerlingen scheiden, zegt hij. ‘Op een manier dat ze elkaar vanaf hun twaalfde wellicht niet meer tegen zullen komen. Ze hebben andere schoolcarrières, zitten op andere sportverenigingen en krijgen andere banen. Je kunt je afvragen of dat zo verstandig is.’

Willemijn is tot haar spijt niet aangenomen bij de studie geneeskunde van het prestigieuze King’s College in Londen. ‘Dat was de eerste keer dat iets niet ging zoals ik had uitgestippeld.’ Maar ze kwam wel door de decentrale selectie van geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam. Haar activiteiten voor de debatclub heeft ze dit examenjaar op een laag pitje gezet. ‘Ik wil cum laude slagen, dus ik richt me helemaal op het eindexamen. Mijn ouders hebben me all the way gesteund. Ik wil dat ze trots op me kunnen zijn.’